Zoeken

De man in mijn bed

Als je mij tot je opneemt vind ik mijn weg, stroom ik door je aders, doorheen je hele lichaam reis ik af naar je hoofd. Ik doe het niet met opzet; het is een fysiologisch werkingsmechanisme. Ik heb er geen baat bij als jij mij neemt. Het laat me koud als je mij links laat liggen. Ik ben simpelweg aanwezig en als ik er ben weten wij dat je mij wilt. Als je mij laat, zal ik jou laten. Ik, jouw drug. Jij denkt dat ik je wereld op haar kop zet, maar in realiteit neem ik je wereld over. Ik word je wereld.   Sommigen zeggen dat ik niet goed voor je ben. Anderen vinden mij net zo betoverend zoals jij mij vindt. Er is geen consensus over; je twijfelt. Er zijn momenten waarop je besluit dat het beter is om mij te laten, maar je weet dat als ik terug in je buurt kom, je mij niet zal kunnen weerstaan. Wanneer ik bij je ben leef je. Alles in mijn wereld is leuk. De wereld is steeds leuk voor jou, want zo ervaar je het, maar wij weten dat de wereld gewoon bestaat. De wereld maakt het niet uit of jij haar leuk vindt. De wereld is gewoon. Als ik weg ben word je kleurenblind. Het leven gaat zijn gang, het is geen ramp, maar je mist de bril die ik je op doe zetten.   Ik ben je wereld en het maakt me niet uit of je in me bestaat. De wereld is groot, zij voelt niet. Zij heeft botsingen gevoeld, zij heeft vuur gevoeld, maar tegenover jou voelt zij niet. Zij ziet je niet, enkel je schaduw en mogelijks de voetsporen die je achterlaat. De wereld is een narcist. De wereld wordt graag onderhouden, maar is onverschillig over wie deze taak uitvoert. Als jij het niet meer doet, zal iemand anders het wel doen. De wereld bespeelt niet: je kiest zelf om erin te leven. De wereld teistert je niet, zij is gewoon. Jij wilt erin leven. Jij wilt haar vruchten plukken, in haar zonlicht leven. De storm, de hitte, neem je erbij. Het voelt alsof zij je leven geeft, maar ze heeft je niets gegeven. Zij is.   "Je bent verslavend. Ik ben blij dat je gestuurd hebt," zei de man in mijn bed.   

Probeersels
9 0

Effect

Rode vlekken verspreiden zich over het grid en wentelen zich zachtjes om lichamen  vol met ledematen. Iedereen pulseert, als het al te laat is. De uitwisseling begon voortvluchtig, eindigde als passant, raakte ingeburgerd en verbleef, in lichamen, in motieven, hoekjes, overgebleven aan kijkende aristocraten met ooglapjes.Toen begon de overdracht: trillend, voorbijgaand dan weer beginnend voorzichtig vibrerend,  verplaatse de vlekken zicht naar elkaar, dan weer naar ons, en versmolten met de uitegstoken  ledematen, uitgestoken, omdat ze magnetisch zich aanpasten aan de situatie, en overvloedig aanwezig.  De vlekjes vulden de uiteindes ervan met rood licht. Onze lichamen rood, maar het zicht werd groter; vermengde zich met verleden, heden, en weer terug.  Dit effect duurde even maar lang genoeg om mee te gaan en belichamen wat gebeurd was.  Tijd was iets abstracter en kreeg een mede-lichaam.  Quasi onherkenbaar rold zij zich uit aan ons, en verdween verscheen verdween;pulserend niet ontzienbaar.  Mijn lichaam zag rood van de aanwezigheid en ik die mij dierlijk afvroeg hoe ik het daarbij mee overbleef. Het was een effect van voorbijgaande aard jammer genoeg en niet veel later, pulseerden onze lichamen weer afwezig, passant.    Ik was nog niet vergeten hoe dat een ruimte in kon nemen en spreidde mij over je mechanisme.  Plaatse mijzelf over maar tussen jou en mij in. Werd baken, werd anker,  werd fluisteraar, werd mede.  Jouw bloedbanen, die ervoor zorgden dat je zodanig aanwezig bleef,  hielden jou afgeschermd van een globe, een sferisch beeld, dat groter werd en meer ruimte in nam.  Mijzelf als baken uitrollend was al wat ik nog deed herinneren. Greep je mij vast; dan was ik er niet, omdat ik was wat ik was geweest, en dit niet bleef. Greep je naast me, dan was ik al wat er was, omdat ik niet bleef wat ik was, en  dat is alles wat ik altijd al was. 

Dries Verhaegen
20 1

Soep

Raar gevoel. Ik weet niet of ik nu verdrietig ben of Nick gewoon mis of nog altijd boos ben om hoe het gelopen is. Ik denk dat het alles zo een beetje is. Ik ben verdrietig dat ik niet meer bij Nick kan zijn, en ik mis hem ook enorm hard. Ik mis "gezinnetje" spelen. Ik mis samen koken, samen slapen, samen lachen. Ik wist dat dit ging komen he, dit moment. Dat ik hier alleen zou zitten en die leegte weer zou voelen. Zonder hem is alles zinloos en leeg. Het is niet dat ik nu niet meer met iets kan lachen ofzo, ik kan het ook wel even vergeten soms, maar niets maakt me nog uit. Er zit geen vuur, geen energie meer in mijn lijf. Geen zin om iets te ondernemen. Dat is moeilijk om te merken want de laatste weken toen ik bij hem was, was dat vuur er wel. Hij geeft me energie en laat me iemand zijn die toch al dichter komt bij wie ik wil zijn. Hij maakt me gelukkig.  Nu een stom voorbeeld, de vorige weken maakte ik twee keer per week soep. Gewoon, omdat ik zin had om eens iets te doen dat resultaat opleverde. Ik genoot daar echt van. Nu denk ik er nog niet aan om soep te maken. ECHT geen zin in. Dat is ook waardoor het me opvalt dat ik nu weer zo anders ben. Omdat ik geen soep wil maken. Want, flauwe woordspeling, maar mijn leven is al een soep. Mijn gevoelens zijn een soep. Ik zit er al zo diep in, dat ik niet meer weet hoe ik eruit moet geraken.  Zoals duidelijk uit mijn vorige teksten, heb ik al een paar "inzichten" gekregen in hoe ik in elkaar zit. Waar sommige dingen fout lopen. Ik dacht dat die inzichten me gingen helpen om uit de soep te geraken, maar ik heb me er helemaal in gewenteld en ben nog veel dieper weggezakt. Ik weet nog dat toen dit allemaal begon, deze moeilijke periode, hoe het toen voelde. Als een chaos, maar wel eentje die nog ver van me af stond. Ik heb me nu die chaos eigen gemaakt. Ik ben die chaos. En daar probeer ik structuur in te brengen, maar het lukt niet. Het brengt geen rust. Wat ik niet zou geven om me gewoon zorgeloos te voelen. Zelfs al is het maar tijdelijk. Om even in die warme cocon van zijn armen te zitten. En mij geliefd te voelen. Dat is alles wat ik wil. Weg uit deze wereld, voor altijd geliefd in zijn armen, in zijn hart.  

Layla Clarke
0 0