Wellness
Een groepje luidruchtige dames van middelbare leeftijd maakt kennis met de saunacultuur in het thermen- en wellness centrum. Ze slaken gilletjes van verwondering en opwinding omdat het in de zweetcabines warm is en het water in het afkoel bad ijskoud aanvoelt. In die ambiance waag ik een poging om zen te worden. Het zwembad, dat er dampend bijligt op deze winterse dag, lijkt rust te kunnen bieden. De kin steunend op de handen hang ik aan de scherpe rand van het bassin naar de wit berijmde dennen te staren. Mensen lopen in en uit de Keno, de Himalaya Grötte en de Finse sauna. De nep grot met de zoutkristallen is het meest in trek. De ruwhouten deur zwaait onophoudend open en dicht alsof er zich het toilet van een druk bezochte discotheek achter bevindt. Of je in deze kunstmatig paradijselijke omgeving tot innerlijke rust kunt komen is weinig plausibel, mijmer ik. Veel tijd krijgt ik niet om daarover door te bomen want ergens schijnt er een appelsien, munt, perzik of limoen opgietsessie afgelopen te zijn. Op zoek naar verkoeling komen rood aangelopen gezichten vanachter de plastieken lamellen, die het binnen- van het buitengedeelte van het zwembad afscheiden, te voorschijn.
Een trio dertigers doet zich opmerken. Luidruchtige kerels met bruine basten en kitscherige tattoos op armen en rug.
Twee patsers zwemmen vlot naar de verste kant, de derde vordert traag. Zich aan de boord krampachtig vasthoudend, beweegt hij zich naar zijn kameraden. Hij kan niet zwemmen, stel ik vast. Als hij hen eindelijk vervoegt zijn ze al druk bezig, met andere ploeteraars als ongewilde toehoorders, elkaar te overtroeven met namen van skistations waar nu zeker nog geen sneeuw ligt. Hij mengt zich in het gesprek en blijkt ook twee plaatsnamen te kennen waar al evenmin sneeuw ligt.
“Het is de opwarming van de aarde”, concludeert er één. Hij heeft thuis een “digibakske van Telenet”, en heeft het gezien en gehoord op National Geographic, “Zelfs de gletsjers zijn aan het smelten.”
De deur van de Kelo blijft lang dicht hetgeen me doet vermoeden dat er niet veel volk binnen zit.
Ik hijs me uit het water, droog me oppervlakkig af en stap de, met 300 jaar oude Scandinavische vurenhouten bomen opgetrokken, constructie binnen. Twee vrouwen liggen op de bovenste banken. Voor de rest is de grote ruimte rond het knetterende haardvuur uitnodigend leeg. Ik kies een hoekje uit dat ver verwijderd is van beide vriendinnen, draai de zandloper om en ga met één been opgetrokken op de rug liggen. Met gesloten ogen laat ik de behaaglijk droge hitte bezit van mijn lijf nemen. Het piepend geluid van de deur verstoort het zalig soezen. De drie lawaaierige musketiers doen hun intrede. Op de laagste bankenrij gaan ze zitten, zuchtend en blazend.
Hij-die-niet-kan-zwemmen kijkt rusteloos rond zijn schichtige blikken afwisselend richtend op mij, de twee jonge schoonheden en zijn maatjes. Door mijn wimpers loerend veins ik te dutten, vrezend dat hij het onzalige idee zou kunnen hebben een gesprek te willen aanknopen. In het oranje licht van de vlammen, die wapperende figuren op het schuine houten plafond tekenen, wrijven zijn beide handen onophoudend over zijn bovenbenen, knieën en buik. Hij lijkt niet in harmonie met zichzelf en schijnt nauwelijks innerlijke rust in deze isotone atmosfeer, te zoeken. De beide gratiën houden het voor bekeken, ze knopen hun handdoek rond de verleidelijke heupen en verdwijnen door de donkere deuropening. Je zou denken dat hij daar heeft op zitten wachten. Over zijn schouder heen monstert hij mij, net alsof hij zich er van wil vergewissen of ik wel echt slaap. Ik blijf doen alsof. Door de spleetjes van mijn oogleden sla ik een merkwaardig tafereel gade. Het drietal wisselt, nu enkele decibels zachter, natuurkundige gegevens uit.
“Warm hé, ik zweet nogal.”
“Ik ook, komt door dat vuur.”
“Ja, mannekes, zie dat eens hier.”
Hij wijst met de kin naar zijn onderbuik, de twee spitsbroeders volgen zijn blik, hoofdschuddend grimlachend. Zijn rechterarm maakt ritmische op- en neergaande bewegingen.
Verdraaid, die vetzak zit zich hier af te trekken, daagt het mij.
Om de zoveel rukbewegingen onderbreekt hij de activiteiten en bouwt hij een rustpauze in. De handen zijdelings achter de rug op de bank geplaatst leunt hij puffend en briesend achterover. De cyclus herhaalt zich enkele malen. Ik heb er genoeg van. Met gewild opvallend misbaar kom ik recht uit mijn horizontale positie, pak de haarklem die aan de bandhanddoek geklemd zit, steek mijn vochtige rode haren op en verlaat haastig, met grote schreden de sauna.
Tien minuten later, rustend in een relaxzetel, hoor ik hen langskomen, richting Brasserie.
“Een Leffe, dat zal deugd doen“, kan ik opvangen.
“48.000 Euro, dat is wat John Cleese vraagt voor een lezing plus acte de présence van 2 uur op een managers event. En hij wordt druk gesolliciteerd.”
Twee high level leidinggevenden kennen de prijzen en openbaren ze, of die dat willen of niet, aan de andere bezoekers van het Turks stoombad.
In een bizarre mengeling van Engels en pseudo Nederlands begeven ze zich in de betegelde ruimte op het modieuze pad van brainstorming en experience sharing.
“Waar ik nu mee bezig ben is het zoeken naar een goede invalshoek. ”
“Hoe ben je op dat idee gekomen?“
“Op een avond, ik was op een beurs, heb ik deelgenomen aan een work-shop over self-coaching en time management. In wat die Tine Walravens daar zegde over ayuverda heb ik direct onontgonnen opportunity’s gezien. Zeker als je dat specifiek uitwerkt voor hr afdelingen, die zijn gevoelig voor alles wat met absenteïsme te maken heeft.”
“Ja, dat speelt mee voor hun bonus, vertel me wat. Maar dan kunt ge niet short term gaan denken vermoed ik. Zijt ge nog in de pre study phase of doe je al aan commercial development?“
“Als ik de topic aan een goede case kan linken begint de machine volop te draaien.”
“Weet je dat ik jaloers op jou ben? Ik vind het razend interessant met wat je daar bezig bent. Ik Heb al spijt dat ik mijn sabbatical year niet voor zoiets gebruikt heb.”
“In het begin heb je natuurlijk een try out nodig, zien of het werkt.”
“Snap ik, maar dat zit je al direct in een scenario van “no cure no pay” en dan moet ge wel een risk-factor gaan incalculeren.“
“Je moet een financiële basis hebben, maar overschat dat niet, de investeringen zijn klein. Als ik een bedrijfje op naam van mijn vrouw zet kan ze fiscale voordelen krijgen en mij op de payroll zetten.”
“Je kan je als kleine ondernemer flexibel opstellen en werken op a.w. basis, dat is een service die de groten niet kunnen bieden.”
“a-w?“
“As wish, ken je dat niet?”
“Oppassen daarmee, het wordt al snel bekeken als een “nice to have” hebbedingetje en zoiets geven ze wel eens in handen van een uitgerangeerde die veel tijd heeft maar niets kan beslissen.“
“Ik weet het, dat sneuvelt uiteindelijk bij de senior business controller. Niet bij de bc op een lager niveau, daar kan je al eens met gaan eten, maar op een hoger level pakt dat niet meer.“
“Neen, daar lukt dat niet, die zijn te veel met hun bonus bezig.”
“Ben je nu al zelfstandig bezig? “
“Neen, ik sta nog op de payroll, mijn opzeg zogezegd.“
“Bij ons is business development bezig met een studie om te bekijken of er op de markt behoefte is aan een synergie tussen technieken voor transport en networking.”
“Dat kan natuurlijk altijd maar ik denk dat het een kleine niche is, als die er al is.“
“Maar daar moet je het nu juist van hebben. Het is dikwijls zo dat die behoefte er wel is maar dat de consumer er nog geen weet van heeft. In feite moet je de markt boetseren naar je product, eens dat uw challenge is wordt het boeiend.”
“Dan kom je op het terrein van sales, not my cup of thea, je moet het idee, het concept en uiteindelijk ook het product verkopen.”
“Je zegt dat nu wel maar at the end moeten we onszelf toch ook altijd verkopen, Je employability moet van je uitstralen of je valt uit de boot.”
“Daar heb je een punt, dikwijls komt het daar op neer, de perceptie die ze van je hebben geeft de doorslag.”
“Het is psychologie en daar zitten ze bij ons slecht. Te veel oude universitairen. Daar kan je niet veel mee doen, zeker niet bij de commercials en in feite nergens.”
“Ze hebben wel ervaring.”
“Dat telt niet, het is eerder een weakness die als een rem op nieuwe ontwikkelingen werkt dan een uitdaging voor vernieuwing.”
“Kan je volgen hoor, maar neem nu de Guy Vernoppen bij mijn bedrijf, die is toch al 49 en hij kan nog echt mee.”
“Maar die heeft geen pedagogisch inzicht en voor onze doelgroep heb je dat juist nodig. Die mannen zitten vast in hun voorbijgestreefde cursussen. Ik ben sociaalvoelend en zeker geen liberaal van de harde lijn, maar bij downsizing moet er te veel rekening gehouden worden met de unions.”
”Zeg, heb je dat boek “self coaching” van Dimitri Pieters?”
“Ja, Dimitri Pieters is voor het moment hot en sexy. Absoluut incontournable als je mee wilt zijn. Ik heb vorige week nog een artikel over hem gelezen in BusinessWeek.”
,,Als je het kunt missen zou ik het willen lezen.”
“Dan voor een week of zo, want voor mij is dat een werkdocument.”
“Dat is ok. Ik heb al twee boeken gekocht voor de vakantie, ik weet nu al dat ik er één op het vliegtuig zal uitgelezen hebben. Normaal is mijn ritme één boek per week.”
“Dat haal ik niet, maar bij mij is het dan ook meer in de diepte lezen dat ik doe.”
“Ik kan er wel niet meer zoveel kopen via de job, tenzij het boeken zijn die ik direct the day after kan gebruiken voor een practical use, een seminarie bijvoorbeeld. Anders wordt het te moeilijk om die aankopen te verantwoorden op de expense account.”
“Jan Meyers is nog zo een kei, in network coaching dan. Een referentie dezer dagen, je met zo iemand associëren opent veel deuren.”
“Networking is uiteindelijk mijn ding niet.”
“Het is een openliggende markt, je kan me geloven. Ik zie dat in de bedrijven en op events, veel managers zijn overgekomen vanuit een kleinere field-unit en hebben de backgound en de ability niet om hun contacten tot een win win situatie uit te bouwen.”
“Van het Peter principe vind je overal voorbeelden.”
“Coaching, dat is de key, ze worden niet goed gecoacht en bij elke re-engineering duikt dat op als een negatieve factor.“
“Er zijn er genoeg die “het” niet hebben, bij screenings komt dat naar boven.”
“Onderschat ambitie ook niet, veel mensen hebben te veel schroom. De ingesteldheid waarmee je aan networking doet moet zijn: Hoe kom ik met drie kruiwagens en niet met één kruiwagen contacten naar huis. “
“En dat bereik je niet met een meet and greet. Als je de lat niet hoog legt kom je er niet.”
“Mij met enkele rake key-words duidelijk profileren bij de end-user is mijn belangrijkste target.”
“Heb je daar een deadline opgeplakt?”
“Voor ik op vakantie vertrek moet dat duidelijk zijn, ik wil met een gerust gemoed kunnen herbronnen en de batterijen opladen.”
De rest van de verhelderende conversatie gaat verloren in het gekletter van de koude douchestralen tegen de betegelde vloer.
Een half uur later lig ik op de massagetafel, een luxe die ik me regelmatig veroorloof. De knedende en strelende handen wisselen fluwelen zachtheid af met gedoseerde stevigheid. Ik geef me over en geniet.
In de kleedkamer doe ik een poging om mijn haren te fatsoeneren. Het lukt niet echt.
“Het viel me al op in het restaurant, hoe kom jij aan zo’n mooie, stevig gespierde benen?”
De vraag wordt gesteld door de glimlachende vrouw in de lichtblauwe badjas die uit de cabine met het zonnekanon komt.
Onzekerheid, gêne, gevoel van ontmaskering, betrapping. Ik voel hoe ik begin te blozen.
“Goh, dat is omdat ik vroeger een man geweest ben, het zijn mannenbenen”.
Meer is er niet nodig om de schenkster van het compliment op haar beurt met een ongemakkelijk gevoel op te zadelen.
“Oei, sorry, dat wist ik niet, excuseer.”
Ik stamel een flauw “Het is niets hoor, toch lief van jou.” en maak me, bijna vluchtend, uit de voeten. Mijn haarspeld vergeet ik op het tafeltje aan de spiegel.