Zoeken

Parijs

Ik weet hoe je stem klinkt. Een warm timbre, met een Oost-Vlaamse tongval gemaskeerd door je vele omzwervingen naar Noorwegen, Nederland, Antwerpen, Parijs. Geperfectioneerd door dictielessen, voordrachten en practica. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Het enige wat ik ooit over mijn lippen kreeg was de vraag om een blaadje papier, toen ik eindelijk naast je durfde te zitten tijdens de les Communicatiewetenschap in de Universiteitsstraat. Je zit voor het eerst in weken alleen en ik zie mijn kans schoon. In een nagenoeg volle aula zou het niet opvallen hoe hartstochtelijk ik had uitgekeken naar dit moment. Ik recht mijn voorovergebogen schouders, wandel tien treden naar beneden, klap gezwind het houten stoeltje naar beneden en zet mijn okerkleurige tas erop, die ik nog zelf bestikte met knopen uit mijn moeders naaikoffer. Het stoeltje schiet terug naar boven en mijn tas blijft steken tussen de rugleuning en het zitgedeelte. Onhandig frunnik ik aan de tas. Jij glimlacht meewarrig en trekt het klapstoeltje naar beneden. “Dank je,” prevel ik. Het hoofd van onze vakgroep daalt over de trappen naar beneden en neemt plaats op het verhoogje vooraan. De prof met kort, blond gemècht haar draagt een knalgeel broekpak waar ze zelf om lacht. Haar stem klinkt strak, haar humor vals en ze trekt haar neus op wanneer ze je persoonlijk aanspreekt. Ik mag haar niet, maar ben dankbaar dat ze de les aanvat. Mijn zelfvertrouwen is samen met mijn olijfkleurige tas blijven steken tussen de klapstoel. Ik noteer naarstig wat de prof declameert. Verdwijn tussen mijn pen en notitieblok. Ik pen zo ijverig dat ik de laatste drie velletjes van mijn notablok volledig volkrabbel. Ik twijfel. Hoor niet meer wat ze reciteert. Wanneer het woord “examen” valt en heel de aula ritselt van pen en papier, staat mijn hoofd op ontploffen. Mijn laatste hoopje moed bijeenscharrelen en je aanspreken, of zo miniscuul mogelijk proberen schrijven in de marge van mijn overvolle blad. Jij ziet mijn pen boven mijn blad dansen en draait je hoofd een kwartslag. Kijkt me met je reebruine ogen ontwapenend aan. Die reebruine ogen waarin ik verdrink en die mijn tong zo droog als leer maken; mijn tenen doen tintelen. Het is nog erger dan in de boekjes. “Mag ik een blad van je lenen?”, fluister ik. Ik ben twintig, maar mijn stem klinkt als een vijftienjarig puberjongetje. Jij scheurt een bruinig ecovelletje van je notablok. Onze vingertoppen raken elkaar wanneer je me het blad overhandigt. Mijn maag krimpt, mijn hart ontploft, mijn longen barsten. De les loopt naar zijn einde en ik gris mijn spullen bij elkaar. Ik kan niet snel genoeg weglopen. De aula uit, de trappen af, mijn fiets op. Beukend op de pedalen jakker ik de Veldstraat in en knal ei zo na een shoppende voetganger omver. Zweet en tranen glimmen op mijn wangen. Ze proeven zout. Ik weet hoe je stem klinkt. Niet door de gesprekken die we hadden, neen, die voerden we enkel in mijn hoofd. Ik ken ze van de promofilmpjes voor je doctoraat en je filmbesprekingen voor Canvas, waarin je met zachte woorden passioneel je liefde voor film uiteenzet. Ik ken ze van je voordracht voor De Buren, waar je trots je zelfgeschreven tekst over Parijs en de jaarlijkse reis met je ouders over de Route de Soleil voorleest. Ik ken ze van je boekvoorstelling, waar ik, spiedend over de fluweelrode zetels, je lippen minutieus in de gaten hield. Ik weet hoe je stem klinkt. Maar jij, weet jij nog wie ik ben?

het stille meisje
0 0

Iedereen moet naar de dokter. a

    "Iedereen moet naar de dokter.""Wat?""Iedereen moet naar de dokter."Een ongemakkelijke stilte viel over de doorgaans zo rumoerige vergaderkamer boven de King Kong."Waarom dan?""Theo is bij de studentencontrole betrapt op syfilis. Uit voorzorg moet iedereen zich laten testen en krijgen we een les over geslachtsziekten."Enthousiast waren we niet, maar op de afgesproken dag waren we present. Solidariteit kent zijn prijs.En ja hoor: bingo. Acht van ons bleken besmet.Echt zwaar was het gelukkig niet; één stevige injectie en de ellende was voorbij. De vijand was vernietigd.Maar al die poespas eromheen... Wanneer houden we op geslachtsziekten als iets duivels te beschouwen? We werken ons te pletter met hoofd en hand, maar zodra het over seks gaat, lijken we wel aliens. We zijn vervreemd geraakt van ons eigen lichaam; het is een verboden zone geworden.De dokter die ons toen behandelde, zou later de drijvende kracht worden achter de wereldwijde strijd tegen aids. Ons geval had hem geïnspireerd         De dokter in dit verhaal is Peter Piot.Dit incident vond plaats in de jaren '70 in de kring rond het legendarische alternatieve kunstencentrum King Kong in de Leopoldstraat in Antwerpen. De tekst beschrijft een vormend moment in de carrière van Piot.Peter Piot werd later wereldberoemd als:Mede-ontdekker van het ebolavirus in 1976.Directeur van UNAIDS: Hij was van 1995 tot 2008 de drijvende kracht achter de wereldwijde coördinatie van de strijd tegen aids bij de Verenigde Naties.In zijn memoires en interviews refereert hij vaker aan zijn tijd in de Antwerpse underground, waar hij leerde dat de strijd tegen ziektes niet alleen een medische, maar vooral ook een sociale strijd tegen stigma en taboes is. _____________________________________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ ______________________________________________________________________________________ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
13 0

De flikken. a

De flikken Voor de politiehervormingen toen zat de politieambtenaar tussen hamer en aanbeeld, tussen de veranderende samenleving en een overheid in hun Torens.Toen reageerden ze zo,de jaren 80tigDie keer op de Rozenveldplaats.Midden de nacht strompelde ik van het Astrid plein gekomen richting grote markt.Een laag bij de grondse auto reed langzaam naast mij.Uit het omlaagdraaide venster KlonkPASKE !!!Heel duidelijk wat voor iedere Belg betekende stil blijven staan paske afgeven en wachten tot de heren ambtenaren het raampje terug opendraaiden en dat in alle weersomstandigheden.Lang moest ik niet wachten.Een paar meter verder werd ik weer gesommeerd mijn paske te tonen.Na het vijfde spelletje gaf ik mijn paske af met de woorden"hou het ik kom het morgen wel halen".Ogenblikkelijk stormden te twee flikken het autootje uit en bevalen me mee te komen iets wat ik spijtig genoeg niet kon weigeren.In hun burootje moest ik me naakt uitkleden en moest ik wat van hun zever aanhoren.En toen mocht ik naar huis.Naar mijn bedstede.In Borgerhout.Ik kwam van de dageraadplaats richting Plantinlei ik was in een toen nogal modische broek gekleed gekleurd met dikke strepen.Een pyjamabroek.Zeiden mijn vrienden.Toen werd ik aangehouden twee straalbezopen flikken strompelden uit hun combi.Ze wilden mijn paske controleren.En ze vonden iets.Op hun computer stond aanhouden.K'moest mee.K'had mijn kijk en luistergeld niet betaald.K'mocht direct gaan. ************************************************************************************ foto gallery verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
18 0

PARANOIA. a

Stel je eens voor: het is een hete zomer en je zit op een leuk terrasje aan de straatkant van een portootje te genieten. Stel je voor dat er plotseling een GTI van de Rijkswacht voorbij raast. Stel je voor dat die auto met gierende banden keert en met een angstaanjagende snelheid op jouw tafeltje afstormt. Een beambte stapt uit en vraagt wat je daar doet. Terwijl je lijkbleek wegtrekt, antwoord dat je een portootje drinkt. De ambtenaar snauwt je vervolgens op autoritaire toon toe: "Paspoort!!!" Vriendelijkheid of beleefdheid? Dat staat niet in hun woordenboek. Op de chique terrassen doen ze dat misschien wel, maar daar worden ze niet naartoe gestuurd; daar zitten hun officieren. Die agenten weten het wel: voor ons volstaat een kortaf "Paske!" Zolang je aan je portootje lurkt, is er niets aan de hand. Porto is in dit land immers beschermd. Het zou pas erg zijn als je drankje plotseling tot 'verboden drug' werd uitgeroepen. Want roesverwekkende middelen verbieden ze maar al te graag: de anti-drugsmaffia — ironisch genoeg betaald door de drugsmaffia zelf. Stel je dus voor dat jouw glas porto opeens illegaal is. Wat volgt er dan?De ambtenaren zullen je niet inlichten; ze lichten jóú op en zichzelf in. Ze besnuffelen je glas alsof het puur vergif is. Ze slaan je op het terras van je stamkroeg openlijk in de boeien, als was je een zware crimineel. Ze kijken je aan alsof jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor alle doden die door porto zijn gevallen. Ze slepen je mee naar het bureau en ondervragen je over je relatie, je ouders, je lief en je vrienden. Iedereen die je noemt, krijgt bezoek van een gerechtelijk ambtenaar. Ook bij jou thuis vallen ze binnen om je woning en de privacy van de bewoners vakkundig te slopen. Vinden ze je voorraad porto uit een goed jaar? Dan beschuldigen ze je direct van handel en lidmaatschap van een maffiaorganisatie. Ze nemen je huis en al je bezittingen in beslag. Dat mógen ze, omdat bepaalde politici hun dat recht hebben gegeven. Deze ambtenaren hebben zelf ook zonen en dochters, maar die krijgen niet met dit soort taferelen te maken. Hun salaris en positie stellen hen in staat hun kroost uit de klauwen van Justitie te houden. Wat er met 'het kleine grut' gebeurt, zal hen een worst wezen. Orde moet er zijn! ...................................................................................................................................................................................... foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ *****************************************   ***************************************** Kunstwerk: "Altaar der Culturen"Rond 1995 heb ik dit werk gemaakt, dat ik "Altaar der Culturen" noem.Beschrijving en Symboliek:Links: Men ziet een televisie. Onze gemeenschappelijke identiteit valt van het scherm — gemaakt van silicium, glas en zand. De vroegere gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen, opgevolgd door radio en uiteindelijk tv, die een min of meer gedeelde boodschap uitdroegen. Tegenwoordig is die gemeenschappelijkheid er niet meer; de informatie is volledig versplinterd.Rechts: Er staat een gietijzeren kandelaar met daarin een mensenhoofd van papier, beplakt met stukken krantenpapier met de tekst "De encyclopedische mens".Gietijzer staat voor nationalisten.Kandelaar staat voor religie.In het midden: Hierin bevindt zich de hedendaagse mens, opgesloten: "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift: "Regeneratie Kosmetik".     http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e ____________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
103 0

Vol-au-vent

   <!-- x-tinymce/html --> 'Niet vertragen!', legt Marie zichzelf op als was ze de leider van haar lichaam. Haar benen hebben er lak aan, want ze trappen trager dan haar gedachten. Die slalommen roekeloos van links naar rechts, maken dan weer een sprongetje over een veel te hoge vluchtheuvel, maar weten nooit de rem te vinden. Uit alle macht zoekt ze naar adem terwijl haar fietshelm, die ze net schots en scheef op het hoofd had gegooid, definitief toegeeft aan de zwaartekracht. Hoe hard ze zich ook had voorgenomen goed zichtbaar te zijn - oranje hesje en gele polsbandjes incluis - zo ondraaglijk onzichtbaar voelt ze zich nu. Exact zoals vijf dagen geleden, toen ze hun kleerkast - en bijgevolg ook haar hart - halfleeg aantrof, de mannelijke helft eruit weggerukt. Exact zoals de daaropvolgende avonden, wanneer ze geen drie maar twee borden met vers gemaakte vol-au-vent vulde, nog steeds met zelf getrokken bouillon van kraakverse groenten en een biokip afkomstig uit een aan de rand van de stad gelegen pluimveeboerderij. Want voor haar gezin was alleen het beste goed genoeg, alleen klonk dat gezin nu als een fa in sol groot. Toen ze Clara die avond aan de muziekacademie afzette, had ze zich de uren die haar dag vredig zouden afsluiten, scherpzinnig geportretteerd met verbazingwekkend veel oog voor detail. Daar zag ze zichzelf zitten, weggezakt in de comfortabelste zetel van de woonkamer met een glaasje rood aan de lippen. Het klonk haar als muziek in de oren, en niet zoals die platte hits die ze tegenwoordig op de commerciële radio draaiden. Neenee, Marie's klanken zouden voortgebracht worden door melancholische Motown-platen, die het duet tussen haar en haar man in betere tijden hadden ingezet. Haar ogen fonkelden als het gelige lantaarnlicht dat ze in de schemeravond had gepasseerd, haar hart gloeide donkerrood aan. Zonder het zelf te beseffen bleef de glimlach die zich rond haar lippen had genesteld, heel even in rust. Tot het moment waarop Clara zei: 'Mama, de klarinet ligt nog op de keukentafel.' Veilig was ze altijd geweest. Gedisciplineerd, minutieus, perfectionistisch: eigenschappen die haar nu even zinloos leken als dat steeds leeg blijvende derde bord aan tafel. Telkens werd ze overmeesterd door toeval, tegenstrijdigheden en onbedachtzaamheden. Meer en meer leek haar geheugen gaten te vertonen, die de angst er ruwweg had in geboord. Haar zelden vervulde verlangen om genoeg te zijn, de zaken te laten lopen zoals zij dacht dat ze hoorden te lopen, was nu voorgoed verdwenen. 'Niet vertragen!' Ze geeft haar huissleutel een forse draai en gooit de voordeur weer open. 'Dag Marie, ik kom nog wat spullen ophalen.' Terwijl het parelende zweet op haar voorhoofd onbedwingbaar begint te dansen, zoekt ze naar zuurstof die hap na hap een trapje hoger lijkt te springen. De bas in zijn stem - haar ooit intens charmerend - knijpt haar keel nu verder dicht. Ze luistert er waakzaam naar, terwijl ze de weer teruggevonden klarinet in een stevige wurggreep houdt. De vingers van haar rechterhand knelt ze op de kleppen - als ze zou loslaten, zou ze vast in tranen uitbarsten, wist ze - terwijl ze met haar andere hand een van de blaasrietjes tot splinters verpulvert. Haar gevoelstoonaard transponeert langzaam van majeur naar mineur en brengt dramatisch duistere klanken voort. Marie kan echter maar één ding uitbrengen: 'Bordje vol-au-vent, misschien?'                

Liesbeth Swolfs
0 0

De ochtenderectie

Je dacht dat ik wakker was. Je wou dat ik wakker werd. Je wreef met je geparfumeerde handen door mijn haar, fluisterde mijn naam in mijn rechteroor.   Voedsel voor mijn ochtenderectie: mijn gefluisterde naam.   Je wreef met je geparfumeerde handen over mijn beginnende pens. 'Misschien moet je wat minder alcohol drinken', zei je. 'Misschien moet jij wat meer bij mij zijn', mompelde ik. Je antwoordde niet en liet me met je borsten spelen.   Je peuterde met je geparfumeerde vinger in mijn navel, haalde er een pluisje uit. Je fluisterde opnieuw mijn naam. Ik vroeg of je stem geparfumeerd was. Je zweeg. Je geparfumeerde handen daarentegen leken een monoloog te houden: ze doken mijn rood-wit gestreepte boxershort in en deden zich tegoed aan mijn ochtenderectie.   Alsof je gulzige handen nog niet genoeg waren, fluisterde je geparfumeerde stem opnieuw mijn naam, gevolgd met: 'Wakker worden...' Je scheurde mijn boxershort aan flarden.   'Nog eventjes. Nog eventjes alsjeblieft', smeekte ik.   Jij: ongenaakbaar, onvermurwbaar. Ik: naakt en murw geslagen.   Ik werd wakker. Je was er niet meer. Wat moest ik doen? Mijn ochtenderectie klopte als een nazi op de deur van een huis vol joden.   Ik sleepte me naar het toilet, probeerde te plassen maar daar dacht mijn ochtenderectie anders over. Ik riep jouw naam, gevolgd met: 'Help me! Help me!'   Geen antwoord. Alsof ik het niet wist.   Ik stopte met mezelf aan te stellen en ging koffie zetten. Hij smaakte geparfumeerd.

Michaël Verest
39 0

Eeuwenveel meeuwen

    Altijd en met duizenden komen ze, aangevlogen, vrij doelloos, als een witte vlek uit een buis, uit dat donkerroze zieleëind. Ongedierte is het, pettefletmiserie! Ze morren vaak. Soms hoor je fel geschreeuw. Ze morsen met het leven en ik denk dat die beesten in elke vuilbak zullen blijven zoeken tot iemand hun kop er afknalt. Chot, ik houd van dat gevoel.   Heel even toch. De zwarte egels liggen op hun bodem en terwijl de snelwegen hun doden nog eens tellen, spartelen er dikkopjes in eigen sap. Bergafwaarts gaat het. Hoge duinen heersen over strand en Duivelland. Al mijn cellen rollen naar die lippenzee met korte sprietjes en ze streelt mijn hoofd, met slechts één vinger, weet dat ik een kind was, dat ik zocht.   En ik vond ze ook. De haaien, tanden, hete vrouwen lagen in de zon als blanke kippen zonder olie, zonder braadspeer door hun lijf en zij ook, ze wreven door mijn jonge kruin, gaven me tikken op de kont alsof ik groeien moest om snel een knaap te worden, die verdwaald mocht rennen door hun natte serres.   Vleesetende planten groeien daar tot door de dakramen. Ze wachten op de meeuwen en mijn voeten dromen, dat ze verder moeten, hollen door het zand waarvan ik voel dat het ooit schelpen waren. Slijmerige wezens kleefden, aan de binnenkant is niet te zien hoe hard een sluitspier alles dichthield, als het nodig was, bij ebbe meeuwen overvlogen, soms voor eeuwig, soms voorgoed en weet je wat het is?   Ze schijten de balkons echt overal vol, met zelfbewustzijn, witgewassen geld, kak genoeg voor negen wereldlagen en het was in Knokke, dat ik haar heb leren kennen, toen ik daar nog liep tussen de bentley's en kokhalzende meeuwen, tussen porsches en gepoch, achter één blitse vuilkar. Aan de Place M’as-tu-vu verkocht ze bolletjes op hoorntjes aan valse lucht en vele mensen. Jan-van-genten aten alle resten. Het was een donderdag.   Ik weet het nog. De wolken werden even zwart, het leek wel lood. De zakken waren zwaar, mijn armen langer dan normaal, gewoon, om haar te grijpen, rond haar nek hing er geen kruis dat iets weerhield. Ik zoende haar. Niet zoals de zee de kust maar veeleer als een branding die verstilt en proeft, hoe zoet het vuur kan zijn.         uit de reeks  'Hormonoloog'  

Bernd Vanderbilt
0 0

Soetekijn en de zuurling

    Soetekijn zij waagt en durft het altijd. Hinken tussen mijnen, zelfs met halve benen van een arme, yep zij kan het, met één kwinkslag heupbeweging alle dollars van een afgesnedenpiemeljood versieren om ze te verwedden op tweekleurenpony's of één kreupel paard.   Het is lang geleden dat ie haar nog zien mocht in het echt, maar als zij komt, dan jubelen de pruimen in de bomen, in de schappen van een Spar. Naast het verlegen zwart, een bak vol aubergines ligt het zure groen, nog verder de citroenen, drie limoenen uit Peru.   Hij denkt nog vaak. Eraan en ook terug. Het was een trein naar Lima vanuit Märklin, de couchette klein, het land met kloven nauw, flanken en ravijnen eerlijk, van een soort die men vertrouwen kan. Hij voelt nog steeds, die tong van haar, het merg in hem mist het gekriebel.   Chot, waar zijn ze dan? De sparren, frisse naalden en die blik van Soetekijn prijkt nergens op verpakkingen van blinde vinken. Het kan nooit! Onvindbaar zijn de borrelnoten met dezelfde kleur als haar kronkelogen, waarmee ze horizonten uit hun radeloze lijnen redden kan.   Of toch, misschien achter dit rek, het veld met achillea, voorbij een grens, een Koreaanse Kim hij wuift, zijn newwavekapsel, kop en pruik ze hangen aan een haak, naast de wc-borstels voor arschlöcher met draken van een gat.   En als het van Unilever afhing, dan zou hij de niertjes van Soetekijn nooit meer mogen masseren. Eerst zou hij een karretje vol moeten kopen, wasverzachter vooral, boter voor magere monden en de droge ingang van een ziekewereldkont.   Ach en onderweg loopt hij te kauwen. Scherp is de smaak, de tong. Soetekijn probeert het in zijn oor en als hij aan de kassa komt, staat zij daar. Niet Soetekijn. Veeleer een groengrijs jonk, dat met haar barcodespel boerenworsten niet eens strelen durft   Ze spreekt. Het jonk zegt dat ze het boven, op dat scherm, wel gezien hebben, hoe hij vrat van de zurkel, zuurkool uit een potje kneep. Soetekijn, zij voelt het, komen, grinnikt en haar manen glimmen van plezier, nu de zuurling zich weer steken gaat, een middelvinger in de keel.   Het zuur en de zeik van zeven levens dweilen zich een weg over de vloer, omhoog, doorheen de zolen, dringen zich in witte kousen van vermeende onschuld, in de kleren, stengels en de poten van het starend suikerriet.         Uit de reeks  'Over eelt en zurkelteelt'  

Bernd Vanderbilt
20 0