Zoeken

Rapunzel

Dat ze graag zo’n Freebee Magic Moment Box wil. Haar ogen blinken. Wachten in spanning af. Ik blaas de sterren vakkundig uit de scène. Niks van. We zoeken eerst uit of daar kinderarbeid aan plakt. Dat plastic gestold gif is. En dat je niks anders kan verwachten van al die onhebbedingen uit Goede Zeemansland. Ik hoor hoe een traan in haar slokdarm verdwijnt. En nog één. En nog één. En hoe ze samenklitten in haar stroot. Hoe ze woorden niet meer afgeslikt krijgt.   Ik ga dat niet vertellen, mam. Ik doe het niet. De kinderen vinden dat raar. Ze vinden mij raar, mam.   Ik kijk achteruit. Een klein meisje staat te zwaaien met haar armen. Draait als een tol. Wolken komen uit de grond gestoven. In een windhoos. Klimmen omhoog. Langsheen de wenteltrap. Hoog boven de bomen. Kleinemeisjesbenen door het bladerdek. Ritselend. Ruisend. Een Jan van Gent. Vliegt met grote blauwe ogen doorheen zijn hoofd. De onmetelijke ruimte. Zachte plukken dons. Zet een kroon op je hoofd. Bestijg de troon. Kijk naar beneden.   De speelplaats. Met zijn hinkelbaan. Zijn klimrek. Zijn zandbak met koeken en torens. Waar Rapunzel woont. Zachtjes groeit haar droeve lied. In voetsporen. Op het strand. Wacht daar jaren, eeuwen lang. Op de prins. Die als gegoten in haar stappen treedt. Vergeet hoe eenzaam het pad.   Ze geeft mij een zoen. Kijkt in mijn ogen, zoekt antwoorden.   Ze snappen het niet, mam. Ze moeten nog veel leren.   Ze zwaait. Kijkt achteruit. Klimt omhoog. Langsheen de wenteltrap. 

Evy
0 0

Generatie Flux

Op een dag precies als deze zullen zij niet langer in vereende stilte wachten moeten, achter lege ogen dagen slijten onder 't zielloos kruipen van de tijd. Zullen zij niet langer in holle ruggen zitten  tot het dagen van oneindig morgen eindelijk voor het voetlicht treedt .   Zo zullen zij niet langer met gezwollen tongen moeten bijten op onuitgesproken willen - niet van moeten - en niet langer moeten luisteren naar het nooit aflatend fluisteren van de tergend langgerekte echo die verveelde oren plaagt met losse flarden al te vaak gestelde vragen waarop het antwoord met het vallen van de dagen - zienderogen - als moed in schoenen zinkt.   Wanneer de lichte nazon in november, het vurig branden achter- laat, om bij wijlen uit te deinzen in het grijze grijnzen van de maan, Dan pas zal het nu hen nieuwe armen geven om te houden, nieuwe vingers om te strelen. Handen met een nieuw gewrocht geheugen, om met trots de ziel te vinden die zich, half verslonden, vanonder bergen oud verlangen kunstig langzaam, in gedempte sporen opnieuw een weg naar boven wrikt.   Ja, op een dag precies als deze zullen zij weer luide stemmen broeien en zullen zij hun lang gerijpte wereldbeelden - met nijd en ingehouden zinnigheid geperverteerd - schallend en brallend uit hun stijf verplompte voegen laten barsten: verrot en stinkend als de geur van overjaarse levens aan het einde van hun dag.   Zo zullen zij hun jarenlange onderhuids kermen laten daveren over de grondvesten van ons heden, ons verleden ons nu, ons toen, ons dan. Tot ook dit danig sterven zal verzanden in het zacht en zalig krassen op alweer een vers en zuiver wit geruisloos vel papier.

Hanna Lucia
0 0

fragmenten uit een spoorboekje

 Vrijdag 14/01/11        Iets na vieren in de wachtende trein naar Brussel. Groepjes studenten trekken door de straten in het schemerduister naar huis. Het regent. Bomen neigen naar hun contouren. Weiden als groene monochrome vlakken in het raamkader. Kale, jonge berken in de wind. De Vlaamse Ardennen leigrijs tegen de achtergrond. Anzegem. Over een beregende akker waggelen twee Nijlganzen door de modder. Naarmate de avond valt, wordt het moeilijker in de weerspiegeling van de ruiten de buitenwereld van het wagoninterieur te onderscheiden. Het oude bakstenen station van Oudenaarde. Verf bladdert van de raamkozijnen. Boven de Zwalmstreek motregent het nog steeds. Een witgekalkte boerderij met getraliede ramen op het noorden. De bomen zijn geleidelijk van gedaante verwisseld en zwarte silhouetten geworden.   Vrijdag 01/04/11        Het vertrouwde landschap onder een lentezon. Tussen het staketsel van kale takken dat nog aan de winter herinnert, sluimert al wat lichtgroen. Een eenzaam paard staat in de hoek van een weide de zaken te overschouwen, de kont naar de voorbij rijdende trein gekeerd.   Maandag 04/04/11     Grijs, bedompt weer. Het paard uit de heenreis is uit zijn hoek gekomen en graast in het midden van de weide, het hoofd nog steeds van het spoor afgewend. Een eenmansprotest tegen diegenen die het in zijn rust storen.   Zondag 25/09/11        Avondzon: gezeefd licht als gouddraad tussen de weiden. Goudgeel, bruin, hier en daar al rood aanlopende bladeren aan de bomen. Luchtballonnen tegen de blauwe hemel. Een ladder in een boomgaard. Afgemaaid gras ligt in lange rijen te drogen. Een fazant scharrelt in de rand van een maïsveld rond. Eigenaardig dat je zo’n avonden met je grootouders associeert. Met stokrozen, korstmos en gedroogde siererwten.   Vrijdag 3/02/12          Een meisje komt zichtbaar opgelucht de wagon binnen. Pas bij het uitrijden merkt ze dat we richting Brussel gaan. Zij moet naar Brugge. Het sneeuwt zacht. Een konijn haast zich over een wit veld ergens heen. Bevroren plassen als gekartelde witte vlakken. Hoe oostelijker we komen, hoe dikker de sneeuw ligt opgetast. Wit vilt op zadeldaken en onbereden landwegen.  

detroostvancontouren
0 0