Zoeken

Wat echt is en wat niet

Wat echt is en wat niet; het is een onderscheid dat gemaakt kan worden in deze wereld. En aangezien alles hier ondersteboven staat, is het onechte dat wat zich als ‘echt’ profileert. En het echte wordt als onecht weggelachen. Wat echt is dringt zich niet op. Het echte is quasi onzichtbaar. Deze ochtend zag ik iets bewegen in mijn living. Het leek op witte rook, maar dat was het niet. Het was een lang lusvormig ‘iets’, het deed me denken aan het oog van een naald. Het was er maar voor een fractie van een seconde, ik zag het voordat mijn brein het wou be-grijpen. Toen ik ernaar reikte en voelde op de plaats waar het was geweest, viel mij plots een besef binnen. Ik besefte dat alles op hetzelfde moment bestaat, op dezelfde plek. Ik kan wel voelen en focussen op een detail, maar al het andere bevindt zich daar ook. Werkelijk Al dat is. Bij deze aanzet voel ik meteen hoe mijn woorden nog niet half het inzicht dat mij toen helder werd kunnen uitdrukken. Toch zijn het inzichten van die aard die zinnen in mij wakker maken en zal ik hier trachten het ‘weten’ dat ik voelde, toen ik naar dat lusje reikte, vorm te geven. Leven in deze fysieke wereld betekent dat je een minuscuul klein fragmentje ervaart van alles dat zich afspeelt. Ik wist dat ik in het Alles reikte en dat ik een ontiegelijk klein fragment van het totale bewustzijn wou voelen, en daarbij Al de rest negeerde. Ik zocht naar dat fragmentje, dat lusje, dat zich schijnbaar op een andere frequentie afspeelde omdat het niet zichtbaar was met fysieke ogen, tenzij de mind uitstaat. De mind is de filter die ervoor zorgt dat we het merendeel niet waarnemen, maar enkel een klein driedimensionaal veld. We zien slechts een flinterdun laagje van het oneindig grote geheel. Dat flinterdunne laagje ervaar ik nu in de vorm van een mensenleven met een indruk van tijd en ruimte. Het is een ervaring die het bron-bewustzijn schept, maar eigenlijk is er geen tijd noch ruimte. Er is alleen de ervaring daarvan. Net zoals de plaatsen die we in onze dromen bezoeken ook geen fysieke ruimte innemen. Elke omgeving is een ervaring die nu plaatsvindt.  Alle persoonlijke materiële vormen waaraan ik mij hecht, zoals mijn woning, mijn lichaam, het lichaam van mijn partner, zijn niet ‘echt’, ze zijn deel van een tijdelijke ervaring. De ervaring verandert continu en is relatief. Elke ervaring is immaterieel, maar doet zich als materieel voor. Elke ervaring is een illusie, doch het woord illusie heeft een negatieve bijklank en misschien kan ik beter ‘creatieve voorstelling’ als term gebruiken. Elke ervaring is een voorstelling die gecreëerd wordt door creatief bewustzijn. Het vergeten dat de ervaring in essentie niet van materiële aard is, zorgt voor een immersieve ervaring. De overtuigingskracht van de ervaring wordt rechtgehouden door het vergeten. Zonder het vergeten konden we Niets ervaren. En datzelfde Niets is juist de krachtbron achter het hele spektakel van de levenservaring. Al die ogenschijnlijke materie die het decor vormt van deze ervaring vraagt om onderhoud of om een vorm van manipulatie. Van het doen van de afwas tot het onderhouden van mijn lichaam. Zelfs al hecht ik mij zo min mogelijk aan materie, dan nog kan ik de manipulatie en interactie met de illusoire materie niet ontwijken. Om te ervaren dien ik een droom vorm te geven. Ik moet kneden en sculpteren in de klei van onechtheid. Fantaseren of dromen is in feite doelloos creëren. Je kan je hele leven wijden aan een meesterwerk, maar dan word je plots wakker en besef je dat er niets materieel tastbaar is als resultaat. Alles wat je hebt opgebouwd blijkt niet te bestaan en nooit bestaan te hebben. Het enige dat rest is de ervaring. Mocht je komen te beseffen dat dit met alles zo is, dat er in wezen niets tastbaar bestaat of zal bestaan, zou je dan stoppen met creëren? Geeft de ervaring louter op zichzelf voldoende motivatie om iets te scheppen? Of is de illusie van een tastbare wereld vereist om het gevoel te hebben dat er wel degelijk gewicht in de schaal ligt? In de ‘onechte’ wereld draait alles om resultaat en het najagen van illusies. Het echte raakt door materiële verlangens en tastbare ‘zekerheden’ ondergesneeuwd. Er heerst een soort van vrijwillige slavernij waarbij vrijheid wordt ingeruild voor materieel bezit. Ook is er de energie van het collectief, een co-creatie waar je als individu niet omheen kan. Maar wat als je nergens rekening mee hoefde te houden en je niets kon scheppen dat blijft bestaan, zinvol of functioneel is? Is het voor te stellen wat je dan zou doen? Het diepe besef van hoe het is om doelloos en onthecht in een immer vergankelijke en zinloze wereld te leven is moeilijk voor te stellen. Want we zijn geprogrammeerd om het onechte heel serieus te nemen. Zo serieus dat we er onze ware verlangens door vergeten. Maar stel dat het je lukt om je zo’n wereld voor te stellen. En je daarbij de vrijheid kan voelen van immer openliggende mogelijkheden, zonder dat er ooit iets ‘moet’. Zonder dat er iets mee te winnen of bereiken valt, omdat alles enkel draait om de ervaring. Wat zou je dan doen? Met welke acties zou je de illusie van tijd en ruimte vullen? En wijken die acties dan erg af van wat je vandaag in je leven doet? Als de illusie jou goed in haar greep heeft, dan zou dat inderdaad zo moeten zijn. Als de vergetelheid het fundament is waarop de perceptie van jouw bestaan steunt, dan is deze tekst cryptisch en kan je er weinig bij voorstellen.  Ten dienste staan van de materie, de materie voeden, ze onderhouden en haar vrezen te verliezen: daar kunnen ettelijke mensenlevens aan gewijd worden. Meerdere incarnaties. En dan na al die ervaring komt op een gegeven moment weer de herinnering: ‘hey, er is helemaal geen materie!’ Betekent dit dat ik mijn praktische taken zoals de afwas doen, mezelf wassen en spullen opruimen laat vallen? Nee, het besef verandert weinig en veel tegelijk. Op materieel vlak is er zichtbaar geen verschil, de verandering zit in het bewustzijn. Alles wat echt is blijft onzichtbaar voor het onechte. Maar het echte ziet wel wat onecht is.  Het besef dat er niets bestaat buiten de ervaring brengt geen plotse verlichting waarmee je oplost in het Niets. Ik heb dat besef en ik ben ‘hier’ nog, vrezend en mij hechtend, doch wetend dat dit leven zoals een droom is en dat alle fysieke labeur en pijn tevergeefs is. Ik zei het al eerder: iets weten is geen garantie om het consequent als een levenshouding te belichamen. Het is slechts het begin van het proces dat je ontwaken zou kunnen noemen. En iets zegt mij ook dat een volledig ontwaakt bewustzijn in het Niets ‘vervalt’ en dan weer, puur voor de ervaring, over ‘iets’, zal beginnen dromen. Zelfs het ontwaken is eigenlijk een doelloos gegeven. Er is geen eindpunt, enkel een oneindige rijkdom aan belevenissen.  Ervaring vraagt om dualiteit. Want ervaring - bestaan op zichzelf - is wat mij betreft altijd duaal. Het Niets dat zich voorstelt ‘iets’ te zijn, kan dat enkel in relatie tot iets anders. Vanuit dit standpunt lijkt er enkel de binaire keuze te zijn tussen iets en niets. Tussen bestaan of niet bestaan. Als ik denk dat ik de keuze heb, dan kies ik voor bestaan. Maar dan wel onder voorwaarden. Zo zou ik voor plezierige ervaringen kiezen natuurlijk. En dat kan! Maar voor hoelang? Hoeveel levens en vormen wil ik ervaren terwijl ik voornamelijk voor slechts één helft van de duale totaliteit kies? Hoeveel mooie dromen wil ik beleven alvorens het verlangen ontstaat naar een uitdaging die als moeilijk of pijnlijk kan beschreven worden? Lijkt het geen natuurlijke beweging om zowel het gevoel van scherpe stenen als van zacht gras te willen voelen? Hoe kan ik gras trouwens zacht noemen voordat ik de hardheid van steen ken?  Ik weet dat de keuze tussen bestaan en niet bestaan, tussen duaal en non-duaal, geen keuze is, maar een evenwichtige onverwoordbare toestand. Ik ben zowel Niets als iets tegelijkertijd. Er is niets te kiezen, want alles is er altijd op hetzelfde moment. Het bron-bewustzijn, de schepper van dualiteit, kiest niet. Het omvat werkelijk alles en sluit niets uit. Het is absolute onvoorwaardelijke liefde die de mogelijkheid schept om voorwaarden te bedenken. Om alles te bedenken wat het maar belieft en niet belieft. Zonder reden, zonder doel, noch heeft het enig nut. Ook wij mensen, met onze hersenen, hebben de natuurlijke neiging om vanuit niets iets te scheppen. Ontneem de zintuigen hun prikkels en er zullen op den duur vanzelf prikkels ‘bedacht’ worden. Het lijkt eigen aan bewustzijn om te gaan boetseren met de klei van het Niets. Het onderscheid tussen hallucinatie en echt staat eveneens op zijn kop in de praktisch denkende wereld. Zoals je wel merkt, hou ik ervan om die grenzen te onderzoeken. Om wat gewichtig lijkt als een illusie te zien. En wat licht, efemeer en subtiel is serieus te nemen. Zoals het witte lusje dat even in mijn living verscheen.   www.karoliendeman.comFoto door www.talesofaperture.com, maar dan geïnverteerd

KarolienDeman
4 0

Zelfontwikkeling als de vruchtbaarste maatschappelijke interventie

Wat is jouw bijdrage aan de ‘maatschappij’? En wat houdt het juist in om een bijdrage te leveren? Ik zou denken dat het gaat over het maken van persoonlijke keuzes die ook een positieve invloed uitoefenen op het collectief. In het huidige mainstream narratief klinkt die bijdrage als een offer: persoonlijke energie en tijd die ten dienste staat van een collectief systeem. Het individu dat iets ‘inlevert’ en ‘opbrengt’; belastingen, diensten en goederen die de economie draaiende houden. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Welk steentje precies, dat moet je voor jezelf uitmaken, zolang je maar iets te dragen hebt. Wie niets bijdraagt profiteert. We hebben tegenwoordig te maken met een ‘solidaire afscheiding’. Juist omdat we het zogezegd voor een ander doen, verliezen we het contact met die ander. Klinkt dat bekend? Iedereen dient een offer te leveren door in zekere mate geoccupeerd te zijn met het bijdragen van zijn of haar steentje. Aan de toename van het fenomeen burn-out te merken, voelt het voor velen niet langer als een steentje, eerder als een blok aan hun been. Wat ooit een samenleving was, is een maatschappij geworden. Zoveel mensen die gebukt gaan onder hun werk- en levensritme en er tegelijk op toezien dat hun ‘maten’ het zeker niet beter hebben. De ‘maat’ in maatschappij verwijst nu naar een maatstaf waarmee het gewicht van jouw bijdrage wordt beoordeeld. De collectieve energie, die onder andere te lezen valt in reacties op sociale media, bevat veel bitterheid en afgunst. Als er bijvoorbeeld iemand aankondigt een camper te hebben gekocht en voortaan off-grid wil leven, dan wordt er spottend gewezen op de regels en verplichtingen die zo’n keuze bemoeilijken. Iemand die stiekem, of zeg maar onbewust, droomt van zo’n vrij leven, maar zichzelf diep heeft ingeprent dat zo’n levensstijl onmogelijk is, zal deze overtuiging ook op anderen projecteren. De beperkingen die mensen zichzelf opleggen, willen ze evenzeer een ander opleggen. Het gaat hier over beperkingen die aangeleerd en ingeprent zijn en dus in essentie niet eigen zijn. Het zijn in feite externe verhalen die zich zodanig prominent opdringen dat we ernaar zijn gaan leven. Ik zie hoe beperkingen die van ‘bovenaf’ komen, gestuurd door autoritaire krachten, eigen gemaakt en verdedigd worden alsof het gaat om een persoonlijke waarheid. Mensen die ontwaken uit deze massahypnose, en dat zijn er steeds meer, voelen hoe onnatuurlijk de druk is die het systeem uitoefent. Mensen blijven soms in een destructieve relatie omdat het alles is dat ze hebben en kennen. Het alternatief is het onzekere onbekende. Liever de voorspelbare ellende, dan een sprong in het ongewisse. De relatie die mensen met het huidige systeem hebben, zal niet zomaar opgegeven worden. Uit angst voor verlies van comfort en zekerheid. De polariteit van vandaag gaat over de kloof tussen mensen die de relatie reeds hebben opgegeven en mensen die ze nog hartstochtelijk verdedigen. Niet authentiek kunnen leven levert frustratie op, en die frustratie zorgt ervoor dat men het anderen ook niet gunt. Men zit geklemd in de klauwen van een systeem dat alles dat natuurlijk is op zijn kop zet, onder het mom van zekerheid en controle. Intuïtief weten en voelen we dat,  ons lichaam bezit die natuurlijke intelligentie waarmee we het onderscheid tussen ‘echt’ en ‘onnatuurlijk’ kunnen maken. Dat verklaart ook de enorme toename aan auto-immuunziekten en andere welvaartsziekten. Onze lichamen schreeuwen dat er iets niet klopt. Maar op rationeel vlak zitten we collectief met diepe indoctrinatie en hypnose. Wat nu als ‘normaal’ wordt geaccepteerd, wordt overeind gehouden met drogredeneringen en angst. Angst voor het mogelijke ongemak van verandering. De sociale zekerheid is al lang niet meer sociaal in een wereld waar mensen elkaar verklikken en benijden. De meerderheid doet exact wat het systeem (of de overheid) verlangt, wat een kernzaak is in het ontwerp van dat systeem. Want de motor of batterij van het systeem bestaat uit de mensen voor wie het ontworpen is. Terwijl er wordt geploeterd in de materie, schuift de energetische kant van de realiteit naar de achtergrond. Menselijke energie is niet enkel te vergelijken met een motor of batterij, maar ook met een antenne. De energie die we uitzenden als we een authentiek vrij leven leiden, heeft een heel andere frequentie dan wanneer we ons beperkt en geforceerd voelen. De vraag naar wat iemand bijdraagt aan het collectieve veld, link ik daarom aan de energie die iemand de ether inzendt en niet aan fysieke prestaties. Iemand die de natuurlijke voeling met zichzelf verliest door hard te werken en in te staan voor anderen, draagt vanuit dat opzicht minder bij aan het collectieve energieveld dan iemand die vanuit zelfzorg en dankbaarheid thuis op de sofa zit. Een zienswijze die op heel wat weerstand kan rekenen! Weerstand die het product is van een prestatiegerichte maatschappij en niet van een gezond functionerende samenleving. Wat mij betreft zijn de handelingen die we uitvoeren ondergeschikt aan de manier waarop ze uitgevoerd worden. In een natuurlijke samenleving primeert de trillingsfrequentie of gemoedstoestand waarin taken worden uitgevoerd en voelt het leveren van een bijdrage niet als een sleur of uitputtingsslag. En omdat we allemaal anders zijn, zou het dan ook meer dan normaal zijn dat er verschillende ritmes naast elkaar bestaan, in plaats van één algemene maatstaf te hanteren. Het collectieve veld is de co-creatie waar we allemaal mee te maken hebben en soms op botsen. Er is momenteel een omwenteling gaande waarbij de vorm van die co-creatie wordt herzien. De moeilijkheid is natuurlijk dat er meerdere krachten aan het werk zijn. En dat veel krachtbronnen zich niet bewust zijn van hun kracht. Ik ben erop uitgekomen dat zelfvertrouwen en eigenliefde de efficiëntste middelen zijn die iemand ter verzachting van de huidige co-creatie kan inzetten. En dat het belangrijk is om goed te onderscheiden welke intentie, en dus energie, elke persoonlijke keuze en handeling drijft. Want het is die energie die je bijdraagt aan het collectieve veld. Ik zou daarom bewuste zelfontwikkeling de vruchtbaarste maatschappelijke interventie noemen. Het is de basis die vereist is om ook in de praktische sociale wereld een positief verschil te kunnen maken. Schaamte, angsten en schuldgevoelens die gepaard gaan met het ‘uitvallen’ door burn-out of ziekte, horen bij een wereld die natuurlijke processen ridiculiseert, ontmoedigt en onderdrukt. Het is een geprogrammeerde respons met een lage trillingsfrequentie die indruist tegen onze ware aard en bovendien heling bemoeilijkt. Wie de wereld wil zuiveren van donkere vlekken, dient zichzelf aan te pakken. Een uitzuivering van de eigen beperkende overtuigingen is het meest waardevolle dat je aan het collectieve veld kunt schenken. Ik wens dat je je dit herinnert op een moment dat jouw kern om een ‘nee’ vraagt terwijl jouw persona zich verplicht voelt om ‘ja’ te zeggen, en omgekeerd.  www.karoliendeman.com    

KarolienDeman
14 2

Vlaamse leeuw.

  In marroko lopen er nog leeuwen rond. Niet veel maar ze houden er wel van. Hun nationale voetbal ploeg noemt zelfs AtlasLeeuwen. Daarom voelen mijn marrokaanse vrienden zich thuis tussen al die leeuwen vlaggen.   **************************** FOTO GALLERY verf ed verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
33 0

Beste handen,

Beste handen, hoe vinden jullie je weg in de wereld? Herinneren jullie de tijd toen de rode bietenpap in het rond vloog? Ze hing overal. Jullie vertoefden zo graag in de mond maar met een lepel konden jullie de weg ernaartoe niet vinden. Vandaag steken jullie een draad door het oogje van een naald, schrijven jullie krulletters en bezetten jullie muren. Hoe kregen jullie dat voor elkaar?  Jullie hebben geoefend, dat is waar. Soms uren, dagen, weken na elkaar. De triller dokruis-re op dwarsfluit leren spelen kostte maanden. Toch zijn er ook zaken die jullie, ondanks zeeën van tijd, niet onder de knie krijgen: tanken, handstand, jullie eigen nagels lakken, strijken. Beste handen, waarom zijn jullie zo wispelturig? Soms doen jullie grootse dingen. Troostend strelen, meelevend vasthouden, behulpzaam klussen, zorgzaam bejegenen, liefdevol koesteren. Tot de razernij in jullie vaart. En jullie gaan slaan en stompen, breken en versplinteren. Af en toe, altijd onverwacht, verbluffen jullie. Het resultaat is steevast origineel, verrassend, ongekend.  Beste handen, zou je met een ander paar iemand anders zijn? Maken jullie een persoon tot wie die is? Door jullie wordt wat binnenin zit aan woorden en gedachten werkelijkheid. Jullie schrijven, bouwen, spelen, maken, knutselen ideeën de wereld in. Werner Herzog, bekend van films als 'Grizzly Man' en 'Nosferatu', beschrijft in zijn memoires hoe zijn hoofd overloopt van ideeën voor meer, andere, betere films. Zolang zijn handen ze niet maken zullen ze echter enkel in zijn hoofd spelen.  Natuurlijk, beste handen, moeten jullie die ideeën voor elkaar krijgen. Niet alle handen zijn even onderlegd. Sommige kunnen auto's repareren, computerprogramma’s schrijven of venkel telen. Andere kunnen baby's ter wereld brengen of wolkenkrabbers bouwen. Wat te doen als je hoofd bruist van ideeën voor originele meubels, maar je handen nog geen nagel in een stuk hout kunnen slaan? Zoek je dan andere handen die kunnen invallen? Of ga je fictie schrijven?  Beste handen, het heeft er alle schijn van dat jullie iemands identiteit vormgeven. Het hoofd schept verhalen over zin en onzin, goed en slecht, mooi en lelijk, waardevol en waardeloos. Maar jullie zetten de lijnen uit van wat mogelijk en wat onmogelijk is.  Met de regelmaat van de klok wordt aan mensen gevraagd hoe zij geworden zijn wie ze zijn. Waarom ze doen wat ze doen. Meestal situeert het antwoord zich in de kindertijd. De geoloog wroette als kind in de aarde op zoek naar steentjes. De archeoloog zocht er naar scherven en botjes. De kunstenaar was altijd al een buitenbeentje met oog voor kleur. Zulke kindertijd-verhalen vertellen dat het lot in het lichaam besloten ligt. Variaties zijn mogelijk maar de handen, niet het hoofd, geven richting aan de toekomst.  Soms worden levens ook andersom geleefd. Dan schept het hoofd fictie die de handen niet kunnen volgen. In mei 1990 studeerde Christopher McCandless af met een hoofd vol verhalen over een anti-kapitalistisch leven. Een leven in de natuur, met een minimum aan bezittingen en alleen zichzelf als steun en toeverlaat. McCandless schonk al zijn geld aan Oxfam en vertrok te voet naar Alaska. Daar kwam hij in april 1992 aan met 4,5 kilogram rijst, een .22 kaliber geweer en een veldgids over lokale eetbare planten. 113 dagen lang waren zijn handen in staat zijn levensfilosofie te onderhouden. Toen stierf hij: uitgehongerd. Het boek 'Into the wild’ van John Krakaur vertelt McCandless’ verhaal. Elf jaar later werd het verfilmd door Sean Penn. Beste handen, kan jullie handigheid ook een last zijn? De pottenbakker Bernard Leach, de violiste Patricia Kopatchinskaja, de basketbalspeler Michael Jordan, zouden met minder vaardige handen niet hetzelfde verwezenlijkt hebben. Die vaststelling roept vragen op. Hoeveel vaardige handen voeren er handelingen uit die onder hun capaciteiten liggen? Hoeveel potentieel blijft er onbenut omdat de aanmoediging, de juiste context of het geld ontbreekt? En belangrijk: maakt dat ongelukkig? Welke implicaties volgen er wanneer jullie door dwang, achterstelling, verloochening of toeval weerhouden worden te doen wat jullie goed en graag doen? Maakt dat jullie baldadig, apathisch, opstandig, koppig?  Beste handen, weet dat jullie hoe dan ook onmisbaar zijn. Voelen jullie dat? Het textiel, het hout, de warmte van een kopje thee. Jullie maken niet alleen ideeën werkelijk, jullie maken álles werkelijk. Zonder jullie zou wat we zien een waanvoorstelling kunnen zijn en wat we denken inbeelding. Jullie contact met de wereld biedt houvast omdat jullie ons laten weten: dit is een stoel en hij is echt.  Natuurlijk zijn er filosofen die jullie belang ontkennen. Die jullie slechts beschouwen als onderdanig gereedschap van het denken. Gereedschap dat gemist kan worden als het erop aankomt. De Franse filosoof Descartes (1596-1650) schreef jullie resoluut af. Gewoon, omdat het weleens voorkomt dat jullie je vergissen. Als jullie een broos object krachtig beetpakken waardoor het breekt, bijvoorbeeld. In Descartes’ zoektocht naar absolute zekerheid waren zulke vergissingen onvergeeflijk. Alles wat ook maar de minste twijfel wekte, moest de deur uit. Samen met jullie zette hij ook alle andere zintuigen, normen, waarden, theorieën en meningen buiten. Wat overbleef was een ik dat denkt. Zonder lichaam, zonder wereld. Een geest in een vacuüm. 'Waardoor ik ben wat ik ben, volledig van het lichaam onderscheiden’.  Descartes is het schoolvoorbeeld van wat het denken vermag. Het kan jullie, beste handen, kortstondig laten verdwijnen. Tot jullie ongeduldig, friemelend opnieuw aandacht vragen. Tot de maag knort. Of, tot de filosoof van het ‘ik denk, dus ik ben’, zich in zijn denken zo verlaten voelt dat hij beroep doet op God om jullie door de achterdeur terug binnen te laten.  Beste handen, wie jullie als knechten van het denken beschouwt kent het verhaal van de bekendste filosoof aller tijden niet. Blootsvoets liep Socrates door Athene en stelde zijn medeburgers vragen. Vervelende vragen die makkelijk leken, maar gaandeweg onmogelijk te beantwoorden bleken. Socrates liet, behalve een sporadisch inzicht en een handvol herinneringen, niets na. Omdat inzichten en herinneringen sterven met hun eigenaren als ze niet vastgelegd worden, zou hij na twee, maximaal drie generaties vergeten zijn. Maar dat was buiten de handen van Plato gerekend. Die maakten Socrates zo beroemd dat er meer dan tweeduizend jaar later nog steeds naar hem verwezen wordt.  Socrates’ eigen handen brachten hem de dood. In 400 voor Christus waren de Atheners zijn vragen beu. Hij werd veroordeeld voor goddeloosheid en het bederven van de jeugd. In de gevangenis nam Socrates de gifbeker ter hand en dronk.  Beste handen, kennen jullie het schilderij van Jacques Louis David? In 1787 schilderde hij ‘de Dood van Socrates’. Daarop is te zien hoe eenzaam jullie je soms voelen. Toch staan jullie permanent in contact met ontelbare andere handen. Handen die zich vlakbij of ver weg bevinden, die leven of gestorven zijn. Elk object getuigt van die verbondenheid door de onzichtbare sporen die jullie erop achterlaten. In 1972 maakte de kunstenaar Giuseppe Penone een boek met foto's van zijn eigen handen. Hij bedekte het boek met poeder dat gebruikt wordt om vingerafdrukken te nemen. Binnen het uur kon je overal vingerafdrukken zien. Tegen de muren, op kleding, stoelen, op de gezichten van bezoekers. Misschien vind je vandaag, ruim vijftig jaar later, nog steeds een vergeten vingerafdruk afkomstig van ‘Book/Dust Trap/Hand’. Ergens, in een huis, een auto, een vliegtuig, of gewoon naast de lichtschakelaar.  Beste handen, kunnen jullie de sporen voelen die alle andere achterlieten op een bibliotheekboek? Wat voor handen waren dat? Misschien handen zoals die uit 'Het Contrapunt’ van Anna Enquist. Rouwend, eropuit om de Goldbergvariaties van Bach te leren spelen. Misschien handen zoals die van Mr Gwyn uit het gelijknamige boek van Alessandro Baricco. Zouden er ook handen bij zijn zoals die uit ‘De Welwillenden’ van Jonathan Littell? Handen die medemensen tot lijken hebben gemaakt. Als boeken konden handlezen, wat zouden ze dan nog meer vertellen dan wat in letters gedrukt staat?   Beste handen, in theorie leren we jullie naar waarde te schatten. We leren over het belang van jullie opponeerbare duimen. Over de mogelijkheid tot fijne motoriek. We leren hoe de hele mensheid haar bestaan aan jullie te danken heeft. Omdat de eerste mensen zich pas konden ontwikkelen toen jullie de vrijheid kregen. We leren het allemaal, in theorie.  Beste handen, in de praktijk kijken we maar al te vaak op jullie neer. Omdat we onze intelligentie hoger inschatten. Maar wat zou die intelligentie zijn zonder jullie? Zonder jullie geen gereedschap, geen wetenschap, geen kunst, geen verandering, geen geschiedenis. Jullie zijn onontbeerlijk, dat weten we al veertigduizend jaar. Zo oud is het allermooiste eerbetoon aan jullie dat ooit werd gemaakt. In de grotten van Sulawesi, in Indonesië, hebben mensen hun handen tegen de rotswand gedrukt. Ze hebben rode oker opgezogen in een strootje en geblazen. Wat zij zagen toen ze hun handen voorzichtig weghaalden, was ‘ik’. Een stukje wand in een rood-bruine wolk met jullie contouren. We weten niet wie deze mensen waren. Maar misschien kennen we wel het raadsel dat de aanwezige afwezigheid van hun handen opriep. Omdat zij en wij dezelfde mensen zijn vroegen ook zij zich misschien af: ‘beste handen, hoe vinden jullie je weg in de wereld’?             

I.M
0 0

Mijn superkracht

Laatst zag ik de film ‘The Invisible Man’ op Netflix; het idee van onzichtbare, doch wel voelbare, entiteiten intrigeert me al heel mijn leven. Vooral de scène waarin het hoofdpersonage een gevecht aangaat met de onzichtbare man wekte een vreemd gevoel van herkenning op. Hoe vaak had ik al te maken gehad met energieën die zich rond mij begeven, hun invloed voelbaar uitoefenen, maar die niet zichtbaar, tastbaar of bewijsbaar zijn? Als kind had ik het hier heel moeilijk mee. Hier in deze wereld is het alsof ik geblinddoekt ben en mij op de tast doorheen sferen en energieën begeef. Dat kan heel kwetsbaar en onzeker voelen. De perceptie die deze menselijke vorm mij biedt is uiterst beperkt, schijnt zelfs nog minder dan 0,001 procent te zijn van het totale elektromagnetisch veld. Dus ja, het gros van de bestaansmogelijkheden zien we niet. Toch dringt deze werkelijkheid, deze materiële illusie, zich op alsof er niets anders is. Het leidt ons uiterst efficiënt af van alles dat niet in de illusie past. Wie zich kan afwenden van de afleiding en doorheen de illusie kijkt, verruimt en bevrijdt zichzelf. Maar het is vaak een proces met vallen en opstaan. Het proces van ‘ontwaken’, waar zovelen tegenwoordig de mond vol van hebben. Mocht ik een superkracht kunnen kiezen in deze wereld, dan zou ik voor onzichtbaarheid gaan. Omdat ik mijn aanwezigheid te midden van anderen als ontzettend intens ervaar. En omdat afwezigheid, zonder daarbij op te houden te bestaan, me een rustige toestand lijkt. Geen ogen die op mij gericht zijn en toch erbij zijn. Vrijgesteld van de penetrante blik van een ander. Geen haken of tentakels die zich aan mijn wezen kunnen hechten. Ik stel me voor hoe het zou voelen mocht ik mij in een groep blinden bevinden. Het zou me geruststellen dat ze mij, mijn blik in het bijzonder, niet konden zien. Mijn blik die door zienden wél ‘gevangen’ wordt. De blik waarlangs er van alles uitgewisseld wordt. En dat uitwisselen, vooral de intensiteit ervan, overweldigt mij vaak. Het put mij uit, waardoor ik dan uit het zicht van anderen weer moet opladen. Om mij dan later, met frisse authentieke energie, weer in het gezichtsveld van anderen te ‘moeten’ begeven. Dit is voor mij een vermoeiend cyclisch menselijk gebeuren, een uitdagend proces waardoor ik mezelf beter leer kennen. Waarnaar de blik gaat, is waar de energie van de ziel naartoe gaat. Aandacht is energie van de ziel. Geen wonder dat er zoveel in het werk gesteld wordt om ons af te leiden. Elk scherm is een zwart gat waarin die energie opgezogen wordt. Onzichtbaarheid gaat over niet gezien worden, maar er wel zijn. Wat niet gezien wordt, krijgt geen aandacht. En misschien krijg ik te veel aandacht, wat me overprikkelt en ik niet goed kan verteren. Te veel om op in te gaan, te veel dat om een reactie vraagt. Daarom triggert de zin ‘ik wil je zien’ mij zo. Het is het uitgesproken verlangen van de ander om zijn blik aan mij te haken, bij mij energetisch binnen te dringen. Uiteraard is connectie mooi, is verbinding met anderen voedend en ontzettend waardevol. Verrijkend en verwarmend. Dat en nog veel meer. Maar mijn gevoel zegt dat het te veel is. Terwijl mijn angst nog steeds ‘verlies’ predikt. Onzichtbaar willen zijn, gaat ook over de perceptie van anderen willen controleren. Bepalen wat zij mogen zien en wat niet. Want wat zou er gebeuren mochten zij zien en ervaren wat ik niet wil dat zij zien en ervaren? Dat zou een messcherp oordeel kunnen opleveren. Dus mijn superkracht zou eigenlijk gebaseerd zijn op angst voor het oordeel van anderen. No surprise there. Dat oordeel van anderen schrijf ik blijkbaar veel macht toe. Het woord ‘messcherp’ doet me ook denken aan mijn operaties. Ik liet toe, omdat ik schijnbaar geen keuze had, dat ze in mij sneden en stukken weghaalden. Net zoals ik geen keuze leek te hebben, althans geen gunstige, om mijn yurts weg te halen. Het gaat hier allemaal om de waarde en het gewicht dat ik toeschrijf aan het oordeel van anderen. Mocht dat niet zo doorwegen, dan zou ik waarschijnlijk voor een andere superkracht kiezen, kunnen vliegen bijvoorbeeld. Nu denk ik er meteen bij dat ik onzichtbaar zou vliegen, zodat ze mij niet uit de lucht kunnen knallen. En alweer is daar die angst voor wat anderen me zouden kunnen aandoen. Die is niet zomaar weg te rationaliseren. Onzichtbaarheid geeft je ook de gelegenheid om dingen te zien en te ervaren die anders verborgen zouden zijn gebleven, door af te luisteren of ergens stiekem mee te kijken. Het lijkt me iets dat ik vooral in het begin zou doen, uit nieuwsgierigheid. Maar ik heb het idee dat het in teleurstelling zou uitmonden, en uiteindelijk is mensen bespioneren ook niet mijn voornaamste beweegreden om onzichtbaar te zijn. Met mijn onzichtbaarheid wil ik me in de eerste plaats juist van menselijk contact afschermen. Ik vind het bij het kiezen van een superkracht belangrijk om goed na te denken, echt je tijd te nemen voor de details. Het gaat hier immers over een superkracht, dus waarom zou je binnen bepaalde grenzen blijven denken? Ik neem me daarom ook voor dat ik niet alleen mezelf onzichtbaar kan maken, maar ook objecten en andere mensen. Mijn superkracht bestaat dus uit het aan het oog onttrekken van massa. Wat bestaat, kan ik doen verdwijnen. Zo zou ik dan mijn yurts laten verdwijnen op het moment dat de handhaving komt controleren. Of er een koepel van onzichtbaarheid overheen gooien zodat ze ook vanuit de lucht niet gespot kunnen worden. Ik zou alles dat niet getolereerd wordt onzichtbaar maken, zodat er ook geen oordeel of verdict over gevormd kan worden. Zodat het in alle rust en vrede kan blijven bestaan, zonder iemand te storen. Met het onzichtbaar maken van andere mensen, doel ik niet op het laten verdwijnen van ongewenste contacten. Want ik kan met mijn superkracht niets echt definitief laten verdwijnen, ik kan alleen iets aan het zicht onttrekken. En bovendien kan ik daarbij ook bepalen wie nog steeds kan zien wat ik onzichtbaar heb gemaakt. De mensen die ik vertrouw kunnen nog steeds zien wat anderen niet meer zien. Ik zou geliefden in bepaalde situaties kunnen beschermen door hen onzichtbaar te maken. Het hele idee om objecten, personen en mezelf onzichtbaar te maken gaat fundamenteel over bescherming. Wat niet gezien wordt, blijft gevrijwaard.  De macht die anderen uitoefenen en hoe dat nadelig kan zijn voor mij: daar draait het vaak om in dit leven. Het is iets waar ik een kluif aan heb op het vlak van mijn persoonlijke ontwikkeling. Sommige mensen lijken daar helemaal geen last van te hebben, maar de meeste mensen wel. Massaal worden er de hele dag door tal van activiteiten uitgevoerd en keuzes gemaakt die niet authentiek zijn en bijdragen aan een beroerde toestand, maar die toch systematisch worden doorgezet omdat er anders gevolgen zijn. Gedreven door de angst voor boetes, sancties, straffen, ongemak, armoede, pijn, trauma en ander leed. In het algemeen gaat het over een dreiging die van autoritaire bronnen uitgaat. Hoe meer zeggenschap iemand (of iets) heeft, hoe gevaarlijker. Een pure bron zal nooit iets opdringen, noch ergens mee dreigen. De waarheid eist geen zeggenschap, schreeuwt of dwingt niet. Wat echt is, heeft geen reden om iets te manipuleren of voor te liegen. In een wereld die we thuis kunnen noemen, is er niets verplicht. Het is niet abnormaal dat het hier zo wringt voor mij in deze wereld. Wat niet waarachtig is, krijgt hier zeggenschap. Het krijgt die zeggenschap, vanwege de angst, en dwingt het onrechtmatig af. Het is iets dat ons constant boven het hoofd hangt.  Ik wil dus onzichtbaar zijn voor dat wat niet echt is. Ik wil uit het vaarwater van een opgedrongen oordeel blijven en tegelijk toch authentiek kunnen leven. Omdat ik geen onechtheid wil dienen of voeden, wil ik er ook geen aandacht aan geven of van krijgen. Zo zit dat met die superkracht. En het lijkt me logisch, ik begrijp mijn keuze. Maar daar strand ik dan. Op een strand van frustratie, onrecht en machteloosheid. Deze tekst had hier kunnen stoppen, ware het niet dat ik me weer een belangrijk inzicht herinner. Het inzicht der inzichten wat mij betreft, althans in deze materiële illusie. Het luidt: om het recht te zetten, moet je het op zijn kop zetten. Draai het om! Draai alles om wat in deze illusie als normaal gezien wordt, vooral dat wat men verplicht noemt. Doe het omgekeerde en je komt er beter uit. Echter. Puurder. Dat concludeerde ik voor mezelf. Het is een richtlijn die me veel houvast geeft in deze matrix. Het omkeren van gewoontes, ideologieën en overtuigingen is een geestverruimende oefening die in veel situaties toepasbaar is. Toen ik vroeger tijdens mijn kunstprojecten even vastliep, dan kon ik de inspiratie ook weer laten stromen door simpelweg te brainstormen over het tegengestelde van wat ik wilde bekomen. Dus daar, op het strand van frustratie, onrecht en machteloosheid, bouw ik een boot. Ik laat uit het niets een boot ontstaan. Ik doe het omgekeerde: in plaats van iets te laten verdwijnen, laat ik iets ontstaan. Het wordt geen reddingssloep, maar een heus comfortabel schip. Met dit schip vaar ik moeiteloos tegen elke stroom in. En kan ik veilig ankeren in woelige wateren. Mijn superkracht, eentje die ik reeds bezit en dagelijks toepas, bestaat uit het zichtbaar maken van het immateriële. Met mijn creatief voorstellingsvermogen schep ik energetische velden die een invloed uitoefenen op mijn realiteit. Een kracht die ik, afgeleid door de toeters en bellen van de matrix, schromelijk heb onderschat. Vanuit frustratie en angst fantaseer ik erover om dingen, inclusief mezelf, onzichtbaar te maken. Terwijl ik vanuit lichtrijke kracht en vertrouwen dingen juist zichtbaar maak en toevoeg. Dingen, of energieën, waarvan ik vind dat ze ontbreken en kunnen bijdragen aan, om het even met een cliché uit te drukken, meer licht en liefde. Als ik alles rechtmatig op zijn kop zet, dan zie ik helder hoe illusies in deze wereld voor echt aangezien worden en hoe wat echt is als een illusie wordt afgedaan. Als ik alles omdraai, dan houdt het steek. Voor mij is de materiële wereld een waanvoorstelling die een bron van waarachtigheid bedekt. Wat ik met mijn gevoelswereld waarneem, een wereld die zich laat vertalen naar vorm, textuur en kleur, is voor mij echter dan de plek waar ik me lijk te bevinden. Met mijn derde oog zie ik de dingen accurater dan met mijn fysieke ogen. De lichtkoepels die ik met mijn adem blaas, de kleuren en bewegingen van aura’s, de draaiende vortexen die we tijdens drumcirkels creëren, de wemelende energie in een ruimte, de magie die ontstaat tijdens rituelen, een heldere ingeving die als een boodschap binnenkomt, de intuïtie die waarschuwt zonder rationele verklaring, ... het zijn allemaal ervaringen die de materiële wereld overstijgen. Ze zijn te vinden in het vruchtbare veld van subtiliteit. In tegenstelling tot de om aandacht schreeuwende materiële wereld, fluistert de waarheid. Welke superkracht zou jij willen bezitten? En hoe zou je deze symbolisch kunnen omkeren tot iets waarmee je vandaag het collectieve veld verblijd?  De 3 runen die ik trok voor deze tekst waren: -            Perthro: wat (nog) niet zichtbaar is, het onvoorspelbare-            Ingwaz: vruchtbaarheid, innerlijke groei-            Wunjo: vreugde, harmonieFoto door Lieven Herreman

KarolienDeman
8 1

stepping stone theory.

In de jaren 70 van de vorige eeuw merkte ik iets op. De overheid, die destijds, en nu, totaal geen idee had, heeft, hoe ze het opkomende drugsgebruik moest aanpakken, opende overal de jacht op drugs. Omdat cannabis sterk ruikt en een groot volume heeft, was de jacht daarop zeer succesvol en opende de markt voor veel verslavende spullen zoals heroïne. Menig burgemeester en politiecommissaris stond destijds glunderend op de foto voor een tafel vol in beslag genomen kruiden — het ultieme bewijs dat hun beleid vruchten afwierp.Door deze harde aanpak verstoorden ze de cannabismarkt zodanig dat er een tijdlang bijna niets meer te vinden was. "Ik wil eens experimenteren met heroïne," zei mijn broer toen. Ik raakte in paniek. Jaren daarvoor had ik een vriendengroep waarin enkelen hetzelfde zeiden; na nog geen jaar was een normaal gesprek met hen niet meer mogelijk. Het enige waar ze het nog over hadden, was waar ze spul konden vinden, wat het kostte en of het van goede kwaliteit was.Ik overtuigde mijn broer om met me mee te gaan naar de grote stad, waar ik een horecazaak runde. Hij stemde toe en sprak niet meer over heroïne. Twee jaar later overtuigde mijn lieve moeder hem echter om terug te keren naar ons geboortedorp. Hij kreeg 300.000 frank, een nieuwe auto en zij zou een huurhuis voor hem inrichten. De enige voorwaarde was dat hij moest trouwen met zijn oude liefde. Wat mijn moeder niet wist, was dat zij inmiddels geen experimenteerder meer was, maar een heroïneverslaafde.Binnen korte tijd was het geld op en begon de ondergang. In 1999 is mijn broer overleden na jarenlang gebruik. Ik heb dikwijls gedacht: had men cannabis toen maar gelegaliseerd, dan was mijn broer misschien bij cannabis gebleven. *********************************************************************** +altaar+der+culturen/ FOTO GALLERY verf ed   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
29 0

Heroïne.

Die ochtend vond hij zijn vader in de zetel, schijnbaar in een diepe rust die nooit meer verstoord zou worden. De jonge man smeekte, schudde aan het levenloze lichaam, sloeg in wanhoop tegen de wangen die ooit warm aanvoelden. Niets. De stilte die volgde was oorverdovend. Zijn wereld stortte niet alleen in; hij verpulverde. De pijn die daarop volgde was zo ondraaglijk, zo allesverslindend, "Hier, adem dit in... alle pijn zal wegvloeien," fluisterde zijn vriend, als een misleidende engel van genade. Op een stukje aluminiumfolie danste een bruin poeder boven een vlam, een duivels brouwsel dat beloofde de rauwe randen van zijn ziel te verzachten. Hij inhaleerde, en inderdaad: de ijzige kou in zijn borst maakte plaats voor een verraderlijke, warme deken. In die jaren was er geen medeleven, alleen verstoting. De maatschappij keek weg en dreef mensen zoals hij naar de schaduwen, naar de vergeetputten van de ziel. Vijftien jaar lang overleefde hij in die ondergrondse duisternis. Hij kocht en verkocht. Terwijl anderen pronkten met blitse auto’s en gouden ketens, kocht hij slechts één ding: verdoving. Elke cent die hij verdiende was een offer aan de god van de vergetelheid, een wanhopige poging om de herinnering aan die ochtend in de zetel uit te wissen. Pas toen de wereld eindelijk leerde kijken met ogen van erbarmen, vond hij de weg terug via een netwerk van hulp. Hij vocht zich uit de klauwen van de roes en koos voor het leven, hoe kwetsbaar ook. Een nieuwe start, weg van de schaduwen. "Nu de overheid tekortschiet in het weren van deze producten, is een adequate opvang van slachtoffers, de verslavend, het minste wat zij kan doen. De epidemie kan alleen worden gestopt door de vraag naar deze producten te beëindigen." Vandaag de dag zien we de verwoesting nog steeds, vaak vermomd in een legaal jasje. Dagelijks bereiken ons 300 kreten om hulp vanwege fysiek geweld, meestal aangewakkerd door alcohol. Een middel dat we weigeren bij de naam te noemen, omdat traditie en dogma het heilig hebben verklaard. Want stel je voor dat we het 'bloed van Christus' zouden bestempelen als dat wat het voor zovelen is: een verwoestende drug die harten breekt en levens verwoest.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
15 0

“Je bent nog jong!”

Ieder jaar mag ik tussen Kerst en Nieuw een kaarsje extra uitblazen. Vaak is het een vrij bescheiden dag, met een handjevol geliefden rondom me. We delen een drankje, een hapje, en lachen met de jaren die gepasseerd zijn en de jaren die nog gaan komen. Rond deze tijd neem ik ook graag een moment om te reflecteren. Eén van de zaken die ik al langer bezin, is de stijgende frequentie waarin ik te horen krijg dat ik ‘nog zo jong ben’, en ‘dat ik nog zoveel tijd heb om de zaken uit te dokteren in mijn leven’. Het lijkt haast dat hoe ouder ik word, hoe meer mensen mij op het hart drukken dat ik jong ben. Nochtans behoor ik als een eenendertigjarige man – volgens meerdere gehanteerde definities – niet meer tot de jeugd van tegenwoordig. Op mijn zesentwintigste verloor ik al meerdere jongerenvoordelen (R.I.P. het gebruiken van een Go Pass), en dertig worden was de laatste nagel in de kist van mijn jeugd. Dus waarom hoor ik de afgelopen jaren steeds meer en meer dat ik ‘nog zo jong ben’?  Begrijp me niet verkeerd, de opmerking komt nooit vanuit het niets. Het is vaak een sussend antwoord op de voortdurende vraag van tijd. Ik durf mezelf omschrijven als een ‘laatbloeier’, en maak me dan ook zorgen over de gespendeerde en resterende tijd. Ga ik nu nog kinderdromen najagen wanneer ik me eigenlijk moet focussen te settelen? Verrassend genoeg krijg ik meer en meer een milde ‘ja, ga ervoor’. ‘Waarom ook niet?’. ‘Je bent nog jong’. Minder kritiek, minder sneren, minder twijfels. Voornamelijk aanmoediging, en de tedere herinnering om mijn tijd te nemen. En hoewel ik dankbaar ben om omringd te worden met geduld en zachtheid, vraag ik me ook af waarom ik dit meer en meer krijg nadat ik zesentwintig jaar werd. Ik kijk terug naar mijn tienertijd, waar ik me ouder – niet per sé volwassener! – voelde dan dat ik nu ben. Hoewel ik daar ook regelmatig aangemoedigd werd om dromen te volgen, voelde de tijd en ruimte véél spannender en benauwder aan om te beslissen wat je nu echt wilt doen. Waar je thuishoort. Wie je wereld is. Sommige jongeren worden op hun twaalfde al opgeleid voor een stiel waar ze dan de rest van hun leven inzitten. Op hun zestiende krijgen ze te horen dat het dan te laat is om te wisselen. Ze zijn gezet voor het leven. Het lijkt alsof we elkaar iets sneller ademruimte willen gunnen, iets meer genade willen tonen, wanneer we ouder zijn. We zien de sluimerende onzekerheden in elkaar, en wensen dit te zalven: ‘Je bent nog zo jong’. En hoewel ik heel dankbaar ben voor de mildheid die ik nu meer en meer krijg, de ademruimte om te exploreren en experimenteren, zou ik ook graag de mildheid van jong-zijn willen geven aan onze huidige jeugd. Degenen die wel jonger dan dertig zijn, en die nog wel gebruik konden maken van de jongerentreinpas – mocht deze überhaupt nog bestaan (R.I.P. het gebruiken van een Go Pass, tout cours).  De manier waarop nu over jongeren gesproken wordt door sommige ‘volwassen’ mensen druipt van pure minachting. Er lijkt steeds minder ademruimte te zijn voor jongeren die zich zorgen maken over hun toekomstkansen en welzijn. En dan spreken we niet eens over de kinderen en jongeren die niet de kans krijgen om volwassen te worden, om te horen dat ‘ze nog zo jong zijn’. De wereld dreigt boven hun hoofden, hun families en gemeenschappen worden uiteen gereten, en de hemel kan ieder moment boven hen instorten. Het zijn niet kinderen en jongeren die verantwoordelijk zijn voor de acties en beslissingen waar zij het ultieme slachtoffer van zijn. En toch krijgen zij continu te horen dat ze moeten zwijgen, geen verweer of verzet mogen geven, en dankbaar moeten zijn dat ze nog niet alles verloren zijn – als dit zelfs maar de realiteit is voor hen. Apathie en hopeloosheid aanwakkeren lijkt het doel van onze ‘volwassenen’ voor de jeugd van tegenwoordig. Al een geluk dat de jeugd dat niet zomaar slikt! ‘Je bent nog zo jong’, zeggen we tegen elkaar. Het is een zalvend mantra voor het innerlijk kind. Ik ben dankbaar voor de mildheid die me steeds meer en meer gegund wordt. Ik gun het ademend kind en jongere even hartelijk het jong-zijn dat wij elkaar zo graag toewensen.

Eden Oscar
7 0