Zoeken

Pompoenmensen

Vandaag wil ik het hebben over de pompoen. Ja, de pompoen. Want een courgette, daar valt weinig over te vertellen. Een courgette kent haar plaats. Mes erop, schijfjes, klaar. Een tomaat geeft zich zelfs iets te gemakkelijk. Een champignon kunt ge met één hand klein krijgen. Maar een pompoen? Een pompoen is een middeleeuws fort. Ge snijdt hem niet. Ge neemt hem in. Hij ligt op uw aanrecht, rond en ongenaakbaar, met denkbeeldige kantelen en een slotgracht errond. Ge haalt uw grootste mes boven. Dat mes waarvan ge bij het uitpakken dacht: waarvoor heeft een normaal mens dit nodig? Hiervoor dus. Ge zet de punt erin. Duwt. Wringt. Vloekt. Op den duur hangt ge met uw volledige lichaamsgewicht boven het aanrecht, in een houding waarvan uw kinesist later zal zeggen dat het zo niet bedoeld is. De pompoen geeft geen krimp. Ik vermoed zelfs dat hij ervan geniet. En dan heeft hij ook nog een imagoprobleem. Vanaf oktober wordt de pompoen collectief veroordeeld tot twee carrières: soep of Halloween. Ofwel koken we hem plat, zetten er de staafmixer in en gieten er room bij. Ofwel hollen we hem uit, geven hem drie driehoeken en een slecht gebit en zetten hem aan de voordeur. Wat een vernedering. Heel uw zomer hebt ge op een veld liggen rijpen. Zon gepakt. Regen doorstaan. Met uw gat in de aarde gelegen. Vol smaak en grootse plannen. Komt er iemand met een Action-mesje ogen in u snijden. Terwijl er zoveel meer in zit. Ge moet er alleen door geraken. Want de pompoen heeft iets van een grumpy old man. Zo eentje die de wereld met enig wantrouwen bekijkt en niet van plan is daar voor uw plezier verandering in te brengen. Een mening heeft hij altijd klaar. Liefst kort, krachtig en zonder overbodige verpakking. Nuance wordt beschouwd als tijdverlies, diplomatie als een overbodige luxe. Ge kunt daartegen argumenteren, maar ge kunt evengoed tegen een pompoen beginnen praten. Die luistert ongeveer even aandachtig. En op zo'n moment denkt ge: waarom heb ik in godsnaam niet gewoon een courgette gekocht? Toch zit er iets fascinerends in dat stugge karakter. Niet alles moet onmiddellijk toegankelijk zijn. Sommige dingen hebben nu eenmaal een dikke schil, een eigen gebruiksaanwijzing en weinig belangstelling voor uw goede bedoelingen. Ge kunt blijven duwen, trekken en peuteren, maar daar wordt niemand zachter van. Integendeel. Voor ge het weet gaat de ophaalbrug omhoog en staat er boven op de kantelen kokende olie klaar. Ge moet weten waar de kleine poortjes zitten. Een pompoen moet ge roosteren. Olijfolie. Peper. Zout. Tijm. Rozemarijn. Een beetje masseren. Niet te bruusk. De oven in. En wachten. De randen worden donker en kleverig. De suikers karamelliseren. Het vruchtvlees wordt zacht en zoet. Aards. Nootachtig. Warm. Pompoen smaakt naar grond waar de zon nog in zit. De laatste jaren ben ik van die aardse smaken gaan houden. Paddenstoelen. Knolselder. Boter die bruin mag worden. Pompoen met zwarte randjes. Smaken die niet meteen hun beste beentje voorzetten, maar langzaam binnenkomen en blijven hangen. En ik hou ook van mensen die zich niet zomaar laten kruiden. Die niet bij de eerste kennismaking hun volledige binnenkant op tafel gooien. Geen grote verklaringen, geen emotionele ontboezemingen en al zeker geen demonstraties van kwetsbaarheid op een bergtop in een linnen broek. God verhoede. Soms zit de zachtheid in iets kleins. Een onverwachte grap. Een ogenblik van aandacht. Een gebaar dat nergens om vraagt. Een beetje warmte die er plots blijkt te zijn en even snel weer verdwijnt, alsof iemand vergeten was de ophaalbrug op te halen. En dan denkt ge dat ge binnen zijt. Dat ge de slotgracht overgestoken hebt en eindelijk aan de andere kant van die vervloekte muur geraakt zijt. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet. Want soms staat ge daar met al uw goede bedoelingen, uw geduld, uw olijfolie en uw grootste mes en geraakt ge nog altijd geen centimeter verder. Ge kunt masseren tot uw armen eraf vallen, kruiden tot ge naar een Provençaalse markt ruikt en wachten tot de oven het begeeft. Maar een pompoen die niet wil, die wil niet. En op den duur moet ge u toch eens afvragen of al dat gewrik nog wel de moeite loont. Of ge niet meer energie in dat oranje kreng steekt dan ge er ooit aan smaak zult uithalen. Want niet achter iedere dikke schil zit goudgeel vruchtvlees. Soms zit er gewoon een heleboel niks achter. Of iets wat zo bitter is dat zelfs een halve kilo boter er geen redden meer aan heeft. En misschien is dat ook iets wat ge moet leren. Dat ge niet alles moet openbreken. Niet iedere ophaalbrug moet neerlaten. Niet iedere grumpy old man moet ontdooien. Sommige smaken hebben tijd nodig, maar tijd alleen maakt iets nog niet lekker. Sommige pompoenen moet ge gewoon pompoen laten. Die vragen erom tot een smakeloze soep gemixt te worden. Of uitgehold, met drie driehoeken en een mottig gebit aan de voordeur gezet te worden. Een beetje assorti met plastieken doodskoppen en chemische spinnenwebben. Ge houdt die echt letterlijk beter buiten.

Katrien Daniels
54 3

Ik hang

Wat als je blijft hangen, ergens tussenin? Wat als je struikelt over de drempel van de deur waar je door wil. Wat als je je droom voor je ziet vliegen en je kan er net niet bij?   Op dat moment, zie je net iets meer, net iets meer dan de rest. Je kan terugkeren en erover vertellen in het verleden, of de ervaring meenemen en er nieuwe paden mee leggen. Paden die steviger, mooier en dragend zijn. Soms stappen er mensen met je mee. Mensen die bruggen helpen bouwen, zelfs helpen rouwen en je naar boven hijsen met touwen. En dan is er dankbaarheid, die dankbaarheid brengt licht op je pad.   Wat als je ziet, dat mensen blijven hangen, ergens tussenin? Dan kan je ze lezen, tussen de lijnen. Kan je ze voelen, tussen stilte en spraak. Dan kan je ze laten zien, wat er nog bestaat.   “Wat is er?”   Een niet- afgelijnde vraag. Want er is iets, tussen goed en kwaad, tussen zwart en wit, tussen liefde en haat, …   Als je ooit bent blijven hangen, tussen leven en dood, dan wordt tijd relatief. Negativiteit een dief. Want, wat is het mooi, als je niet meer moest blijven hangen. Als je terug mocht verlangen.   Wat is het mooi om zonnestralen in regendruppels te zien schijnen, om mist te zien verdwijnen, om vogels te zien landen, ouderen elkaar te zien dragen op handen. Om naar luchtschilderijen te staren en Kunst te mogen ervaren.   Een kunstenaar bouwt aan paden, voor zichzelf maar ook voor de ander. De kunstenaar voelt, verft, tekent, behandelt, boetseert, schuurt, … de werken. Werken die jou kunnen meetrekken in een diepere dimensie. Waar je verhalen in voelt. Soms is het mogelijk om de werken te horen, te ruiken, en niet gewoon te bekijken maar te zien.   Ikzelf schrijf graag bij Kunst, want zoals bij velen, maakt het veel los.   Kunst lijkt de donkere lagen weg te schuren, zodat het licht er terug op kan vallen. Zo raakt het ook onze ziel.   Je zou het kunnen zien als het neerslaan van muurtjes die die oppervlakkigheid beschermen en dan precies weten waar je je vinger op moet leggen. Het doorzien van pijnpunten en erop duwen tot het licht erdoor komt. Tot je eruit leert en een prachtig pad bouwt. Tot je ook je droom najaagt, ongeacht de rugzak die je draagt.         In 2018 begon ik aan de opleiding fotografie en koppelde poëzie aan mijn beelden bij een eindwerk. Vanaf 2024 kreeg dit concept een diepere dynamiek door poëzie aan andermans Kunst/beelden te koppelen. ©Griet Decabooter (mei 2026/revised okt.'26)

Troja!
7 1

Scheur de speldenprik open en voel doorheen de sluier

Als ik denk aan mijn spirituele capaciteiten als oneindig lichtwezen en die vergelijk met mijn gewaarwordingen als vergankelijk mens, dan lijk ik zo goed als blind, doof en gevoelloos door het leven te gaan. En dat voor een hooggevoelig mens! Oké, ik overdrijf, ik zie, hoor en voel wel wat, maar er zit ook wat tussen. Een laag die tegenwerkt en afleidt. Iets dat mij de focus en helderheid ontneemt. Ik gluur en tast dan doorheen een dikke sluier en tracht in te schatten waar ik mee te maken heb. Ik herinner me dat de sluier tijdens mijn kindertijd dun en soepel was. Het was vanzelfsprekend dat ik erdoorheen kon zien, ermee kon spelen en dansen. Maar synchroon met het volwassen worden werd die grens naar andere dimensies steeds stugger en dikker. Het was alsof de materiële wereld als een verstikkende modder door mijn personage geabsorbeerd werd, met een alarm slaand spijsverteringsstelsel als gevolg. Ik kon en wou die zwaarte niet verteren. De wijsheid van mijn lichaam stuurde me telkens weer op pad. Weer scherper voelen en zien doorheen de sluier der vergetelheid, gecombineerd met onvoorwaardelijke eigenliefde: dat bleek mijn formule te zijn om gezond te kunnen functioneren in deze realiteit. Het antwoord vinden was gemakkelijker dan de uitvoering ervan. Dat werd een proces van zoeken, vinden, twijfelen, loslaten, vergeten, opnieuw zoeken, hervinden en zo nog even voort. De functie van de sluier is om (gedeeltelijk) te vergeten. Maar daar bovenop is er nog een onnatuurlijk mechanisme van afleiding werkzaam. Hard werken en geld tellen om te overleven, dat is bijvoorbeeld afleiding. Materiële overvloed en een oneindige stroom aan vermakelijke prikkels ook. Het comfort dat we ervaren, gespeld tussen handhaving en dreigementen van verlies, wil ons doen vergeten dat er überhaupt een sluier is. Gehechtheid aan materie reduceert lichtwezens tot slaven die energie, tijd en aandacht inleveren. Het pretendeert dat de fysieke praktische realiteit alles is wat we hebben en dat al het onzichtbare en mysterieuze wetenschappelijk en rationeel te verklaren is. Er heerst een soort van arrogante hoogmoed die woorden als ‘mysterie’ en ‘magie’ weglacht, om elke deur naar een spirituele ervaring (of herinnering) gesloten te houden. Deze fysieke realiteit is nochtans nog minder dan een speldenprik groot ten opzichte van de oneindige veelzijdigheid van andere ervaringsvormen, werelden en dimensies. Een speldenprik die we ten volle uitvergroot ervaren, alsof er inderdaad niets anders is. De sluier gaat in essentie over ‘doen alsof’. Een deel wordt afgedekt, zodat de levenservaring scherper en intenser naar voren komt. Als bij een theaterstuk waarin we mens-zijn spelen. De hele ervaring van het hebben van een lichaam en vanuit dat perspectief andere zielen en hun lichaam te ontmoeten, is op zich iets wonderlijks. Iets waarvan ik me wel kan voorstellen dat ik er vrijwillig voor zou kiezen. Daarom voelt deze bestaansvorm ook niet helemaal als onnatuurlijk. Het is de programmering die overheen dat bestaan wordt gelegd, wat ik de matrix noem, die onnatuurlijk en verstorend werkt. Die programmering maakt de sluier zodanig hard en ondoordringbaar dat ze een kasteelmuur lijkt geworden. Of de wand van een grot, om nog eens aan Plato’s allegorie te refereren. Je kan naar de wand zitten staren, niet zien, horen of voelen wat er zich daarbuiten bevindt, maar daarbij wel het vermoeden of een intuïtief gevoel hebben dat er meer is dan wat zich binnen de grenzen van de grot bevindt. Er zijn ook velen die de grot volledig ontkennen en de beperkte illusie als absoluut waar beschouwen. Hun bewustzijn beweegt dan enkel binnen de reikwijdte van de speldenprik. Ik werd steeds zieker naarmate mijn perceptie doorheen de sluier troebeler werd. Helder kunnen waarnemen en voelen wat er achter de verschijningsvormen beweegt, bleek een noodzaak. Een breder bewustzijn bracht mij een betere gezondheid, en omgekeerd, dat is hoe de dingen voor mij werken. Het verbaasde me dan ook om zoveel mensen onbewust en blind, maar in een schijnbaar blakende gezondheid, door het leven te zien razen. Hoe deden zij dat dan? Waarom kregen zij geen auto-immuunziekte? Hoe verschilde hun innerlijke wereld van de mijne? Die auto-immuunziekte leek op maat gemaakt voor mij; het schudde me telkens weer hardhandig wakker als ik vergat te voelen in die diepere lagen. Daarmee werd het ook meer dan duidelijk dat een oppervlakkig leven in de grot geen optie was voor mij, toch niet als ik gezond wilde zijn. Mijn lichaam liet geen speling om af te dwalen of spiritueel in te dommelen. Het motiveerde me om mijn bewustzijn te blijven verruimen. De moeilijkheid is dat het sociale systeem waarin een kind hier opgroeit ontworpen lijkt om de sluier alleen maar te verharden. Omgaan met de weelderige gevoelswereld en de connectie met onzichtbare sferen komen meestal niet aan bod in de opvoeding van vandaag. Integendeel, alles leidt af in de richting van de speldenprik. We leren ons blindstaren op illusies. Wie zichzelf wil uitzuiveren van alle aangeleerde beperkende patronen en de sluier weer transparanter wil maken, dient zichzelf te ontkoppelen van die illusies. Spiritualiteit wordt tegenwoordig niet alleen onderdrukt, maar ook geconsumeerd en opgeslokt door een commerciële mindset. Wat volgens mij ook een strategie is om de geloofwaardigheid en natuurlijke kracht van spirituele gewaarwordingen doorheen de sluier te verstoren. De drempel werd zogezegd verlaagd, nu iedereen zich in de naam van eigenliefde een btw-nummer kan aanvragen en zich vervolgens sjamaan of healer kan noemen. Het gaat hier echter over het vervangen van de ene illusie door een andere. Omringd door de geur van gebrande salie, met pluimen in het haar en kristallen rond de nek, ontwaakt er niets anders dan een ego in een nieuw jasje. Dit is als het decoreren van de grot. Objecten, rituelen en woorden zijn hol zolang er geen transcendentaal gevoel in zit. Het echte werk zit in het verruimen van de gevoelswereld. En in het dragen van epistemologische verantwoordelijkheid; een levenswerk waarbij je onderzoekt wat waarheid inhoudt. Ik hoor geregeld mensen in al hun kwetsbare eerlijkheid en twijfel zeggen dat ze niets voelen. Er wordt hen bijvoorbeeld verteld dat er iets te voelen valt; een sfeer op een plek of de uitstraling van een object of persoon. Ze ontvangen die informatie dan rationeel, maar weten niet hoe ze kunnen overschakelen naar de andere kant van de medaille, namelijk naar het gevoelsmatige. Ze zijn het verleerd, vergeten en werden ook niet omringd door mensen die hen daarin inspireerden. Maar de wil, of het steeds luider klinkende verlangen van de ziel om zich uit te strekken naar een ruimer bewustzijnsveld, maakt wel dat er stappen van ontwikkeling worden gezet. Op momenten dat de zwaarte van het materieel bestaan als dood gewicht op mijn schouders hangt, vervloek ik die sluier wel eens. Het vraagt dan zoveel moeite, focus en zelfvertrouwen om een glimp van het spirituele bestaan achter de sluier te kunnen opvangen. Ik voel me op die momenten zo gevangen en beperkt in de materie. Elke dag voel ik de zwaarte trekken, en elke dag vergt het een zekere discipline en doorzettingsvermogen om daar bovenuit te stijgen. Om de sluier transparant te houden. Om helder te blijven zien, horen en voelen. Het is ook een kwestie van keuzes maken: ga ik in op de lokroep van het materiële comfort, of wijk ik af van het voorspelbare geplaveide pad? De speldenprik is een scheur geworden en ik heb begrepen dat de sluier als één geheel met mijn bewustzijn mee beweegt. Ik ben de sluier die mezelf verhult, evenals ik het licht ben dat mijn ware zelf openbaart. Het licht- en schaduwspel dat plaatsvindt tussen beide zijn de bewegingen van mijn leven.www.karoliendeman.com Foto door Lieven Herreman

KarolienDeman
0 0

Nog een pareltje

Ik ben iemand die haar geschreven zinnen meticuleus afweegt in een weegschaaltje dat het evenwicht zoekt tussen rationele aarde en intuïtieve wind. Een deel van de inspiratie komt vanuit mijn aardse ervaring en een ander deel wordt mij, rechtsboven, ingeblazen. Het snijpunt tussen beide tracht ik zo scherp en esthetisch mogelijk vorm te geven. Hier haal ik een gevoel uit dat als een soort van vreugde kan worden omschreven. Of ‘vervulling’ is misschien nog treffender. Het is geen uitgesproken gevoel, maar mocht ik de drang om te schrijven negeren, dan zou er in mij wel iets gaan schreeuwen. De zinnen die het halen, groeien bovenop een kerkhof van gewiste woorden. Ik durf wel eens afdwalen, met als gevolg dat hele blokken tekst worden gesloopt. Zonder mededogen of een gevoel van spijt, snij ik die zijsprongen eraf. ‘To the point blijven, Karolien!’ Maan ik mezelf dan aan, al spreek ik mezelf nooit aan met mijn naam. Net zoals ik mijn lief nooit bij zijn naam noem, want dat zou alleen maar betekenen dat er iets ernstig aan de hand is. Onze namen zijn voor de buitenwereld, voor elkaar zijn we het naamloze alles. Dat was nu een kleine zijsprong die ik eraan laat hangen. Het kan sympathiek zijn als er zijwaartse bewegingen van de maker zichtbaar blijven in het resultaat. Maar ik vind wel dat er een lijn in het algehele resultaat moet zitten. Gestroomlijnde samenhang met een nog zichtbare toets van de hand van de meester. Ik schrijf zoals ik schilder: fotorealistisch zonder de textuur van de penseelstreken te verliezen.   Het lezen van een ‘goede tekst’ is als een zachte vacht waar je met een voldoeninggevend gevoel van begin tot eind overheen streelt. Hij neemt je mee in een bepaalde richting. Het is een belangeloze beweging die je zin na zin afloopt. Het is de vrije wil die zich laat leiden door iets dat herkenbaar voelt, maar dat tegelijk toch vreemd is. En daardoor blijf je doorgaan. Wie ben ik om te bepalen wat een ‘goede tekst’ is, hoor ik mijn innerlijke zelfsloper opperen. We kunnen ignorant gaan lullen dat dit een subjectief waardeoordeel is, maar als we eerlijk en zelfbewust durven zijn, dan is literaire kwaliteit echt wel voelbaar. Zeker nu er een overload aan vluchtig in elkaar geflanste, AI-gegeneerde bagger overheerst, is het een zeldzame verademing om nog eens een authentiek gesculpteerd pareltje te vinden. Iets waar echt tijd voor werd genomen en verankerd zit in een doorleefde kern.   De troebele waters van het internet leveren meer bijvangst dan vette vis. De mening van de menigte is als ruis waarin niets wezenlijks blijft hangen. Nu de toegang tot zelfverheerlijking werd vergroot, iedereen een platform heeft om zich op te etaleren en ook de drempel om een boek uit te brengen werd verlaagd, is er een oververzadiging die mij wel eens demotiveert. Waarom zou ik daar nog iets aan toevoegen? Wat maakt mij anders? Er is ook nog de door de veelheid aangetaste focus van de lezer. Teksten langer dan 500 woorden zijn voor de constant geëntertainde massa een te hoge horde. Poëzie vindt men hapklaar het mooist en wordt liefst diagonaal gelezen. Alles scrolt voorbij op een oneindige loopband van korte impulsen, als tijdelijkheid die in herhaling valt. Steeds hetzelfde telkens anders gebracht. Het brengt stagnatie zonder werkelijk ergens bij stil te staan. En toch gooi ik mijn parels in een oceaan van zwijnen. Ze verdwijnen tussen de knorrende commotie. Het doet me denken aan ‘guerrilla gardening’, waarbij je bloemenzaad in het rond gooit op kleurloze plekken in de veronderstelling dat er wel enkele zaadjes zullen ontkiemen. In de veelheid aan beton zal er wel ergens een zacht kiertje zijn waarin een zaadje kan nestelen. Leuk als dat zo zou zijn, maar ook geen must. Want al deze woorden hebben hun plaatsje gevonden, deze tekst is geschreven. En dat is waar het om ging. Al wat er eventueel uit volgt zijn extraatjes, maar geen noodzaak. De noodzaak werd bij deze vervuld.www.karoliendeman.comFoto door Lieven Herreman

KarolienDeman
3 1

Heroïne

1968: Ik was 16 jaar toen ik voor het eerst in aanraking kwam met heroïne. Ik had destijds verschillende vriendengroepjes. Een van de groepen waar ik regelmatig over de vloer kwam, was een vriendenclub zoals alle andere: we praatten over nieuwe muziek, politiek, uitgaan en alles wat jongeren bezighoudt. In die groep ontstond er plotseling interesse in drugs; ze wilden weleens experimenteren met heroïne. Na een jaar waren ze onherkenbaar. Het was gedaan met de gesprekken over van alles en nog wat. Het enige gespreksonderwerp dat overbleef, was: waar is het te krijgen, wie gaat het halen en hoe gaan we het betalen? Ze begonnen ook geld te lenen zonder het ooit nog terug te betalen. Vanaf dat moment heb ik iedereen van wie ik wist dat ze aan de heroïne zaten, resoluut uit mijn vriendenkring gegooid. Toen mijn eigen geliefde broer ook wilde experimenteren met heroïne, heb ik direct ingegrepen en iets georganiseerd waardoor hij er twee jaar lang vanaf is gebleven. Na twee jaar heroïnevrij te zijn, werd hij door omstandigheden onzeker. Dat was het perfecte moment om hem terug naar ons geboortedorp te lokken. Hij kreeg een nieuwe auto, een huurhuis dat volledig werd ingericht, en 300.000 frank. De enige voorwaarde was dat hij moest trouwen met zijn vroegere liefde. Zij was toen echter niet meer aan het experimenteren met heroïne; ze was al zwaar verslaafd. Dat heeft geduurd tot zijn dood, twintig jaar later. In die tijd heeft hij een paar pogingen ondernomen om van de heroïne af te geraken. Maar destijds werd hij niet gezien als een zieke, maar als een crimineel. Geloof mij: dat is geen startpunt om van een verslaving af te geraken. Heroïne is nu eenmaal vele malen verslavender dan alcohol. 2026: Onlangs vernam ik iets over een kennis. Hij werkt in de bouwsector, is daar een zeer gewaardeerde werknemer, is 45 jaar oud, getrouwd en heeft drie opgroeiende kinderen. Na zijn werk en in het weekend gebruikt hij echter heroïne – en dat zeker al de afgelopen twintig jaar. Tegenwoordig kost heroïne zo'n tien euro per gram. Dit zette me aan het denken: al die tonnen heroïne die het land binnenkomen, kunnen onmogelijk allemaal gebruikt worden door de groep verslaafden wiens ellende op straat zichtbaar is. Hoeveel duizenden mensen zouden er zijn die normaal functioneren in de samenleving, maar wiens drugsgebruik volledig onzichtbaar blijft voor de buitenwereld? Mischien is het uw kind, uw vader, uw moeder, vriend, famillie, buren?    

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
4 0

De corrupte, eco kleinburgerij.

  In plaats dat de groene en eco-wereldverbeteraars de armen hun mobiliteit afpakken terwijl ze zelf citytrips maken en wekenlang rondtoeren, zouden ze beter luisteren naar de Franse filosoof en wiskundige Blaise Pascal (1623–1662). In zijn meesterwerk Pensées (Gedachten) formuleerde hij het oorspronkelijk als volgt: "Alle ellende van de mensen komt voort uit één ding: dat ze niet in staat zijn om rustig in een kamer te blijven." Ik begin een verschrikkelijke hekel te krijgen aan die corrupte kleinburgerij. Ze worden vanuit de steden massaal naar het midden van de Vlaamse Ardennen gelokt met hun stinkende voertuigen. Daar krijgen ze in een restaurant, voor veel geld, eten opgediend dat vroeger gewoon onkruid werd genoemd. "Ja, maar we rijden elektrisch," zeggen ze dan. Elektrische voertuigen waarvan de onderdelen uit plekken komen waar slavernij en kinderarbeid de norm zijn. Ze gaan drie keer per jaar op citytrip met een vliegtuig  en trekken een maand lang met hun elektrische wagen door Europa. Ondertussen vinden ze wel dat de armen in de steden hun dieseltje moeten inleveren, zodat de lucht in hún leefomgeving zo zuiver mogelijk blijft. Ze schermen met statistieken over fijnstof en gezondheid, maar met diezelfde statistieken kun je evengoed het tegendeel bewijzen. Ze gaan in hun eigen stad nog niet eens te voet naar de supermarkt om de hoek, maar verpesten met hun wagens wel het platteland om bij de boer een zakje patatten te gaan halen. De corrupte, ecologische kleinburgerij betaalt liever geen belasting. In hun ogen gaat dat geld immers toch maar naar 'het plebs', dat er in hun optiek een onproductieve levensstijl op nahoudt. Wanneer ze echter zelf buiten de boot vallen, eisen ze prompt de meeste steun op. Hun uitstekende, door de overheid gefinancierde opleiding en de infrastructuur die hen ter beschikking staat, vergeten ze voor het gemak. Al hun successen hebben ze – zo menen ze zelf – immers volledig aan zichzelf te danken.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0

Leren lezen

Ik leerde lezen dankzij een strip, nog vóór ik naar de nonnenschool ging. Mijn grootvader nam me regelmatig op schoot en wees met zijn vinger naar het wekelijkse stripje in Het Volk: ‘Het kapoentje’. Een van die stripjes ging over een fietser die riep: "Zonder handen, zonder tanden!" toen het misging bij het leren fietsen. De nonnen wisten later op school niet goed wat ze met me aan moesten toen de leeslessen begonnen, want ik kon het al.Spijtig genoeg mocht ik tijdens mijn gehele jeugd daarna niet meer lezen. Mijn moeder heeft zelfs eens een boek dat ik stiekem las in de kachel gegooid: Old Shatterhand en Winnetou. Arbeiderszonen lazen niet, die moesten werken. Wie veel las, werd gek; dat was toen de opvatting. In de jaren vijftig stond immers alles in het teken van de wederopbouw. "Voor arbeiderszonen zoals ik gold: ‘arbeid maakt vrij’." Onder leiding van de kerk werden de kinderen van collaborateurs richting de universiteit geloodst.  Dit diende als beloning voor de monetaire steun tijdens de Operatie Gutt, de monetaire sanering na de Tweede Wereldoorlog. "Toen is het corrupte Vlaanderen ontstaan." Vermogende collaborateurs sluisden destijds grote sommen zwart geld naar de kerk om inbeslagname door de staat te voorkomen—een historische dynamiek die nu nog steeds zichtbaar is in de huidige politiek.  Wat later leerde ik lezen en schrijven en ik deed er stiekem leuke dingen mee. Ik merkte dat wanneer ik een brief naar een ambassade stuurde voor inlichtingen over het land, ik een heel pakket informatie kreeg toegestuurd. Tot grote verbazing van mijn ouders, die plots volledige documentatiemappen in de bus kregen. Toch heb ik me ook een paar keer vergist. Zo beantwoordde ik eens een advertentie voor inlichtingen, waarna er op een dag een vertegenwoordiger voor de deur stond: hij bleek complete bakkerij-inrichtingen te verkopen. Een andere keer werd een naamgenoot uit het dorp het slachtoffer van mijn schrijfdrang. Ondertussen heb ik mijn schade wel ingehaald.    ************************************************************************************ foto gallery verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+der+culturen/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
14 1

De Europese arbeider stemt uit onvrede voor de fantasieën van rechts.

Ik erger mij al jaren aan de dogma's van links, maar ze snappen het nog altijd niet. Enige tijd geleden zei ik tegen een linkse hoeder: "U weet niet wat er leeft onder de arbeiders." Hij was meteen ferm in zijn gat gebeten. "Maar de arbeiders stemmen toch op ons?" reageerde hij. Hij ontvriendde mij. Volgens de dogmatische berichtgeving is Cuba een fantastisch land om in te leven. Iedereen is blij; als er geen elektriciteit is, spelen ze in een groep muziek bij een gezellig vuur. Vrij en vrolijk. Niemand is er, volgens de berichten die door de overheid gecontroleerd worden, ongelukkig.Wat een wereldvreemdheid. Arbeiders stemmen al lang niet meer op links. Het is de corrupte kleinburgerij die dat nog doet, omdat zij er goed verzorgd worden. Het gros van de arbeiders stemt tegenwoordig rechts. Ze voelen zich bedrogen. Het zogenaamde 'linkse arbeidsparadijs' dat op internet wordt voorgespiegeld, strookt niet met hun werkelijkheid. Velen die die beelden zien, vragen zich gefrustreerd af: waar heb ik het verkeerd gedaan?Hetzelfde mechanisme zie je in Marokko. Via de begrenzing van hun smartphonescherm ziet de jeugd daar enkel de luxe en de leute. De schaduwzijde en de ellende zien ze niet; voor hen lijkt Europa één groot feest. Zowel de onderbetaalde arbeiders in Europa als de jongeren in Marokko willen een deel van die taart, maar ze weten niet hoe ze dat moeten bereiken. Het resultaat? De Europese arbeider stemt uit onvrede voor de fantasieën van rechts, en de Marokkaanse jeugd riskeert er desnoods haar leven voor.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
6 0

Circulaire levenszin

Ik doe het met de brokstukken die ik herinner. Wat ik dan precies doe en of dat überhaupt iets van ‘verschil’ maakt, daar heb ik in te vertrouwen. Dat vertrouwen glijdt telkens, als een huid die niet wil hechten, van mijn botten. Maar ik doe het toch maar; die ingevingen vorm geven, die gevoelens vertalen. Ik maak bewegingen in de ether, zing en spreek energie die ergens anders iets aanraakt. Dankbaar voor de woorden waarmee ik deze ongebonden spontaniteit kan hard maken, al vallen die woorden vaak in de zijlijn van een geforceerd bestaan. Het zijn er ook te weinig, voel ik, mijn woordenschat reikt maar tot aan de grenzen van mijn wereld. En ik wil net schrijven over wat er achter, of eerder onder, die wereld ligt. Symboliek is een poort naar het vormloze. Taal is de brug naar het onuitspreekbare. Wie heeft ooit bedacht dat er poorten en bruggen nodig zijn om daar te komen waar we eigenlijk in essentie altijd zijn? De realiteit doet zich nu zo voor, schijnbaar ondoordringbaar en overtuigend. Een dikke laag beschaving die me ervan probeert te weerhouden om de sterren te zien en de aarde te ruiken. Alleen al een vermoeden hebben van wat er zich achter de weerbarstige korst van artificiële cultuur bevindt, mag een wonder heten. Want Afleiding en Misleiding zijn de leiders van deze creatie. Tijd en Aandacht zijn de valuta waarin we hen betalen. Elke schreeuw om bevrijding, gierend door de gaten van vergetelheid, wordt onmiddellijk overstemd door leugens en weggelachen als een apathische zucht. Het heeft geen zin, zou je zeggen en ik ga hier niet het tegendeel beweren. De zinloosheid van het leven is een wit blad papier waarop je je als een kleuter mag uitleven. Vul de zin zelf maar in! Ben je uitgetekend, dan krijg je een ander blad. Dat is het karmische rad van herhaling. Je mag tekenen wat je wilt, toch tekenen de meeste mensen steeds dezelfde cirkel, mooi gepositioneerd binnen de grenzen van het blad. Ik zit zelf halverwege zo’n cirkel, met de intentie om er een spiraal van te maken. Of om de lijn naar buiten toe af te buigen. Ik ben nog aan het beslissen. Mijn andere hand tast ondertussen langs de randen van het papier, loopt daardoor snijwonden op, maar weet nu zeker dat er een einde is. Ik zie een paleis waarvan de wanden volledig bekleed zijn met tekeningen van cirkels. Een plaats waar ze bij elkaar verzameld worden, als een uitgestalde oogst van rijpe vruchten. Al die circulaire levenszin, die creatiekracht, wordt er geconsumeerd. Het is de brandstof van de illusie die zich hier zo onomstotelijk voordoet. Valt er aan te ontkomen? Zijn onze voorgeprogrammeerde cirkelbewegingen te doorbreken? Ik wil geloven van wel, maar het voelt als jezelf redden uit drijfzand terwijl je er al tot in je nek in zit. Diep ingebed in het onnatuurlijke leven, ontstaat er met de tijd aanvaarding en berusting. Niet op een harmonische manier, eerder vanuit een afgevlakte bewustzijnstoestand en moeheid. In artificieel comfort levend, onverzadigbaar consumerend en eindeloos vermaakt door een beeldscherm zakt de moderne mens dieper in het zand van welvaart. En als je, ondanks alle mindcontrol, hypnose en afleiding toch nog herinnert dat er meer is, dat je meer bent, wordt het leven er zeker niet gemakkelijker door. Het herinneren is één ding, maar wat je er uiteindelijk praktisch mee gaat doen, dààr zit de kans op bevrijding. En dan is er die twijfel waarover ik maar blijf struikelen, alsof hij mij telkens bewust voor de voeten wordt geworpen. Het was ook twijfel die mij deed afdwalen van het voorgeschreven pad en mij hielp om te herinneren. De twijfel over wat ‘normaal’ werd bevonden, bijvoorbeeld. Maar de twijfel is ook lang na mijn conclusies blijven doorlopen. Twijfel, onzekerheid, angst en verwarring lijken wel standaard ingestelde frequenties te zijn in deze wereld. Golflengtes die we kunnen overstijgen, maar net als drijfzand ons naar beneden willen trekken. Het vraagt wilskracht, zelfvertrouwen en, in deze wereld vol verleidingen, zeker ook discipline om niet opgezogen en geconsumeerd te worden door het onnatuurlijke. In de gebarsten ruimte tussen vermoeide gelatenheid en opflakkerende creatielust wortelt mijn magie. Ze groeit doorheen alle spleten die het onzekere nalaat. Ik wiebel en ploeg mezelf dagelijks doorheen de stugge massa van overleving. Vroeger was er ook ‘overlevering’; oude wijsheden die traditioneel werden doorgegeven. Nu moet je het zelf uitzoeken, liefst zonder teveel in je hoofd te gaan zitten. Ieder moet voor zichzelf het warm water uitvinden. En de resten die overblijven aan elkaar lijmen. Wensend dat het volgende eindpunt niet weer hetzelfde beginpunt blijkt te zijn.

KarolienDeman
0 0