Zoeken

Daar waar twee harten verloren lopen

Het was slechts een simpele swipe naar rechts. De beste tindermatch ooit. Een bedwelmend geluk dat het fundament van ons huis werd. Tegenwoordig blijft het geluk op de stoep achter als de deur zich achter ons sluit, vult een oorverdovende stilte onze ooit zo warme thuis.Erwtjes dansen op mijn bord, springen weg onder mijn prikkende vork. Het ritmische getik op onze borden vormt een harmonieus samenspel met de stilte die tussen ons in hangt. Er wordt niet meer gepraat. Verwijten schieten als kogels die we angstvallig willen ontwijken door de lucht. De harde, pijnlijke woorden die uitgesproken worden, zinderen na, hangen als dreigende zwart-witfoto’s in de woonkamer. De vanzelfsprekendheid van ‘ons’ wandelt samen met jou de deur uit. Mijn enige zekerheid voor de toekomst zet alles op losse schroeven.De waarheid hangt als pastasaus die van mijn vork dreigt te vallen boven mijn witte t-shirt. De rode indringende vlekken laten onuitwisbare sporen na. Fantastische uitzichten vanop de hoogste bergtoppen maken plaats voor het diep en duister dal dat ik in wandel.  Gebroken dromen stromen door mijn aderen, snijden in het diepste van mijn ziel. Herinneringen aan ons dansen als dorre bladeren in de wind door mijn hoofd, ongrijpbaar. Vraagtekens vullen de eenzame stiltes. Onze thuis, een ruïne. Een puinhoop die niet meer in zijn oorspronkelijke staat te herstellen is.  Een gebroken hart, opgelapt met windels van vriendschap, steun die alles bij elkaar houdt.De wolken persen de laatste regendruppels uit hun grijze massa en maken stilaan plaats voor de warme zomerzon die alles weer leven inblaast.

Joni Motmans
8 2

Vriendschap in al zijn pracht

Uit het niets en compleet ongevraagd dagen ze plots op. Mensen uit een vervlogen verleden, personages uit een afgesloten hoofdstuk in het boek dat je nog aan het schrijven bent. Zoekend naar contact met de vraag om de draad weer op te pikken, hun hoofdstuk te heropenen. De twijfel slaat toe, de intentie niet duidelijk. Oprechte interesse, nieuwsgierigheid, gemis naar wat ooit was. Een levenslange vriendschap waar met een warm hart en mooie herinneringen maanden geleden eenzijdig afscheid van werd genomen na een lange stilte van de overkant.  Overspoeld door kwaadheid. Het litteken opnieuw opengereten, niet in staat het hoofdstuk te herbeleven. Ik voel het in elke vezel van mijn lijf, het hoofdstuk moet herschreven worden. Aan elke herinnering die ooit een glimlach op mijn gezicht toverde, hangt een wrange nasmaak. Ruzies die als banaal werden bestempeld, geven nu een heldere kijk op het verleden. De trouwe volgeling die plots een eigen mening kreeg, stuitend op onbegrip, gestraft door de leider. Wat van mij was, werd ingepalmd, afgepakt. De restjes voor mijn voeten op de grond gespuwd, besmeurd met kwaadsprekerij en roddels. Als een kameleon aanpassend aan de omgeving. Keer op keer op keer. Tot al mijn kleuren op waren, mijn hart leeg gegeven. De onbeantwoorde vraag waar het ooit is misgelopen dreunde oorverdovend voort. Een allesoverweldigend vriendschapsverdriet dat maanden in stille tranen bleef aanslepen. Tot ik mezelf terugvond. Opgesloten in de kerker waar jij me jarenlang in bedwang hield. Een cel zonder keuzemogelijkheden, zonder inspraak over de invulling van onze vriendschap.  Een bang vogeltje, voorzichtig haar kwetsbare vleugels uitslaand, ontdekkend wat echte vriendschap is. Vriendschap in al zijn pracht, een bomvolle dansvloer waarop iedereen danst, geniet en oprecht glimlacht. Het hoofdstuk herschreven, maar even afgesloten als voorheen. Het afscheid definitief.

Joni Motmans
8 1

Kaasplank

Ze at zo enorm graag kaas. Waarom ze zo graag kaas at, wist ze niet, kon ze niet zeggen. Eigenlijk had ze er ook nooit bij stilgestaan waarom ze zo enorm graag kaas at. Het was gewoon zo, net zoals haar haren blond en haar ogen bruin waren. In elk geval; van haar ouders had ze het niet, die aten liever charcuterie. Of misschien was het net daarom; omdat haar ouders zo ongelofelijk graag charcuterie aten, enkel maar charcuterie in huis haalden, dat ze, bij wijze van opstand, zich volledig overgaf aan alle mogelijke kaassoorten. Elke dag voorzag ze zichzelf een kaasplank. Er waren kazen die vaak de revue passeerden, andere kazen die zich maar eens om de zoveel tijd lieten proeven. ‘Sommige smaken moet je beperken om ze speciaal te houden’, zei ze. Tegen wie zei ze dat? Dat is niet geheel duidelijk, maar ze heeft het in elk geval gezegd. Of dat klopt kon ze niet met zekerheid zeggen zoals ze niets met zekerheid kon zeggen, maar proefondervindelijk bleek wel dat niet al te vaak geproefde smaken een soort aura rond zich creëerden en sommige kazen waren dat aura waard, waren de zeldzaamheid waard, waren het voorzichtig-omgaan-met waard en bewezen dat ook keer op keer. Af en toe stelde een stuk teleur, vaak waren dat nieuwkomers, maar af en toe betrof het oude gezanten waar ze zelf misschien wat te nonchalant mee had omgesprongen, te vaak de kaasplank had opgelegd. ‘Stelt de kaas, de smaak of ikzelf teleur,’ zei ze, ‘of de eindeloze herhaling?’ 

Lorin Clercq
12 0

Meneer K. Goossens

Meneer K. Goossens parkeert zijn Opel Corsa binnen de lijnen. Hij stapt uit, sluit de wagen af en loopt een keer helemaal rond. Ja, hij staat in het vak, het rechterachterwiel op de witte lijn, maar dat is nog binnen. Toch, zoals in het voetbal? Hij twijfelt even, de autosleutel nog in zijn hand, maar besluit het zo te laten. De Opel Corsa is de enige wagen op het parkeerterrein. Hij knoopt zijn petroleumkleurige mantel dicht – te laat om de koude rilling over zijn rug te voorkomen – en wandelt in de richting van het water. Zijn stadse schoenen soppen in het drassige gras tussen het parkeerterrein en de rivieroever. Meneer K. Goossens tracht er niet aan te denken hoe het zachte, glimmende leer in aanraking komt met modder of vuiligheid. Hij zet grote stappen om snel op het jaagpad te zijn. Dan ziet hij een eind verderop een kiezelpad dat hij had kunnen nemen. Hij keert zich af van het hinterland en richt zijn blik op de stroom. Het water vloeit als vanouds; de tegenwind laat nu en dan een golfje oprijzen dat snel, met een zachte plons, weer opgaat in de watermassa. Geen nieuws hier. Aan de overzijde liggen akkers en weiden, de gesloten fabriek en het huisje van Deirdre. Meneer K. Goossens schuift zijn linkermouw lichtjes omhoog om de tijd af te lezen van zijn Ruckfield-horloge: twintig voor vijf, bijna. Te vroeg natuurlijk, zoals altijd. Hij neemt nooit het risico om te laat te komen. Hij vreest de rampen en cataclysmen die verborgen liggen achter de tijd. Hij zet zich schrap, ademt diep in, ruikt de geuren van de andere oever: omgespitte aarde, koeienmest, tractordiesel. Hij probeert de rivier zelf te ruiken, maar die mikt op zijn andere zintuigen. De laaghangende zon die hard in het water kaatst, de kilte van de wind die tegen de dijk op kruipt.  Op het water drijft een plastic fles, voor de helft gevuld met een bruine vloeistof. Meneer K. Goossens volgt de fles op haar reis naar zee. Even wordt ze opgetild door wind en golven. De vloeistof ontploft, schittert in de zon. Het doet hem denken aan mazout, zoals het mengsel van bier en cola vroeger werd genoemd. Hij lustte het toen wel. Net genoeg alcohol om een beetje te ontspannen, maar het bleef toch onschuldig en zoet. Zoals hijzelf had kunnen zijn. Hij proeft de smaak nu in zijn mond: peperkoek, of nee, karamel. Moet een chemische reactie geweest zijn tussen de suiker en de alcohol. Het plakte aan je tanden.  Opnieuw raadpleegt hij de Ruckfield. Er zijn nauwelijks vijf minuten voorbijgegaan. Om vijf uur wordt het donker, dan kan hij zien of er licht brandt in het huisje van Deirdre. Meneer K. Goossens recht zijn kraag, graaft zijn handen diep in zijn zakken en geeft de wind vrij spel met zijn haren. Het ene moment stijgen zijn lokken ten hemel, meteen daarna valt een gordijn voor zijn ogen. De duisternis. Niets meer zien. Hij laat het gebeuren. Het overkomt een ander, een vreemde man aan de rand, de benen lichtjes uit elkaar om de schokken op te vangen. De windschokken. Hij aanschouwt zichzelf, pas wanneer de kou zijn lippen uitdroogt wordt hij weer één. Hij likt zijn lippen, proeft karamel. De wind die zijn mond verdort, maakt zijn ogen vochtig. Hoe vreemd is de wereld. Het landschap valt uiteen in duizend facetten. De vogels sluiten de dag, de tractor trekt een laatste voor. Het water borrelt en bruist. Plots is alles luid. Hij hoort hoe Deirdre de deur opent en het licht aanklikt. Zijn mouw wrijft zijn ogen droog. Het is waar: er brandt licht in het huisje waar hij had kunnen zijn. Maar hij is hier, niet aan gene zijde. Meneer K. Goossens bewaart afstand. Deirdre weet niet langer wie hij is. Laatst zag hij haar bij het postkantoor. Ze haalde een pakje uit de muur, ja, zij gaat mee met de tijd. Hij zei geen woord, knikte of glimlachte zelfs niet. Ze liep hem zonder boe of bah voorbij, spoedde zich naar haar Toyota vol modderspatten en miste bij het uitrijden maar net de slecht geparkeerde Opel Corsa. Hij keek haar even na, ging dan het kantoor binnen om postzegels te kopen. Hoe donkerder de rivieroever wordt, hoe lichter en warmer lijkt het leven achter Deirdres ramen. Meneer K. Goossens ziet beweging. Ze bergt haar boodschappen op, denkt hij. Ze zet de kachel hoger, denkt hij. Ze neemt een boek uit de kast, denkt hij. Dan loopt ze naar het raam en sluit de gordijnen. Dag Deirdre. Gaat ze het avondmaal bereiden, of zet ze zich met haar boek dicht bij de kachel? Hij knijpt zijn ogen bijna dicht om iets te kunnen onderscheiden achter de gordijnen. Even snel als het stromende water gaat een gedachte door hem heen: hij kan in de Opel Corsa stappen en naar de noordoever reizen. Van het parkeerterrein naar de hoofdweg, twee kilometer tot de brug, net voor het dorp links afslaan, de onverharde weg door het bos, plassen, spatten, takken, krassen, de lichten gedimd om dieren en Deirdre niet te verontrusten, de open plek in het bos, parkeren voor de slagboom, huiveren in het maanlicht, te voet het laatste deel van het pad naar de rivier, halt houden voor het huisje, twijfelen, woorden zoeken, ken je me nog?, betere woorden, ik was toevallig in de buurt, mooiere woorden, je huisje is bouwvallig, andere woorden, bevallig, bedoel ik, vragende woorden, waarom?, doorvragende woorden, waarom wou je niet mevrouw K. Goossens zijn? Onbewogen laat hij zijn blik een laatste keer de rivier oversteken. De nacht neemt het landschap in bezit. Alleen het zwakke licht achter de gordijnen zweeft als verloren vierkantjes door het zwart. Meneer K. Goossens besluit het hierbij te laten en loopt terug naar de Opel Corsa. Hij doet zijn vuile schoenen uit en legt ze in de koffer. Wanneer hij vertrekt, bedient hij de pedalen met kousenvoeten. Het doet een beetje pijn.

R.F.G. Vandenhoeck
21 0

Kassa 2

Kiezen is verliezen. Zo merk ik toch vaak in de supermarkt. Deze ochtend nog. Ik koos kassa 2. Die met enkel bancontact. Die zal wel snel gaan. Veel tijd had ik niet, er wachtte nog een volle dag. Een luid gelach aan kassa 1 steeg op, de hele kassarij genoot van een grap. Verloren. Kassa 2 bleef ernstig. Ach, andere kassa’s zouden wel even saai zijn als hier. Tot ik de lange, grijzende man aan kassa 3 opmerkte. Hij keek me even indringend aan maar vervolgde dan zijn gesprek met de dame achter hem in de rij. Zijn stem klonk diep. Zij laadde haar kar uit. Ze droeg een elegant broekpak, het zat als gegoten. En hakjes en sieraden. Mijn sneakers en comfi jeans betekenden niets. Niet sexy. Verloren. Ik was zelfs mijn oorbellen vergeten. Ik zag hem nog knipogen naar haar. Ze bukte zich voor een pak melk. Ik ving zijn blik terug op. Hij bleef kleven. Verward draaide ik me om. Ik focuste op mijn boodschappen. Net niet te veel om in 1 keer 2 verdiepingen de trap op te kunnen dragen. Dat doe ik al 20 jaar. Sinds de scheiding woon ik in een appartement. Het huis bleef bij mijn ex. Zo hadden we gekozen. Verloren? Was er wel een keuze? Had het anders gelopen als ik toentertijd hem niet was tegengekomen op mijn eerste job, in de computerzaal, tussen printers en bandenkasten? Als ik psychologie was gaan studeren in plaats van informatica? Als mijn vader er niet op had gewezen dat computers de toekomst gingen uitmaken?  Als ik geweten had wat kiezen?   Mijn beurt. Ik scan mijn klantenkaart en laad mijn herbruikbare boodschappentas in. Ik leg de diepvrieskrokketten op het gehakt. Het vlees moet vers blijven. Straks is er een Sintfeestje bij mij thuis.  Het eerste echte Sintfeestje voor mijn kleinzoon. Met fikse stap loop ik naar mijn auto, het miezert. Vanonder mijn regenkap zie ik de grijze man nog even opkijken naar mij. Zou hij vrij zijn? Zou ik een kans nemen? Zou ik hem nog terugzien? Ik glimlach even snel terug. Hij kijkt al de andere kant op. Dame broekpak laadt haar boodschappen uit in haar Porsche. Ach laat maar, deze oma heeft een missie. Gekozen!  De tafel is gedekt. Lichtslingers hangen op. Voor de kerstboom is het nog net te vroeg. Twee kartonnen boeken met flapjes liggen te pronken op de kinderstoel. ‘Bumba’ en ‘Mijn eerste sprookjesboek’. Oma kon weer niet kiezen. Mijn kleinzoon wint. Mijn leven ook.  

Lumes
7 0

New Blue & Old Flesh

  Het is gelukt. De vraatzuchtigen verlaten paleis verlaten. Kijk omhoog. Het blauw is nieuw. Kijk niet om of Hello Fresh brengt morgen zout met friet. Het is gelukt. Er kwamen eindeloos veel barsten in de muffe serres. Adem weer en steek een natte middelvinger in de lucht naar alle goden van dat zwelgend volk. En eindelijk. Illusies krijgen echte lenteknoppen. Straks schijnt weer die schoonheid op de wanden van de grot. Ja. Echt. Hoera. Roze bijbels mogen worden bijgekleurd met spoken. Vurige bessen worden weer ontdekt, zonder navigatiebrol of pientere machines. Het is gelukt. Alles is weer eigenwijs, geurt naar punk en puberrebellie Bevrijd zijn de gitaren, hersenschimmen en kanaries vliegen rond die schedels vol met zelfverzonnen strijdverhalen. Wat wil een ziel nog meer? Kunnen lichamen dit zuiver feest nog aan? De stadskern stroomt weer vol met vrolijk volk. Ze dragen lentebloemen rond de nek, ze smijten met de rijst van oud geluk. Ze zullen wachten op coureurs uit het verleden. Oh, wat mooi. De lucht is blauw. Cool Blue kan dan toch die pure sponsor worden, deelt thans gratis schermen uit. Goddelijke stemmen preken over die terugkeer naar de holen met vertrouwde beelden op die wand. Herontdek de gouden kooien, klinkt uit megafonen. Zefs de rattenvanger zoekt nu menselijke volgers, want de geesten van weleer, die zo vertrouwde troep... ...alles ligt er nog en smeekt naar witte tanden, ogen die slechts staren willen naar een oude schaduw.       uit de reeks 'Waanhoop'      

Bernd Vanderbilt
5 0