Zoeken

Twee straten verder

Het voorgerecht kozen we op goed geluk: “Münchner Weißwürste mit ofenfrischer Brezel”. Er verscheen een steelpannetje en daarbovenop een dessertbord met een pretzel. In het steelpannetje dreef een witte worst eenzaam in het water, alsof het een zwemmer was die na sluitingstijd nog in het zwembad lag. Voor het hoofdgerecht hadden we iets gekozen waaraan we niet konden weerstaan. Sauerkraut. Jawel, in volle zomer, in het ‘Brauhaus zum Stiefel’ in Saarbrücken. Die werd geserveerd met ‘zwei kartoffelteigklöße’. Dat waren een soort van pureebollen met daarin gehakt. Niet verkeerd, maar behoorlijk zwaar. Gelukkig was de smaak van de zuurkool bijna identiek aan die van thuis. Alhoewel ik het verhaal al vaak heb verteld, kon ik het niet laten om het nog een keer op tafel te gooien. “We gingen thuis in de vakantie zelden weg. Eind augustus werd er geoogst. Onze pa bracht de witte kolen rechtstreeks uit ‘den hof’ naar binnen. Ons ma en mijn meter zaten naast elkaar aan de keukentafel, met aardappelmesjes en een mandoline in de aanslag.” “Het was hun taak, jaar na jaar, om de zuurkool in te maken. De snippers zuurkool verdwenen in een stenen pot, die de wintermaanden in de kelder doorbracht. Laagje zuurkool, zout, aanstampen en zo telkens opnieuw tot de pot vol was. Bovenop lag een houten deksel.” “In het voorjaar werd de pot terug uit de kelder gehaald. Het had iets van een processie. Enkel de fanfare ontbrak nog.” “Daar zaten ze opnieuw aan tafel. De zuurkool werd verdeeld in lege dame blanche ijsdozen. Het was een feest, want we konden opnieuw verse zuurkool eten. Mijn meter en nonkel Jos namen hun gedeelte mee naar huis. Maar vooraleer ze thuis waren, hadden ze met hun tweeën al een portie koude zuurkool verorberd. En je moet weten, dat was maar twee straten verder.”

Rudi Lavreysen
6 0

Brugse schurken

We stappen door Brugge. Het is altijd fijn terugkomen in de stad van ridders, heiligen, schurken en ander geboefte. Er is veel volk op de been. Niet zozeer de mensen uit de vorige zin, dat is lang geleden, maar eerder toeristen uit alle windstreken. Wat ook opvalt? Het gemotoriseerd verkeer blijft samen met de koetsen door smalle straten rijden. Het is uitkijken geblazen, of ze maaien je van de weg. Een fietser zie ik ei zo na gekneld raken tussen een vrachtwagen en de rand van het voetpad. Moeilijk om te begrijpen, net zoals hun taaltje. Als we de volgende ochtend voor dag en dauw in de Wulfhagestraat wandelen, zien we voor ons door de ochtendmist de toren van de Sint-Salvathorskatedraal opduiken. Ik kan me voorstellen dat zoiets in de middeleeuwen een nog meer mystiek beeld was.  Iets later gaan we de supermarkt met de leeuw binnen, brullend van de honger bijna. Ik wacht in het portaal om de zaak wat af te kijken. Een afwijking van mezelf, genezing is niet nodig. Een man rekent af aan de kassa. Zijn boodschappentrolley staat naast hem. Hij ziet niet dat een binnenkomende man een ‘sssst’-gebaar maakt naar de kassière. Met zijn wijsvinger op de lippen. Hij neemt de trolley van de man en zet die opzij. De eerste man wil zijn portefeuille in de trolley steken en schrikt dat die niet op zijn plaats staat. Hij kijkt opzij en daar ziet hij de andere man lachend staan. Ze kennen elkaar. “Maar gij schurk”, zegt hij. Samen met de mevrouw aan de kassa lach ik met het vrolijke tafereel. Daarna zeggen ze iets dat ik niet begrijp, enkel ‘tot straks’ versta ik. Vervolgens gaan ze elk hun weg, met de trolley achter zich aan. Zoals moderne ridders in Brugge. Schurken zijn het niet.

Rudi Lavreysen
10 1
Tip

Ctrl+Alt+Del liefde (2e versie)

‘Verdomme. Wie had bedacht dat dit een goed idee was?’ Ik keek naar mijn broek. Mijn moeders skinny jeans. Hij zat zo strak rond mijn middel dat ik er vrijwel zeker van was dat mijn ingewanden inmiddels in alfabetische volgorde lagen. Ik miste mijn afhangende skaterbroek. Mijn skaterbroek en ik hadden een gezonde relatie gehad. Hij accepteerde mijn buik, ik accepteerde zijn gebrek aan ambitie. We hadden elkaar nooit proberen te veranderen. Deze broek daarentegen leek persoonlijk beledigd door mijn bestaan. Op de sleehakken die ik van Tina had geleend – ‘Ze maken je benen echt lang!’ – navigeerde ik als een dronken flamingo over de kasseien van de Binnenstraat. Voor me doemde de verlichte gevel van pizzeria Saporito op. Mijn maag maakte een salto. Ik kon nog omkeren. Niemand zou het weten. Ik zou gewoon naar huis gaan, mijn pyjama aantrekken en de rest van mijn leven doen alsof internetdating een vreemde rage uit een ver verleden was. Mijn broekzak trilde. Mama. Veel succes vanavond! Probeer vooral niet jezelf te zijn. xx mama Ik las het bericht twee keer. Daarna grinnikte ik. Fijn. Mijn eigen moeder had blijkbaar ook al vastgesteld dat ‘mezelf zijn’ vanavond niet bepaald de winnende strategie was. Ik voelde me inderdaad allesbehalve mezelf. Ik droeg haar broek, Tina’s schoenen en een persoonlijkheid die voor de gelegenheid ergens tussen ‘zelfverzekerde vrouw’ en ‘vrouw die waarschijnlijk over haar eigen voeten gaat struikelen’ schommelde. Maar ik had besloten dit te doen. Of toch te proberen. Er moest iets veranderen in mijn leven. Dit was de eerste stap. Een kleine stap. Op een paar gigantische pumps. Maar toch. De vraag was alleen: hoe zou híj eruitzien? Zijn datingprofiel hielp niet echt. De enige foto was een soort Manga-lookalike. Een gezicht met de perfecte kaaklijn, grote ogen en ongeveer evenveel emotionele diepgang als een emoji. Nerd, dus. Maar zijn berichtjes hadden me verrast. Hij was grappig. Scherp. Uitdagend. En, wat ronduit verdacht was, hij kon tegen mijn droge opmerkingen. Sterker nog: hij leek ze leuk te vinden. Al snel waren onze gesprekken behoorlijk flirterig geworden. Na een paar dagen begon ik zelfs uit te kijken naar zijn berichtjes. Wat op zich al een alarmsignaal was. Wanneer zou hij terugsturen? Waarom duurde het zo lang? Had hij mijn bericht gelezen? Had hij het grappig gevonden? Was die punt achter zijn laatste zin misschien een teken van emotionele afstand? Stop. Ik moest mezelf dringend tot de orde roepen. ‘Niet onnozel doen, Lolo.’ Ik voelde mijn wangen warm worden. Fantastisch. Ik was nog niet eens binnen en mijn lichaam gedroeg zich al alsof ik een tiener was die voor het eerst oogcontact had met een jongen. Zou onze conversatie in het echt even spontaan verlopen? Waarschijnlijk niet. In het echte leven kon ik namelijk niet gewoon drie minuten nadenken voor ik een gevat antwoord stuurde. Ik moest mijn woorden onmiddellijk produceren, met mijn mond. Een nogal beperkende technologie. Bovendien had ik zelf ook niet bepaald open kaart gespeeld. Mijn profielfoto was een gepolijste, door ChatGPT opgekalefaterde versie van een vijf jaar oude pasfoto. Het was technisch gezien mijn gezicht. Alleen had ChatGPT blijkbaar besloten dat ik meer weg had van een vrouw die op een reclamebord staat te glimlachen alsof ze nog nooit in haar leven een slechte haardag had gehad.  Bewust hadden we nog niet te veel concrete informatie gedeeld. We waren allebei IT’er – gemeenschappelijke interesses, altijd een pluspunt. We hadden allebei gevoel voor humor – uniek! En we waren allebei op zoek naar gezelschap. Dat laatste klonk achteraf gezien misschien iets te veel als een advertentie voor een gezellige seniorenclub. Mijn zenuwen raasden inmiddels door mijn lijf alsof ze een eigen Uber hadden besteld. We hadden een plan. We zouden elkaar herkennen. Dat hadden we afgesproken. Hij zou een gele polo dragen. Een gele polo. Een kledingstuk dat er naar mijn bescheiden mening onmogelijk goed uit kon zien, maar misschien kon humor zelfs een slechte kledingsstijl goedmaken. Ik zou een roze top en blazer dragen. Dat had ik uiteraard eerst bij Tina gecheckt, want tussen mijn Nirvana T-shirts zat precies niets roze. En nu stond ik voor de pizzeria. Ik aarzelde een seconde. Oké. Misschien twee. Stiekem gluurde ik door het raam. Ik wist meteen dat hij het was. Een kanariegeel hemd met roze tijgers. Ha! Spuuglelijk. Maar origineel. Helemaal mijn ding. Hij zat met zijn rug naar het raam en tokkelde zenuwachtig met zijn vingers op het tafeltje. Dat was goed. Want de kriebels in mijn buik waren ondertussen ook zenuwachtig aan het rondkrioelen. Ik glimlachte. Oké, Lolo. Gewoon naar binnen. Plots stak hij zijn hand op naar een ober. Hij draaide zijn hoofd. Ik zag zijn gezicht in profiel. Nee. Dit kon niet waar zijn. Niet híj. Mijn eerste Tinderdate bleek de pestkop van kantoor. Mijn Manga-held was Stef Peeters. Stef. Vrouwenhater. Arrogante eikel. Reeds vijf jaar de nagel aan mijn doodskist. Vorig jaar had hij mijn langverwachte – en, mag ik dat er even bij zeggen, hardverdiende – promotie voor mijn neus weggekaapt door met mijn geniale idee aan de haal te gaan. Mijn idee.  Zijn promotie. Godverdomme. Wat nu? Ik stond op het punt om weg te benen. Mijn bestie Sofie zou geen seconde twijfelen. ‘Foute boel, Lolo! Wegkomen!’ Ik hoorde haar het bijna roepen. Maar toen schoot me iets te binnen. Was Stef niet getrouwd? Vorige week had ik Tina nog horen vertellen dat zijn vrouw zwanger was. Nee.  Hier zou hij niet mee wegkomen. Ik duwde de deur van de pizzeria open en stapte met vaste tred naar zijn tafeltje. De serveerster zette net een Apérol voor zijn neus. ‘Dag Stef!’ zei ik opgewekt. ‘Of moet ik zeggen: Mangaatje03?’ Hij keek op terwijl hij van zijn glas nipte.  Ik zag het gebeuren. De blik in zijn ogen. Verwachting. Herkenning. Verwarring. En toen pure afschuw. Hij verslikte zich zo hard in zijn Apérol dat ik even bang was dat hij ter plekke zou overlijden. ‘Jij?’ Proestend probeerde hij zijn waardigheid terug te vinden. Ik ging rustig tegenover hem zitten. ‘Ik? Jazeker.’ Ik glimlachte. ‘De ideale vrouw met de looks, brains en droge humor.’ Voor het eerst in vijf jaar kreeg ik Stef Peeters met een mond vol tanden. Dat voelde verrassend goed. ‘En jij?’ vroeg ik. ‘Weet Silke hiervan? Van jouw Tinderavonturen?’ Hij sloeg zijn ogen neer. ‘Ik weet wat je nu denkt,’ zei hij. ‘Dat betwijfel ik.’ Hij zuchtte en sloeg zijn ogen neer. ‘Maar Silke en ik… dat gaat al lange tijd niet goed. En toen bleek ze plots zwanger.’ Hij zweeg. Ik wachtte. ‘En nu kan je er niet meer van weg?’ vroeg ik. ‘Is dat het? Dus zoek je je ding maar ergens anders?’ Walgelijke kerel. Ik wist het. Stef stak protesterend zijn hand op. ‘Nee. Zo is het niet. Ze heeft me toestemming gegeven. Zolang ik haar niet laat zitten met de baby.’ Ik zuchtte. Daarom geloofde ik niet in langdurige relaties. Ik had het gezien bij mijn ouders. Eerst waren ze verliefd. Dan waren ze getrouwd.  En uiteindelijk konden ze elkaars ademhaling niet meer verdragen. Blijkbaar was dat het natuurlijke verloop van de meeste relaties. Stef nam mijn hand vast. ‘Wil je dit alsjeblieft stilhouden op kantoor?’ Verdorie. Hij kon lief kijken. Dat had ik niet ingecalculeerd. En hij had prachtige blauwe ogen. Nee, Lolo. Niet smelten. Niet voor Stef Peeters. Toch knikte ik. ‘Oké.’ Hij liet mijn hand los en wenkte de ober. ‘De rekening graag.’ Mijn mond viel open. Mijn hersenen staakten. Mijn lippen hadden zich blijkbaar bij de vakbond aangesloten. Stef keek me aan. ‘Bedankt voor je begrip, Lore. Maar dit gaat toch niet werken. We doen ons allebei een plezier door de knoop meteen door te hakken.’ Ik staarde hem aan. Ik was te verbijsterd om te reageren. Mijn lippen staakten nog altijd. Mijn lijf gelukkig niet. Dat reageerde volledig Lolo-automatisch. Ik stond recht, greep zijn glas Apérol en gooide de volledige inhoud in zijn gezicht. Stilte. Het roze sap droop langzaam van zijn neus naar zijn kin. Ik keek hem aan. Hij keek mij aan. Ik glimlachte. En toen was ik klaar.

Sfieke
74 7