Zoeken

Een verhaal over marginaliteit, verval & herval

  Jan was de dagen alweer vergeten waar hij stuiptrekkend over de vloer wriemelde in een hagelwitte rivierlange gangspartelend . naar zijn kamerdeur de enige deur in het gesticht met een papier PAL in het midden van het deuroppervlak geplakteen simpel blad met als simpele functie dat hij de ingang van zijn kamermakkelijker zou terug vindenwat er op het papier stond speelde totaal geen rol het ging om het papier & voornamelijk dat zijn voordeurin zijn nieuwe tijdelijke woonstin zijn tweede verblijfzich dus onderscheidde van de andere patiënten hun gevangeniseen wit licht in de vorm van een A4  Oh Jan de ellenlange dagende tijden van bedwelming de zinvolle zinsverbijsteringhet platliggen onder atypische antipsychotica & robuuste bijzondere benzo’s overleven op ingedikte melk soep die altijd hetzelfde smaakt& ongezoete pudding suiker is te pijnlijkdoet zijn kapotgeknarste kiezen kletteren& zelfs in het zottenkotkan je de dag van vandaagniet bij de tandarts terecht   Hij was de dagen al vergeten waar hij zichzelf vervloekte voor de zoveelste verslaving & voornamelijkom van die verslaving af te geraken Jan is chronisch terminaal verslaafd Hij was de dagen al vergeten waar hij een halve eeuw oud werd op dezelfde afkickafdeling hij was de dagen al vergeten waar hij nog goed at goed fastfood atvadsige vetzakkerij buchtvan ketens met epilepsietriggerende logo's & interieurde glimmende goudgele bogen Mcdo spek voor zijn bekJan is een McBro& natuurlijk de gouwe ouwe Quick Jan is ook een echte Vlaming  Hij was de dagen al vergeten dat de heroïnewaas wegtrok & hij weer kon vertellen over de gouden jaren negentig de hoogdagen van The Stone Roses het vergeten one hit wonder van die tijd I wanna be adoredI wanna be kapotgesmoordFool’s gold Jan’s a fool and old Hij was de dagen al vergeten waar hij het positieve inzag van zijn job als dokwerker roken als een turkkon er ten allen tijde ge ontmoet wel ne man of vier vijf dagelijks& er valt goedkoop handel te drijven zowel de legale als de illegale middelen alleen collega Timmekedaar had hij het niet zo meete nuchterletterlijk& figuurlijk Jan was de dagen al vergeten van minispinnetjes die vliegensvlug krioelden over zijn ganse bovenlijf  de flitsende schaduwen die hem achtervolgde in de gemeenschappelijke garage& die vreemde Marrokaanse verslaafde die zich verstopte in de koffer van de kanariegele bakkersautoa junk in the trunk Jan was de dagen alweer vergetenvan leven rondom kromme verroeste lepels & kapotte naaldende bunsenbrander die het te vaak niet deed& aluminiumfolie voor rond zijn vingers te draaiende lelijke luster in de living van zijn dode omamet centimeterdik ducktape er rond gewikkeldJan had niet zo graag camera’s in zijn lichtvoorzieningen  - wat deed de brandweer daar ook alweer toen ? - Jan was de dagen al vergeten waarin hij niet zat vastgeroest in vervelend cynismemaar in zijn bloednuchtere wereld lag dat dichtbij vervelend realisme Jan was de dagen alweer vergeten dat hij terug zijn eigen moeder herkende zij herkent hem nu al lang niet meervoor de zoveelste keer  Jan was weer te druk bezig met andere dingen zoekend achter datgene wat het snelste geeft sloffend & slenterendlangs de bouwbevallige bruingebladerde appartementsblokken aan den Beerschot het kiel de uitgeholde kies in het smoelwerk van Antwerpen de nagel aan burgemeester Bartje zijn doodskist & paljas Van Grieken zijn golden ticket het kiel met zieldie plek aan de randstadwaar de schimmel op het gemiddelde badkamerplafond meer leeft als de gehele buurt bij elkaar die plekwaar de doordeweekse inwoner nog in nihilisme gelooft & waar gentrificatie nooit in de mond zal genomen worden maar eenieder die het waagtzal het weten  Hier minachten ze den Tourist want die man is van de Seefhoek & hoe kunt ge in vredesnaam zo teren op de miserie van een ander Sukkeleir ! alleen het kiel is real Hier in deze broeihaard voor de verworpenen der aardeis het kaffee op de hoek de trekpleister voor allerhande leven hiërogliefen die graag praten over den tijd van toen ‘Kaffee bodemloos’een zweterig zuiphol voor discussies over GSM gebruik Julliette gaf er eens een saflet aan Antoinettewant ze had haar angst weer teveel gevet op het internet kletterende gesprekken over non-binaire mensen & wokers                      – wat dat ook mag wezen - heen en weer gaand breinverkeer over al die mottige buitenlanders die ons land komen inpikken één bruisende boel van betweterigheidhet spel staat er nog & het leeft er nog maar hier verstaat men onder leven liefst zo snel mogelijk het huidige moment vergeten & het gemekker oh het gejank van de gemiddelde klantover hun verdriet doordrenkt met drank hier in dit kruipkotgroot hol zijn de oudste stukken meubilairde mensen die er de krukken warm houden oud & antiekauthentiekhun mentaliteit geurt ouder als dat de gemiddelde mens leven kanboerkesglazen bifiweusten oplosroycosoep & Oxo de Pitjesbak de beeldbuis de sigarettenbakken op den toog echtheid is hier belangrijker als beleefdheid hier weet men wat men wilt & wat men niet wilt hier hebben de mensen een mening die teltJan tussen de Jannen met de pettenhier kleuren de straten vijtig tinten grijs & vijftig tinten spierwit hier loopt geen Marokkaan , neger of tsjoef uit Borgerroco rond & diegene die er dan toch rondlopen zijn even halfdood als Jan in zijn ontwennigsperioden van weleer even diep even ver weg even ver van alles vandaan de blikken bier in de kant de zakken weed op het speelplein de gebroken spiegels in de brievenbus & paars veel te veel paars  Jan is geen vrijdenkend man & al die getikte geitenwollensokkendragende yogasnuivers mogen naar Deurne-Noord  Jan is geen ecologisch levend man maar heel zijn woonst ligt bomvol brol stinkend afval gerolde sigarettenpeuken & het geurt er naar ammoniak & penetrante putlucht Jan leeft op zijn eigen manier in een containerwoning desondanks zijn afschuw voor groen Hij had het weer veel te druk met staren naar het plafond in het scheve & schrijnende appartement dat hij had geërfd van grootmoederlief smack daar moest hij het tegenwoordig weer van hebben smack de coke die je kan roken daar diende je niet voor te prikken & na jaren kon hij zelfs niet meer in zijn voeten prikkenJan kent er al effe iets van een Junk in hart & nieren een Junk in menselijk verval een held in escapisme een held in herval oh zijn eeuwig junkieverdriet ! Jan nam de dingen terug zoals ze altijd al waren geweest Jan was het weeral maar eens niet verleerd 

Schrikkentist
11 0

Veldboeket

Vrijdag 10 november, 3u47, toonde het schermpje van de digitale alarmklok. Helena lag klaarwakker en met wijd open ogen in bed. Een luid gebonk had haar gewekt. Net nu Thomas op zakenreis was en ze voor het eerst een nachtje alleen sliep in hun nieuwe huis.  Ze vloekte stilletjes. Een beveiligingssysteem hadden ze overwogen maar uiteindelijk toch niet geïnstalleerd wegens te duur. Ze hadden zich immers al laten verleiden door een luxueuze sofa met bijhorend eikenhouten salontafeltje. Misschien was het de investering toch waard geweest? Nu lag ze daar. Alleen. Angstig was ze niet, eerder ongerust.  Zou er iemand beneden zijn? Zou een inbreker er met de mooie designsofa en het tafeltje vandoor zijn?  Ze overwoog vanuit bed de politie te bellen. Helena, doe niet zo kinderachtig, waarschijnlijk is het gewoon Rémy die van de kast is gesprongen. Zo sprak ze zichzelf moed in en besloot te gaan kijken.  Voorzichtig gleed ze vanonder het warme dekbed in haar pantoffels, griste haar badjas van het haakje aan de slaapkamerdeur en baande zich een weg naar de trap. Trede per trede sloop ze naar beneden, zorgvuldig de plekken vermijdend waar het hout zou kraken. Rémy, haar geliefde grijze Chartreux, lag vredig te ronken in zijn mand. Hij was het dus niet geweest. Vanop de laatste traptrede keek ze rond. In de ruime living met open keuken was niets of niemand te bespeuren. Alle meubels stonden ook nog keurig op hun plaats. Had ze gedroomd, zich het geluid gewoon ingebeeld? Ze voelde een koude windvlaag en rilde. Nu werd ze wel bang.                                                                                                                                        Plots zag ze dat de schuifdeur naar de tuin op een kier stond, net breed genoeg om de nachtelijke bries binnen te laten. Dat had ze zich alvast niet ingebeeld. Gauw trok ze de deur in het slot. Ze keek nog een keer rond in het lege huis. De maan zorgde voor juist voldoende licht om te zien dat alles rustig was.  Helena liep naar de keuken, vulde een glas met kraantjeswater en besloot terug naar bed te gaan. Vermoedelijk had Thomas de schuifdeur niet goed gesloten na zijn laatste sigaret. Ze voelde zich nu eerder geërgerd en best wel kwaad. Haar nachtrust verstoord voor niets voor zo’n prul. Ik geef Thomas onder zijn voeten als hij thuiskomt.   Na een halfuurtje woelen en draaien, viel ze uiteindelijk terug in slaap. Pas toen ze de volgende ochtend nog half slapend beneden kwam om koffie te zetten, merkte ze de enorme vaas met prachtig boeket veldbloemen op in het midden van de salontafel. Had die er vannacht ook gestaan? Plots hoorde zachte muziek. Your Song van Elton John. Hun liedje. Was dit wat ze dacht dat het was? Ineens voelde ze beweging achter zich. Twee sterke armen namen haar stevig vast. Ze draaide haar hoofd en zag het gezicht van haar lieve Thomas. "Ja, ja, ja !!!" Helena riep het nog voor Thomas iets kon vragen of zeggen. Hij lachte breed. Zijn nachtelijke plannetje was dan toch gelukt.

Melanie Huyghe
31 1

Huilen is voor straks

Dus ik moet opnieuw beginnen. Ik kan niet anders. Op een bepaald moment is mijn leven gescheurd. Iemand had mijn leven in handen als was het een boek waar bladzijde na bladzijde werd uitgescheurd en versnipperd. De snippers waren voor mij. Ik moest ze bij elkaar zoeken en tegen het licht houden. Ik snapte er niks van. Ik moest mijn hoofd erbij houden. Nadenken. Puzzelen. Passen. Uitdokteren. Begrijpen. Beseffen. Dat laatste is het moeilijkste. Vandaag is weer zo'n dag waarop ik besef. Begrijpen gebeurt in mijn hoofd. Beseffen in de rest van mijn lijf. Ik verstijf. Ik voel het vooral in mijn benen. Ik bibber. Alles tintelt vanbinnen en in mijn keel nestelt zich een gevoel dat voorafgaat aan huilen. Dat huilen is voor straks. Uit mijn voeten en handen komt ijs. Ik mis iedereen. Ik werd vakkundig verwijderd toen de waarheid begon te dagen. Achteraf gezien was het niet zo slim van mij om hardop vragen te stellen aan de gelovigen van dienst. Maar wat wil je ?  Wat doe je als je op je grondvesten davert ? Als de waarheid waarin je geloofde een leugen blijkt te zijn ? Als niks nog is wat het altijd leek ? Toen mijn vader viel, viel ik ook. Alsof hij degene was die me altijd al bijeenhield. Toen hij uiteenviel, ik ook. Er klopte niks meer. Ze hadden mijn vader vastgebonden. Hij wrikte zichzelf los en wandelde in zijn pyama de koude herfstnacht in . Naar huis. Maar dat vertel ik later. Misschien vertel ik beter eerst iets over mijn tegenspeelster. Die was ook niet waar, zo bleek achteraf. 

Ann Henri
40 2

De stand van de middenstand part II

Karolien hoorde het slot klikken. Ze probeerde nog een spurt tot de deur maar haar vermoeide benen sneden haar de adem af. Gespannen keek ze rond zich heen. Omgeven door karkassen zakte de moed haar in de schoenen. Een koelcel openen van binnenuit kan niet. Er was niemand meer in de winkel of het atelier en thuis wachtte niemand. Haar ouders zouden haar op termijn wel beginnen missen, daar was ze zeker van en sowieso: als de beenhouwerij morgen niet opengaat en de eerste klanten, altijd dezelfde klanten, voor een gesloten rolluik staan zal er alarm geslagen worden. Allemaal te laat natuurlijk. Tegen die tijd zou de kou die zich als een sluipmoordenaar rondom haar manifesteerde haar helemaal hebben ingepalmd. Zoals een zeeman een zeemansgraf krijgt zo krijg ik ook wat me toekomt met deze mindere tijding, dacht Karolien. Omdat ze de koude voelde dacht ze onwillekeurig aan ijsberen. Ze dacht, beroepsmisvorming, in één moeite door wat er met een ijsbeer te doen viel. Zou ze er paté van kunnen maken? Ijsberenpaté. Heerlijk op een toastje tijdens de feestdagen. Ze moest lachen bij die gedachte. Ijsberenpaté verkoopt niet, daar was ze zeker van. Geef het kind een naam en het verkoopt, zei haar vader steeds. Haar pa was ook een beenhouwer geweest, een spekslager feitelijk. Zij was enig kind, het lag voor de hand dat zij de zaak over zou nemen en zo gebeurde ook. Na haar opleiding in Maria Spermalie te Brugge begon ze te werken bij vader. Stiekem droomde ze van een traiteurzaak maar daar kon volgens hem geen sprake van zijn. Niemand zat te wachten op steeds dezelfde, veel te zoute en anderszins weinig smaakvolle schoteltjes. De magnetron was een hype die dra over zou zijn. Traiteurs hadden geen toekomst. Wel mocht ze een nieuwe naam voor de slagerij bedenken. ‘Het gewassen varkentje’, doopte ze haar eigen zaak. Ze vond het jammer de iedereen in de buurt toch bij Versluys bleef zeggen. Haar vader, Erik Versluys, had destijds geen moeite gedaan om een originele naam te bedenken. Ze zag haar adem wolken. Ze stelde zich voor dat ze een schoorsteen was. De gedachte alleen al maakte dat ze het iets warmer had. Een schoorsteen in een voor het overige volledig bevroren omgeving hoe zou die zich voelen? Eenzaam waarschijnlijk. Karolien was ook eenzaam, ze gaf het voor het eerst toe. Niet enkel nu. Al een hele tijd. Tussen mes en vlees zit weinig menselijke warmte weet Karolien. Ze was graag bemind geweest door een man. Een sterke kerel die haar zacht op het bed legt en met zijn liefdesdolk haar vurige onderwereld ontsteekt. Terwijl ze zich een beeld probeerde te vormen van hoe die man er uit zou moeten zien, wreef ze over het karkas van een varken. Alles aan dat karkas was stijf. Stijf en hard. Ze wilde iets hard. Ze wilde iets hard in haar. Diep in haar, wilde ze. Dieper en dieperen sneller en sneller. Ze hijgde, ze krijste als een gnoe. Bij de laatste slag blies ze haar laatste adem uit, met wat rest van het ooit fiere dier nog in haar.

Thomas De Mulder
12 0