Zoeken

Parasietje

slechts even zijn de wegen zichtbaar: ze kruisen me en ik, massaal geweld op benen, wéét: dit is een structuur   Structuur een kruispunt aan 'dingen' die ongehoord samen de basis van 'iets' verzorgen een staat nog voor de naam een naam nog voor de naam   slechts even weet ik: beenderen, karkas, ik leef nu in de even tijden, maar wie vertelt me over het oneven moment? mijn lichaam puft zich naar een verstaanbare taal   Verstaanbare taal een geste zonder bedoeling die zijn doel dus niet mist  een paradoxaal aantal mensen die luid zijn ergens hoor je hem maar dan luid   alomtegenwoordig is het beide, een goedje ongewild vertrouwen dat je stelt in het fysieke gedeelte van de taal  een codering die logisch klinkt in je uitgestrekte zicht   je weet dat alles wat je raken kan onecht lijkt en het mannetje op je schouder is er niet echt dat is een parasietje   Parasietje fictief wegenstelsel dat 'gebruikt wordt' voeten schurend en aardkorst incasseert  wij (volkeren) werden leeggezogen door verplaatsing  en niemand niemand weet beter dan jij wat het is  om er even niet te zijn   (deze uiteenzetting: enerzijds het afwezige personage versus de structuur van het alledaagse. ik werd leeggezogen)   jij die weet wat het is  loopt rond in een nieuwere structuur zonder woord of klank   in een herkenbaar aangegaap heb ik mezelf gevonden en daarvoor  wil ik ook wel eens een code uitvinden even maar is alles zo zichtbaar en ik in elk geval weet: zo heb ik mezelf nog nooit gezien

Dries Verhaegen
41 0

Running joke

Op zondag 8 oktober 2017 zou ik in Eindhoven mijn eerste marathon lopen. Tot ik twee weken ervoor geblesseerd raakte en er niks anders op zat dan mezelf hysterisch jankend, mankend, wandelend en daarna opnieuw lopend door een revalidatie van anderhalf jaar te sleuren. We spoelen twee jaar verder. Op zondag 13 oktober 2019 zou ik in Eindhoven mijn eerste marathon lopen. Tot ik twee weken ervoor geblesseerd raakte en … bon, je begrijpt het wel. Het is duidelijk dat ik goed op weg ben om de running joke van mijn omgeving te worden. Verhaegens zijn geen stappers. Wij lopen en we lopen verdomme hard. We gaan geen brood halen, wij lópen een brood halen. We crossen de zolen van onder onze schoenen om de trein niet te missen. En we spurten naar de wc. Want wandelen is tijdverlies en als er iets is wat Verhaegens haten, naast alcoholvrije dranken, dan is het tijdverlies. Voor tijdverlies heb ik gewoonweg geen tijd, zeg ik altijd. Je hebt m’n toestemming om dat op je bedrijfsmuur met inspirerende quotes te hangen. Tot zijn laatste werkdag liep mijn nonkel elke dag van Schriek naar z’n werk in Antwerpen en terug. Over de autostrade, want dat was de kortste weg en het is niet makkelijk om met een gevulde brooddoos, een banaan, een appel, een mandarijntje, een suikerwafel, een Double Lait-reep, een thermos koffie, een boek van Suske en Wiske, een gebruikte onderbroek van mijn tante en een volle gereedschapskist te lopen. Vergeet ook niet dat dat in de tijd was dat het gevaarlijk was op de snelweg omdat je nog niet tussen de stilstaande auto’s kon zigzaggen. Maar niemand van de familie doet het beter dan mijn overgrootvader Kamielius Senior (de Tweede). Die heeft het in 1894 klaargespeeld om in één dag 325 kilometer te lopen, tot in Parijs. Vava Kamiel, zoals wij hem noemden, was geselecteerd voor het WK 100 meter patattenpleklopen dat in de Franse hoofdstad doorging. Maar hij moest er wel eerst geraken en ons enige paard had op die dag de smerigste diarree in de lokale geschiedenis van smerige paardendiarreeën. Dus vond vava Kamiel er niks beters op dan met 6 hardgekookte eieren, een paar extra klompen en een gebruikte onderbroek van m’n overgrootmoeder in een op z’n rug gebonden jutezak naar Parijs te lopen. Ginder bakte hij er natuurlijk niks van omdat hij de volgende dag stijver was dan de steel van een schop. En dat was niet de enige tegenvaller, want toen hij drie dagen later thuiskwam kreeg hij te horen dat z’n paard dood was. Het beest was uit heimwee haar baasje gevolgd, maar had onderweg letterlijk de ingewanden uit haar lijf gescheten. De darmen lagen tot in Zemst. Dat allemaal om te zeggen dat in onze familie een serieuze loopgeschiedenis leeft en dat ik mezelf belachelijk maak als ik niet eens een simpele marathon kan uitlopen. Het is dus op zondag 11 oktober 2020 dat ik in Eindhoven mijn eerste marathon ga lopen. Hinkend, kruipend of meeliftend op de rug van een uit de kluiten gewassen Ruud, Sjoerd of Jaap. Het kan me niet schelen, maar finishen zal ik. En terwijl zal ik hier en daar een druppel op mijn hard werkend loperslijf voelen vallen, en ik zal heel goed beseffen dat dat niks heeft te maken met de Eindhovense herfst, maar dat het vava Kamiel is die in de hemel een traan wegpinkt, beseffende dat drie generaties later de loopnaam van de Verhaegens nog altijd in stand wordt gehouden.

Hans Verhaegen
17 0

7 zekerheden die elke vliegreis een hel maken

Ik maakte onlangs nog eens de cruciale fout om mij een half etmaal lang vrijwillig te laten opsluiten in een ijzeren cabine waarin de scheten van 200 vervelende mensen nijdig door de lucht snijden. Wanneer je zo om de halve minuut geconfronteerd wordt met de luchtvervuiling in vliegtuigen, besef je wel dat die Greta Thunberg meer is dan een schoolmoe trollenkind dat pas op haar 40ste ontmaagd zal worden door een zelfgeteelde courgette in haar stoffige vagonder te duwen. Soit, excuses genoeg om mij te verlagen tot het summum der clickbait: een lijstjesartikel. Laten we samen negeren dat zowel jij als ik ver boven dit type geschreven rioolentertainment staan, want hier zijn ze: de 7 kankers die op geen enkele vliegreis ontbreken. 1. JE BUUR DIE ZICH LAM ZUIPT MET GRATIS GIN-TONIC Je bent blij want je vertrekt op reis, iedereen is netjes gaan zitten en het lijkt erop dat je buurman níét stinkt, géén behoefte heeft om je de komende 12 uur beter te leren kennen en géén machtsspelletjes speelt om de armleuning. Voor wie nog nooit gevlogen heeft: dit is even zeldzaam als de Lotto winnen op een dag dat het niet regent in België en de banken al meer dan twee maand de rente op de spaarrekening niet hebben verlaagd. Maar terwijl je dat denkt, komen de stewardessen en die ene zwarte, gay steward met een beperking – drie quota in één klap – langs om te vragen wat je wil drinken. Je buurman checkt of gin-tonic gratis is en begint zo aan het plezantste vliegavontuur van z’n leven. 7 gin tonics, 1,5 Ben Stiller-film en 5 toiletbezoeken later heeft die klootzak niet alleen de armleuning, maar ook je kussen, dekentje en linkerschouder ingepalmd. 2. NET NIET KNAPPE STEWARDESSEN DIE ELK KWARTIER LANGSKOMEN Het is duidelijk: tijdens de eerste les op de vliegtuigschool leren ze dat je je passagiers nooit langer dan 15 minuten aan een stuk gerust mag laten. Kijk, ik zit hier een halve dag vast, laat me dan alsjeblief die tijd benutten door zo veel mogelijk films te kijken op een crappy scherm, dat één keer op drie reageert op mijn aanraking, en geluid enkel in mono afspeelt door m’n koptelefoon van 400 euro. ‘Gaan we niet laten gebeuren,’ denkt het luchtpersoneel. Een film kijken op het vliegtuig is als een blockbuster zien op VIER, waarbij de 11 reclameblokken vervangen worden door dames die gemaquilleerd zijn als drag queens en komen vragen of je in de laatste 5 minuten wél dorst hebt gekregen. En, wat je het liefst wilt: de gewone maaltijd die naar stront smaakt of de vegetarische maaltijd die naar stront smaakt. Wat ons naadloos bij het volgende punt brengt. 3. RANZIG VLIEGTUIGETEN Snack hier, lunch daar … Ik zal wel te dom zijn om te beseffen dat je met het uurverschil eigenlijk twee dagen mist en daarom 6 keer eten moet krijgen tijdens je vlucht. Allemaal sympathiek dat dit gratis inbegrepen is in mijn vliegticket van 1.000 euro, natuurlijk. Maar moet dat eten ook echt zo’n degoutante, vormeloze berg kak zijn? Om nog te zwijgen van die zure stank die al door het hele vliegtuig trekt wanneer ze die shit aan het microgolven zijn. De eerste maaltijd zijn eieren, champignons, brood en confituur. Ik zweer het je dat ik geblinddoekt niet had kunnen zeggen wat wat was. Tegen de tijd dat ik eindelijk door de korst van m'n – volgens mij – broodje raak, heb ik ongewild al 3 plastic messen door het vliegruim gekatapulteerd. Om na de eerste beet al dat eten in nog vuilere versie terug te ruiken wanneer de lucht in die bagger al door het darmkanaal van de eerst bediende passagiers is gereisd. Geloof me, de term ‘vliegend schijt’ is een unicum in de Nederlandse taal omdat hij zowel de vliegtuigmaaltijd op zich, als dat wat meteen volgt na het eten ervan beschrijft. 4. DE HUILENDE BABY Dat alles speelt zich af terwijl op de achtergrond een baby, die eruitziet als een obees weerwolfjong met psoriasis, al vanaf de eerste minuut door alle noise cancelling headphones heen de longen uit z’n borstkas krijst. Ik bestel ondertussen ook een gin-tonic en stop de stewardess 20 euro toe om ‘m rechtstreeks in de open bek van dat monsterkind te gieten. Vastbinden in het onderkoelde bagageruim, eruitgooien zonder parachute of door de vliegtuigmotor blenderen? Ik weet niet wat we het best doen met ouders die beslissen om de vlucht voor iedereen te verpesten, gewoon omdat ze het niet konden laten zich voort te planten én zichzelf een reis te gunnen. Wanneer papa met kind op de arm voor de 79ste keer passeert en met een halve glimlach om wat begrip vraagt, gebaar ik met m’n vierde plastic mes over m’n keel. En zoals het altijd gaat, zal die volgepapte schilferwolf een kwartier voor we landen ineens op wonderbaarlijke wijze z’n muil houden. 5. HET ZETELDILEMMA Maaltijd één van zes is nog geen 30 seconden afgeruimd of het is zover. De fucker voor je legt z’n stoel zó plat dat hij een hoofdmassage verwacht te krijgen. Voor je goed doorhebt wat er gebeurt, hangt er een pluk dik zwart krulhaar op 5 cm van je neus en zit je vastgeklemd tussen je stoel en je tafeltje, terwijl je knieën hardnekkig proberen niet binnenstebuiten te plooien. De beenruimte die er om te beginnen al niet was, is er nu nog nieter. Bijgevolg sta je voor het dilemma: doe je je achterbuur dominogewijs hetzelfde aan en word je de eikel die je verafschuwt of wacht je tot je buur voor je slaapt en sla je hem dan zo hard op zijn oor dat z’n zetel automatisch terug vooruit springt en hij de komende uren gedesoriënteerd blijft zitten, te angstig om nog iets anders te doen dan ademen. Naast me merk ik dat mijn vrouw voor een derde optie gekozen heeft die bestaat uit om de 5 minuten tegen de stoel boksen, vergezeld van een ‘wat the fuck?’, ‘godverdomme!’ en ’echt waar, mongool!’. 6. VLIEGTUIGMODUS Het is 2019. Er bestaan auto’s die zonder chauffeur van hun parking naar ons toe kunnen rijden. Ik betaal mijn boodschappen in één seconde met mijn horloge. Twee minuten voor ik thuiskom gaan de lichten aan, springt de verwarming op en begint de radio te spelen. Het is dan ook niet bizar dat ik op 10.000 meter hoogte kan googelen, youtuben en instagrammen alsof ik op een familiefeest zit. Het probleem is dat dit niet zo is. Want als je niet binnen de 200 milliseconden na het aan boord gaan connectie hebt gemaakt met de wifi, raak je er sowieso niet meer op. Met een beetje geluk, slaag je er toch in en kan je 10 minuten naar je scherm staren terwijl de startpagina van de vliegmaatschappij vol duty free, maar onbetaalbare vliegtuigwinkelbrol geladen wordt. Gelieve hier rekening mee te houden voor je een nier afstaat om 250 megabyte data te krijgen. En wat is dat trouwens met die vliegtuigmodus? Waarom moet ik al mijn technologie uitzetten? Heeft er al ooit iemand een vliegtuig laten neerstorten door nog snel de obligate ‘ik ben weg, fuckers!’-foto op Instagram te posten? De helft van de passagiers vergeet dit, de andere helft doet dit gewoon niet, en de andere helft wil wel, maar is te achterlijk om te weten waar ze dat juist doen. De vierde helft leest dit en vraagt zich terecht af in hoeveel helften je dingen eigenlijk kan verdelen. 7. HET APPLAUS We zouden hem bijna vergeten. Die ene idioot die zo onder de indruk is dat hij begint te klappen omdat de piloot ons levend heeft weten te houden tot na de landing. Maar waarom het daarbij laten? Want onze bestuurder heeft per slot van rekening het uiterste minimum van z’n takenpakket goed afgerond. Klim uit je stoel en geef die man een staande ovatie. Overlaad ‘m met slipjes en gsm-nummers! Als je maar lang genoeg ‘we want more’ blijft roepen met de hele cabine, doet hij misschien nog een extra rondje met een looping of twee. En vergeet zeker de fooi niet, want naar ik heb horen zeggen flirt het loon van piloten met de minimumgrens. Maar goed, wie klappen wil, kan klappen krijgen. Ik zal de eerste zijn om de handjes op mekaar te zetten voor wie die applausmeester vanuit het gangpad tot een overgare vliegtuigmaaltijd mept. Dat alles terwijl er van enthousiasme een lauwe ruft uit m’n achteruitgang glipt en zich samenvoegt bij de rest van de dichte scheetmist in het ruim. In de volgende editie: 57 redenen waarom ik ervan hou om als een terrorist behandeld te worden aan de Amerikaanse grenscontrole.

Hans Verhaegen
55 1

de stad is moe

De stad is moe De stad is vuil De stad is boos   10 jaar geleden was het alweer. Barcelona.  Terwijl mijn lief een conferentie bijwoont, strekt de dag zich voor me uit als een leeg canvas. Die tijd krijgen in een vreemde stad, het is een onverwachte luxe. Barcelona was altijd al complex voor me, een soort levende identiteitscrisis als kenner van het Spaanse binnenland, en wordt dat vandaag nog meer. Binnen een tijdspanne van 5 uur meander ik zonder kaart van een café solo onder een palmboom (in november!) via een tentoonstelling over feminisme, recht richting straatprotest. Sinds enkele weken bezetten jongeren het universiteitsplein in een geïmproviseerd tentenkamp, als protest tegen de uitspraak over de Catalaanse parlementsleden en het politiegeweld dat volgde na eerdere manifestaties. De bus die bezoekers naar de binnenstad brengt, moet er omrijden om Plaza Catalunya nog enigszins te kunnen bereiken. De stickers vind je overal in de stad: op vuilnisemmers, lantaarnpalen, onder je voeten op eeuwenoude tegels: l‘LLibertat Presos Polítics!’  - #genercacio14 -‘Spain, a real dictatorship’ - . ‘Todos iguales, todos san papeles’, #NiUnaMenos.   Een rugzak op mijn rug blijkt voldoende reden voor de inwoners om me stuurs aan te kijken of in het Engels aan te spreken, hoewel ik perfect Spaans spreek. Het is ontnuchterd als toerist te worden bejegend in een land dat ooit als mijn tweede thuis voelde. Maar ik ben natuurlijk écht: een toerist. Zoals 7 miljoen anderen per jaar. De paradox van de toerist is dat niemand toerist onder de toeristen wenst te zijn. Ook ik redeneer zo, en het uit zich in mijn gedrag: als ik sneller stap, in de metro verveeld voor me uit kijk, een zonnebril draag en de kleine parallelstraatjes induik in El Born – zal ik wel mooi oplossen in de lokale bevolking. Ik moet lachen om mijn eigen doorzichtige gedrag. Alweer een paradox is dat die zelfrelativering me niet belet het truukje toch vol te houden. De stad is vuil en druk. Ik haast me over de uitgesleten Rambla. Ook dit is Barcelona. Na Venetië en Amsterdam een van de meest geciteerde voorbeelden van massatoerisme, tegen wil en dank. Gevelspandoeken herinneren me aan de wens van de bewoners om geen gegentrificeerde woestijn van verhuurappartement te worden. Ik mijd bewust ketens, winkel bij de lokale kruidenier en kies boquerones fritos bij een oude Catalaan. Ik blijf mensen op straat of in het appartementsgebouw waar we logeren, consequent vriendelijk groeten, ook al groeten ze niet terug. Italo Calvino schreef: “de stad ademt in wat wij uitademen. Moge het in hemelsnaam liefde zijn.” Vandaag voel ik die liefde niet. Vandaag is Barcelona een podium van de wereld in crisis, van veranderde narratieven, van het omverwerpen van een dominant discours. De stad is handen van zij die de status quo verwerpen. Oude verhalen, nieuwe, urgente hoofdstukken. Dit is Barcelona. 

JanaK
59 0

Mens-worden

Nu heb ik echt hulp nodig. Nu kan ik het echt niet meer alleen. Nu heb ik jou nodig, papa. Nu moet je terugkomen, eventjes maar. Om me te helpen. Eventjes, maar je moet. Ik ben mezelf kwijt, al had ik mezelf eigenlijk nog nooit gevonden. Paradox. Hoe paradoxaal het klinkt dat op het moment dat je jezelf aanvaardt zoals je echt bent, dat je eigenlijk verandert. Dat las ik in een boek van Rogers deze week en het trok meteen mijn aandacht. Dat is mijn probleem. Ik aanvaard mezelf niet 100 procent zoals ik ben. Ik aanvaard me niet eens 50 procent. Dat is mijn probleem. Ik twijfel zogezegd altijd aan Nick, en of hij me wel graag genoeg ziet. Nee, dat is wat ik mezelf tot nu toe heb wijsgemaakt. Ik twijfel aan mezelf. Ik twijfel of ik het wel waard ben om zo graag gezien te worden. Want ik snap het niet. Hoe iemand zoals hij, iemand zoals mij graag kan zien en blijven zien. Drie jaar al. Ondertussen ben ik 20. Er is nog niks veranderd aan mijn onzekerheid. Die is nog steeds hetzelfde als op dag 1. Maar mijn inzicht in die onzekerheid is wel veranderd. Het ligt dus toch niet aan hem. Hem kan ik niets kwalijk nemen, niets. Only I am to blame. Ik heb als enige schuld aan die onzekerheid die al drie jaar lang in me zit te broeden. Ik wil daar zo graag van af. Ik moet leren mezelf graag te zien. Maar hoe??? Daarvoor heb ik dus je hulp nodig. Jij zou het me kunnen leren, daar ben ik zeker van. Jij zag me graag. Leer me hoe dat is. Leer me wat je dan in me zag dat ervoor zorgde dat je me graag zag. En ik zal je geloven, beloofd. Ik zal naar je luisteren. Ik zal aan mezelf werken zodat ik je trots kan maken. Geef me de kans om dat te doen, alsjeblieft. Toon me wat ik moet doen en ik zal het doen.  BELOOFD.

Layla Clarke
2 1

Een berg die opstaat - episodes I-VIII

I     een weinig voor de hand liggend landschap ademt ook. ik adem mee zonder wroeging of onschuld en heilig zijn. wanneer de proza-industrie nee zegt stop ik ermee. bomen, wind, alles. kreten, woorden, alles doet mee. een passant fluistert me een belediging in het goede Oor. ik ken het landschap maar al te goed, hier panikeren de objecten, de dingen die zich aanpassen.de essentie: mee weigeren tot de dood die we kunnen sterven. brood eten en hongerspelen in een ver verleden dat zich een weg baant naar het vrome heden. kanjers van bazen praten enkel en alleen met iedereen en wees eerlijk: je ademt je diep ingedoken bibliothecaris -isme tot een archivaris aan flora.de plantentuin van Gent in je hoofd goochelt witte rook.Oor hoort alles dus ook de associatieve gestiek. een berg doemt op, waarom zou je niet omarmen wat je aanraken kon: een weinig voor de hand liggend landschap dat ademt en daarom dat je mee-ademt.         II     je verdenkt je zelf van eigendom. een kleine god leeft zo in je voort en je bepaalt je lot andersom.jij die jij kijkt in mij. leef zo in me voort aub. een nieuwe passant die meewarig aandacht schenkt aan de benen. opwaartse vloeiende bewegingen die aarde zijn. Oor en hand en tand en mens zijn.zodoende je hulp biedt aan de mechanismes die messcherp waarheid propaganderen en deze inbedden.anekdote: ik kende mezelf toen nog niet, enkel in de anderen zag ik de lichaamsdelen verdrinken. alles participeert in de handelingen des dood, jezelf verdenken, passeren doe je passief, communicatie post propaganda en nee, nee aan de adem, terwijl op de hoek van de straat de hoek van de straat opstaat en zich manifesteert tot blokkade, nee aan deze mensen die de zeg zeggen zonder meer, terwijl op kantoorgebouwen het bloed de handen van directeur abc zuivert; nee. ik ontdoe mezelf van een god. water de woorden, ken de beginselen en een religie begint.                     III     jezelf in fauna gekleurde aangrijpende fauna veranderen om je aders te doen vernauwen en dichter bij een mythologie te staan.de adem van de daken roepen, doe je het hiervoor of aanschouw je andere wezens in ingewikkelde dromen over alles en niets dat nog onzeker zonder mening blijkt. jezelf groen kleden dan maar, de oase lijkt wel onuitputtelijk als jij je in zijn schoenen zet. adem jezelf tot mens; dan ben je te weinig voor mij. op straathoeken verzamelen met te weinig om de schreeuw der ambivalentie op te wekken uit een slaap die smaragdgroen een bezit lijkt.hoor: de vergevorderde dood van de winter die nadert. als je elk spel als wrange nasmaak ontziet valt er namelijk niet meer te spelen.wij leven om de botten heen, klauteren de berg op, het erfgoed, bivakkeren om de stroom die alles omgeeft en drijven mee in een toekomst met écht geluid. tot je jezelf in zijn schoenen ziet. je verliest een haar daarbij.         IV     kijk nu, een pre-sekte die anders is. kijk: gewaarwording. dan de ontreddering en dan de toekomst, landschap. op meerdere plaatsen ontstaan stromingen zonder geheel gevrijwaarde setting. ik leg me erbij neer, hier is niets dat veel is, en mensen zijn van een bepaald begrip dat ik terloops naast me neer kan leggen.ik leeg de rivier in een hand die ik had.wij kijken naar de verduistering die altijd weer optreedt.kwaliteit een verdubbeld begrip. een pre-sekte leeft in tropen en exotisch genoeg verspreid hij zich niet. daar: de toon is gezet.         V     in een ogenblik ontbreekt de afstand die we met zijn allen vergooien in de aanval. zo’n ogenblik: het waait en de huizen staan nog krom, wezens werpen schaduw op de klimaatheersers en ik tik op een Tourette-patiënt. de ziekenkas is leeg, de boeien worden geworpen, je woorden zijn hol, de kaviaar is op. het stormt, wij met zijn allen. kun je jezelf aan me geven. daaromtrent een contract dat ik zal opstellen met enkele waarachtigheden die aan stroom ontbreken. geluid dat je uitkraamt versta ik nog niet. VI     zonder je geloof in jezelf te verliezen, zonder meer: het zwembad is geleegd, net zoals het huis. verplaatsingen binnenin. een maag die niet meer wil of kan. zo verloor je de akte van wellust.ik verdrink je niet langer, er is niet genoeg H2O voor ieder kwaad dat in mij broedt. zolang je er nog in gelooft heb je me maar op te bellen via de moordlijn. quasi onberekenbaar sluipen mijn woorden zo verder. ik die de wil wil. een verknipt krantenartikel zegt me dat ik meer zou mogen willen. dat is een understatement en ik.         VII     panikeren doe ik in je achterhoofd.er heeft zich een landschap gevormd, dat weinigen zullen beklimmen. van punt A naar B: een gang door het Oor en weer terug.       VIII     goederen op een treinvaart naar de overkant. op en ook weer af de berg langs beide kanten en de weerszijden mijn hoofd hebben hoornen. import: een gebalanceerd gedoe zonder gevrijwaarde hel. export: de andere kant van de munt die vrijwel onmiddellijk op zijn staart trapte. goederen op een hoog tempo de berg af dansen en kilte oproepen. dan de kans grijpen om erin op te gaan; jij die je haar goedlegt, ik kijk keurend toe: een 6. mensen en alles daarbuiten: een goed. onderhandelen, veranderen: metamorfose. amfibie die sceptisch is over zijn soortgenoten. de trein die halt houdt in het gladde verwantschap en zo ook ik die de benen influistert met film. vastleggen. passief de gebergtes passeren en kantelen, we zijn op het hoogtepunt ook dat alweer voorbij de sissende klanken van de waanzin in en wij keren de kar naar mijn rug. wij leerden de volharding passeren in een vingerknip en praten luider tegen elkaar. de spraak des leegtes vult de tongen met een hartkwaaltje. paniek pro habitat; hier wil je wonen en blijven.

Dries Verhaegen
4 0

Allerliefste boerderij van mij, allerliefste boerderij van ons, (speech naar aanleiding van de verkoop van het huis van mijn grootouders)

Allerliefste boerderij van mij, allerliefste boerderij van ons, Ja, boerderij, hoe zal ik eraan beginnen, een speech voor jou… Awel ik dacht zo… ze zeggen dat alle goei dingen van het leven uit 3 bestaan. Na wijs beraad dacht ik dat dit ouwe spreekwoord eigenlijk ook voor jou geldt. 3 GOEI DINGEN dus… Wel jouw EERSTE GOEI DING, boerderij van mij, is zeker jouw verleden, jouw rijk verleden, jouw intens verleden, jouw leuk verleden. Je was al oud en versleten de eerste keer dat ik je zag. Man man wat was je versleten, zo versleten dat ons moe weigerde een kijkje te komen nemen. Ze bleef heel kwaad aan het cabine van Frans daar in de auto zitten terwijl onze va en ikke te voet ploeterden door de slijkstraat tot hier bij jou. Onze va was in de wolken over zijnen aankoop. “Zus”, zei hij, “dit stuk, deez verkenskoten hier, awel die breek ik af, en hier komt de slopkamer, daar ons moe haar keuken, ernaast de living met een open schouw en deez hier, de stal, wel dat wordt mijn werkplets”, zijnen naaiatelier bedoelde hij. Ik luisterde en dacht “amaaaay als da maar lukt”. Zeker amay, na 3 jaar elk weekend hard labeur toverde onze va zijn droomhuis tevoorschijn. Zelfs ons moe kwam dan toch uiteindelijk mee kijken en … ze zag dat het goed was en was heel content! Boerderij van mij, boerderij van ons, in de jaren 60, 70 en zelfs nog in de jaren 80 werd jij onze favoriete vakantiebestemming, onze veilige plek, ons warm toevluchtoord elk moment van ’t jaar dat we vrij hadden. En jij zorgde voor ons, sloot ons in je hart en had oplossingen voor veel van onze problemen. De keuken werd het degustatieparadijs voor ons moe haar lekkere gerechten. Want koken dat kon die moe van ons, hadden we maar wat meer recepten van haar gearchiveerd! Aan haar tafel was plaats voor iedereen, we schoven gewoon elke keer wa dichter bij mekaar. ’s Avonds werd de living een zalige slaapkamer. Met de dekens tot aan onze kin verslonden we er onze eerste liefdesromannekes, verslonden we heel wa spannende doktersromannekes en vooral ik was zo zot van de ‘Mammy’s’, een melige reeks over moeders en kindjes en hun perikelen. Zelfs ’s nachts als we thuiskwamen van de Zwarte Zee en we ons voeten nie meer voelden van het dansen verzorgde jij ons. Jij had ne waterput onder je dakgoot geplaceerd met koel regenwater. We gingen vrolijk op de rand van de putbuis zitten, ons voeten in het verfrissende water en weg waren de vermoeide voeten. De dag erop waren we al weeral paraat om te gaan walsen, foxtrotten, kassachokken, quicksteppen en nog zoveel meer. We vierden dicht bij jou, mijn lieve boerderij, zomer, herfst, kerst, nieuwjaar, lente en weer zomer en het was hier goe! En de jaren gingen, zonder dat we het beseften, voorbij. De laatste 25 jaar sloot je onze pa in je armen. Ook hem betoverde je en hij wou hier nie weg! Ook hij voelde zich hier geborgen tussen de autostrade, de windmolens, de maïs en dichtbij de Karperhoeve, Mie Maan, de Luyten, Francinneke en nog zoveel meer waar we nog nie den helft van weten. Ja dat eerste mooie ding van jou, dat verleden is meer dan de moeite waard, daar mag je fier op zijn. En wij, wij sluiten alle zeemzoete herinneringen in ons hart, gooien het sleuteltje weg en laten ze nooit meer vrij. Spijtig dat ons ma er niet meer toe gekomen is jou te vereeuwigen in een schilderijtje, dat zou je eerste mooie ding compleet gemaakt hebben.   Zo komen we, lieve boerderij van mij, bij jouw TWEEDE GOEI DING. Het hier en nu, het heden. Zie ons hier nu staan allemaal. Is het nie fantastisch hoe jij ook nu weer erin slaagt om ons allemaal op zo’n korte tijd dicht bijeen te krijgen. Daar moet je een straffe madam voor zijn zelle. Wat zullen onze va, ons moe en ons ma nu fier zijn op jou.   MOOI DING NUMMER 3 is zonder twijfel de toekomst die voor je open ligt. Ja, zeker met wa weemoed in ons hart moeten we toegeven, je bent ons boven het hoofd gegroeid, je bent eindelijk volwassen geworden en we gaan proberen je los te laten. Dan alleen kan je je verder ontplooien. En lieve boerderij van mij, iets in mij zegt dat jij het echt nog niet gaat opgeven. Er zal wel ergens zo ne zot zijn als onze va 60 jaar geleden die de charme van jouw lieve zijn opmerkt en je gaat opkalfateren. Ik vertrouw erop dat die zot zijn kleinkinderen binnen 60 jaar heel blij zullen zijn met deez lieve boerderij van mij. En, moest die zot toch niet opduiken, wel dan is jouw liedje nog nie uitgezongen want hier en daar gaan stemmen op, hier en daar worden plannen gesmeed om een coöperatieve op te richten. Een serre planten in je hof voor uitbundige feesten, een tentoonstellingsruimte openen in de slopkamer, keuken, living en werkplets, een chef aanstellen die de catering in handen neemt, DJ onzen Tom engageren voor de muzikale omlijsting, nen financiële en praktische planner aanwerven om het geheel te coördineren, nen architect en binnenhuisarchitect onder de arm nemen om alles in een mooi geheel te gieten, zijn maar enkele van de opties. Plannen genoeg, boerderij van mij, plannen genoeg. Wij kijken jouw toekomst met blij gemoed tegemoet! Het ga je goed, boerderij van mij. En, moest je toch besluiten dat het toch zo wel goed geweest is voor jou, wel ook alle respect, alle begrip hoor! Jij heb je taak dubbel en dik volbracht.     Ik kan maar 1 slotzin bedenken om deze speech mee af te sluiten. In naam van ons allemaal, denk ik, bedankt ik je omdat jij er was voor ons, we zullen je nooit of nooit vergeten, boerderij van mij, boerderij van ons.

Josette
1 1