Zoeken

Kaasplank

Ze at zo enorm graag kaas. Waarom ze zo graag kaas at, wist ze niet, kon ze niet zeggen. Eigenlijk had ze er ook nooit bij stilgestaan waarom ze zo enorm graag kaas at. Het was gewoon zo, net zoals haar haren blond en haar ogen bruin waren. In elk geval; van haar ouders had ze het niet, die aten liever charcuterie. Of misschien was het net daarom; omdat haar ouders zo ongelofelijk graag charcuterie aten, enkel maar charcuterie in huis haalden, dat ze, bij wijze van opstand, zich volledig overgaf aan alle mogelijke kaassoorten. Elke dag voorzag ze zichzelf een kaasplank. Er waren kazen die vaak de revue passeerden, andere kazen die zich maar eens om de zoveel tijd lieten proeven. ‘Sommige smaken moet je beperken om ze speciaal te houden’, zei ze. Tegen wie zei ze dat? Dat is niet geheel duidelijk, maar ze heeft het in elk geval gezegd. Of dat klopt kon ze niet met zekerheid zeggen zoals ze niets met zekerheid kon zeggen, maar proefondervindelijk bleek wel dat niet al te vaak geproefde smaken een soort aura rond zich creëerden en sommige kazen waren dat aura waard, waren de zeldzaamheid waard, waren het voorzichtig-omgaan-met waard en bewezen dat ook keer op keer. Af en toe stelde een stuk teleur, vaak waren dat nieuwkomers, maar af en toe betrof het oude gezanten waar ze zelf misschien wat te nonchalant mee had omgesprongen, te vaak de kaasplank had opgelegd. ‘Stelt de kaas, de smaak of ikzelf teleur,’ zei ze, ‘of de eindeloze herhaling?’ 

Lorin Clercq
12 0

Kassa 2

Kiezen is verliezen. Zo merk ik toch vaak in de supermarkt. Deze ochtend nog. Ik koos kassa 2. Die met enkel bancontact. Die zal wel snel gaan. Veel tijd had ik niet, er wachtte nog een volle dag. Een luid gelach aan kassa 1 steeg op, de hele kassarij genoot van een grap. Verloren. Kassa 2 bleef ernstig. Ach, andere kassa’s zouden wel even saai zijn als hier. Tot ik de lange, grijzende man aan kassa 3 opmerkte. Hij keek me even indringend aan maar vervolgde dan zijn gesprek met de dame achter hem in de rij. Zijn stem klonk diep. Zij laadde haar kar uit. Ze droeg een elegant broekpak, het zat als gegoten. En hakjes en sieraden. Mijn sneakers en comfi jeans betekenden niets. Niet sexy. Verloren. Ik was zelfs mijn oorbellen vergeten. Ik zag hem nog knipogen naar haar. Ze bukte zich voor een pak melk. Ik ving zijn blik terug op. Hij bleef kleven. Verward draaide ik me om. Ik focuste op mijn boodschappen. Net niet te veel om in 1 keer 2 verdiepingen de trap op te kunnen dragen. Dat doe ik al 20 jaar. Sinds de scheiding woon ik in een appartement. Het huis bleef bij mijn ex. Zo hadden we gekozen. Verloren? Was er wel een keuze? Had het anders gelopen als ik toentertijd hem niet was tegengekomen op mijn eerste job, in de computerzaal, tussen printers en bandenkasten? Als ik psychologie was gaan studeren in plaats van informatica? Als mijn vader er niet op had gewezen dat computers de toekomst gingen uitmaken?  Als ik geweten had wat kiezen?   Mijn beurt. Ik scan mijn klantenkaart en laad mijn herbruikbare boodschappentas in. Ik leg de diepvrieskrokketten op het gehakt. Het vlees moet vers blijven. Straks is er een Sintfeestje bij mij thuis.  Het eerste echte Sintfeestje voor mijn kleinzoon. Met fikse stap loop ik naar mijn auto, het miezert. Vanonder mijn regenkap zie ik de grijze man nog even opkijken naar mij. Zou hij vrij zijn? Zou ik een kans nemen? Zou ik hem nog terugzien? Ik glimlach even snel terug. Hij kijkt al de andere kant op. Dame broekpak laadt haar boodschappen uit in haar Porsche. Ach laat maar, deze oma heeft een missie. Gekozen!  De tafel is gedekt. Lichtslingers hangen op. Voor de kerstboom is het nog net te vroeg. Twee kartonnen boeken met flapjes liggen te pronken op de kinderstoel. ‘Bumba’ en ‘Mijn eerste sprookjesboek’. Oma kon weer niet kiezen. Mijn kleinzoon wint. Mijn leven ook.  

Lumes
7 0

New Blue & Old Flesh

  Het is gelukt. De vraatzuchtigen verlaten paleis verlaten. Kijk omhoog. Het blauw is nieuw. Kijk niet om of Hello Fresh brengt morgen zout met friet. Het is gelukt. Er kwamen eindeloos veel barsten in de muffe serres. Adem weer en steek een natte middelvinger in de lucht naar alle goden van dat zwelgend volk. En eindelijk. Illusies krijgen echte lenteknoppen. Straks schijnt weer die schoonheid op de wanden van de grot. Ja. Echt. Hoera. Roze bijbels mogen worden bijgekleurd met spoken. Vurige bessen worden weer ontdekt, zonder navigatiebrol of pientere machines. Het is gelukt. Alles is weer eigenwijs, geurt naar punk en puberrebellie Bevrijd zijn de gitaren, hersenschimmen en kanaries vliegen rond die schedels vol met zelfverzonnen strijdverhalen. Wat wil een ziel nog meer? Kunnen lichamen dit zuiver feest nog aan? De stadskern stroomt weer vol met vrolijk volk. Ze dragen lentebloemen rond de nek, ze smijten met de rijst van oud geluk. Ze zullen wachten op coureurs uit het verleden. Oh, wat mooi. De lucht is blauw. Cool Blue kan dan toch die pure sponsor worden, deelt thans gratis schermen uit. Goddelijke stemmen preken over die terugkeer naar de holen met vertrouwde beelden op die wand. Herontdek de gouden kooien, klinkt uit megafonen. Zefs de rattenvanger zoekt nu menselijke volgers, want de geesten van weleer, die zo vertrouwde troep... ...alles ligt er nog en smeekt naar witte tanden, ogen die slechts staren willen naar een oude schaduw.       uit de reeks 'Waanhoop'      

Bernd Vanderbilt
5 0

Momenten

Peter kijkt nog een keer achterom naar het beeld van de Griekse godin Niké dat op het kerkplein van Lommel staat. ‘Een mooie herinnering aan de slachtoffers van de oorlogen', denkt hij. Hij loopt verder naar de bibliotheek voor zijn cursus om beter te leren schrijven. Boven zijn hoofd verandert de helderblauwe hemel plotsklaps in een donkere avond. Peter hoort geronk van vliegtuigmotoren, een lichtflits knalt door lucht en grote en kleine projectielen schieten alle kanten op. Boem! Pats! Kleng! Geschreeuw om hem heen.  ‘Wat gebeurt hier en waarom in godsnaam?’, vraagt Peter zich af. Hij kan het niet goed verklaren en staart voor zich uit naar het moderne, bruine bakstenen gebouw met driehoekige ramen waar zijn cursus is. Het dak staat in brand! Mensen rennen uit het gebouw en zoeken een veilige plek tegen meer mogelijk onheil. Peter versnelt zijn passen en lijkt ongevoelig van wat er om zich heen gebeurt. ‘Het lijkt verdomme wel of ik een film beland ben!’, roept hij hardop. Maar niemand hoort hem. Iedereen op en rond het kerkplein is met andere dingen bezig. Peter kijkt nog maar eens om naar Niké. Zijn verbazing trilt door zijn hele lijf! Nu lopen daar soldaten die mensen voor zich uit duwen met een geweerloop in hun rug. Sommigen huilen, anderen steken bang hun handen omhoog en er zijn er ook bij die zich met gebalde vuisten naar de soldaten omdraaien. Voorzichtig kijkt Peter naar de lucht die inmiddels pikzwart is. Hij ontdekt vliegtuigen. En uit hun rompen vallen bommen naar beneden. Ze ontploffen met grote knallen vlakbij het kerkplein. De soldaten met hun gijzelaars beginnen nu te rennen en er klinken schoten! Peter is inmiddels de lege bibliotheek binnen gestapt. Hij treft daar één grote ravage aan. Stoelen en banken liggen ondersteboven en bedolven onder de duizenden boeken die ze hier zo braaf verzameld hadden. ‘Wat een puinhoop!’, concludeert hij. Ineens komt hij tot het besef dat de les vandaag wel niet zal doorgaan. ‘Komt er ooit nog wel een les en wanneer houdt deze ellende op’ vraagt Peter zich af. Hij pakt een omgevallen stoel en gaat erop zitten. Hij moet even nadenken over wat hij hier allemaal in een paar minuten meemaakt. Hij maakt zijn tas open en daar valt pardoes de folder uit over de fietstocht langs oorlogsmonumenten in Lommel en Bergeijk die hij maakt in opdracht van de bureaus voor toerisme van die gemeenten. Peter probeert de folder te pakken, maar hij waait weg. Peter staat op en loopt achter de folder aan. Die waait weer verder de deur uit en het plein op en steeds sneller. Peter holt achter het papier aan. Dar bepaalt zijn koers. Dwars door schoten, gekrijs en gebrul. Maar dan ineens blijft de folder stilliggen. Peter kijkt omhoog en recht in de ogen van Niké. Hij krijgt het warm en het wordt donkerder en donkerder. ‘Het duurt wel lang nu. Toch lijkt hij wakker te worden’ hoort Peter nu. Hij opent zijn ogen. Twee groene ogen kijken terug. ‘Maar dat ben jij, stottert Peter’ nu hij zijn goede vriend Willem boven hem ziet hem hangen. ‘Ik dacht dat je doodging man!’, roept deze. En dan herinnert Peter zich alles weer. ‘Ik had je moeten vertellen, dat ik allergisch ben voor donker gerstebier, maar ik had er geen tijd meer voor toen ik per ongeluk net jouw glas met dat spul leegdronk in het café. En dan ga ik hallucineren. Dat weet je toch. Maar wat ik nu weer meemaakte is ongelooflijk! Je weet dat ik bezig ben met een fietstocht langs oorlogsmomenten?’ ‘Ja zegt Willem, daar heb je het vaak genoeg over. Hoezo?’ En Peter barst lost. De volgende dag is het weer maandag dus cursusdag. Peter steekt met een vreemd gevoel het kerkplein over naar de bibliotheek terwijl hij achterom naar het beeld van Niké kijkt.

Dreschrijft
4 0