Zoeken

HOE ZELFS LINKS MIJ DISKRIMINEERT ALS HOMO a

kwetsbare MAN kwetsbaar mannelijk schoonheidsideaal ¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨ Toen ik op veertienjarige leeftijd verplicht werd om in de fabriek te gaan werken, had de maatschappij al een kiem van ontevredenheid gelegd. De ongelijkheid was mij tijdens mijn schoolperiode al duidelijk geïllustreerd: er werd geen enkele moeite gedaan om mijn interesse voor de leerstof te wekken. Met veel straffen werd ik enkel uit het analfabetisme gehaald, niet meer en niet minder. De traditie eiste immers dat de mensen uit mijn arbeidersbuurt op veertienjarige leeftijd gingen werken. De nonnen trachtten er dan ook geen intellectuelen van te maken.Tot grote spijt van mijn omgeving werd ik later actief in de politieke milieus van mijn stad. Mijn interesse was gewekt door een lieve jongen uit dat milieu, op wie ik onbewust verliefd was geworden. Ik vond er voor het eerst de woorden (en het begrip) voor mijn onderdrukte positie als arbeider. In die omgeving was er iemand die mij, als enige arbeider, interessant genoeg vond om deel te nemen aan de Derde Wereld-beweging (die later AMADA werd en nu PVDA). Nadat ik enkele vergaderingen had bijgewoond, werd ik voor het eerst geconfronteerd met het volstrekt onbegrijpelijke taalgebruik dat zij tegenover mij als arbeider hanteerden — het zou niet de laatste keer zijn — en met de emotionele afstandelijkheid. Alles mocht, zolang men maar de taal van Marx sprak. Toch belette dat niet dat ik me bewuster werd van mijn positie als arbeider; de kiem kreeg wortels. Maar de spanning die werd veroorzaakt door mijn marginalisering als arbeider tussen intellectuelen, en de inconsequente houding in het dagelijkse leven, maakten dat ik me er niet meer thuis voelde. Ik koos de weg naar het apolitieke milieu.Op negentienjarige leeftijd verhuisde ik naar Gent (later naar Leuven, Brussel en nu Antwerpen) en sloot ik me aan bij tal van groepen die één ding gemeen hadden: de zoektocht naar een nieuwe maatschappijvorm. Het was echter duidelijk dat mijn bewustzijn als arbeider en mijn bewustzijn als homo niet gelijk evolueerden. Als kind had ik uitgebreide seksspelletjes met mijn vriendjes (die nu opeens hetero schijnen te zijn), waardoor ik volop mijn homo-erotiek kon uitleven. Ik kreeg in mijn jeugd de indruk dat alle mensen homo-erotische gevoelens hadden en die op de een of andere manier uitten, maar dat ze werden belet om die openlijk te beleven. Over seksbeleving werd immers niet gepraat; het werd belachelijk gemaakt. Toen ik ongeveer twaalf jaar was, hadden de kerk en mijn opvoeding een zodanige invloed op mij dat mijn schuldgevoel me dwong om slecht te vinden wat ik eigenlijk fijn vond. Daarom biechtte ik mijn seksspelletjes op met een jongetje van wie ik ontzettend veel hield en die mij dat prachtige gevoel van spanning gaf. De pater bedacht mij niet met een bedevaart naar het G.O.C., maar met een bidprogramma van een week. Hij verbood mij om 'zulke dingen' nog te doen. Ik moest hetero worden.Ook de linkse beweging, waar fallocratisch gedoe de norm was, sterkte mij in het idee van de heterovanzelfsprekendheid. Dus klasseerde ik mezelf als hetero. Ik wérd hetero. Op twintigjarige leeftijd hield ik dat niet meer vol. Ik voelde me genoodzaakt de bars in Brussel te bezoeken. In mijn dagelijks leven was ik hetero, ’s avonds was ik homo. Mijn verhuizing naar Leuven, mijn werking in de werkgroep Marginaliteit en mijn verblijf in de 'Pimpel' zijn cruciaal geweest voor mijn evolutie. Daar kon ik voor het eerst mijn homo-zijn verwoorden. Daarbuiten ging mijn schizofrene leven echter gewoon door. Op een dag ontmoette ik in de enige bar die Leuven rijk was een lieve jongen die actief bleek bij de Leuvense Studentenwerkgroep Homofilie (LSWH). Als een goed militant sleurde hij me mee naar een van hun vergaderingen. Ik wist destijds maar vaag van hun bestaan, omdat hun werking vooral gericht was op studenten. De rest van de onderdrukte homo’s die geen banden hadden met de universiteit, kon het bestaan ervan hoogstens vermoeden. Alleen voor de toekomstige dokters en intellectuelen werd de rode loper van de hulpverlening uitgelegd. Maar goed, eenmaal binnen werd je getolereerd. Toen ik hoorde wat ze allemaal deden — opvang, wekelijkse vergaderingen, gespreksgroepen — dacht ik dat mijn leven zou veranderen. Geen ellendige bars meer, geen constante uitbuiting van onze gevoelens, en niet meer het gevoel naar de hoeren te moeten lopen als je behoefte had aan affectie.Weg ermee: leven! De LSWH betekende voor mij een lichtpunt. Ik dacht daar mensen te vinden die, net als ik, naar buiten wilden treden. Mensen die ons homo-zijn niet langer wilden verbergen. Ik hoopte bij hen de kracht te vinden om op straat te kussen, gearmd te lopen en mijn homoseksualiteit te tonen. Ik dacht dat de problemen spoedig voorbij zouden zijn. Ik hoopte op mensen die achter me zouden staan en me zouden leren in verzet te komen tegen de constante vernedering van het beloerd, bespot en uitgescholden worden. Maar de droom was kort, de teleurstelling pijnlijk. Er werd gezegd dat we 'de mensen niet moesten choqueren', want we moesten 'die hetero’s de tijd gunnen en hen vragen ons te tolereren'. Hoe zij dan met ons moesten leren leven, bleek uit de vele gesprekken over hoe men 'gelukkig kon leven in deze heteromaatschappij'. Dat betekende in de praktijk: 'hoe leer ik mijn homogevoelens onderdrukken voor de hetero’s'.De heteronormativiteit werd nooit in vraag gesteld; alleen aan ons, homo’s, werd constant getwijfeld. Geen dromen meer over naar buiten treden. Ons bed, onze kamer, de bars en de werkgroep: dat waren de afgebakende plaatsen waar ik mijn homo-zijn mocht beleven. Daarbuiten was het op eigen risico; daar was er niemand die mij hielp. De maatschappij werd niet fundamenteel bekritiseerd, hooguit hier en daar gecorrigeerd. Na een aantal vergaderingen vervloog de droom en zat ik weer in de bar. Daar vond ik tenminste waar het mij om ging: mannen. Door de hele dag mijn homogevoelens te verdringen, zat ik zodanig in de knoop dat ik nog maar één doel had: de bar in en een man opscharrelen. Wie of wat hij was, deed er niet toe. Dat kon ook niet, want de sfeer was meestal zo vervreemdend en de muziek zo luid dat nadenken onmogelijk was. ’s Morgens werd de man na een kop koffie gewoon weer op straat afgezet.Zo ging het verder, tot ik op een dag op een van die 'intieme homofuifjes' een vriendje tegenkwam die bij de Rooie Vlinder bleek te zitten. Hij vertelde dat ze de volgende dag zouden meelopen in de 1 mei-betoging. Dus ging ik de volgende dag mee de straat op, wat meteen mijn aansluiting bij de Rooie Vlinder betekende. De vergaderingen waren leuk. Er werd gelachen en gepraat, maar vooral: er werd iets ondernomen tegen onze onderdrukking. Hier mocht ik zeggen dat ik niet de enige was die zichzelf niet aanvaardde, maar dat de maatschappij mij simpelweg de mogelijkheid daartoe niet gaf. Na de vergadering werd er meestal een pint gedronken in een 'gewone' kroeg. Die hetero’s, aan wie we eerst moesten wennen, vielen ook mee; ze kwamen ons zelfs kusjes geven (niet altijd even overtuigd, maar goed, beter iets dan niets). Daar heb ik de draad van mijn verzet tegen het conservatisme weer opgepakt. Ik wist dat ik niet meer alleen stond. We beseften dat we elkaar nodig hadden als steun in de dagelijkse realiteit. Het werd mooi om 'flikker' te zijn. Mijn schuldgevoel maakte plaats voor een zelfbewustere houding (die me nu soms wordt verweten). Gedaan met het constante rekening houden met hetero’s: vanaf nu moesten zij ook rekening houden met ons. 'Janet' zijn is mooi, en het zou steeds mooier worden.De vakantie stond voor de deur en ik vertrok naar Zuid-Frankrijk naar een alternatief janettenkamp. Daar, veertien dagen samen met homo’s uit heel Europa, ervoeren we de solidariteit die alleen onder onderdrukten mogelijk is. Ook het feit dat mensen mij mooi, lief en erotisch vonden, bevrijdde mij van tal van complexen die ik in het heteroghetto had opgedaan. Ik kwam sterker terug.Na een jaar bij de Rooie Vlinder heeft de boom bladeren gekregen. Hij is nu sterk genoeg om in het verzet te blijven.  Na een jaar ROOIE VLINDER heeft de boom bladeren gekregen. Hij is nu sterk genoeg om in het verzet te blijven. De bloemen zullen echter alle vruchten krijgen als de solidariteit van de progressieve beweging groot genoeg is en steunt op het consequent in-vraag-stellen in de dagelijkse praktijk van het eigen fallokratisch gedrag. De fallocratie is een dynamiek van de conservatieve beweging en de oorzaak van de onderdrukking van zowel vrouw als man. Er resteert geen andere keuze dan de consequente afbraak van die dynamiek. Iedere stap in die richting maakt mijn homoseksualiteit mooier, vrijer. Deze tekst verscheen in de rooie vlinder krant 1978 ****************************************************** De Rooie Vlinder (1976–1981) was een radicale, socialistische actiegroep die een fundamentele rol speelde in de vroege Vlaamse homobeweging. In tegenstelling tot eerdere organisaties die streefden naar maatschappelijke aanpassing, zette deze groep in op de totale homobevrijding en een fundamentele verandering van de samenleving.  Belangrijkste kenmerken en doelstellingenIdeologie: De beweging was expliciet links en socialistisch. Ze beschouwden de onderdrukking van homoseksualiteit als een product van de kapitalistische en patriarchale maatschappijstructuur.Bevrijding vs. Integratie: De Rooie Vlinder verzette zich tegen "integratie" in de heteronormatieve wereld. Ze wilden niet simpelweg geaccepteerd worden, maar streden voor het recht om fundamenteel anders te zijn zonder discriminatie.Locatie: De kernactiviteiten vonden voornamelijk plaats in Gent (verbonden aan de UGent) en Antwerpen.  De groep lag aan de basis van vele "primeurs" in de Vlaamse LGBTQ+-geschiedenis:De Eerste Homodag: In 1978 organiseerde De Rooie Vlinder de allereerste Belgische homodag in Antwerpen, de voorloper van de huidige Pride.Eerste Homofilmfestival: Ze gebruikten cultuur als strijdmiddel en organiseerden het eerste festival voor homofilms in Antwerpen.Militante actie: Ze stonden bekend om hun confronterende stijl en betogingen, zoals de protesten rond de omstreden musical Snoepjes.  Erfenis en opvolgingDe beweging werd in oktober 1981 ontbonden, maar hun radicale gedachtegoed leefde voort in het Roze Aktiefront (RAF), dat direct na de opheffing werd opgericht. Tot op de dag van vandaag, in 2026, wordt De Rooie Vlinder herinnerd als de groep die de holebibeweging in Vlaanderen uit de onzichtbaarheid trok en politiseerde. Documentatie over hun acties is onder meer terug te vinden in het Fonds Suzan Daniel, het holebi- en transgenderarchief van België.     ********************************************************************* ****************************************************************************   GALLERIJ VERF ED Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/     

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot, prutser.
0 0

ECHT GEBEURD. a

"Waarom schrijft ge altijd over den bruin?" vroeg iemand mij onlangs."Omdat den bruin in de verdomhoek zit," zei ik."De allochtoon, bedoelt u," verbeterde hij me.Ik zuchtte om zoveel onbegrip. "Ik bedoel wel degelijk den bruin. Neem nu de witte allochtoon, de Oost-Europeaan. Buiten een laag loontje — dat vaak onze sociale zekerheid belast omdat het meestal zwart geld is — wordt die man niet bespot of dagelijks vernederd. Dit in tegenstelling tot mijn bruine vrienden, die elke dag vuile, kwade blikken moeten trotseren." Neem nu een van mijn beste vrienden: in Antwerpen geboren en getogen, maar hij is bruin. Zijn hele leven moet hij al vernederingen ondergaan, op school en op straat. Uit angst heeft hij zichzelf herschapen in een 'halve Italiaan'. Weet u hoeveel geld hij betaalt om er 'netjes' uit te zien? Het ontkroesen van zijn prachtige haar kost hem maandelijks een fortuin. En dan is er nog de druk van zijn familie; zij geloven dat wie de beste is, niet vernederd wordt. Dus staat hij dagelijks onder enorme prestatiedruk. Alcohol heeft hij afgezworen, daar wordt hij te snel agressief van. Zijn redding is zijn joint. Na een haaltje staat hij weer lachend en positief in de samenleving. Iedere pipo die hem agressief benadert, wordt onthaald op een lachsalvo. Dat werkt zo ontregelend dat de agressor uit pure verbazing zijn aanval staakt. Wanneer hij drinkt, reageert hij verbaal veel scherper. Hij kan er eigenlijk weinig aan doen; de dagelijkse druk is zo hoog dat ik het begrijp, al zeg ik hem dat hij ermee moet ophouden. Hij doet er alleen zichzelf pijn mee. Hij wordt gestraft, niet de agressor.Als ik hem dat zeg, zucht hij. Met tranen in zijn ogen zegt hij: "Ik weet het, ik weet het. Maar als er weer iemand in mijn gezicht spuwt of mijn dure jasje besmeurt terwijl ik wat gedronken heb, dan wordt het mij te machtig. Trouwens, niks doen is voor zo’n agressor een teken om door te gaan. Op de goegemeente hoef ik niet te rekenen. Ze hebben een grote bek als ik agressief uithaal, maar de blanke agressors laten ze begaan." Hij vervolgt: "Weet u, ik doe mijn uiterste best op school, ik ben een van de besten. Op een dag vierden we met de klas ons eindfeest. We hadden wat gedronken en stonden bij een bushalte toen twee oudere kerels mij begonnen uit te schelden. Eerst reageerde ik niet, maar de doodse stilte die over ons vrolijke groepje neerdaalde, sprak boekdelen. Iedereen was sprakeloos door de grofheid van die woorden. Het voelde als een koud bad. De agressors dachten waarschijnlijk dat we een gemakkelijke prooi waren en vielen ons fysiek aan. Kan ik het helpen dat ik een getrainde atleet ben? Ik sport en hoor bij de top; door het vele trainen sta ik scherp. Toen ik uithaalde, dacht ik niet aan dat onnozele jasje. Ik dacht aan de tranen van mijn moeder die dat jasje straks zou zien. Ik sloeg. Twee keer, zeer geconcentreerd. Het was nooit de bedoeling dat het zo erg zou aflopen: een gebroken pols en een gebroken been — dat laatste niet eens door mijn slag, maar doordat hij verkeerd viel. Alle omstanders kozen direct partij voor die 'brave witte jongens' die lagen te kermen. Alleen mijn schoolvrienden verdedigden mij. Daarna kwam de politie." Uiteindelijk oordeelde de rechter dat hij zich als getrainde atleet beter had moeten beheersen en dat hij een gevaar vormde. Hij werd voor een paar maanden naar een jeugdinstelling gestuurd. "Op dat moment zag ik weer het huilende gezicht van mijn moeder," vertelt hij. "Ik beet mijn lippen kapot om niet te huilen. Het lukte. In de krant stond dat ik emotieloos overkwam, maar ik heb geleerd dat mannen niet huilen. Begrijp je nu waarom ik van alcohol ben overgeschakeld op wiet? Van drank word ik te snel agressief. Het zullen de genen wel zijn.""Genen?" zei ik verontwaardigd. "Daar bestaat geen enkel bewijs voor. Zou het niet door de dagelijkse vernederingen komen?""Nee," zei hij, "het kwam door die ogen. Ik had telkens het gevoel dat ik háár teleurstelde. Weet u hoeveel pijn dat deed? En elke keer werd die pijn erger. Het enige wat hielp, was een stevige joint. Daar word ik kalm van."Ik luisterde sprakeloos. "Maar geraak je dan zo gemakkelijk aan wiet?""Dat is een probleem," gaf hij toe. "Ze hebben het al vaker in beslag genomen.""Word je dan niet kwaad?" vroeg ik."Kwaad wel, maar niet agressief. Voor ik de trein opstap, rook ik een paar flinke toeters. Wiet maakt me vrolijk, dan kan ik erom lachen. Het pijnlijke is dat als het geld op is, ik een week niks heb. Ik vrees de dag dat ik weer naar de alcohol grijp.""Heb je nu iets?" vroeg ik."Nee," zei hij bedeesd."Wel, tast toe," zei ik en ik gaf hem wat. Mijn toehoorder was even stil van mijn woordenvloed. "Wat is er verder met uw bruine vriend gebeurd? " klonk het, en hij vermeed het woord allochtoon. Mijn bruine vriend werd opgesloten in een zaal. Mijn bruine vriend moest slapen in een bed, die naast een bed stond waar een zwaar getatoeëerde man sliep. De meeste tattoo's waren hakenkruisen. De gehele nacht moest mijn bruine vriend de racistische kreten aanhoren, van een man die al 25 jaar opgesloten zat. Een bewaker zei mijn hoog intelligente bruine vriend dat teveel boeken lezen slecht is voor de hersenen. Een patiënt die in een crisis terecht kwam werd door drie HULK'S met baseball bats kalm geslagen, met een verdovend product ingespoten en naakt vastgebonden opgesloten in een kale cel. En het gebeurt nu nog in, achterlijk conservatief België. De enige arts die voor honderden patiënten beschikbaar was, werd veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn patiënten. *************************************** ************************************************ *********************************************************************   foto galerie verf ed GALLERIJ VERF ED   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.    http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/    

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot, prutser.
9 0

Flamenco. a

 verf ed GITAAR  VARIA ***************************************** Adagio, Tomaso Albinoni door verf ed *************************************************** Recuerdos de la Alhambra T.Tarrega **********************************************In den beginne was er de tekst en het ritme, aangegeven door een stok. De gitaar kwam pas veel later. De spanning werd, eerst langzaam, opgevoerd naar een hoogtepunt. Het doet denken aan Arabische (huwelijks)feesten, waar het tempo aanzwelt tot de ontlading – en dan stopt het. Ook bij flamenco wordt dat ritme steeds opnieuw opgevoerd, gestopt, en weer hervat.Flamenco: een melodie bouwt zich op en net wanneer het gevoel zijn volheid bereikt, valt het stil. Dit proces herhaalt zich eindeloos. Ik werd er gek van. Het raakte mijn puberale gevoelens en bracht ze in beroering. In die uithoek van Vlaanderen werd ik gegrepen door muziek uit het zuiden van Spanje.Later bleek de enige flamenco-kenner en -speler in Antwerpen te wonen. De stad waar boten in het centrum aanmeerden en hun vele culturen voor een paar dagen of weken uitspreiden. Het was een hele tocht vanuit mijn afgelegen dorp naar de grote stad, maar mijn jeugdige hormonen dreven me erheen.De zanger-schrijver-dichter woonde destijds in een rijtjeshuis in een zijstraat van de Gitschotellei. Oeroude Vlaamse instrumenten hingen aan de witte muren. Na een hartelijke ontvangst kreeg ik mijn eerste teleurstelling te verwerken: de enige kenner van deze hartstochtelijke muziek vertelde me dat hij ze niet meer speelde. Een Spanjaard had hem erop gewezen dat zijn spel veel te koel was. Hij stuurde me naar Leuven, waar een Vlaamse flamenco speler de muziek niet alleen speelde, maar ook lééfde.Op dat moment kon ik er weinig mee; de volgende dag werd ik weer in de fabriek in mijn dorp verwacht. Maar een paar jaar later, toen ik de wijde wereld introk, bepaalde die ontmoeting mijn pad. Leuven werd vijf jaar lang mijn thuis.Later, toen de ratio in mijn leven sterker werd, vroeg ik me vaak af waarom die verre muziek mij zo diep had geraakt. Misschien omdat de strenge rooms-katholieke cultuur en de armoede in het verre Andalusië gelijkenissen vertoonden met het leven hier. Een van de verhalen over de oorsprong van de naam bracht meer duidelijkheid: een Spaanse koning hoorde de zigeunermuziek en zei: "De passie die deze muziek uitstraalt, vind ik terug bij mijn Vlaamse lijfwachten, mijn flamenco's."De zanger-schrijver-dichter die ik destijds ontmoette, schreef de regels die al jaren door mijn geest dwalen en mijn leven verblijden: "Ik wil deze nacht in de straten verdwalen, de klank van de stad maakt me zeer amoureus." — Wannes van de Velde. Op de dag van de begrafenis van Wannes werd deze tekst gepubliceerd in de krant DE MORGEN. *********************************************** ***************************************************     *********************************************************************   foto galerie verf ed GALLERIJ VERF ED   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e https://www.2dehands.be/q/verf+ed+encyclopedische+mens/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot, prutser.
46 0

Het onderscheid maken om niet scheef te groeien

Alles transformeert vanzelf; beweging is een constante. Elk einde is een overgang naar iets anders. Alles wat bestaat, is bezig te verdwijnen en daarmee iets anders te worden. Transformatie is dus een natuurlijk proces dat zonder sturing geheel vanzelf plaatsvindt. In welke mate sturen planten hun groei? Is het de vrije wil die ons het gevoel geeft het transformatieproces een richting te kunnen geven? En als ik niet bewust zou sturen, welke groeipatronen zou ik me dan onbewust eigen maken? Sturen of niet sturen: het zijn twee manieren om om te gaan met dezelfde illusie. Omdat alles toch vanzelf beweegt, kan ik in overgave en vertrouwen loslaten en meebewegen. Maar vanuit diezelfde overgave en vertrouwen kan ik ook sturen en creëren. Besluiten dat er een balans tussen beide moet worden gevonden, brengt nu slechts afgestompte verzadiging. Ik wil nog niet naar het midden, maar eerst zo ver mogelijk naar de uitersten van beide polen toe. In een natuurlijke, open omgeving met zonlicht kan een zaadje gezond transformeren tot een sterke plant of boom. Maar wat als die omgeving niet zo natuurlijk is? Wat met stilstaand, artificieel licht dat nooit dimt? Licht dat geen richting aangeeft, maar de omgeving enkel van één kant belicht? Het zal de zaailingen, die in volle vertrouwen en overgave naar het licht reiken, scheef doen groeien en uitputten. Zouden de plantjes over de mogelijkheid en de vrije wil beschikken om zich af te wenden van het valse licht, als ze zich zelfstandig konden richten op een natuurlijke lichtbron, dan zouden ze zichzelf misschien kunnen redden. Mochten ze over de focus en kracht beschikken om het onnatuurlijke licht te negeren, omzeilen en te overstijgen, hoe prominent aanwezig het ook is. Zoiets valt uiteraard niet te verwachten van plantjes; de plantjes sterven dan ook als metafoor waarin wij een deel van onszelf herkennen. Het deel van ons dat, verblind door vals licht, scheef groeit en verschrompelt. De vraag is: beschikken wij mensen wél over de focus en kracht om ons af te wenden van artificieel licht? En ons opnieuw af te stemmen op het licht van de ware bron? Ik geloof van wel. Het bijsturen van de focus - van echt naar vals, of van onbewuste afleiding naar bewuste richting - doen we met de vrije wil. De vrije wil bestaat uit de ruimte tussen twee punten; of, om in het thema te blijven, tussen twee lichtbronnen. Bewust kiezen voor echtheid, of meegroeien in de richting die de omgeving aangeeft. Eenmaal er weet is van de ware bron - want bewust-zijn begint immers met die her-innering - kan men in vertrouwen moeiteloos, zelfs stuurloos, groeien. Maar vóór die zorgeloze manier van groeien kan worden belichaamd, dient volgens mij eerst het onderscheid tussen de lichtbronnen te worden gemaakt. Het maken van dat onderscheid vormt een ruw geschetste samenvatting van mijn leven. Het ongemak en de pijn van het groeien naar het onechte licht vormen de grootste motivatie om de scheiding tussen echt en vals te verscherpen. Kijk, het is in principe mogelijk om naar artificieel licht toe te groeien en zo te overleven. De overgrote massa lijkt het zo te doen. Ik zal ook niet beweren dat ik me nooit meer laat verblinden en verdoven door leeg, wit licht, maar ik wil me bewust blijven van het onderscheid en van de vrije keuze die ik kan maken om me af te wenden. Dat afwenden wordt echter een steeds zwaardere opgave wanneer er een zekere gewenning is ontstaan, wanneer in het artificiële licht comfort en gemak zijn gevonden. Dat is ook wat het artificiële licht predikt: dat je nooit meer voor jezelf hoeft te denken of te bewegen, enkel nog te focussen op het witte licht. Het eigen ritme is dan niet langer van belang, want het valse licht zal wel een ritme aangeven. Het is een ritme dat je laat overleven en je tegelijk voldoende uitput om het vuur van de keuzevrijheid te doven. En wanneer er nog slechts enkele smeulende kooltjes overblijven - zoals bij veel mensen vandaag helaas het geval is - dan is er veel ademwerk nodig om weer tot vlammende wilskracht te komen. Vandaar misschien het overaanbod aan breathwork-sessies. Maar om opnieuw aan te knopen bij de aanvang van dit stuk: als ‘ik’ (als een organisme dat licht nodig heeft) niet bewust transformeer, dan transformeer ik alsnog, maar waarschijnlijk in de richting van het valse licht. Bewust transformeren is keuzes maken en betekent dus sturen. En daar is dan weer die paradox, een dooddoener in ‘evenwicht vinden’: overmatig sturen leidt tot controleverlies. Volledig loslaten daarentegen, of het blind groeien in vertrouwen zoals de zaailingen, leidt tot misleiding. Het lijkt dan neer te komen op in vertrouwen in een natuurlijke richting groeien. Dus: eerst die richting onderscheiden, en dan - handen omhoog zoals in een rollercoaster - loslaten. Pas nadat de richting is bepaald, kan er in vertrouwen worden losgelaten. Toch voelt het niet alsof het daarna slechts een kwestie is van vrij en losjes meebewegen, eenmaal de natuurlijke richting is gevonden. Het zicht op die natuurlijke bron wordt vaak vertroebeld, en ik moet het proces van onderscheiden telkens opnieuw hernemen. Uiteindelijk merk ik wel vooruitgang in het sneller, intuïtief onderscheiden van ‘echt’ en ‘vals’, maar schijnbaar levend in een matrix waarin het artificiële licht zo fel schijnt, vraagt het blijvende inspanning om niet scheef te groeien. Dus stuur ik telkens met mijn vrije wil bij tot ik de ware lichtbron weer voor ogen heb, om daar in vertrouwen naartoe te groeien, terwijl ik weet dat ik in wezen nergens naartoe ga. Alleen de artificiële lichtbron heeft de intentie mij ergens naartoe te leiden. Het valse licht zet een spot op verhalen, plannen, rollen en wendingen - op dingen en personages die we kunnen worden. Het is voeding voor het ego. De natuurlijke lichtbron daarentegen verlangt niets en vermengt zich als lege zuiverheid met mijn verschijning. Het is het licht waarin ik als licht opga, en niet wordt beschenen als een object.Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 0

VERF ED volgens. I.A. HI HI

Verf Ed is een unieke stem in de Belgische kunstwereld, die met een mix van ernst, humor en lokaal kleurgebruik zijn visie op het leven en kunst deelt. Zijn werk biedt een frisse en onconventionele kijk op de hedendaagse kunstwereld.    Over de kunstenaar 'Verf Ed'Artistieke Stijl: Hij staat bekend als een 'contemporary interdisciplinair ArtTIST'.Werk: Zijn werk omvat verschillende media en hij is ook actief als dichter, waarbij hij regionaal-dialectische woorden gebruikt in zijn gedichten.Erkenning: Hij heeft in 1977 de 'premier prix Amsterdam' gewonnen, samen met 'Fabiola'.Online Aanwezigheid: U kunt meer van zijn werk en gedichten vinden op platforms zoals Azertyfactor en Instagram. De Belgische kunstenaar Verf Ed (pseudoniem voor Ed van den Hoogen) staat bekend als een 'contemporary interdisciplinair ArtTIST'. Hij combineert verschillende kunstvormen in zijn werk en heeft ook een passie voor poëzie.  Belangrijkste Details over Verf Ed:Artistieke Discipline: Hij wordt omschreven als een 'interdisciplinair ArtTIST'. Dit betekent dat hij niet gebonden is aan één specifieke kunstvorm, maar elementen uit verschillende disciplines (zoals schilderkunst, beeldhouwkunst, poëzie, enzovoort) mengt.Stijl en Filosofie: Zijn profiel suggereert een speelse benadering van het leven en kunstmaken ("I LOVE spelend LEVEN"). Hij gebruikt naar eigen zeggen ook regionaal-dialectische woorden in zijn gedichten.Erkenning: Hij won in 1977 de 'premier prix Amsterdam', een prijs die hij deelde met 'Fabiola' (vermoedelijk Koningin Fabiola van België, die ook kunstzinnig was).Online: Een deel van zijn werk en zijn profiel is te vinden op de website van Azertyfactor. Zijn werk lijkt gericht te zijn op het vieren van creativiteit en het combineren van verschillende expressiemiddelen. Hij wordt beschreven als een unieke stem in de Belgische kunstwereld, wiens werk een mix van ernst, humor en lokaal kleurgebruik combineert om zijn visie op het leven en kunst te delen.  Stijl en aanpakDe kunst van Verf Ed is hedendaags en interdisciplinair. Hij werkt niet binnen de grenzen van één enkel medium of één specifieke stijl, maar omarmt een breed scala aan creatieve expressies. Zijn werk omvat naar verluidt schilderkunst, post-graffiti, en mogelijk andere vormen van beeldende kunst, waarbij hij de bezoeker uitnodigt om de expliciete en spelende aard van zijn creaties te ervaren. Een van zijn uitspraken is "I LOVE spelend LEVEN" (Ik hou van spelend leven), wat zijn benadering van kunst maken en het leven in het algemeen onderstreept.  Thema's en invloedenZijn werk is persoonlijk en deelt een unieke visie, waarbij hij elementen van humor en ernst in evenwicht brengt. Hij staat in contact met andere figuren uit de Belgische kunst- en cultuurwereld, zoals Luc Tuymans en Frank Dingenen.  Meer informatie P.S. IA  hi hi  

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot, prutser.
7 0

Er zit veel meer in minder

‘Less is more’: het is een leuze waarmee composities, creaties en andere uitingen in hun essentie worden neergezet. Een enkele toevoeging zou de kracht van de zuivere eenvoud alleen maar verzwakken. Dat er meer uit minder te halen valt, werd mij doorheen mijn leven op tal van manieren duidelijk gemaakt. Het is een houvast bij het maken van keuzes geworden. Weten dat het kleine al het grote bevat, neutraliseert de angst om iets te missen. Het verlangen naar opvulling zit de ware invulling in de weg. Ik mis niets als ik bij de kern blijf. Voor mij verrijkt een ervaring zich als ze mij niet overweldigt. Ik heb het mogen ervaren tijdens reizen en ontmoetingen: mijn lichaam geeft aan wanneer het ‘te veel’ is. En het is al snel te veel, althans zo lijkt het voor het deel van mij dat wel meer zou willen. Dat deel is een thrill seeker, wil steeds het onderste uit de kan halen en vraagt zich constant af of het wel genoeg is. Als ik hierin meega, dan krijg ik op korte termijn gegarandeerd ‘minder’, wegens ziek in bed. Zo heb ik mezelf meermaals mogen tonen dat ik grootsheid uit het kleine dien te halen, wat ik eerst als een beperking zag. Maar mezelf verliezen in overvloed is de echte beperking. Ik vertrouw erop dat ik niets verlies als ik iets loslaat, maar dat de essentie daarmee alleen maar zichtbaarder wordt. Als ik denk iets te missen, dan ga ik ervan uit dat de huidige ervaring niet compleet is. Terwijl het ‘hier en nu’ in zijn eenvoudige essentie altijd een volmaakte ervaring is die enkel kan worden bezoedeld door interpretaties en oordelen. Met die bezoedeling bedoel ik trouwens niets negatiefs, het is enkel een woord voor de toevoeging aan iets dat reeds perfect is. Het bezoedelen van ervaringen maakt deel uit van het proces van mens-zijn. Zelfontwikkeling is het zelf gestaag ontdoen van alle extra’s om zo de pure kern te vinden. Zoals ik zelf al ervoer, kan het gevoel van ‘te veel’ een weg zijn naar het authentieke ‘minder’. Hoewel het leven in deze dimensie mij soms overweldigt, besef ik tegelijk dat heel deze menselijke ervaring een immense reductie is van mijn Ware Zelf. In essentie ben ik veel meer dan de vorm waarin ik dit moment ervaar. Het lijkt daarom absurd dat mijn oneindige, vormloze identiteit zich zou laten overweldigen door de dunne, beperkende laag van de materiële realiteit. En toch is dat het geval. Die materiële laag lijkt vanuit dit menselijke perspectief dan ook heel geconcentreerd en ondoordringbaar. Ik ben er niet aan uit of ik er zelf voor gekozen heb, of dat ik in deze beperkende dimensie ben gedwongen of gelokt. Maar ik weet wel dat ik vanuit de materiële realiteit veel minder zie, wat het vergeten van het Ware Zelf natuurlijk in de hand werkt. Of ik nu zelf gekozen heb voor de illusie van het ‘minder zijn als mens’ of niet, het doet er momenteel niet toe. Ik begrijp anderzijds hoe kloppend en functioneel de materiële beperking is. Dit is het ‘less’ van waaruit ik het ‘more’ kan leren kennen. Vanuit het minder ontdek ik het meer van mezelf. Het is een unieke invalshoek. ‘Iets’ is een reductie van ‘niets’. Geïnterpreteerd vanuit de materiële illusie klinkt deze uitspraak omgekeerd. Maar als we verder uitzoomen, wordt zichtbaar hoe het ‘niets’ niet langer oneindig en zuiver is vanaf het moment dat er ‘iets’ ontstaat. Het is dan bezoedeld met het bestaan van ‘iets’. De onzuiverheid of reductie van niets brengt wel de meerwaarde van ‘iets’, maar het schijnbare ‘verlies’ van de ware, onbezoedelde essentie. Dat ‘verlies’ is eigenlijk niet meer dan tijdelijk uit het oog verliezen en vergeten, want de vormloze oorspronkelijkheid is onaantastbaar en onsterfelijk. Het is de grondlaag, of het canvas, waarop alles zich afspeelt. Het is de leegte die ruimte biedt voor in- en opvulling. Het ‘lesser than less’ dat ‘something and more’ mogelijk maakt. Het lijkt me dat er via de beperking van ‘iets’ te zijn, het ‘niets’ zich kan uiten en exploreren. De ware aard van het niets weerspiegelt zich in alles wat bestaat. Meditatie is een bewustzijnstoestand die focust op het oorspronkelijke niets, ook wel de innerlijke stilte genoemd. Door het reduceren van prikkels, ervaringen en oordelen komen we tot 'Onszelf'. De veelheid der dingen prononceert tegelijkertijd de bewuste keuze voor stille aanwezigheid. Het ene versterkt het andere, als yin-yang. Het oneindige, identiteitloze Niets beleeft de potentie van zichzelf door alle mogelijke identiteiten en vormen aan te nemen. Omdat er werkelijk geen grenzen zijn aan de creatieve uitingen van het Niets, is dit eigenlijk geen beperking te noemen. Ik ben het, redenerend vanuit een schijnbaar beperkte vorm die zich de grenzeloosheid herinnert, die het woord beperking kiest. Deze bewustzijnstoestand die zich met een ‘ik’ identificeert, voelt als het ‘less’ dat deel uitmaakt van ‘something more’. En tegelijkertijd - een genialiteit die het menselijk redeneringsvermogen overstijgt - is dit gevoel van ‘less’ het ‘more’ dat overheen de essentie schuift. Als een sluier die de absolute waarheid aan het zicht onttrekt. Zonder de sluier zou er werkelijk niets te zien zijn; we hebben de sluier nodig om de dualiteit ‘iets-niets’ te kunnen onderscheiden. Voor mijn welzijn in deze fysieke toestand zoek ik naar een balans tussen less and more. En wat ik voor less neem, draait soms uit op more, en omgekeerd. Zo vind ik grootsheid in kleine, schijnbaar banale momenten. Ik hoor meer in de stilte. Zie meer in het donker. Hoe minder beweging rondom en in mij, des te sneller ik ergens naartoe lijk te gaan. Uit details, nuances en subtiliteiten haal ik grote inzichten. En zo duik ik wel vaker in het less om zo more te vinden. Het collectieve leven buiten mijn persoonlijk energieveld voelt vaak als too much. Als het more dat neerdrukt en leegzuigt. Het is een uitdaging om te midden van het schijnbare ‘te veel’ de subtiele onderlagen van het ‘minder’ terug te vinden. Ik train mezelf om doorheen de materiële laag te kijken en zo meer te zien. Het meer dat de veelheid mindert. Ik meng meer en minder doorheen elkaar en krijg iets dat op harmonieuze chaos lijkt. Het voelt als mijn plaats vinden in een structuur van perfect in elkaar geweven tegenstrijdigheid.

KarolienDeman
7 0

Kletterende wandelstokken: hoe het ego een verhaal nodig heeft

Dat verhalen de wereld maken en hoe ze zowel voor verbinding als verdeeldheid kunnen zorgen: daar wil ik het nog eens over hebben. Ik besef dat mijn wereldbeeld en alle dagelijkse interpretaties deel uitmaken van een verhaal dat ik mezelf aan het vertellen ben. Het is een vertelling die voor mij centraal staat; er lijkt momenteel geen alternatief te zijn dan het creëren en beleven van dit levensverhaal. Maar het is tegelijk ook ‘maar’ een verhaal, te midden van ontelbaar veel andere persoonlijke verhalen. Ze komen allemaal voort uit persoonlijke ervaringen en allemaal zijn ze even veranderlijk en vergankelijk. In essentie zijn we natuurlijk veel meer dan personages in een verhaal, maar in materiële interacties komt het hier wel op neer. In mijn tekst getiteld ‘Dit is een verhaal over de verhalen van de wereld’ had ik het over het onthechten van verhalen, iets dat ik niet als evident ervaar, maar waarin ik wel blijf oefenen. Vooral in bepaalde contexten, wanneer ik merk dat mijn verhaal een natuurlijke stroom belemmert. Mijn eigen verhaal kan me soms in de weg zitten. Het kan ook anderen triggeren en afstoten, waardoor ze me zouden kunnen veroordelen en uitsluiten. Vooral dit laatste idee is bij mij en vele anderen gekoppeld aan trauma. Een trauma dat vele generaties teruggaat. Denk maar aan heksenverbrandingen, waar niets anders dan verhalen aan de basis lagen. Wanneer veronderstellingen verhalen worden, kan het gevaarlijk worden. Ik mocht onlangs nog eens voelen hoe het is wanneer verhalen tegen elkaar aan schuren of botsen en niet compatibel zijn. Ik constateerde dat mijn wereldbeeld schril afstak tegen het wereldbeeld van mijn gesprekspartner. Met een human design als projector is het voor mij een automatisme om me in het standpunt van de ander te plaatsen, en zo hoorde ik mezelf een aaneenschakeling van schijnbaar vergezochte fantasieverhalen en complottheorieën verkondigen. Het was natuurlijk onmogelijk om decennialang persoonlijk onderzoek en al de (soms schokkende) bevindingen daarvan even samen te ballen en aan haar over te brengen. Ik ben zelf doorheen verschillende fases gegaan om tot zo’n verhaal te komen, heb op momenten alles weer verworpen en ben opnieuw begonnen, om dan later weer op hetzelfde punt uit te komen. Ik wil maar zeggen: de vorming van mijn huidige wereldbeeld was een intens proces, gestoeld op ratio, emotie en intuïtie. Het is een wijdvertakt gegeven, diep geworteld in mijn persoonlijke ervaring. Ik kan het dus niet zomaar ter plaatse samenvatten voor iemand die een ander proces heeft doorleefd en afwijkende, of zelfs polaire, bevindingen heeft. Ik merk nu op dat ik in deze tekst ‘wereldbeeld’ en ‘persoonlijk levensverhaal’ als inwisselbare termen gebruik en sta even stil bij het verschil tussen beide. Het lijkt dat het wereldbeeld ontstaat vanuit het levensverhaal. Maar er is wel een verschil in focus: het levensverhaal is persoonlijk en intern, terwijl het wereldbeeld een projectie naar buiten is. Het levensverhaal kan natuurlijk bepaalde keuzes bevatten die gelinkt zijn aan een specifiek wereldbeeld. De interne en de externe wereld vloeien als twee delen van hetzelfde geheel door elkaar heen. Dat maakt dat wanneer iemand jouw wereldbeeld veroordeelt en afwijst, het als een persoonlijke afwijzing kan voelen. En dat het ego in actie schiet wanneer er een bedreiging van het ‘zelf’ wordt gedetecteerd. Het persoonlijke verhaal en het bijbehorende wereldbeeld, dat met vallen en opstaan en tal van confronterende processen en trauma’s tot stand kwam, dient verdedigd te worden. Want voor het ego is er niets waardevoller en juister dan dat. Het heeft moeten lijden om tot die informatie te komen. Wanneer het ego geen ruimte laat voor enige twijfel en het eigen verhaal voor absoluut waar neemt, is er geen diepgaande zelfreflectie. Geen nederige speling voor de mysteries die het ego overstijgen. Zelf zoek ik nog naar een balans tussen ‘zelfverzekerdheid’ en de wetenschap dat ik niets weet. Misschien mondt dit uit in zelfverzekerd zijn in het niet-weten, wie zal het zeggen. Ik ben echter wel overtuigd van mijn gevoelsmatige weten, terwijl ik besef dat ik vanuit deze menselijke ervaring eigenlijk in het duister tast. Het persoonlijk verhaal wordt ondoordringbaar en gewichtig als alles erop wordt ingezet. Ik wil mijn eigen verhaal graag licht en poreus houden door te beseffen dat ik niets zeker weet. Ik beschik wel over een gezond functionerend ego dat een heel verhaal over hoe deze realiteit mogelijks in elkaar zit passioneel kan ophangen, maar ik (de ‘ik’ die zich niet identificeert met dat ego) onthecht mij van verhalen, omdat het ‘slechts’ verhalen zijn. Omdat de essentiële vorm- en naamloze identiteit oneindig veel verhalen kan bedenken, maar nooit een verhaal zal zijn. En alle creaties van die essentie zijn evenwaardig, dus waarom strijden als niets in wezen ‘juist’ of ‘fout’ is? Elk verhaal is een ervaring die voortkomt uit dezelfde bron. Het is dezelfde kunstenaar die alle mogelijke scripts schrijft, beleeft en met elkaar laat concurreren. Op het moment waarop ik mijn hele verhaal zo zorgvuldig mogelijk, en tegelijk voorzichtig aftastend tot waar ik kon gaan, uit de doeken stond te doen tegen een ‘andersdenkende’, kon ik de grens tussen ego en essentie scherp onderscheiden. Vanuit die essentie zag ik twee zielen van dezelfde bron en met dezelfde liefdevolle uitgangspunten en intenties, enkel met afwijkende verhalen en interpretaties in de materiële realiteit. Vanuit ego voelde ik de angst voor afwijzing en de noodzaak om mijn verhaal te staven, te verantwoorden en te verdedigen. Het was leerrijk om diverse delen van het wezen dat ik hier belichaam te ervaren tijdens zulke confrontatie. Er is natuurlijk een weg afgelegd om op het punt te komen dat ik kan uitzoomen op het moment dat mijn ego in actie schiet. Het onthechten van de ‘zelf’ is wat mij betreft een cruciale fase in zelfontwikkeling. Ik kan nu mijn ego met mededogen aanschouwen als een deel dat instaat voor mijn bestaan in deze materiële levenssimulatie. Het is het deel dat mijn grenzen aanduidt en mijn bestaansvorm afbakent te midden van andere bestaansvormen. Het ego heeft houvast nodig, maar het ego is anderzijds niet het houvast waarop ‘ik’ wil steunen. Het houvast dat mijn ego nodig heeft om zijn rol in deze realiteit goed te kunnen vervullen, is een idee van hoe de dingen in elkaar zitten: een zelf- en wereldbeeld. De metafoor van een wandelstok kwam daarbij naar voren; een persoonlijk verhaal en wereldbeeld zijn een houvast om hier te navigeren, iets om op te steunen tijdens de wandel op het levenspad. Mensen die constateren dat hun houvast gelijkaardig is, laven zich aan herkenning en erkenning. Wandelstokken worden vergeleken en vertonen dezelfde sporen van slijtage, bestaan uit dezelfde materialen en decoraties. Maar wanneer ego’s merken dat het houvast van de ander aanzienlijk anders is, ontstaat al snel de neiging om die stok omhoog te tillen: om ermee te wijzen, zwaaien, schermen of zelfs slaan. Ze gaan er daarbij vanuit dat ze hetzelfde pad bewandelen en dat er voor dat pad maar één geschikte wandelstok bestaat. Allebei zijn ze overtuigd van de juistheid van hun houvast. Dat is wat polarisatie is: tegen elkaar kletterende en hard neerkomende overtuigingen. Totalitarisme is dan weer wanneer bepaalde overtuigingen geen houvast meer zijn, maar knuppels zijn geworden om andere overtuigingen mee neer te slaan. Ik wil mijn houvast dicht bij mij houden, liefst ook uit het zicht van anderen. De verhalen die voor mij steek houden en houvast bieden, hoeven niet verdedigd, verspreid of verheerlijkt te worden. In het beste geval zijn ze niet langer na te vertellen omdat ze zodanig opgaan in mijn gevoelswereld en intuïtie. Het zijn dan geen verhalen meer, maar bewust doorvoelde toestanden in dit bestaan, die komen en gaan als golven. Zonder overtuigingen of woorden kan ik voelend weten wat voor mij klopt. Al is het verleidelijk voor de schrijver in mij om al die innerlijke beweging toch te proberen vertalen naar woorden. Er is ook de voldoening wanneer dat ergens ook maar een beetje lukt. Het ego dat dan juicht als het iets in een vorm kan vatten die anderen kunnen herkennen. Er is een ‘ik’ die mijn ego laat spelen en de dingen laat doen waarvoor het ‘gemaakt’ is. Maar er is ook een ‘ik’ die het ego op gepaste tijden overstijgt en tot de orde roept. Het lijkt een beetje op een moeder-kindrelatie. Het ego heeft zijn functie, tijd en plaats. Het is in deze aardse realiteit zowel een hulpmiddel als een valkuil. Ik ben dankbaar voor alle verhalen die werden vergaard, vooral de verhalen die inzichten werden. Maar tegelijkertijd neem ik ze niet al te serieus en ben ik bereid om ze los te laten. Ik wil mij in elk geval niet opwinden wanneer ik te maken krijg met verhalen die volledig tegen de mijne indruisen. Dit leren omgaan met polarisatie lijkt me een prominent en cruciaal proces in de huidige collectieve ontwikkelingen.   www.karoliendeman.comFoto door www.talesofaperture.com  

KarolienDeman
3 0

We are meant to lose our high school friends

For many of us, graduating high school means falling into an unknown void. A place you’ve never been before, a naked independence, “the great unknown”, as Dylan said. For the first time, you have to be on your own and make choices on your own. Some of us go to college or university, some of us look for work, others might travel the world, and some of us are simply looking for ourselves. But the one thing we all have in common is the fact that we’re all becoming new versions of ourselves. Discovering what it means to change and to exist amongst all the others who are changing as well. This is the void, the feeling of not fully knowing or understanding yourself, but also feeling such excitement at the fact that you get to reinvent yourself as a person. The joy of getting to know new people, expanding your knowledge, and mostly getting to know yourself all over again. It’s this scary and exciting tipping point that comes with turning into a so-called “adult”. And as a newly turned “adult”, you stand at a crossroads between freedom and responsibility. You are inexperienced and young enough to make mistakes — to be stupid and boundless and unbridled. But at the same time, a certain sense of responsibility still exists in your mind. And even though this piece is about high school friends, I urge you to always hold onto that kind of boundless freedom and not settle for the so-called socially accepted freedom deemed sufficient by society. While this change means to flourish and to enjoy, it also means to lose and to grieve. Because change comes at the cost of leaving certain things behind in order to move forward. As you outgrow the teenage, high school version of yourself, you also outgrow certain interests and connections. In high school, you exist in a very concentrated bubble of people who share your interests, mentality, and experiences. You are a small part of a dynamic kept alive by the simple fact that you’re all at school together. This is not to say that these relationships only find their foundation in sharing the same space; it goes deeper than that. But, it has to be said that sharing this space, almost every day, years on end, simplifies keeping these relationships alive. You can genuinely love your high school friends and form deep connections based on shared interests, experiences, opinions, etc. But the fact is, keeping friendships requires work. While you’re in high school, the workload is lighter because you don’t have to make time for these friends you already see almost every day. But after graduating and settling into this new stage of life, it takes work to keep these specific friendships as deep and meaningful as before. You cannot expect the same kind of relationship once a crucial pillar is removed. But oftentimes, when you have distributed your efforts and energy across the different aspects of your life, there is simply nothing more to spare. And it doesn’t need to be ugly or angry; sometimes relationships dilute, and neither party intervenes to prevent it. Some friendships can no longer keep pace with the people we are becoming, and so, we slowly drift apart. But in my opinion, we are meant to lose our high school friends. Not all of them, of course, some of my deepest connections are with those friends. But we are supposed to grow, and by always staying in the same circumstances, surrounding ourselves with the same people and opinions, we are limiting ourselves and preventing growth. We are stealing our own chance to become the person we are most proud of, and wouldn’t that be a shame? Yet, I am the last to say that these losses don’t hurt. I myself have lost a fair share of my high school friends, and I grieved those relationships as if the people themselves had died. But that’s the thing, life didn’t end because we stopped talking, it just changed, not for the better, not for the worse, just, simple change. Healthy, normal change. Because at the end of the day, I feel that change is the price we pay for living, and grief is the price we pay for love. And some people are not meant to be loved for a long time; they are just meant to be loved deeply, for a short while.

eliserosaaa
3 0

(Review) Billie Vos - Alleen Van U Als Ik Van Mij

Nadat ik Billie Vos al enkele jaren volg op Instagram, komt het er dan ineens van:  Op haar profiel zie ik een video passeren, geef ons op de boekenbeurs een woord en krijg er een gedicht voor in de plaats. Ik vind het een mooie deal. Wanneer mijn lief een kwartier later vraagt wat ik dit weekend wil doen zeg ik zonder aarzeling: naar Boektopia gaan. En vanwege mijn occassionele gebrek aan initiatief nemen staan we een dag later oog en oog met Billie Vos zelf. Ik had ze al snel gevonden, op een moment dat er maar een iemand voor mij zou staan, maar ik keerde terug de zaal in om back-up te gaan zoeken en stond haar pas dan te woord. Ik nam haar tweede dichtbundel, gesigneerd uiteraard, mee als leesvoer.   Poëzie is een van die dingen die je niet mag overhaasten. Zowel in het creëren als het integreren (van zachte, dromerige illustraties) als het consumeren van het talig spel. Billie Vos neemt haar tijd om je mee op stap te nemen. Langs rauwe emoties, die elk hun moment in de spotlight opeisen en twijfel om zich heen strooien. Onderweg kom je naast stormige periodes ook rustmomenten tegen. Je groeit met haar mee tot een wezen dat zich weer openstellen kan, en daarin erkent die nieuwe start ook waard te zijn.    Toen ik haar mijn woord gaf en ze er een gedicht omheen boetseerde, zag ik een vrouw die ik in haar teksten terugvind wanneer ik al lang thuis ben. Iemand die sorry zegt terwijl ze alleen maar moois om zich heen aan het zaaien is. Ze straalt rust uit, zoals in haar video’s, wanneer ze haar gedichten onder begeleiding van de mooiste natuurtaferenlen verhaalt.    Ik vind het moeilijk om op poëzie een aantal sterren op 5 te zetten. Het is zo ontzettend persoonlijk, en op een bepaalde manier ook tijdelijk, en dat bedoel ik alles behalve slecht. De herkenbaarheid die ik voelde bij het lezen van de gedichten om verloren liefde, speelt zich bij mij af in het verleden en krijgt minder gewicht dan de gedichten die over vandaag lijken te gaan, het is bijna een privilege dat zo te mogen beleven, vanop die veilige afstand en gehuld in warme geborgenheid, het is zeker al anders geweest.   Wat ik ook zo kon appreciëren aan deze bundel is dat ik de nood voelde om heel wat gedichten onmiddellijk een tweede keer te lezen, trager, geconcentreerder. Alsof ik achter en tussen elk woord, elke zin, een andere betekenis kon vinden, een ander gevoel de hoofdrol mocht laten spelen. Ook hierin zit die rem op het overhaasten. Je moet op elk gedicht voldoende kauwen voor je het doorslikt, en die hap dan volgen om te voelen waar het landt in je lichaam.    Bij deze een hele warme aanrader, voor zij die even nood hebben aan rust, die Billie Vos ook meegeeft met haar illustraties en het uitblijven van leestekens en hoofdletters. Ook aanbevolen aan zij die zoeken naar erkenning of essentie, een hart onder de riem of een vlucht van de ratrace.    Mijn persoonlijke favoriet geef ik jullie graag nog mee:   deze littekens zijn mijn poëzie als ge ze niet vindt rijmen met de uwe dat kan kloppen ge hebt dan ook op eender welk moment een reden om te stoppen met het lezen van mijn woorden maar als de kans bestaat dat ge u herkent in de scheuren van mijn zinnen laat u dan lezen u op de regel verzinnen u vinden aan het einde van mijn zoektocht u toevallig begrepen voelen terwijl ik mezelf probeer te rangschikken hoe meer ik mijn waarheid hoe meer ik de uwe kan doorprikken hoe meer gij mij leest hoe minder hard mijn wonden prikken   laat mij u begrijpend schrijven   En daar is ze kei hard in geslaagd.

annakdotes
1 0

Koeien

Op de zwart-wit foto is duidelijk te zien dat de koe een volle uier heeft. Mijn overgrootvader melkt het dier met zijn handen. De boerderij kent zijn einde lang voor mijn geboorte, koeien melken is een dagelijkse realiteit van voor mijn bestaan. Ik ben opgegroeid zonder boeren in mijn omgeving en toch ben ik ergens onderweg in mijn leven tussen de koeien beland. Naar het voorbeeld van mijn overgrootvader leer ik hoe het moet. Ik zet me neer op een krukje naast de koe, ik plaats mijn hoofd zacht tegen haar lijf en met mijn twee handen die elk een andere speen omringen, duw ik de melk uit haar uier naar de emmer die alles opvangt. De melkoogst van deze handelingen is voor eigen gebruik. Moderne koeien melken op deze manier is een tijdrovende bezigheid. Het voelt eerder aan als een vergeten ambacht die hobbygewijs wordt uitgevoerd. Melkkoeien kunnen vandaag een gemiddelde van 9000 kg melk per jaar produceren. De koe op de foto voldoet waarschijnlijk niet aan deze hedendaagse normen. *** Wat zou er van de boerderij geworden zijn als deze niet was stopgezet. Een rundveebedrijf anno 2025 bestaat voornamelijk uit hoogproductieve dieren. Zouden we meegegroeid zijn of vastgehouden hebben aan de traditie van een kleinschalig gemengd familiebedrijf. Ik geloof graag dat we dan één van die boerderijen zouden zijn waar nog dubbeldoelrunderen rondlopen. Stel je voor, een koe die zowel vlees als melk levert. Doorheen het land zijn er verschillende landbouwers die vasthouden aan de lokale rassen. Ze zien de voordelen en kijken verder dan productiviteit. Een vijftal jaar geleden reed ik door ons Vlaamse landschap op zoek naar deze mensen en hun koeien. Ik vond jonge en minder jonge exemplaren. Boeren die voor altijd fan gebleven zijn van hun koeien, maar ook boeren die heel bewust overschakelden op dubbeldoelrassen. Het Kempens roodbont rund is op dat moment een oude bekende. De kennismaking met het witblauw dubbeldoelrund, het rood rund van West-Vlaanderen en wit-rood rund van Oost-Vlaanderen is een verrijking voor mijn koeienkennis. Deze dieren zijn een buitengewone bron van genetische diversiteit. Ik vraag me af of er nog nakomelingen van mijn overgrootvaders koe rondlopen of dat haar bloedlijn ergens vanaf de jaren ’80 is verdwenen. Het is in die periode dat men het Kempens rund inkruist met de roodbonte Holstein. Het doel is om de melkproductie te verhogen maar dat is buiten de concurrentiekracht van diezelfde Holstein gerekend. De roodbonte koe verdwijnt uit het zicht tot er in 2012 iemand beslist om het ras nieuw leven in te blazen. Ook in de landbouw hebben we mensen nodig die vasthouden aan hun overtuigingen en het gangbare naast zich neer leggen. De enkelingen die fokken met het originele type vormen de basis voor een nieuw stamboek. De drie andere rassen kennen een soortgelijk verhaal. *** Lichaamsmetingen zoals borstomtrek en schofthoogte zijn indirecte selectiecriteria voor genetische verbetering maar ook om gewicht en groei-eigenschappen te voorspellen. Ik rijd niet doelloos van de ene boerderij naar de andere. Dit komt met een plan. We onderzoeken de situatie van dubbeldoelrunderen in Vlaanderen. De variatie aan boerderijen en stallen is groot. De verscheidenheid aan koeien valt nog af te wachten. Een eerste stap is de koeien opmeten. De schofthoogte vaststellen met de meetstok is vrij lineair en makkelijk te benaderen. De borstomtrek bepalen met de lintmeter is afhankelijk van de variatie grootte van de koe en lengte persoon. Met mijn eigen 1m60 is het kwestie van eerst de koe gerust te stellen. Het kalme karakter van de dieren speelt in mijn voordeel. Terwijl ik het uiteinde in mijn hand houd gooi ik de lintmeter over de koe. Op mijn hurken, met mijn hoofd zacht in haar zij geduwd probeer ik met mijn vrije hand het andere uiteinde te zoeken en vast te nemen. Met een gemiddelde borstomtrek van 179 cm is het Kempens roodbont rund makkelijker te meten dan de 201 cm van het wit-rood rund van Oost-Vlaanderen. Mijn mede-koeienonderzoeker bekijkt de dieren nauwlettend en geeft ze een score van 1 tot 9. De lichaamsbouw, klauwen, uiers en zelfs de spenen worden gedetailleerd bekeken. Het is de eerste keer dat ik een koe op deze manier bekijk. Zou mijn overgrootvader op dezelfde manier naar zijn dieren gekeken hebben. De ene stal is de andere niet. Sommige boeren hebben geïnvesteerd in moderne stallen met ligboxen, anderen huisvesten hun dieren in potstallen die geschiedenis vertellen. De opgepotte mest vermengd met verschillende lagen stro dienen om de akkers te bemesten. Dit onderdeel van kringlopen sluiten is voor velen belangrijk binnen de bedrijfsvoering, zo blijkt uit de keukentafelgesprekken die ik met hen voer. Ze vertellen me over de kracht van hun koeien, overschakelen naar productievere rassen is niet aan de orde. Eén van mijn uit te voeren taken is een biopt nemen, hierbij zijn de koeien minder behulpzaam. Ik begrijp hen, ik zou het zelf ook niet aangenaam vinden moest er iemand DNA-materiaal uit mijn oor halen om te kijken hoe het gesteld is met mijn genetische kenmerken. *** Aan de verschillende keukentafels nemen de koeiengesprekken verschillende vormen aan. De ene is terughoudend, de andere blijft vertellen. De variatie aan boeren is groter dan de diversiteit in de stal. De keuze tussen vlees of melk is geen afgebakend gegeven. Bij dubbeldoelrunderen is het belangrijk om bij selectie het evenwicht te bewaren. Bij lokale populaties waar de band tussen de geschiedenis, de producten en de specifieke omgeving van de runderen betekenisvol zijn, is deze balans cruciaal. In Italië zetten lokale melkveehouders in op de productie van Parmigiano Reggiano. Deze exclusieve en dure kaas, gemaakt van de melk van de lokale Reggiana runderen zorgt voor een toenemende interesse in dit ras. In IJsland verkopen ze Skyr - een melkproduct van lokale IJslandse runderen- als erfgoed van de Vikings. Misschien moeten we de Belgische rassen uitspelen als de dapperste der Galliërs. Mijn overgrootvader had geen uitgekiende marketingstrategie nodig. De melk bewaarde hij in melkkannen en de melkerij haalde ze dagelijks op. Een sterke selectie op een bepaalde eigenschap geeft genetische schade op andere kenmerken. Door deze koeien niet te laten specialiseren in melk of vlees behouden we hun waardevolle functionele eigenschappen. Levensduur, robuustheid, zelfredzaamheid, vruchtbaarheid en afkalfgemak maken van deze dieren superkoeien. Om het in maatschappelijk verantwoorde termen uit te drukken, deze karakteristieken beïnvloeden de economische efficiëntie van dubbeldoelrunderen. *** Ik wil meer weten over de boerderij van mijn overgrootvader. Zijn zoon, de broer van mijn grootvader, is degene die me meer details geeft. Het was een groot melkveebedrijf, ze hadden wel acht koeien. De boerderij bestond ook uit enkele trekpaarden en een jaarlijkse aardappeloogst. Als ik vraag naar het ras van de koeien krijg ik te horen dat het wit-zwart Belgische koeien zijn en af en toe ook een rode. In eerste instantie is het me niet duidelijk wat hij daarmee wil zeggen. Ik vermoed dat hij zich vergist en dat hij witblauw bedoelt. Na een zoektocht op het internet leer ik dat het Kempense ras niet alleen uit rode dieren bestond maar dat zwartbonte koeien hier ook deel van uitmaakten. Ik lees verder en ontdek dat ze vooral in de streek van mijn overgrootvaders boerderij voorkwamen. Het zwartbonte ras was als eerste aan de beurt toen men besloot om met Holstein bloed in te kruisen. Ondertussen is hun genetica grotendeels verdrongen. Deze nieuwe kennis doet me geloven dat de bloedlijnen van mijn overgrootvaders koeien niet meer terug te vinden zijn.   Holsteinisatie is de bijhorende term voor dit deel van onze koeiengeschiedenis. Het lijkt alsof iemand op een bepaald moment de nood voelde om een ronkende naam te verzinnen zodat een gebeurtenis met negatieve weerklank beter klinkt. *** De koe in de wei is een beeld dat minder voorkomt. Het gras en de kruiden dat in diezelfde wei groeien vormen een goede basis voor het rantsoen van koeien. Dit ruwvoer is voldoende voor een rund om in zijn eigen onderhoud te voorzien en om melk te geven aan één kalf. Voor de holsteinisatie kon eender welke koe hier voldoende energie uit halen. De dag van vandaag is dit een privilege voor onze lokale en dubbeldoelrunderen. Hoogproductieve dieren hebben extra energie nodig in de vorm van krachtvoer. Voor 1975 bestonden zowel de natuurlijke graslanden als de ingezaaide graslanden in Vlaanderen en omstreken uit verschillende grassoorten. Engels raaigras, veld- en ruwbeemd, beemdlangbloem, kropaar maar ook verschillende kruiden kon men hier terugvinden. De koeien van mijn overgrootvader hadden een luxebuffet ter beschikking. Onze oudere traditionele rassen bezitten de juiste eigenschappen om zich aan te passen aan verschillende soorten graslanden en natuurgebieden. De functionele eigenschappen zoals robuustheid, hun vermogen om op ruw terrein te kunnen grazen, aanhoudend te kunnen wandelen, de lage impact van de lange wandelingen op hun melkproductie, het bestand zijn tegen hittestress, hun lagere voedingsbehoeften, een goede vruchtbaarheid, afkalfgemak en een lange levensduur maken dat deze runderen geschikt zijn voor begrazing. Een berg positieve eigenschappen waar we nog veel te weinig gebruik van maken.  De toename van grote grazers in natuurgebieden kent gelukkig een positief verloop. Ik kom ze tijdens wandelingen steeds vaker tegen samen met de infoborden die vertellen hoe je te gedragen in de buurt van de koeien. Een belangrijke regel is om minstens op 15m afstand te blijven. Dat was een hele uitdaging toen de koeien verspreidt lagen over het wandelpad. Gelukkig ben ik inventief en creatief en wist ik me net zoals dubbeldoelkoeien aan te passen aan de omgeving en de situatie. *** Een dubbeldoelkoe die we allemaal kennen is de Milka-koe. De situatie van de Vlaamse dubbeldoelrassen is nochtans niet zo paars-kleurig. Het aantal geregistreerde vrouwelijke stamboekdieren in 2024 was laag tot zelfs zeer laag. Het witblauw dubbeldoel en het wit-rood van Oost-Vlaanderen doen het met 1.955 en 1.968 dieren het beste. De situatie voor het Kempens roodbont bedraagt 588 koeien maar het rood rund van West-Vlaanderen moet het doen met slechts 365 dieren. Om een idee te krijgen; van ons Belgisch blauw staan er 37.809 dieren op stal en we worden van melk voorzien door een kleine 242.683 Hosltein-Friesians. De holsteinisatie loopt gewoon door terwijl de dubbeldoelkoe zich een weg graast door natuurgebieden en kruidenrijke graslanden.  

Vera Eef
6 1

Het dunne laagje

Wat mij ondertussen ook helder is geworden, is hoe futiel de materiële illusie in feite is. De schijnbaar zwaar doorwegende materie op deze realiteit is niet meer dan een flinterdun laagje. De materiële wereld is een artificiële laag, soms ook wel een ‘sluier’ genoemd, die bovenop de ‘echte’ wereld ligt. Het menselijk perspectief is specifiek ‘ontworpen’ voor deze laag. Onze zintuigen zijn erop afgestemd. Vanuit een materieel of fysiek perspectief gezien, kan het lijken alsof er niets anders bestaat dan de materiële wereld.Iemand die zegt ‘ik moet het zien om het te geloven’ zegt eigenlijk: ‘alleen wat ik in de beperkte laag van mijn perceptie kan capteren, neem ik voor werkelijk’. Wetenschap, het stokpaardje van rationele materialisten, toont nochtans aan dat er een heel spectrum aan frequenties bestaat die buiten het zintuiglijk veld liggen. Er wordt geschat dat we minder dan 1% van alle frequenties en energieën die bestaan kunnen waarnemen of meten. En die 1% is nog serieus overschat.Enfin, het is zo klaar als een klontje dat er veel meer in onze wereld speelt dan onze zintuigen doen vermoeden. Vanwaar komt dan die collectieve ontkenning van alles dat zich niet in de materiële laag afspeelt? Ik merk bij het gros van de mensen een (cultureel ingebedde?) desinteresse naar de immateriële essentie achter de fysieke verschijningen. De minderheid die zich daar wel mee bezighoudt, botst vaak op ridiculisering van hun onderzoek. Zogenaamde ‘spirituele praktijken’ worden door de ongeïnteresseerde massa gemarginaliseerd, gecategoriseerd als naïeve hobby en gecommercialiseerd.Het is die hardnekkige alomtegenwoordige ontkenning en desinteresse die mij vroeger wel eens deed twijfelen. Misschien maakte ik mezelf iets wijs? Het lijkt immers waanzin om tegen de stroom in te roeien, om naar boven te kijken als iedereen naar beneden kijkt. Maar ik kan nu niet anders meer dan concluderen dat de massa de sluier van materie vrijwillig rond het hoofd gewikkeld heeft en bovendien ook nog het bestaan van die sluier ontkent. En uiteraard ook alles dat ermee aan het zicht onttrokken wordt. Dàt noem ik juist waanzin. Er is zelfvertrouwen nodig, gestoeld op persoonlijke ervaringen en gevoelens die het materiële veld overstijgen, om de gesluierde visie van de massa langs je heen te laten gaan. Om niet te gaan wankelen als er, soms dwingend en dreigend, waanzin naar je hoofd gegooid wordt. (Denk maar aan de coronagekte)De materiële wereld lijkt een harde ondoordringbare laag te zijn, één die een mens volledig omsluit. Het is een illusie die zich zo totalitair en immersief aandient, dat ze motiveert om elk subtiel intuïtief gevoel te negeren en uiteindelijk zelfs te vergeten dat er zoiets als intuïtie bestaat. Of dat er überhaupt gewaarwordingen buiten het materiële ervaringsveld bestaan. De materiële wereld is een gigantisch ego dat elke dag in ons gezicht om aandacht schreeuwt. Het klasseert elke vraag naar wat er zich achter haar schermen afspeelt als zinloze bezigheidstherapie. Het leidt ons op talloze manieren af van ons essentiële wezen en helpt ons om te vergeten dat we in essentie geen fysiek lichaam zijn.Hoe uitdrukkelijk aanwezig de materiële wereld ook mag lijken, het blijft een illusie die kan doorzien worden. Een shift in perceptie is de enige ‘actie’ die men kan ondernemen om de illusoire laag te doorprikken. We hoeven met andere woorden niets te ‘doen’ of te ‘worden’ om onszelf te bevrijden uit de zwaarte van de materiële klei. Het loslaten van materiële overtuigingen is een inwendig proces dat geen materie vereist. De sleutel ligt bij het bewustzijn dat zich niet vereenzelvigt met materie.Het is niet mijn bedoeling om de materiële ervaring volledig te reduceren tot een verblindende laag die we dienen af te schudden. Het ervaren van bewustzijn binnen de grenzen van een sensitief lichaam, in een veelzijdige onvoorspelbare tastbare omgeving, is immers iets wonderlijks. Het is een tijdelijke persoonlijke ervaring voor oneindig onpersoonlijk bewustzijn. De intentie van deze tekst is om te wijzen op het onevenwicht en de verwarring die tijdens deze ervaring ingeprent, aangeleerd en opgedrongen wordt. Deze materiële ervaring lijkt gecreëerd of gekaapt (één van beide schokkende mogelijkheden lijkt me plausibel) te zijn door duistere krachten die er alles aan doen om helder bewustzijn te vertroebelen. Om ons af te leiden en weg te houden van onze ware natuur.Zo richt de medische wereld zich uitsluitend op het lichaam, doet alsof er geen immaterieel bewustzijn bestaat en zit daarmee met tal van hiaten in haar systeem. Hiaten die veel leed veroorzaken. De zogenaamde ‘body-mind connectie’ is echter een bekend gegeven, maar wordt door tal van symptoom bestrijdende middelen naar de achtergrond gedrukt. Ik heb nog lang gedacht dat onwetendheid, een eigenschap die je niet kwalijk kan nemen, aan de basis lag. Ondertussen ben ik eraan uit dat er ook een duistere onwilligheid dat systeem orkestreert.Mensen die mij kennen weten dat ik het medisch systeem als voorbeeld neem omdat ik uit diepgaande ervaring spreek. Maar ook tal van andere systemen in deze westerse mensenwereld prediken de materie als enige echte wereld. Allemaal om het immateriële bewustzijn te laten geloven dat het niet verder reikt dan wat de zintuigen aangeven. Beperking is hier norm.Toen de materiële laag zich nog niet zo manipulatief en luidruchtig als vandaag gedroeg en zich uitsluitend als ‘wilde natuur’ vertoonde, leken onze voorouders nog enige bewuste connectie te hebben met wat er achter de tastbare werkelijkheid speelt. Er was de notie dat er nog ‘iets anders’ was dan de materiële wereld, een notie die vandaag grotendeels verloren is gegaan. Wat nu als ‘primitief’ wordt afgedaan, zoals men natuurvolkeren omschrijft, omvat in feite een ruimer perspectief op het bestaan dan wat de gemiddelde westerse mens zich kan voorstellen.Ik heb zelf ervaren hoe de prominente hardheid van de materiële laag kan variëren en verzachten naargelang mijn locatie en bewustzijnstoestand. Op krachtplaatsen die we over heel de wereld vinden, plaatsen waar leylijnen kruisen of waar er bewust een sterk energetisch veld werd neergezet, voelt de materiële laag veel dunner. Niet toevallig werden veel krachtplaatsen doorheen de geschiedenis vernietigd, geclaimd of verdoezeld. Onze voorouders lieten in de vorm van megalithische structuren sporen na die getuigen van een bewust contact met wat zich buiten de tastbare laag bevindt. Het is informatie die vandaag verpakt en verkocht wordt als ‘entertainment’ en toerisme.Een altaar is voor mij een plekje dat symbool staat voor de oneindige mysterieuze wereld achter alle verschijningen. Niet alleen mijn altaar herinnert me aan deze wereld, maar ook tal van andere elementen in mijn leefomgeving. Er is uiteraard helemaal geen materie vereist om bewust contact te maken met de wereld buiten de materiële laag, maar materie kan wel op een rituele of ceremoniële wijze benaderd worden zodat de tastbare laag wat transparanter en lichter voelt. Het draait natuurlijk allemaal om het bewustzijn dat de materie hanteert. De perceptie van het bewustzijn is de sleutel om doorheen lagen te kijken, om zelfs gaten of vortexen te creëren.Het paradoxale is dat de materiële illusie in feite ‘gemaakt’ is uit ‘iets immaterieels’ en dus eigenlijk deel uitmaakt van dat wat het aan het zicht onttrekt. Daarmee ontkent het een deel van zichzelf. Net zoals de menselijke psyché uit diverse en tegenstrijdige delen bestaat, het ene deel al prominenter aan de oppervlakte dan het ander. Het onderbewustzijn is de wereld achter de laag die we ‘ik’ noemen. De wereld achter de grenzen van die ‘ik’ exploreren, ontdekken wat er zich onderhuids en nog verder daaronder afspeelt, is de meest diepgaande en verrijkende reis die een mens kan ondernemen. Er moet natuurlijk wel de notie zijn dat die wereld bestaat, en dat die groter is dan we ons kunnen voorstellen.Logischerwijs kom ik erop uit dat er geen ‘externe’ lagen te doorprikken zijn. Ik kan enkel de lagen in mezelf transparanter maken. Ik kan vortexen in mezelf neerzetten. De mechanismen die me verhinderen om verder te kijken dan bepaalde lagen zijn gezeteld in mijn eigen bewustzijn. Er valt niets extern te wijzigen, voorkomen of te bestrijden, maar ook niets intern. Want het gaat over bewustzijn dat ‘ziet’, maar niets hoeft te ondernemen. Dat ‘beter leren zien’ neemt op zich, tenminste bij diepgaande exploratie, al een heel mensenleven (en waarschijnlijk nog veel langer) in beslag. Het is een reis die we binnen de grenzen van bepaalde lagen met elkaar kunnen delen, maar voornamelijk alleen afleggen.Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
6 1