Zoeken

Tip

Overstuur

Gent, 45. Konden die ruitenwissers maar grote kuis houden in mijn kop. Even sproeien en alle stront weg, gewis. Er zouden hier en daar wel wat sporen achterblijven maar daar zou ik kunnen doorkijken. Nu zie ik niet hoe ik verder moet. Gent, 41. Radio 1 en volume zes gaan ’s avonds laat goed samen. Ze sturen me door de donkerte, netjes tussen de lijntjes maar met een blik op oneindig veel mogelijkheden. De angst zit er nog in maar de dwang bolt eruit. Hij zal me nooit meer liggen hebben. Hij, met zijn harteloze stem en zijn directief gedoe. Hij, die aan niemand zijn ware gelaat durft te tonen. Hij kan vertrekken, ik kom er wel op eigen kracht. Gent, 34. Gent, 33. Een witte Twix in een tankstation. Meer heeft een mens niet nodig om zich compleet en alleen te voelen. Twee repen, dat zijn twee minuten stilte die wegsmelten met zicht op de volgende oprit. Dit gaat lukken, ik proef het tussen mijn tanden. De sleutel glijdt te soepel in het slot, de motor start te strak – ik ben niet stuurloos, wat hij ook beweert. Gent 28, 27. ‘Ip min knieën!’ Wannes Cappelle slingert zijn ziel door de boxen. Mijn mond zingt mee maar ik meen het niet. Mij krijgen ze niet meer klein. Jarenlang heeft hij mijn doen en laten beheerst. Ik volgde hem blindelings, vol vertrouwen, zonder reden. De vanzelfsprekendheid in zijn stem schakelde keer op keer mijn doen en denken uit. Monddood was ik. Maar die tijd is voorbij. Voortaan voer ik het hoge woord en kies ik de keerpunten. Van dat ene leven ben je maar beter de chauffeur dan de passagier. Gent, 23. Die voor mij haalt alles uit haar neus wat erin zit. Ik haal links in en weersta de drang om opzij te kijken. Ik wil vooruit, met deze geit en met mijn leven. Niet blijven plakken aan neuskeutels die toch van geen wijken willen weten. Omwegen, binnenbanen, stroken vol kinderkopkes: alles wil ik pakken, zolang hij zich er maar niet mee bemoeit. Gent, 19. Gent, 18. Wie niet weg is, is gezien door flikken en flitspalen. De herinneringen aan onze reizen samen razen voorbij, maar met 122 kilometer per uur en mijn handen aan het stuur kunnen ze me niets maken. Nog even en alles is van de baan. Gent 15, 14, 13. Zou hij mij missen? Ik ben zomaar vertrokken, heb hem botweg laten liggen. Waarschijnlijk heeft hij nooit echt beseft dat ik bestond. Wellicht heeft hij er nooit bij stilgestaan dat ik een mens ben met een mening. Hij en ik, dat was een straatje zonder einde. Zijn monotone monologen hingen altijd in de lucht. Hij verstoorde elk gesprek zonder zichzelf of zijn timing ook maar een moment in vraag te stellen. Zwijgzaam volgen, verder ben ik nooit geraakt. Maar nu ben ik weg, op weg naar mezelf. Gent, 9. We zijn er bijna. Ik ben nog niet helemaal bekomen, maar hoe meer torens ik zie, hoe minder ik twijfel. Het is voorbij. Wég, strop! Wég, wijzer! Ik zoek het zelf wel uit! En als ze me vragen ‘woar goade noartoe’, zeg ik gewoon dat ik een toerke doe. Wie weet waar mijn buik en mijn botten mij morgen brengen. Joost mag het weten, hij moet het me niet vertellen. Ik zoek tot ik vind wat ik mét hem nooit had gevonden. Gent, 5. Gent, 4. Ik chauffeer door de straten, op mijn gemak, met het centrum van voren, de wind vanachter en overdreven veel goesting in mijne frak. Hoe ik ook draai of keer, ik kom altijd weer bij mezelf uit. Alle wegen leiden me precies naar daar waar ik moet zijn. Wat heb ik eigenlijk ooit in hem gezien? Hij was mijn rem. Nu is het tijd om gas te geven. 3, 2, 1, Gent. Ik ben thuis – zónder gps. Hij kan me gestolen worden.

a little bit of soap
14 3

Victoriaanse verleiding

Zij was nooit het meisje geweest dat zich zondermeer bij de geldende conventies kon neerleggen, wilde neerleggen. In haar eigen beleving was Sanderijn eigenzinnig, anderen zouden haar eerder karakteriseren als lichtzinnig, en zoals vaker in het leven ligt in dit geval de waarheid voorspelbaar in het midden. Aan juist deze karaktereigenschap is haar kledingkeuze voor deze avond toe te schrijven. Het fluweel, in meerdere lagen, accentueert door de meesterlijke schnitt, haar wulpse lichaam. De jurk was verre van goedkoop, overigens let wel, zij is niet gezet, wel vol, met weelderige, vrouwelijke vormen. Alsof een royale beeldhouwer zijn muze meer dan bescheiden heeft willen neerzetten. Toch heeft zij geen sokkel nodig om de aandacht te trekken. Niet alleen haar lijf, meer nog haar licht sprankelende persoonlijkheid vertoont een mesmeriserende werking. Een van haar heimelijke genoegens is het om het manvolk het hoofd op hol te brengen, vaak subtiel, soms gewoonweg op een meer vulgaire wijze. Op zulke momenten bevochtigt ze ongemerkt haar lippen met de volle rode wijn, met haar vingers tekent ze dan de contouren van haar mond na. Het gegist druivensap kleurt haar lippen diep rood, een metafoor, een belofte aan het mannelijk lid dat zich die avond gelukkig mag prijzen. Door de balzaal waaieren de klanken van de nieuwste schepping van maestro Debussy. Harmonieën die volledig langs haar heen gaan omdat zij angst heeft. Schrik dat zij op deze avond eens niet opgemerkt zal worden, er geen mannenhanden langs haar billen zullen glijden. En ook deze avond zal die angst weer ongegrond blijken, de vraag blijft echter wie de uitverkorene zal zijn.

Sonja Blondé
0 0

De gelegenheid.

Hier zat ze dan, op een terrasje in Rome, helemaal alleen met als enige gezelschap een boek gekregen van haar beste vriendin en een plattegrond van de stad, terwijl ze eigenlijk voor een tweede maal haar vakantie in Thailand had moeten doorbrengen met haar geliefde, verbetering, nu ex – geliefde. De smeerlap had haar na 2 jaar laten zitten en was er vandoor gegaan met een serveerster uit zijn kroeg, een sloerie met lange benen, nep borsten en overdreven schmink. Waarschijnlijk flaneerden ze nu hand in hand langs het strand, of neukten zich te pletter in één of ander hotelletje.  Wat zag hij toch in dat mens en hoe had ze zich zo kunnen vergissen in die vuile bedrieger? Ze kon nog net een vloek binnensmonds houden. Het was opletten, het Vaticaan was dichtbij. Ze bestelde een tweede cappuccino en schrok voor de zoveelste keer op door veelvuldig moto geronk. Meerdere Harley-Davidsons staken het, anders zo rustige, plein over. Ze wenkte de knappe ober en vroeg in het Engels wat dat toch allemaal te betekenen had. In goed verstaanbaar Engels, wat had ze dan anders verwacht van zo'n toeristische plek, legde hij uit dat deze 16de juni in het teken stond van de 110de verjaardag van Harley-Davidson en dat er een motor zegening doorging op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad, naast nog andere festiviteiten. Ze bedankte met een hartelijk 'Grazie' en keek toe hoe de blinkende motors, op weg naar wat spetters gewijd water, uit het zicht verdwenen. Haar gedachten namen weer de bovenhand. Het werd tijd dat ze zich bezig hield met de doelen die ze voorop had gesteld bij deze citytrip: het loslaten van de stress die ze had opgelopen na de hele heisa van zijn bedrog en het tijd nemen om alles eens op een rijtje te zetten. Ze bekeek de plattegrond van Rome en zocht naar het Palazzo Sacchetti. Daar zou ze in een fresco de Kairos zien, het jongste goddelijke kind van de oppergod Zeus en de personificatie van de gelegenheid, het juiste moment om iets voor elkaar te krijgen. Ze had zich voorgenomen om op die plek even tot bezinning te komen, omdat het wel passend was voor haar leven op dit moment en zoals ze al had gelezen:  'De gelegenheid is een kritiek moment: scherp onderscheidend en doorslag gevend voor het vervolg.' Wat ging ze aanvangen met haar leven? Welke weg moest ze inslaan? De ober bracht haar cappuccino en schonk haar een knipoog. Ze glimlachte terug, roerde in haar kopje en zag dat er op het witte servet een gsm-nummer stond geschreven met daaronder wat korte Engelse zinnen: een gids nodig?  – na 17uur – voel je vrij... Met een glimlach stopte ze het servet in haar handtas en bestudeerde voor de zoveelste maal de route die ze ging afleggen. (noot van de auteur: de tekst was ontstaan voor een schrijfuitdaging van het VERZIN  tijdschrift en heb ik nu wat herwerkt. )

@nnick
0 0

Subtiele verleiding

Troostelozer kon de locatie niet zijn, die gedachte schoot door haar hoofd nu zij zich bevond in een omgeving van beton. Het intussen lang en breed weggesijpelde regenwater had donkere vochtplekken achtergelaten in de grijze platen. Druppels tikten vanaf de lekke goot op de metalen platen. Een autoalarm ging af in de verte.  Dat beeld en het geluid versterkte haar ontheemd gevoel. Wat moest zij hier? Zij leek wel gek. Op dit onchristelijke uur, op deze zielloze locatie.   In haar dagdroom had alles heel anders uitgezien. Zij zou een rok dragen, een zomermodel, van lichte, witte stof. Haar huid zou er subtiel doorheen schijnen, de welving van haar billen zou als gebeeldhouwd staan in de contouren van het textiel. Aanvankelijk zou ze verlegen zijn geweest. Van pure zenuwen had ze voorafgaand aan haar ontmoeting wellicht moeten huilen. Haar ogen zouden nog licht rood omrand zijn op het moment dat ze elkaar voor het eerst zagen. Daarop zou hij haar willen troosten, haar blonde haren strelen.   Nu stond ze hier in de kou. De regen viel. Het witte zomerjurk had plaatsgemaakt voor de zwarte trenchcoat. Helena Rubinstein Nr. 101 en opgestoken haar, had hij gisteren rond 16.00 uur nog doorgezonden. Het had haar veel moeite gekost, om die lipstift nog gauw na het werk te bezorgen. Maar zij wist dat zij zijn hoge eisten moest vervullen, neen sterker nog, zijn hoge eisen wou vervullen. Riemchenpumps und schwarzes Strickkleid had hij een uur later gezonden……..Erotisch bevreemdend was het gevoel, als hij haar instrueerde in het Duits. Zij kon haar eigen beeld in zijn hoofd zien. Was het geoorloofd hem toch wat dichterbij te halen? Nog een heel klein stukje misschien? Waar lag de grens, waar stond de muur en waar wilde zij de opening?   Haar droom, deze locatie, het contrast kon niet groter zijn. Woede maakte zich van haar meester, om de discrepantie tussen werkelijkheid en droom, tussen fictie en realiteit. Een ding stond voor haar vast, hij zou haar vandaag nemen, keihard, genadeloos nemen.   In de verte hoorde zij natte autobanden op het beton. Haar hart ging in versnelling. Haast ademloos zag ze een auto dichtbij komen. Haar rode nagels omklemden haar mobieltje in de zak van haar jas. Honderden keren had ze in 10 minuten tijd op de scherm gestaard. “Ik kan het niet, ik zal er niet zijn, helaas” ………..dit bericht had ze verwacht. Misschien had ze zelfs op dit bericht gehoopt. Tegen haar diepste gevoelens in. Verlossende woorden die alles terug goed zouden maken.   Woorden; ………………….hij die de keuze nam. Iemand anders die de situatie de juist wending zou geven. Toch de klok tikt door en gemaakte keuzes kan men niet meer terugdraaien.   Haar hakken klikklakten over de steenen vloer, zijn hand om haar taille. Zij rook Cashmere van Chopard, hoorde het kraken van zijn zwarte, lederen jas. De stoelen in het donkerste hoekje van de hotelbar werden bezet.   Zoals zij daar zat, bloedmooi. Een dodelijke combinatie: achteloos, maar blakend van zelfvertrouwen. Hij keek haar aan, in de achtergrond speelde rustige muziek. Lucy Rose. Of dit past in het plaatje? Ja, natuurlijk. "And I loved the way you looked at me - And I miss the way you made me feel - When we were alone - When we were alone". En neen, want er viel weinig te missen. Ze zaten alleen, ze waren alleen, en er was weinig reden om het heden voor het verleden in te wisselen.   Bestaat er een ideaal voorspel? Wat houdt dat in? Het zijn retorische vragen. Het antwoord is enkel: hier, nu, overal en altijd. Zijn slanke handen om het zwarte koffiekopje. Hoe vreemd was het. Hoe vertrouwd.   Subtiele verleiding, hij was er goed in..........

Sonja Blondé
0 0

Ben ik wel een man?

“Ben ik wel een man?” Vraagt Giel zichzelf af terwijl hij zittend op het toilet zijn penis bekijkt. Het verschrompelde ding tussen zijn benen heeft meer weg van een rotte peer, of een baarmoeder die naar buiten gekeerd is na een zware bevalling. Terwijl hij voorzichtig de laatste druppels urine eruit knijpt met zijn linker hand, drukt hij met zijn rechter hand het gaatje bovenaan stevig dicht. Moeder natuur heeft hem namelijk met twee van die plasgaatjes opgezadeld. Alles behalve comfortabel wanneer je op de trein naar het toilet moet. Met beide voeten knelt Giel zich vast, toch weet een schok hem aardig te verrassen. De trein is kort en bruut tot stilstand gekomen. “Zouden we al in Brussel zijn?” In Brussel-Zuid moet hij eraf. Van daaruit vertrekt de Thalys richting Parijs. Waarom moest hij ook net nu zo dringend naar het toilet? Op de Thalys zou hij veel meer tijd hebben om zijn penis te sonderen. Na elke plasbeurt herhaalt Giel dit wansmakelijk ritueel. Met een staafje dringt hij eerst bovenaan zijn urineleider binnen om de laatste resten er eigenhandig uit te zuigen. Vervolgens herhaalt hij deze handeling via het gaatje vooraan. Het ballonnetje vult zich al aardig met vlokken. Plots volgt er nog een schok, alsof de trein zich ontkoppelt. Een scheurende pijn trekt via zijn piemel tot in Giels maag. Vooraan zit het buisje er nog in maar er werd duidelijk schade aangericht. Het opgevangen vocht kleurt volledig rood. Terwijl de ballon zich opblaast krijgt Giel een opstoot van koud zweet. Zijn lichaamsharen staan rechtop terwijl de kralen zweet via zijn rug naar beneden glijden. “Nu niet het bewustzijn verliezen” denkt Giel vlak voordat alles zwart kleurt. Plof! een zware klap. Langzaamaan komt er weer licht naar binnen, zuurstof, geluid. De deur is open. Een dame reikt hem de hand. “Hier meneer, een maandverband”.

Lezzl
5 1

Zwemles voor meisjes.

Twee vriendinnen.  Op de fiets langs het kanaal Brugse Vaart Gent - Eeklo.  Nicole en Lena, rijden al giechelend langs het veel te kleine fietspad. Zorgeloos voor even.  Lena spurt voorruit en roept Nicole achterna. 'Voor het eerst aan de andere kant van de brug' Het fietswiel raakt de kant. Man overboord. Kind en fiets belanden in het water. Lena schreeuwt. Het meisje gaat kopje onder, kan niet zwemmen. Heeft nooit geleerd haar hoofd boven water te houden. Vader heeft te weinig alcohol in zijn bloed. Dat geeft problemen die hij dringender vindt. Waar zijn kind uithangt weet hij niet. Lena verdwijnt al trappelend in het koude water. Het water is veel te diep. De oever is veel te ver. Lena hapt naar adem en haar natte blonde haren verdwijnen onder het wateroppervlak. Nogmaals en nog een keer. Ze ziet voor de laatste maal haar liefste vriendin aan de kant, huilend om hulp. Nicole ziet, in dat veel te donkere water ,de doodstrijd van haar vriendin. Ze wil haar achterna springen, maar doet het niet. Ook Nicole heeft nooit leren zwemmen. 'Zwemmen is niks voor meisjes' hoort ze haar stiefpa nog zeggen. Het meisje doet het enige wat ze op dat moment kan. Roept, schreeuwt haar stem schor. Zwaait met haar armen als een bezetene naar iedere voorbijganger. Een jonge man ziet Nicole haar wanhoop. Het meisje trekt zich de haren uit haar hoofd. Een vinger wijst naar een kinderhoofd dat voor de laatste maal verdwijnt. De man rent naar de waterkant en springt in het diepe zwarte sop.  Het is te laat. De ontredderde redder brengt het levenloze lichaam met blonde haren naar de waterkant.  Het klein meisje slaat schokkende kreten van wanhoop bij het zien van het lamme natte lijfje van haar hartsvriendin.  Veel later reageert Nicole furieus tegen jongens bij plagerijtjes in het zwembad. Laat haar nooit kopje onder gaan! Ze beseft voor immer dat er een dunne lijn is tussen leven en dood. Ze leert zwemmen. Niet van harte.

Marie D.
0 0

Een vrouw in de Brabantstraat.

Met mijn mok koffie in mijn linkerhand en mijn make-upkoffertje in de rechterhand loop ik naar de woonkamer. In het donker tast ik naar de lichtschakelaar en een zacht geel licht verlicht een hoekje boven de eettafel, net genoeg om aan mijn schoonheidsritueel te beginnen dat bestaat uit serum en crèmepjes aanbrengen, en de nodige hoeveelheid make-up. Met het gehele gedoe ben ik wel een uurtje of twee zoet. Die tijd was, een aantal jaartjes geleden ook de reden dat ik hier en daar permanente make-up heb laten aanbrengen, het scheelt me toch al gauw een uur werk. Het is stil in huis, ik heb geen echtgenoot of vriend en geen kinderen. Zelfs een huisdier ontbreekt. Jawel hoor, ik heb wel leuke en minder leuke relaties gehad maar telkens draaide die uit op niks. Je vraagt me aan wie dat lag? Nu, mijn oma zei altijd dat ‘waar er twee uit elkaar gaan ook twee schuld hebben’ dus het zal aan ons beiden gelegen hebben. Nee, ik ben nooit op de verkeerde mannen gevallen in de zin dat ze me berooid en vernederd achterlieten of zo. Ik stal elke ochtend mijn crèmepjes, die een liftend effect zouden moeten hebben op mijn huid uit op de tafel, de make-up leg ik er naast; lichtkleurige foundation, oogschaduw in grijze tinten. Ik zie er voor mijn leeftijd heel goed uit en dat wil ik zo houden ook. Of ik geen zelfvertrouwen heb wanneer ik geen make-up op heb? Onzin, als er iemand een overloop aan zelfvertrouwen heeft dan ben ik het wel. Laat ik even duidelijk zijn, ik maak me mooi voor mezelf en voor niets of niemand anders. Ik kan ervan genieten wanneer ik mezelf in de spiegel zie. Narcistisch noem je dat? Weet je wel wat dat woord betekent? Nee, dan ff googlen dan besef je direct dat deze betekenis van het woord niet aan mij toegeëigend kan worden.    Een aantal uurtjes én mokken koffie later in de tijd trek ik mijn kleren aan. “Dress to impress” en zwart is mijn lievelingskleur. Meestal ben ik dan ook ‘in strak zwart’ zodat je mijn slanke figuurtje goed kunt zien. Zwart is mysterieus en maakt me juist spannend want geef toe, als je iemand geheel in zwarte kleren ziet lopen met alleen torenhoge schoenen in een felle kleur, die vangt je ogen en je nieuwsgierigheidsmolen gaat draaien. Mannen aanbidden me, vrouwen haten me. Het leven is welke draai je er zelf aangeeft, toch?.   Ik bekijk me in de spiegel en sorry hoor maar geniet van wat ik zie dan maak een selfie van mezelf, iets wat ik al jaren elke dag opnieuw doe. Dat ik dan soms tot de grote ontdekking kom dat ik méér dan 150 selfies op een maand heb hou ik maar voor mij. Of ik verwaand ben? Nee, ik vind mezelf gewoon mooi, dat mag ik toch lijkt me?! Dan trek ik mijn super hoge hakken schoenen aan. Ik heb een schoenenverslaving. Nee, ik weet niet hoeveel paar ik heb, interesseert me ook niet. Wat ik wel weet is dat ze allemaal tussen de 14 en 17 cm hoog zijn. Op deze schoenen loop ik alsof het gympies zijn. De slecht onderhouden straten van Brussel of de met kinderkopjes beklinkerde stoepen en pleintjes houden me niet tegen erop te lopen alsof ik op de catwalk paradeer. Of ik ook platte schoenen in mijn collectie heb? Nee die heb ik niet. Ik trek mijn zwarte jasje aan, hang mijn zwarte tas om, draai de sleutel om in het slot en stap naar buiten. Het verkeer is al op gang gekomen, ik zie mensen gehaast richting het station rennen. Ik haat haasten en doe er ook niet aan mee, nooit niet. Vannacht heeft het geregend; het zadel van mijn gammele zwarte fiets met maar één handrem is nat. Met een klein papieren zakdoekje dat ik standaard opgerold in mijn jaszak heb zitten om mijn soms, tranende oog, af te deppen veeg ik de grote druppels weg, maak het slot open, draai mijn fiets om, spring erop en rij de Hutstraat uit. Een koude, vochtige wind blaast rond mijn oren “hoe idioot moet een mens zijn om zijn haren zo kort te scheren” Mijn kapper, een Koerdische man, weet precies hoe mijn haar te scheren en hij vind me geweldig met deze coup. Islamitische mannen vinden het maar niks, volgens hen moet een vrouw lange haren hebben, met korte haren lijkt een vrouw op een man. Ik laat ze praten, ondertussen weet ik dat ze van me dromen. Eén keer naar rechts, één keer naar links opnieuw naar rechts, Rue de Brabant of wel de Brabantstraat aan het Noordstation. Met weinig volk erin zie je pas hoe smerig en rommelig de straat werkelijk is. Achtergelaten verpakkingen, papier, plastic, lege flesjes en  blikjes de straatgoten liggen er vol mee. Voor de winkeliers die er hun winkeltje hebben begint de dag vroeg. Hun koopwaar wordt voor de etalage op de stoep gezet, hier en daar veegt iemand door zijn winkeltje en een enkeling waagt zich eraan met een fles vensterwater de ramen op ooghoogte te reinigen. De geuren van vers gebakken brood en gebak die uit de Marokkaanse bakkerijen komen overtreffen zelfs de smerige stank die zich uit het riool naar boven dringt.   Mijn Marokkaanse buurman veegt de stoep, zijn stoep heet het want hij zal nooit één tegel van mijn stoepdeel vegen. Hij gunt me geen waardig blik of nee, ik zeg het verkeerd. Hij gunt me geen waardig blik in mijn gezicht maar in het geniep zie ik hem wel altijd naar me staren. Nee, ik zeg niet kijken het is staren en zijn twee zonen die ik ook regelmatig in zijn winkel zie doen hun vader vrolijk na. Soms knipoogt er zelfs éne. Het is wel een knappe jongen hoor daar niet van met zijn goudbruine huidskleur, héél donkere ogen en een bos mooie zwarte krullen. Hij is een beetje gespierd en een  meter tachtig lang of zo Maar nee, ik heb er nooit een reactie op zijn staren gegeven. Ik blijf beleefd, knik goedendag maar daar stopt het ook. De vrouw van mijn buurman en moeder van die knappe zoon dus is een traditioneel geklede vrouw met een gezicht als schilderspalet waarmee ze een eigen begrip aan haar geloof geeft. Ik denk er het mijne van al ben ik ervan overtuigd dat er iets niet geheel klopt in het plaatje dat ze neerzet als gelovige. Begrijp me goed, ze mag zich kleden zoals we wil maar als je haar ziet met die laag glanzende make-up, open schoentjes en fake vingernagels geverfd in felle kleuren hoeft ze niet te doen alsof ze een beter mens is dan ik wat ze wel ooit gedaan had door me te wijzen op mijn kleding die te uitdagend zou zijn. Ik herhaal niet wat ik haar toen geantwoord heb maar vanaf die dag heeft ze me nooit meer iets gezegd. Ze is er niet vaak en als ze komt dan is dat altijd in het gezelschap van één van haar zonen. Of ze dochters heeft weet ik niet, heb er in elk geval nooit éne gezien.   Met één hand houdt ik mijn fietsstuur vast en met de andere hand duw ik de sleutel in het slot van mijn winkeldeur, geef een klein duwtje waarna ik met mijn fiets door de winkel naar de opslagruimte loop en het neerzet tegen een grauwe muur, die niets vrolijker wordt door de kleurrijke schilderijen die ik ertegen opgehangen heb. Jaren geleden heb ik mijn winkeltje geopend in een straat die overwegend beheerd wordt door mannen, mannen van buitenlandse origine wel te verstaan. Mannen met een islamitische achtergrond die vast zijn blijven hangen in de traditie van het land van herkomst. Mannen die van mening zijn dat vrouwen geen winkel moeten runnen maar thuis horen te zijn bij hun kinderen. Hoe ik nu net hier in deze straat terechtgekomen ben? Eigenlijk na een bezoekje aan de winkels met spotgoedkope koopwaar. Ik kwam toen in mijn winkel die gerund werd door een Pakistaanse vrouw die terugging naar Pakistan nadat haar echtgenoot gestorven was. Tegen elke prijs wilde ze van de winkel af en ja sorry maar, de één zijn dood is de ander zijn brood. Ik heb de toko overgenomen voor een appel en een ei, toen een opknapbeurt gegeven en geworden wat het nu is. Ik verkoop kleding en schoeisel en ik mag zeggen, het verdient. De sfeer hier in de straat jaren geleden was fantastisch. Nu is dat wel wat grilliger geworden hoor, er gebeuren vaker ongelukken met kwaad opzet waarvoor vooral groepen jonge allochtonen die regelmatig tegenover elkaar staan verantwoordelijk zijn. Jawel er wordt hier zeker in drugs gehandeld, ik ken zelfs enkele winkels waar vanuit hun opslagruimte gedeald wordt. Of ik me er veilig voel? Vroeger wel nu is dat wel iets minder geworden. Maar de politie is wel duidelijk aanwezig, ze patrouilleren continue door de straat en laat in de avond ben ik er weg. Wat er zich dan afspeelt dat weet ik niet maar veel goeds zal het waarschijnlijk niet zijn. Opvallend is dat hier bij ons veelal mannen door de straten slenteren en boodschappen doen voor hun gezinnen. Ze kopen kleding, schoeisel, huisraad en levensmiddelen. Hebben ze dan nog een centje over dan lopen ze even langs de meisjes van plezier. Hier om de hoek staan deze achter het raam met hun persoonlijke koopwaar. Of de heren binnengaan daar laat ik me niet over uit maar gluren dat kunnen ze als de besten.   Op vrijdagmiddag sluiten de meeste winkels hun deuren voor enkele uren. De winkeliers gaan voor hun vrijdaggebed naar de moskee hier vlak in de buurt, ik ben geen moslima ga naar geen moskee en laat dus ook mijn winkel gewoon geopend. Mijn wekelijkse rustdag is maandag en dat hou ik ook zo. Daarbij heb ik de inkomsten van de vrijdagmiddag net zo hard nodig als die op andere dagen want de concurrentie is groot. Gelukkig heb ik producten die moslima’s en niet moslima’s aanspreken en van mannen weinig last; in een vrouwenwinkel komen ze niet graag. Vooral mijn lingerie verkoopt goed. In reguliere winkels leg je voor een simpel lingeriesetje al snel een 70 euro neer. Bij mij krijg je een sexy setje al vanaf 10 euro. Ik denk dat de mannen que sexy ondergoed van hun vrouw niets te klagen hebben. Van een gewone onderbroek met bh moeten ze niks hebben. Jarretelle setjes, bodystockings, sexy jurkjes daarvoor gaan de dames en voor niks minder. Of ik ook lastige klanten heb? Tuurlijk heb ik die maar opvallend genoeg worden die snel en tactvol aan de deur gezet door andere klanten. Vrouwen die me terechtwijzen op het feit dat ik geen ‘fatsoenlijke’ kleren draag of te sexy uitzie. Laat ik even duidelijk maken dat ik nooit uitdagende kleren draag. Zelfs in de zomer sta ik nooit ‘te bloot’ in mijn zaak. Ik wil dit gewoon voor mezelf niet omdat ik én héél blank ben én mijn huid op bepaalde plaatsen niet meer zo strak zit. Zonnebaden, of allerlei andere dingen om bruiner te worden daaraan doe ik niet mee. Ik hou enorm van mijn blanke huid maar van die spierwitte benen of bovenarmen zijn nu niet echt mijn ding om te showen. Is het schaamte te noemen? Ik denk eerder een trots waarin ik me niet laat krenken. Maar je hebt natuurlijk altijd mensen die iets te zeiken hebben maar echte accidenten heb ik, afkloppen nu, nog nooit gehad.   Onze straat is wel bekend in binnen-en buitenland en vooral met mooi weer is het een drukte van belang en zou je bijna gaan denken ergens door een straat in Marrakech te lopen. Veel Arabische mensen uit heel België en Nederland komen naar Brussel om door de Brabantstraat te slenteren en de winkels leeg te kopen. Ik ga regelmatig tussen de middag een soepje halen bij een Marokkaans restaurantje enkele pandjes verder dan mijn winkeltje. Nergens kun je betere soep eten dan bij Ahmed en aangezien we straatgenoten zijn krijg ik het kommetje soep altijd tegen een vriendenprijs. Ahmed is getrouwd en vader van drie kinderen maar de keren dat hij me gevraagd heeft met hem op stap te gaan zijn niet meer te tellen. Zijn vrouw heb ik één keer gezien met hun tweede kind, een dochtertje als ik me nog goed weet te herinneren. Het was een schuw, klein iets gezet vrouwtje met een groot gewaad aan en een gigantische hoofddoek omgebonden. Ze had op een hete zomerdag dikke herensokken aan in een paar beigekleurige ballerina’s. Na die ene keer heb ik haar nooit meer in het restaurant gezien. Ahmed had me verteld dat ze zijn nicht is en haar een beetje tegen zijn wil gehuwd had. Jawel, hij was op zijn manier wel gelukkig met haar daarbij was ze ook de moeder van zijn drie kinderen maar zijn nicht was een keuze van zijn ouders en is een relatie met haar moeten aangaan met als uitgangspunt snel huwen én kinderen krijgen. “Gelukkig ben ik een moslimman en mag ik vier vrouwen huwen dus het is nog niet te laat voor me om de ware liefde te vinden” en Ahmed keek me vragend aan.   Rue de Brabant, Brabantstraat een straat gelegen achter het Noord station in Brussel waar een vrouw geen vrouw mag zijn maar gewoon een vrouw moet zijn!!!          

Brown Pearl
559 1