Zoeken

Wat is de realiteit?

Het is een uitdaging om concepten te definiëren die als vanzelfsprekend worden beschouwd. Want eenmaal je een sluitende definitie probeert te vormen, merk je al snel dat de dingen vaak niet zijn wat ze lijken. Wat verstaan we bijvoorbeeld onder het begrip ‘realiteit’? Wat bedoelen we precies als we zeggen dat we ‘realistisch’ moeten zijn? Stilzwijgend en quasi unaniem nemen we aan dat de realiteit een vaststaand gegeven is. Iets waar we niet omheen kunnen. Vanuit die veronderstelling voelen we ons vaak geworpen in de realiteit, als een toevalligheid dat onderhevig is aan externe wetten. De realiteit wordt dan als positief of negatief geïnterpreteerd. Gunstig of ongunstig. Als iets waar we dienen mee rekening te houden. We beperken onszelf ook door te stellen dat het ‘onrealistisch’ is om bepaalde dingen te denken of verwachten. Want we gaan ervan uit dat we ons moeten aanpassen aan de realiteit rondom ons. Maar wat als de realiteit geen op zichzelf staand fenomeen is? Wat als de realiteit een product is van onze gedachten en interne leefwereld? Het interessante aan deze stelling is dat ze wetenschappelijk onderbouwd kan worden, gestaafd op zogenaamde harde feiten. Het is namelijk een feit dat de manier waarop wij onze realiteit ervaren afhankelijk is van ons perceptievermogen. En dat perceptievermogen bestaat uit onze hersenen die externe prikkels omzetten naar een verstaanbaar en gemakkelijk hanteerbaar geheel. Verstoorde hersenfuncties of psychische aandoeningen tonen aan dat de realiteit veranderlijk is. Kortom: wat je ervaart, is wat je zelf maakt. De hersenen creëren een logica die gericht is op zelfbehoud en overleving. Het is niet te bewijzen, maar we gaan ervan uit dat iedereen met ‘normaal’ functionerende hersenen min of meer hetzelfde ervaart. Als er iemand iets beweert dat niet strookt met het algemeen aanvaarde idee over wat de realiteit is of niet is, dan twijfelen we aan de functies van het perceptievermogen van die persoon. Stel dat de realiteit inderdaad iets is dat buiten onszelf bestaat, iets dat zonder bewustzijn of perceptie voort blijft bestaan. Wat als de realiteit geen levend wezen nodig heeft om te kunnen zijn? Wat voor iets is de realiteit dan? Hoe zou je dit omschrijven? Dit is een vraag die zich zeer moeilijk laat beantwoorden omdat het onmogelijk is om ons voor te stellen wat de realiteit is zonder ons bewustzijn. We zitten als het ware gevangen in ons perceptievermogen en kunnen daarom de realiteit niet interpreteren of omschrijven als iets dat los van onszelf bestaat. Het concept realiteit is eveneens iets dat we zelf bedacht hebben, zonder menselijke interactie is er niets dat als dusdanig wordt aangeduid of gecategoriseerd. Wanneer de realiteit als een fenomeen wordt afgebakend, dan impliceert dit dat het tegengestelde van de realiteit ook moet bestaan. We denken te weten wat de realiteit is en wat ze niet is. Maar we kunnen dit slechts beoordelen binnen de beperkte grenzen van ons perceptievermogen. Dus eigenlijk kunnen we onszelf alleen maar iets wijsmaken en binnen het kader van die illusie afspraken maken. Dat de realiteit veranderlijk is en onderhevig aan het perceptievermogen is een feit. Want elk levend wezen op aarde ervaart de realiteit op een andere manier. Zo zal de realiteit van een bacterie er anders uitzien dan de realiteit van een dolfijn. Er zullen ongetwijfeld wel mensen zijn die ervan overtuigd zijn dat het perceptievermogen van de mens superieur is ten opzichte van dat van andere wezens. En dat daarom de realiteit die een mens ervaart de ‘juiste’ perceptie is. Zulke denkwijze functioneert zeer nauw binnen de beperking van de eigen vermogens. Een denkwijze die mij interessanter lijkt, gaat ervan uit dat de perceptie van elk levend wezen een bijdrage levert aan het concept realiteit. Dat elke visie, elke bewustzijnsvorm, een elementair en evenwaardig deeltje vormt van de algemene ervaring van het leven. En we kunnen het denkveld zelfs nog breder open trekken door niet alleen levende wezens capabel te achten om een realiteit te ervaren. Want wie zegt dat planten geen realiteit ervaren? Of rotsen? Of de tafel waarop ik nu aan het schrijven ben? Misschien ben ik ondertussen de aandacht van een deel van mijn lezers verloren. Het stellen dat een tafel een vorm van bewustzijn heeft, is voor veel mensen dan ook een brug te ver. En ik kan dat begrijpen. Maar anderzijds vraag ik me ook af waar de grens dan precies getrokken wordt? Moeten we het concept realiteit linken aan het hebben van een zenuwstelsel en hersenen? Of nemen we de percepties van de plantenwereld er ook nog bij als willen weten waar het ervaren van de realiteit precies eindigt en begint? Het lijkt me alleszins wel duidelijk dat de realiteit zich minder gemakkelijk en afgelijnd laat definiëren dan dat veel mensen denken. Als men mij dan ook het advies geeft om ‘realistisch’ te zijn, dan kan ik daar weinig betekenis aan geven. Of toch niet de betekenis die het gros van de mensen voor ogen heeft bij het horen van die woorden. Ik leef volgens de wetenschap die zegt dat ikzelf verantwoordelijk ben voor mijn realiteit. Alles wat ik als realistisch beschouw, kan zich manifesteren in mijn realiteit. Ik wacht niet op gunstige omstandigheden, maar ik creëer zelf mijn omstandigheden. En daarmee bedoel ik dat de keuze om op een bepaalde manier ergens op te reageren geheel bij mezelf ligt. Wat ik denk, ervaar en voel is het product van mijn perceptievermogen. Het is aan mij om dat perceptievermogen zodanig af te stellen dat ik er baat bij heb. Ik ben ook kritisch als het gaat over de percepties waarmee mijn hersenen komen aandraven. Want ik weet dat ze vaak veiligheidshalve vanuit gewoonte ontstaan. Mijn ingebakken, aangeleerde responsen en interpretaties zijn niet altijd de meest gunstige of slimste. Mijn tekst genaamd ‘Het brein en ik’ sluit naadloos aan bij deze slotwoorden.

KarolienDeman
0 0

Inspiratie is een diva

Inspiratie beschouw ik als iets extern, als iets dat buiten mezelf bestaat in een efemere toestand, zoekend naar een drager of ontvanger. Zoekend is misschien niet het juiste woord, inspiratie wordt eerder aangetrokken door de meest geschikte voedingsbodem vanwaar ze kan uitgroeien tot een vaste vorm. Als een dwarrelend zaadje in de wind dat uiteindelijk een plekje in de grond opeist. De voedingsbodem waartoe inspiratie zich aangetrokken voelt, moet een zekere rijkdom bevatten. Dat wil zeggen dat inspiratie enkel een toevoeging kan zijn aan iets dat reeds van waarde is. Ze kan zich niet manifesteren in een vacuüm. Om zich te materialiseren is inspiratie afhankelijk van een welwillende ontvanger. Er zijn gelukkig meerdere potentiële ontvangers waar inspiratie zich bij kan aandienen. Inspiratie is ontembaar, niet te dwingen of te regelen. Ze wil het liefst spontaan in een open geest ontvangen worden. Er zijn wel enkele dingen die je kunt doen om jezelf aantrekkelijk te maken voor inspiratie. Bijvoorbeeld door simpelweg luidop of in gedachten te spreken tot inspiratie en te zeggen dat je jezelf openstelt voor haar. Rust is ook een vereiste, al is het alleen intern. Een hoofd vol gedachten blokkeert inspiratie. Je kunt een band opbouwen met inspiratie en haar een vaste plaats in je leven geven. Een meesterlijke creator voorziet steeds voldoende tijd en ruimte waarin ze kan floreren. En heeft er vertrouwen in dat ze er zal zijn. De uitwisseling gebeurt gevoelsmatig en moeiteloos. Inspiratie kan je overvallen en je treffen op een moment dat je even de middelen niet hebt om haar te ontvangen. Maar wie inspiratie echt naar waarde schat, geeft haar met plezier en vanuit dankbaarheid voorrang. Inspiratie is als een diva die erop staat om op haar wenken bediend te worden. Maar ze kan ook geduldig zijn. Ze heeft begrip voor de drukke dagdagelijksheid van haar ontvangers en voor onverwachte omstandigheden. Als het moet, dan blijft ze wel even in de buurt wachten tot de omstandigheden gunstig zijn. Maar als de respons uitblijft, dan zal ze zich tot andere ontvangers wenden. Inspiratie is dus niet persoonsgebonden, noch kan ze iemand toegeëigend worden. We kunnen onszelf wel wijsmaken dat bepaalde lumineuze ideeën zomaar vanuit onszelf zijn opgeborreld, maar in wezen zijn ze ons binnengevallen. Inspiratie hoeft geen erkenning, haar ontvangers mogen gerust in de waan verkeren dat ze alles zelf bedenken, zolang zij maar tot uiting komt. Ze heeft geen ego, ze is enkel een potentieel, een energie die een vorm wil zijn. Als haar aanwezigheid het halsstarrig laat afweten, dan moet je de reden bij jezelf zoeken. Want elk ontvankelijk open kanaal zuigt inspiratie aan. Indien dit niet het geval is, dan is er iets dat de ontvangst blokkeert. Dat kunnen gedachten en overtuigingen zijn. Onrust. Een gebrek aan zelfvertrouwen. Of iets anders. Te hard willen werkt ook niet, op geen enkel vlak trouwens. Het is beter om iets hartstochtelijk te willen, ernaar te handelen en het dan in volle vertrouwen weer los te laten. Zit niet te wachten op inspiratie, maar vertrouw erop dat ze wel zal komen. Speel, leer en experimenteer ondertussen gewoon verder. Onverwacht zal zij plots opduiken en jou doen glimlachen. Mijn relatie met inspiratie is redelijk hecht. Ik maak bewust tijd voor rustige momenten op mezelf, wat ruimte schept voor spontane creativiteit. En in zulke omstandigheden bezoekt inspiratie mij graag. Ze fluistert mij een idee of een paar sterke zinnen toe. Ik neem vervolgens een notitieboekje of klap mijn laptop open. En dan laat haar stromen, via mijn vingers het leven in.

KarolienDeman
7 0

Na corona

Na Corona   Na deze zware tijd, deze crisis, zullen we veel geleerd hebben. Dat gebeurt na elke crisis. De echte vraag is echter of alles wat we ervaren in deze crisis zullen omzetten in positieve en constructieve veranderingen. En dat is nou wat er meestal niet gebeurd ! Na een crisis komt er terug een tijd van stabilisatie, een tijd van terug gaan naar de tijd van voor de crisis, de tijd waarin de mens terugvalt op oude ingesleten patronen. En daar ligt nu juist het dilemma ! De mens is een gewoontedier, een dier met een kort geheugen, een dier op zoek naar pret en amusement…   Wat zou ik echt graag overhouden uit die crisis ?   Deze crisis brengt het goede en het slechte boven uit de mens. Dit verschilt eigenlijk niet zoveel als tijden zonder crisis. Ook dan zien we het goede en het slechte in de mens. Ook dan zijn er fantastisch positieve initiatieven, ook dan zijn er frauduleuze bedrijfjes op het internet die u van alles willen aansmeren of via valse facturen geld willen aftroggelen. Als positief ingestelde mens wil ik toch hopen dat er meer goed dan slecht overblijft.   Wat heeft deze crisis ons wel geleerd ?   Hoofdstuk 1 : Armoede Een heleboel modale gezinnetjes hebben nog nooit in hun leven meegemaakt wat talloze mensen die leven in armoede elke dag meemaken. Op zich is dat nu eens een mooi gegeven. Goede tweeverdieners die nu plots niet weten hoe ze alle rekeningen zullen betalen. Goede tweeverdieners die nu plots niet op reis kunnen. Goede tweeverdieners die hun sport en etentjes moeten missen. Goede tweeverdieners die nu elke dag met hun koters opgescheept zitten. En zo kan ik nog uren doorgaan… Hoe hebben zij hun leven ingericht ? Zijn ze terug gevallen op hun creatieve ik ? Hebben ze allerlei scenario’s uitgedacht om zich aangenaam bezig te houden ? Hebben ze een nieuwe structuur gevonden om te kunnen multitasken ? Hebben ze de kok of de doe-het-zelver in zichzelf ontdekt ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen zichzelf hebben ontdekt, nieuwe eigenschappen waarvan ze niet eens wisten dat ze die in huis hadden. Wat deze crisis naar boven brengt, zijn een aantal life skills die je ook zouden kunnen laten overleven in de jungle. Skills die mensen, na de crisis, misschien zullen aanzetten om een nieuw pad te begaan, een nieuwe job, een rustiger leven, een socialer leven, een empathischer leven…. Het zal in ieder geval meer begrip doen ontstaan voor die mensen die het zo moeilijk hebben in ons maatschappij. Want nu keek ook jij naar de goedkopere producten in de supermarkt ! Want nu at jij ook wat minder vlees in de week ! Want nu kon je het geld en de tijd van het restaurantbezoek eens gebruiken om eens meer met je kinderen aan de slag te gaan hetzij met lego, gezelschapspelletjes, voorlezen of helpen bij de lessen ! Of zag je de andere kant van de medaille ? Zag je nu plots duidelijk wat een saai beroep jij had ? Zag je nu plots duidelijk hoe ongelukkig je eigenlijk in die relatie was ? Zag je nu plots duidelijk  hoeveel vrienden je werkelijk had ? Zag je nu plots duidelijk hoe snel je kwaad of agressief wordt ? Zag je nu plots duidelijk wat een oppervlakkig mens je was ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen hun leven, na de crisis,volledig zullen omgooien. Advocaten, gespecialiseerd in echtscheidingen, zullen een pak werk meer hebben na de crisis. Werkgevers zullen een pak meer ontslagbrieven in de brievenbus vinden. Therapeuten zullen nog nooit zoveel werk hebben gehad. Kranten zullen herrijzen als een feniks. Mobieltjes zullen aan de kant geschoven worden. En vrienden zullen niet zomaar weer de draad opnemen alsof er niks gebeurd is.   Hoofdstuk 2 : de zorg Een andere impact van de crisis is het gestegen respect voor de zorgverstrekkers. Plots van de ene dag op de andere waren zij de grote helden waarvoor elke dag opnieuw minutenlang werd geapplaudisseerd. Terwijl ze vroeger amper werden opgemerkt tenzij ze door de straten van de hoofdstad trokken als een lange witte slinger. Terwijl men vroeger nooit reageerde als er weer eens een grote besparingsronde door de ziekenhuisgangen trok. Terwijl men vroeger veel kritiek had op die witte schorten. Terwijl men vroeger neerkeek op degenen die je opa of oma in het rusthuis verzorgden. Er is 50 % kans dat deze mensen nu meer respect vanuit de samenleving zullen krijgen. Dat de politici hun grote fout uit het verleden zullen rechtzetten en meer geld in ons zorgstelsel zullen pompen, meer personeel zullen aanvaarden, meer bedden op intensive care zullen hebben, geen mondmaskervoorraden zullen laten vernietigen… Er is  50% kans dat een aantal zorgverstrekkers, na deze crisis, een ander pad kiezen. Misschien hebben ze even genoeg van al dat leed en sterven. Misschien merken ze dat ze daar toch niet voor weggelegd zijn. Misschien hadden ze last van te veel stress. Misschien liepen ze elke avond al huilend naar huis.   Hoofdstuk 3 : eenzaamheid Eenzaamheid was een ander effect van deze crisis. Terwijl we vroeger elkaar voorbij liepen op straat, in de lift, in de hal van het flatgebouw, had je nu meer dan ooit elkaar nodig ! Leerde je nu je buren pas kennen ? Die oudjes van nummer 110 ? Leerde je nu op wie je wel en niet kon rekenen ? Leerde je nu wat je samen kon bewerkstelligen ? Er is 50 % kans dat je nu wat meer tegen je buren zal praten, dat je elkaar wat meer zal helpen. Nu pas was solidariteit echte solidariteit. Solidariteit om voor de ouderen uit je buurt boodschappen te doen, solidariteit om je als vrijwilliger op te geven om mee voedselpakketten te maken of de gaarkeukens voor daklozen te gaan ondersteunen. Solidariteit om eens naar een eenzame ziel te bellen. Solidariteit om elkaar te helpen je aan de regels te houden. Solidariteit om elkaars kinderen op te passen of bij te scholen. Solidariteit om eindelijk eens het geweld van je buurman tegen zijn vrouw en kinderen te stoppen.   Hoofdstuk 4 : de omgeving Het was rustig op de baan, geen files ! Het was stil in de tuin, alleen de vogels hoorde ik fluiten Het was stil in huis, de telefoon van de zaak rinkelde niet ! Terwijl we vroeger naar het werk en de school rushten en urenlang in de files stonden, kon je nu op je dode gemak opstaan, ontbijten, van de krant genieten vooraleer aan de slag te gaan. Er is 50% kans dat je nu geleerd hebt om wat te onthaasten, om wat relaxter door het leven te gaan, om van elke bagatel geen olifant te maken, om eens te laat te komen op een vergadering en te durven zeggen dat je eerst je kind naar school wou doen. Misschien wil je nu wel eens zelf groenten kweken in je tuin, misschien denk je eraan halftime te gaan werken, misschien wil je nu meer quality time met de familie, misschien ga je je kinderen nu zelf onderwijzen...       Hoofdstuk 5 : relaties Hoe heb je deze crisis overleefd ? Hoe bracht je het er vanaf als koppel ? Hoe bracht je het er vanaf als alleenstaande ? Hoe was je relatie tot de kinderen ? Lukte het een beetje ? Of had je voortdurend ruzie ? Leerde je nu wat praten betekent ? Leerde je nu luisteren naar anderen ? Leerde je nu dat kinderen ook een stem hebben ? Leerde je nu je huisvrouw meer waarderen ? Er is 50% kans dat koppels leuke herinneringen aan vroeger ophaalden wat zorgde voor meer warmte ten opzichte van hun relatie en meer positieve gevoelens. Dat ze elkaars ruimte leerden respecteren of alleen een wandeling gingen maken of op zoek  naar eigen projecten gingen en hun partner aanmoedigden om hetzelfde te doen. Dat ze voor de eerste keer leerden onderhandelen over de opvoeding van de kinderen of naar de stem van de kinderen in het geheel luisterden. Misschien zagen ze nu pas de stress waaronder ze leefden. Of zag je als alleenstaande dat je toch maar alleen was en toch graag iemand in je leven zou willen om het te delen. Zag je nu dat vrienden alleen niet genoeg was. Of misschien vond je nu je ultieme droom, de hobby waar je al jaren van droomde maar waar je zogezegd nooit tijd voor had. Of die al jaren uitgestelde taak. Of merkte je nu die ene vriend op, die je vergeten was, maar die nu aan je dacht en je regelmatig mailde of telefoneerde, die je oppepte als je hoorde dat sociaal contact wel het langst op zich zou laten wachten, nog veel later dan de winkels open gingen.   Hoofdstuk 6 : de media Hoe bleef je op de hoogte van de crisis ? Hoe wist je welke maatregelen op te volgen ? Hoe bleef je in contact met opa en oma ? Hoe betaalde je in de supermarkt ? Leerde je nu hoe handig die smartphone is, die je ooit cadeau kreeg van je kinderen maar ergens ver weg achteraan in de kast had weggeborgen ? Leerde je nu eindelijk eens die startknop van je pc indrukken ? Er is 50 % kans dat je in 2 maanden tijd zoveel digitale tips en trucs hebt geleerd dat je zo in een hightech job zou kunnen starten. Dat je als jongere je pa, ma, opa, oma iets kon leren dan altijd naar hun weetjes te moeten luisteren. Dat je nu eindelijk eens dat plastic kaartje van de bank of de pcbanking zou gebruiken omdat je wel moest. Dat de rol van de generaties plotseling een draai van 360 graden maakte. Dat je je lang opgepotte geld eindelijk eens nuttig kon besteden toen je zoon, dochter plotseling technisch werkloos werd en niet wist van welk garen wol te spinnen.       OF   Hebben we helemaal niets geleerd ? En snellen we terug naar het “normale doen” om alles weer snel te vergeten TOT een volgend virus aan onze deur komt kloppen. En ...staan we weer allemaal netjes in de file... En ...kijken we weer neer op de witte schorten…. En....lopen we weer ons benen van onder ons lijf voor onze baas…. En….vergeten we weer wat een goede huisvrouw ze is en welke lieve kinderen en werken we onze stress weer op hen af…. En...laten we de eenzamen maar weer eenzaam zijn…. En….is armoede weer hun eigen schuld…. En… zitten we weer liever op ons geld dan het uit te delen…. En….staan die oudjes van nummer 110 weer in de kou …   EN EN  EN EN EN EN EN  EN EN EN EN EN DAAR IS COVID -20 !           Na Corona   Na deze zware tijd, deze crisis, zullen we veel geleerd hebben. Dat gebeurt na elke crisis. De echte vraag is echter of alles wat we ervaren in deze crisis zullen omzetten in positieve en constructieve veranderingen. En dat is nou wat er meestal niet gebeurd ! Na een crisis komt er terug een tijd van stabilisatie, een tijd van terug gaan naar de tijd van voor de crisis, de tijd waarin de mens terugvalt op oude ingesleten patronen. En daar ligt nu juist het dilemma ! De mens is een gewoontedier, een dier met een kort geheugen, een dier op zoek naar pret en amusement…   Wat zou ik echt graag overhouden uit die crisis ?   Deze crisis brengt het goede en het slechte boven uit de mens. Dit verschilt eigenlijk niet zoveel als tijden zonder crisis. Ook dan zien we het goede en het slechte in de mens. Ook dan zijn er fantastisch positieve initiatieven, ook dan zijn er frauduleuze bedrijfjes op het internet die u van alles willen aansmeren of via valse facturen geld willen aftroggelen. Als positief ingestelde mens wil ik toch hopen dat er meer goed dan slecht overblijft.   Wat heeft deze crisis ons wel geleerd ?   Hoofdstuk 1 : Armoede Een heleboel modale gezinnetjes hebben nog nooit in hun leven meegemaakt wat talloze mensen die leven in armoede elke dag meemaken. Op zich is dat nu eens een mooi gegeven. Goede tweeverdieners die nu plots niet weten hoe ze alle rekeningen zullen betalen. Goede tweeverdieners die nu plots niet op reis kunnen. Goede tweeverdieners die hun sport en etentjes moeten missen. Goede tweeverdieners die nu elke dag met hun koters opgescheept zitten. En zo kan ik nog uren doorgaan… Hoe hebben zij hun leven ingericht ? Zijn ze terug gevallen op hun creatieve ik ? Hebben ze allerlei scenario’s uitgedacht om zich aangenaam bezig te houden ? Hebben ze een nieuwe structuur gevonden om te kunnen multitasken ? Hebben ze de kok of de doe-het-zelver in zichzelf ontdekt ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen zichzelf hebben ontdekt, nieuwe eigenschappen waarvan ze niet eens wisten dat ze die in huis hadden. Wat deze crisis naar boven brengt, zijn een aantal life skills die je ook zouden kunnen laten overleven in de jungle. Skills die mensen, na de crisis, misschien zullen aanzetten om een nieuw pad te begaan, een nieuwe job, een rustiger leven, een socialer leven, een empathischer leven…. Het zal in ieder geval meer begrip doen ontstaan voor die mensen die het zo moeilijk hebben in ons maatschappij. Want nu keek ook jij naar de goedkopere producten in de supermarkt ! Want nu at jij ook wat minder vlees in de week ! Want nu kon je het geld en de tijd van het restaurantbezoek eens gebruiken om eens meer met je kinderen aan de slag te gaan hetzij met lego, gezelschapspelletjes, voorlezen of helpen bij de lessen ! Of zag je de andere kant van de medaille ? Zag je nu plots duidelijk wat een saai beroep jij had ? Zag je nu plots duidelijk hoe ongelukkig je eigenlijk in die relatie was ? Zag je nu plots duidelijk  hoeveel vrienden je werkelijk had ? Zag je nu plots duidelijk hoe snel je kwaad of agressief wordt ? Zag je nu plots duidelijk wat een oppervlakkig mens je was ? Er is 50 % kans dat een heleboel mensen hun leven, na de crisis,volledig zullen omgooien. Advocaten, gespecialiseerd in echtscheidingen, zullen een pak werk meer hebben na de crisis. Werkgevers zullen een pak meer ontslagbrieven in de brievenbus vinden. Therapeuten zullen nog nooit zoveel werk hebben gehad. Kranten zullen herrijzen als een feniks. Mobieltjes zullen aan de kant geschoven worden. En vrienden zullen niet zomaar weer de draad opnemen alsof er niks gebeurd is.   Hoofdstuk 2 : de zorg Een andere impact van de crisis is het gestegen respect voor de zorgverstrekkers. Plots van de ene dag op de andere waren zij de grote helden waarvoor elke dag opnieuw minutenlang werd geapplaudisseerd. Terwijl ze vroeger amper werden opgemerkt tenzij ze door de straten van de hoofdstad trokken als een lange witte slinger. Terwijl men vroeger nooit reageerde als er weer eens een grote besparingsronde door de ziekenhuisgangen trok. Terwijl men vroeger veel kritiek had op die witte schorten. Terwijl men vroeger neerkeek op degenen die je opa of oma in het rusthuis verzorgden. Er is 50 % kans dat deze mensen nu meer respect vanuit de samenleving zullen krijgen. Dat de politici hun grote fout uit het verleden zullen rechtzetten en meer geld in ons zorgstelsel zullen pompen, meer personeel zullen aanvaarden, meer bedden op intensive care zullen hebben, geen mondmaskervoorraden zullen laten vernietigen… Er is  50% kans dat een aantal zorgverstrekkers, na deze crisis, een ander pad kiezen. Misschien hebben ze even genoeg van al dat leed en sterven. Misschien merken ze dat ze daar toch niet voor weggelegd zijn. Misschien hadden ze last van te veel stress. Misschien liepen ze elke avond al huilend naar huis.   Hoofdstuk 3 : eenzaamheid Eenzaamheid was een ander effect van deze crisis. Terwijl we vroeger elkaar voorbij liepen op straat, in de lift, in de hal van het flatgebouw, had je nu meer dan ooit elkaar nodig ! Leerde je nu je buren pas kennen ? Die oudjes van nummer 110 ? Leerde je nu op wie je wel en niet kon rekenen ? Leerde je nu wat je samen kon bewerkstelligen ? Er is 50 % kans dat je nu wat meer tegen je buren zal praten, dat je elkaar wat meer zal helpen. Nu pas was solidariteit echte solidariteit. Solidariteit om voor de ouderen uit je buurt boodschappen te doen, solidariteit om je als vrijwilliger op te geven om mee voedselpakketten te maken of de gaarkeukens voor daklozen te gaan ondersteunen. Solidariteit om eens naar een eenzame ziel te bellen. Solidariteit om elkaar te helpen je aan de regels te houden. Solidariteit om elkaars kinderen op te passen of bij te scholen. Solidariteit om eindelijk eens het geweld van je buurman tegen zijn vrouw en kinderen te stoppen.   Hoofdstuk 4 : de omgeving Het was rustig op de baan, geen files ! Het was stil in de tuin, alleen de vogels hoorde ik fluiten Het was stil in huis, de telefoon van de zaak rinkelde niet ! Terwijl we vroeger naar het werk en de school rushten en urenlang in de files stonden, kon je nu op je dode gemak opstaan, ontbijten, van de krant genieten vooraleer aan de slag te gaan. Er is 50% kans dat je nu geleerd hebt om wat te onthaasten, om wat relaxter door het leven te gaan, om van elke bagatel geen olifant te maken, om eens te laat te komen op een vergadering en te durven zeggen dat je eerst je kind naar school wou doen. Misschien wil je nu wel eens zelf groenten kweken in je tuin, misschien denk je eraan halftime te gaan werken, misschien wil je nu meer quality time met de familie, misschien ga je je kinderen nu zelf onderwijzen...       Hoofdstuk 5 : relaties Hoe heb je deze crisis overleefd ? Hoe bracht je het er vanaf als koppel ? Hoe bracht je het er vanaf als alleenstaande ? Hoe was je relatie tot de kinderen ? Lukte het een beetje ? Of had je voortdurend ruzie ? Leerde je nu wat praten betekent ? Leerde je nu luisteren naar anderen ? Leerde je nu dat kinderen ook een stem hebben ? Leerde je nu je huisvrouw meer waarderen ? Er is 50% kans dat koppels leuke herinneringen aan vroeger ophaalden wat zorgde voor meer warmte ten opzichte van hun relatie en meer positieve gevoelens. Dat ze elkaars ruimte leerden respecteren of alleen een wandeling gingen maken of op zoek  naar eigen projecten gingen en hun partner aanmoedigden om hetzelfde te doen. Dat ze voor de eerste keer leerden onderhandelen over de opvoeding van de kinderen of naar de stem van de kinderen in het geheel luisterden. Misschien zagen ze nu pas de stress waaronder ze leefden. Of zag je als alleenstaande dat je toch maar alleen was en toch graag iemand in je leven zou willen om het te delen. Zag je nu dat vrienden alleen niet genoeg was. Of misschien vond je nu je ultieme droom, de hobby waar je al jaren van droomde maar waar je zogezegd nooit tijd voor had. Of die al jaren uitgestelde taak. Of merkte je nu die ene vriend op, die je vergeten was, maar die nu aan je dacht en je regelmatig mailde of telefoneerde, die je oppepte als je hoorde dat sociaal contact wel het langst op zich zou laten wachten, nog veel later dan de winkels open gingen.   Hoofdstuk 6 : de media Hoe bleef je op de hoogte van de crisis ? Hoe wist je welke maatregelen op te volgen ? Hoe bleef je in contact met opa en oma ? Hoe betaalde je in de supermarkt ? Leerde je nu hoe handig die smartphone is, die je ooit cadeau kreeg van je kinderen maar ergens ver weg achteraan in de kast had weggeborgen ? Leerde je nu eindelijk eens die startknop van je pc indrukken ? Er is 50 % kans dat je in 2 maanden tijd zoveel digitale tips en trucs hebt geleerd dat je zo in een hightech job zou kunnen starten. Dat je als jongere je pa, ma, opa, oma iets kon leren dan altijd naar hun weetjes te moeten luisteren. Dat je nu eindelijk eens dat plastic kaartje van de bank of de pcbanking zou gebruiken omdat je wel moest. Dat de rol van de generaties plotseling een draai van 360 graden maakte. Dat je je lang opgepotte geld eindelijk eens nuttig kon besteden toen je zoon, dochter plotseling technisch werkloos werd en niet wist van welk garen wol te spinnen.       OF   Hebben we helemaal niets geleerd ? En snellen we terug naar het “normale doen” om alles weer snel te vergeten TOT een volgend virus aan onze deur komt kloppen. En ...staan we weer allemaal netjes in de file... En ...kijken we weer neer op de witte schorten…. En....lopen we weer ons benen van onder ons lijf voor onze baas…. En….vergeten we weer wat een goede huisvrouw ze is en welke lieve kinderen en werken we onze stress weer op hen af…. En...laten we de eenzamen maar weer eenzaam zijn…. En….is armoede weer hun eigen schuld…. En… zitten we weer liever op ons geld dan het uit te delen…. En….staan die oudjes van nummer 110 weer in de kou …   EN EN  EN EN EN EN EN  EN EN EN EN EN DAAR IS COVID -20 !                           l                                      

Multa
9 0

Thuiswerken, efficiëntere gezondheidsorganisatie, en een eerlijker belastingsysteem

De voorbije weken hebben ons, soms pijnlijk, soms zeer aangenaam, geconfronteerd met de tekortkomingen van ons samenlevingsmodel. Een andere maatschappij creëren van de ene op de andere dag is onmogelijk, maar enkele maatregelen kunnen ons al een heel eind verder helpen.   Veralgemeend thuiswerken: Plots zijn we met zijn allen beginnen thuiswerken. Voor de mensen die in de stad leven werd het verplaatsen binnen de stad plotseling weer mogelijk. In de eerste plaats te voet of per fiets, dankzij verbeterde veiligheid en luchtkwaliteit. Ook het openbaar vervoer werd plotseling heel aantrekkelijk want niet overvol meer. En tenslotte het sporadische gebruik van de auto, bv voor het ophalen van zwaardere of meer volumineuze zaken, was plotseling geen frustrerende en zenuwslopende activiteit meer. Tegelijkertijd merkten vele werkgevers dat de productiviteit van hun werknemers niet daalde, in tegendeel. Eén van de redenen is dat iedereen zijn werkuren kan organiseren zoals het hem best uitkomt, en niet aanwezig moet zijn op kantoor op het moment dat hij of zij bv. liever met de kinderen zou bezig zijn. Een studie gepubliceerd in The Economist geeft aan dat in Londen het aantal werkmails is afgenomen tussen 10 en 17 uur maar sterk is toegenomen tussen 7 en 10 en tussen 17 en 21 uur. De cijfers voor Parijs zijn gelijkaardig.  Ook heeft iedereen enorm veel tijd gewonnen door niet meer naar en van het werk te moeten reizen. Een veralgemeend thuiswerken betekent niet dat iedereen heel de tijd van thuis uit zou werken. Dat is niet haalbaar, en niet wenselijk. Maar in vele functies kan men zich nu voorstellen dat men 3/5 of 4/5 thuis werkt. Dit zou ook de “footprint” van de bedrijven sterk verlagen en dus bijdragen om de CO2 normen te halen. Wij pleiten voor een wettelijke verplichting van thuiswerken. Reorganisatie van de gezondheidszorg De Covid19 crisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt: Er zijn in ons land 6 ministers bevoegd voor de zorg. Men heeft gelukkig snel gemerkt dat dat niet werkt, en het beleid tijdelijk terug gecentraliseerd. De huidige crisis kan een breekijzer zijn om de zorg efficiënter te organiseren.  Centrale aansturing borgt gelijkmatige kwaliteitscontrole, solidariteit en forse besparing.  Hierbij moet gestreefd worden naar het herstructureren van de ziekenhuissector, naar netwerken (staan al 4 jaar in de steigers), met als doel het optimaal gebruik van de middelen en kennis. Landelijke centrale aankopen van medicatie of apparatuur kan kostenbesparend zijn.   Dit moet gepaard gaan met een betere financiële appreciatie van verpleegkundigen (o.a. ten koste van inkomens van artsen), en betere financiering van ziekenhuizen, woon en zorgcentra, psychiatrie en gehandicaptenzorg De financiering kan, naast de hierboven aangegeven besparingen door verhoogde efficiëntie, gebeuren door de tweede opinies niet terug te betalen en door de afschaffing van de mutualiteiten.   Een andere fiscaliteit: De lage olieprijs is een opportuniteit. Door de prijzen aan de pomp niet te laten zakken, en de winsten die hierdoor ontstaan te innen voor de staatskas. In de praktijk betekent dat het verhogen van de accijnzen op brandstof. Maar dat ligt heel gevoelig want dat was de basis van de gele hesjes beweging. Dus het moet onderdeel zijn van een globale aanpassing van de fiscaliteit. Principes: -       Minder belasting op arbeid en andere vormen van welvaartscreatie -       Hogere belasting op alle vormen van (niet essentiële) consumptie, gecompenseerd door hulp aan de personen met minder middelen. -       Hogere belasting op schenkingen en erfenissen om terug te komen tot een maatschappij met gelijkere kansen aan de start. -       Hogere transparantie van het systeem, zodanig dat belastingontduiking door het inhuren van fiscalisten niet meer rendabel is. Concreet: -       Belasting op inkomsten uit arbeid en sociale zekerheidsbijdragen sterk afbouwen, zeker de lagere schijven. -       Vennootschapsbelasting sterk afbouwen. De belastingen op de bedrijfswinst worden sowieso doorgerekend in de prijs van de producten, dus het is de consument die de vennootschapsbelasting betaalt. De winsten die geherinvesteerd worden zorgen daarenboven voor welvaartscreatie (o.m. via nieuwe jobs). Enkel de winsten die uit de onderneming gehaald worden (bv. in de vorm van dividenden) moeten getaxeerd worden. -       Het opnieuw invoeren van een effectieve successiebelasting (voor de hogere vermogens) -       Algemeen basisinkomen voor elke burger (marginaal belast in de inkomstenbelasting) mits afschaffing van leefloon en werkloosheidsuitkeringen. -       Hogere belasting op de (luxe) consumptie (bv belasten van de kerosine van de vliegtuigen en zware stookolie van de cruiseschepen) -       Afschaffen van alle subsidies aan bedrijven -       Afschaffen van allerlei “belastingvoordelen” (voor de hypotheekrente van een eerste huis, voor zonnepanelen, voor een “vriendenlening”, ...) en subsidies voor particulieren    

benhoudmont
0 0

Loving is essay

De meeste plaatsen blijven al-tijd onaangeroerd: je kent ze, raakt ze aan. Maar er blijft niets van je over als jij al overblijft, überhaupt, alleen gelaten, zit je in het aanzicht van een kamer, met geen uitweg, in het verste hoekje, niet écht lang uitgestreken op de grond, je blijft over, je blijft over, er blijft helemaal niets van jou over.   When everything’s perfect, please don’t change a single thing for me. Alleen dan kunnen we een situatie vormgeven zonder ze te veranderen. De situatie nu, is treurig, ontbonden in de meeste landen en een spoor van vernieling achterlatend. Hij is als volgt: nee kom terug, we moeten ze veranderen!   Je verdwijnt nooit aan de horizon, maar aan de randen van een blikveld. Dat is een mogelijk realiteit.   Sporen volg ik niet omdat ze er niet zijn om te volgen. Ze zijn er - zoals jou - om mijn lichaamsdelen mee te meten, en in de kommetjes van je handen leg ik de beelden, één voor één, nauwkeurig, en veranderlijk. Je zegt:   —Wat er overblijft, wat je kent, niet wat komen zal, niet wat went. —Wat is er dan leuk aan; ik challenge je. Ik verlies je.   Challenge 1: 2 spelers, een cirkel: een speelveld dat kan blijven duren, als je het écht langdurig wil, en zonder zonder was alles met, dus gaat de omgeving als volgt.Wit, spreek je in kleuren, ik zie je rood.Probeer de ander van kleur te veranderen.   —Zijn situaties omgevingen?   Loving is easy: it used to be so hard. Het zijn kleine wezens die rond je heen tegen je op beginnen kruipen, die je baan links laten afbuigen, naar de waterkant, waar de landen splitsen maar de waterloop blijft, waar de landen botsen, waar de waterloop blijft. Waar het systeem in flux is en futloos, maar wij blijven. Jackpot.   —Zijn alle randen gevaarlijk?   Persoon A loopt verder weg, en opent het landschap zoals in call of duty; en niet met een zaklamp wanneer er enkel wapens zijn. Met open ogen dichtgemetseld prevelen, de situatie vice versa maken en ten aanzien van een God leven, ten behoeve van persoon B de omstandigheden voorspellen, en dat is niet zo moeilijk: aangezien alles al eens gebeurde, maar dan minder erg. De situatie die in grafisch opzicht kruist. De dingen worden alleen maar erger, maar de reactionaire perceptie neemt gestaag af. A is moe, legt zich neer in de kom van B. Samen gaan ze op in een oorlogje. ? Cinema. Erotisch klaarkomen is ook klaarkomen. Iedereen doet het in groep, als ze naar AB staren. Loving is essay: cinema. De stad ontvluchten binnen de stad. De oorlog starten binnen de oorlog. De mens proberen zijn als zoogdier. De situatie proberen ontvluchten, als er alleen maar situaties zijn. De spraak proberen spreken, alsook mieren communiceren, maar dan zonder songwriting. Ik dien dit in als paper. Omdat ik niet slaag op papier, zal ik slagen in "het leven”. Citaat van mens … ©  …   Meestal zijn we welkom in de trein naar Sint Niklaas, maar vandaag, lijkt iedereen de vijand, en willen we - zoals altijd - niet dat de dingen waren zoals ze zijn  en ook zullen blijven. Omdat alles blijft verandert het, zie je, A, en omdat B blijft, zul jij —   —Moeten de anderen ook ademen? Ozon verspreidt zich onder de woorden van mensen en sijpelt de randjes er af, zonder zich te tonen, maar is geen virus. Wij, verkeerd geplaatste kunstenaars, klaar om het echt compleet te verliezen, zullen ademen, zullen de bestuursleden afzetten en overnemen, zolang we maar appreciatie afdwingen van elkaar, wij jij elkaar jullie appreciëren?Nee situatie verandert boeken toe nee.   “In boeken staat altijd de waarheid.” —Gedurfd statement 1. Maar niet minder waar.   Shouldn’t it be always right, that I’m rather speaking the truth, instead of lying with my own eyes? In Cambridge ben ik nog nooit geweest, maar via azertyfactor kan ik er wel ademen.   Klank ontstaat, als er omgeving genoeg is; eerst de A, dan bijgevolg de B.2 omgevingen verwikkeld in zin voor conflict, niet conflict. A ik blijf de A; B ik blijf de B. A verstaat B, A gepraat, gevecht B. C Gepraat vervlochten oorlogen en stank.C ABC verwijder je. Verwijdert je, maakt je overbodig. Nu, is er niets meer te zeggen. Alleen maar klank.   II Zonder klank, waar de visuele voeding me naar de uiteindes stuwt.Daar, waar een beeld, fata morgana, een klein materieel deeltje bedenkt, praat ik: Ik zeg: —“koude klanken” en ze ontplooien zich via mijn lichaam in een landschap. Een landschap waarin Amerika alarm slaat, en wij nog veel te leren hebben, dus, met onze ogen open en de handen in kommetjes, sluiten we ons aan bij de lange mensenmassa, kronkelend, daar diep beneden in het dal; waar alle hoop opgehoopt in de taal zich schuilhoudt. Dieren kermen.Mensen, kermen ook.   Nadat het landschap bestaat, besta jij: Loving, is easier than it seemed, when I wasn’t more than an artifact.   Bestaan om in ere gehouden te worden, is ook bestaan. Niettemin zijn we allemaal gelijk, in woorden uit te drukken.   Via de ondergrond rijst het alfabet doofstom naar de bovenste lagen lucht, waarin een kleine God huist. Ik heb er genoeg van. Hier stopt onze samenwerking. Ik kan je niet noemen.   Geluiden, ontbossingen, pijn, en leed, worden gecreëerd, omdat creëren belangrijk is.De materie ervan benadruk ik, in teksten, omdat tekstueel verlangen, uit te drukken valt, in vaktermen, nieuwe taal. In België blijft het belachelijk lang wachten op een nieuw woord.   Tekens als politiek wapen.I’ve read everything that I’ve ever known. I’ve written down none of it.I’ve made a language, and deployed men to fire it. I am.   I am, within a space within a space within a space.   A space die ook maar tussen de tongen oorlog voert. Geweld speelt zich af, als je niet kijkt. Ogen toe, mond lang & uitgerekt, spreek je een valse taal.Mensen dragen om ze nooit meer los te laten.   Je bent ver te zoeken. Achterin de toendra die afbrandt weggestopt.Help. Help ik zie je niet meer in deze terreur;luister, ik moet actief betrokken zijn, of ik besta niet.   In een grootstad wordt er gefilmd, en wij kijken er achteraf naar in de grootstad.

Dries Verhaegen
30 1

dierbare vijand.

Ge spreekt af. Na jaren. In hetzelfde café, steeds hetzelfde café. Niemand die weet hoe de avond zal verlopen. Ik niet en jij niet mijn vriend. Mijn maatje, mijn partner in crime in gedachten. Ik drink wat, want drinken verzacht de pijn van het zijn. Door beslagen ramen tuur ik over de rivier die vlak voor het café gesmeten ligt. Nergens ben je te zien. Je had niet hoeven afspreken. Ik snap het wel: tien jaar laat ik niets van mij horen en plots wil ik persé die zaterdagavond afspreken. Dan, vanuit de mist verrijs je. Nog steeds dezelfde kleren lijkt het wel. Nog steeds dezelfde snit. We veranderen continu en eigenlijk blijven we gelijk. Dat is onze bottomline. Hulde! Je schrijdt het café binnen, zelfzeker kijk je me aan. We zijn evenwaardig, ooit waren we beste vrienden. Het kan niet anders, fuck, dan dat we evenwaardig zijn. Je bestelt bier. Ik ook. Veel bier. We gaan buiten roken. Ik doe dat eigenlijk al twee jaar niet meer. Maar ik ga ervoor. Ik inhaleer zachte trekjes van een te zware sigaret. We praten maar komen amper uit onze woorden. De jaren bier worden ons daar en dan bijna fataal. Dat ik op je trouw was wist je niet meer. Maar ik wel. Jouw scheiding heb ik niet meegemaakt. Dat je op de dag dat mijn eerste kind geboren werd er was wist je niet meer, ik wel. Uw fucking oor hing er bijna af en je moest dringend naar de spoed. Dat trof, mijn vriendin moest kopen. Dat ik nog alles weet is jouw conclusie. Ik vergeet niets. We zijn eilanden, drijvend op zoek naar herinneringen en geschiedenis. Dat vind ik. Ik weet nu al dat ik nooit meer zal drinken. Niets meer, maar vandaag is de avond nog jong. Of ik nog drugs doe? Gelegenheid maakt de dief. Niet? Dus blowen we. Ik neurie iets dat lijkt op grunge. Je lacht. We drinken. Dus snuiven we. Vanavond gaan we kapot. Onze knieën zwengelen mee met god weet welke kutband. Het is een plaat dus het maakt niet uit. Het is verdomme koud en het waait. Dat we na vandaag toch nog moeten afspreken. Zouden we niet toch nog afspreken? Morgen als het kan. Maar het kan niet. Ik kan niet en jij ook niet. We struikelen waggelend naar de bar en smiespelen de barvrouw toe dat we drank willen: shotjes. Het is altijd maar kapotgaan. Ik vraag of je die nog kent? Wie? Die zelfmoord pleegde in ons klas door van een hotel te springen, vlak voor de examens. Dat ik daardoor mijn ouders kon wijsmaken dat ik er niet door was. Maar je weet het niet meer, ik wel, want ik weet nog alles, weet je dat nog? Eerder op de avond al gezegd. Het gaat van kwaad naar afgezaagd. Naar spaghetti aan het veer. Puisten op de kermis. Tegenwind naar Terneuzen. Boeken die er toe toe toe doen. Jij en ik. Ooit, altijd samen. Lachen gieren en brullen. Ik probeer, jij probeert. Maar er is iets fundamenteels verandert. Het leven heeft ons ingehaald. Het leven heeft ons pootje lap gedaan, jou iets meer, toegegeven. Ik draai en hang wat rond een barkruk die zo nu en dan net goed lijkt te staan om op te gaan zitten. Om dan toch finaal op de grond te eindigen. We moesten maar eens gaan of niet, nog eentje. Fuck, alle vrouwen zijn zot. Dat ze het niet zien. Ja, ze zien het niet. Hier niet, nergens niet, nooit niet. Er zijn nooit maskers geweest beseffen we nu. We zijn wie we zijn. De maskers zijn voor de anderen, de goegemeente met hun goede bedoelingen en hun verwachtingspatroon. We passen er niet in, weten we nu. Nooit niet, nooit gedaan. Pootje lap verdomme. Maar we rechten vanavond onze rug. We zijn een soort eeneiige tweeling. Dat gedoe, dat brother from another mother, wij hadden dat al eeuwen geleden. Eeuwen zeg ik u. Maar dan nog, wat maakt het uit. Barbecue en daarna boterhammen met salamie. Pukkelpop en uw tent kwijt zijn. Ik kan wel janken. Ik jank! Jij niet, je weet niet wat te doen. Je probeert een schouderklopje. Dan ga je pissen. Ik niet. Ik kijk je na. Drink onze twee shotjes en pinten in een ijltempo op, zoek mijn jas, geef de barvrouw vijftig euro en zeg haar dat de man met wie ik vanavond was de rest van de nacht mag drinken op mijn kosten. Ik sukkel op mijn fiets, kijk om in de bedampte ramen. Je komt uit het toilet en zoekt me. Ik geef plankgas, niet moeilijk. Rechtdoor altijd rechtdoor. Ik val en breek mijn beide knieën, het wordt wachten op een ambulance. Net voor ik het niet meer houd van de pijn en in zwijm val glimlach ik en denk: ik wist alles nog.

Gabriel Rooms
12 1