Zoeken

Zweefgetouw

Want in de aankomende talentenjacht weeft zelfs de zwevende kiezer z'n eigen kleverige web. Ik ben ziek in alle bedden, Kom me redden, Maar ik hou m’n mond niet, ’t Is te zeggen. Ik zwijg in talen Die geen ander kan begrijpen En laat de kritiek in mijn Web van woorden rijpen. Ik leef, Ik beef. Een dag niet gestreefd Naar het schikken van de kosmos, Is een dag niet gescheefd. Weef mijn wereld in een andere kleur Dan die van zonnen en planeten, Als je eenieder die zich anders uit Het daglicht niet wil gunnen. Steek die Natie waar geen ster nog schijnt; Wij zijn geen trollen die stinken In enge grotten en teren op eigen sappen, Eigen smerigheid eerst. Wij zijn als pasgeboren baby’s, Klaar voor een wereld die We gedoemd nooit te begrijpen, Als een vrucht die nog moet rijpen, Een onbeschreven blad, Een ongeopend vat Dat boordevol met kansen Die niemand durft te grijpen, Een grote achtertuin die pas leeft Als besproeid met onverdeelde stralen zon, Niet met ’t gif van propaganda, Spraakwater dat smaakt naar beton. Wij staan niet klaar met een meter Of een machine die geld schijt, Steeds bereid om vreugde te verteren, Industrieel te vermalen tot steriel stof, Om er een prijskaartje aan te hangen: Wij niet bijdraagt, is een dief. En in dat uitgerekte gaatje, Is daar nog plaats voor al je bommen En raketten en kwade tongen, Daar waar geen licht kan. Het viseren van een wereld waar slechts vrede, Is als ’t weven van Penelopes kleedje, Iets wat tjeven steeds beleven In hun streven naar meer macht; Het doet de beer dansen En de boer meer stront scheppen, Maar wij zijn er niet voor in de wieg, Want met de troost die zijn ons bieden Blijft niets hoger dan de nood En de helers die we kiezen Wiegen alle kindjes dood. 

Gert Vanlerberghe
0 0

Ode aan de regen

De regen valt op die straten hij heeft het geluid van de paardenhoeven al lang vervangen.   En wist je het nog niet door die kramen in het centruum, het reuzenraad en die schaatsbaan langs de Schelde en ook niet door het aantal natte Sint's die in 't stad rondlopen - die regen laat geen twijfel toe: het is December in Antwerpen, met Kerst voor de deur.   Het is druk bezig overal en toch overherst die regen zijn geur.   Zo nat, altijd, alles zo nat en toch zo mooi, als dan een zatte gast inmidden van de regen begint  “stille Nacht” te zingen terwijl de regen die stenen op straat wast en ze doet schitteren.   Prachtig hoe het licht in de plassen reflektert, hoe lichtpuntjes dansen op die schoone natte steen.   Hadden wij in Hamburg toch ook nog meer zo mooie oude kasseiwegen - wij zouden houden van onze regen, wij zouden zelfs feesten in het nat!   Maar dit blijft het privileg van 't stad die mijn hart in eens heeft veroverd - ook al is het ook hier soms nat.   Deze regen is zachtjes en hij maakt die stad en die straten schoon. Hij streelt ze en hij streelt ook die zielen van die mensen.   En hij wast ook deze schoon, - wat erg handig is zo vlak voor kerst.   Ik ga hem missen, als ik na norden ga naar het verre Hamburg waar het ofwel regent of zelfs sneeuw valt.   Want daar is het niet zo zacht, niet zo schoon en niet zo warm. Het zal er koud, nat en vies zijn.   En toch hou ik ook daar van want 't is zo vertrouwdt en ik had zesendertig jaar tijd om te leren, van deze regen, die zo hard en ondraagbaar lijkt, te houden - en dat doe ik met heel mijn hart.   Want van regen moet je genieten, van elke duppel die neer valt.   Laat hem maar je stad, je straat en jezelf overgieten.   Je moet er nog van schrikken nog van verschieten maar gewoon van genieten.   En of je nu er van geniet of er over zeurt de regen blijft vallen, druppel bij druppel komt er bij. Wat jij er van maakt die keuze is van jij.   Dus kun je hem beter genieten ga na buiten dans en zing en lach met de regen - hij lert je vast zweven.   Of blijf binnen, geniet van thee en koekjes of waar je anders van houdt -en luister naar die klank van die regen, die op je venster valt.   Druppeltje bij druppeltje vallen ze en geven een gratis concert op elke venster, op elke voetpad en elke straat.   Geniet er van wanneer je het hoort.   Want regen is water en water is leven en leven is liefde. Net zoals jij is regen water, is leven en liefde tergelijk.   Dus omhelz' de regen maar omhelz' het leven en de liefde en jezelf!   Jullie zijn een en ook al vindt je het leven op 't moment misschien helemaal niet leuk en heb je het gevoel niemand houdt van jouw.   Je hebt genoeg liefde in jezelf je hebt de liefde van de regen die hij over je vergiet, je hebt zijn gezelschap zeker hier in het noorden van Europa.   En je hebt de gezelligheid van samen oder een paraplu wandelen van binnen blijven en rustig aan doen van buiten gaan en nat worden om dan in een cafe van warme dranken te genieten of thuis een warm badje te nemen.   Je weet een droge dag pas te appreceren omdat je die regen zo goed kent maar je weet ook; de regen is eigenlijk jouw vriend.   Trouw blijft hij terug komen keer oo keer. Niet alleen in Antwerpen, niet alleen in December.   Hij is jouw begleider jouw excuse en jouw rem jouw wasmiddel voor de ziel hij vragt niks en geeft zo veel.   Als je hem aandacht schenkt hem studert, beschouwt en na hem luistert woordt je verwend omdat hij zo veel geheimen van het leven kent en ze met je deelt, ze in jouw oortjes fluistert, - als je maar luistert.  

Maike Bretschneider
0 0