Zoeken

Een voetnoot

“Misschien ben je dan toch maar een voetnoot in mijn leven.” Of hij zei het omgekeerd. Dat hij misschien maar een voetnoot was in het mijne. Soit. Het doet er eigenlijk niet toe wie van ons precies de voetnoot was. Feit is dat het woord viel. Voetnoot. Ik vond dat geen aangenaam woord. Een voetnoot is iets kleins onderaan een bladzijde. In lettertype acht. Iets wat ge alleen leest als ge bijzonder geïnteresseerd zijt of een examen hebt. Een verduidelijking bij iets wat blijkbaar nét niet belangrijk genoeg was om in de eigenlijke tekst te staan. En ja. Dat kwam even binnen. Want uiteindelijk wilt ge dat toch graag iets als 'voor het leven'. Dat klinkt heerlijk groots. Als lang en gelukkig. Als samen oud worden, dezelfde verhalen honderd keer vertellen en op den duur allebei vergeten wie ze oorspronkelijk heeft meegemaakt. Uiteraard hoort daar ook de kleinelettertjesversie van de eeuwigheid bij. Onderhandelingen over de strijk. Over wie de vuilzakken buitenzet. Over natte handdoeken die blijkbaar volgens één van de twee perfect op de grond kunnen drogen. Over thermostaten, vaatwasmachines en de vraag waarom er naast een lege wc-rol altijd een nieuwe rol staat, maar nooit óp de houder. Niet alleen zonsondergangen, grote verklaringen en samen hand in hand richting horizon. Ook: “Als gij straks naar boven gaat, pakt ge dat dan mee?” Enfin... Als ge iemand graag ziet, wilt ge dus liefst niet ergens onderaan pagina 247 eindigen met een sterretje voor uw naam. Ge wilt een hoofdrol. Ge wilt hoofdstukken. Een verhaallijn. Karakterontwikkeling. Een beetje spanning mag. Een onverwachte plotwending hier en daar. Desnoods een cliffhanger. Maar ge wilt vooral dat de lezer denkt: die twee, daar komt nog iets van. Dus, nee...mijn lief is geen voetnoot. Ge kunt moeilijk een voetnoot zijn als ge ondertussen overal tussen de regels zit. In mijn dagen. In mijn plannen. In mijn keuken. In mijn hoofd. In kleine gewoontes die ongemerkt gewoontes van twee zijn geworden. In zinnen die beginnen met “wij zouden eens…” en waarvan niemand nog schrikt. Dat is geen voetnoot meer. Dat is een serieus aandeel in de publicatie. Misschien is hij een hoofdstuk..Een heel schoon hoofdstuk. Of misschien zijn we ondertussen aan een trilogie bezig. Dat vind ik eigenlijk nog mooier. Deel één waarin de heldin jarenlang denkt dat ze bijzonder goed weet hoe het leven werkt, terwijl werkelijk iedereen behalve zijzelf kan zien dat ze maar wat doet. Deel twee waarin zowat alles passeert wat een mens liever niet op de achterflap zet, maar waar recensenten achteraf waarschijnlijk iets pompeus over schrijven als een noodzakelijke zoektocht naar zichzelf. Terwijl het vooral veel drama was. En dan deel drie. Eindelijk. Geen grootse violen. Geen paard dat in galop over een strand komt aanzetten. Geen man die op één knie gaat zitten terwijl er toevallig 48 perfect witte duiven overvliegen. Gewoon twee mensen die elkaar gevonden hebben. Die lachen. Die soms botsen. Die af en toe iets stoms zeggen en gelukkig meestal slim genoeg zijn om daar later op terug te komen. Die stilaan hun eigen taal krijgen. Hun eigen gewoontes. Hun eigen verhaal. En als alles een beetje vanzelf blijft gaan zoals het nu gaat, misschien wordt dit dan wel het sluitstuk van een trilogie. Niet omdat we daar plechtig voor getekend hebben. Niet omdat iemand kan beloven hoe de laatste bladzijde eruitziet. Maar omdat het goed zit. Omdat mijn jas tegenwoordig gewoon aan de kapstok hangt. En omdat sommige verhalen helemaal geen spectaculair einde nodig hebben. Sommige mogen gewoon steeds dikker worden. Met ezelsoren, koffievlekken, een paar bladzijden die ge achteraf beter had kunnen schrappen en hier en daar een scène waarvan ge denkt: moest dat nu echt? Maar vooral met veel liefde. En voor één keer hoeft de schrijver niet voortdurend vooruit te bladeren om te kijken hoe het afloopt. Ze zit goed waar ze zit, midden in het verhaal.

Katrien Daniels
72 3

Vlaanderen het corruptste taalgebied in Europa.

  Het tekort aan sociale woningen in Vlaanderen is nijpend. Terwijl in Nederland 25% van de woningmarkt uit sociale huur bestaat, is dat in Vlaanderen slechts 4%. Hierdoor zijn lagere inkomensgroepen aangewezen op de private huurmarkt, corrupte kleinburgerij, waar de huurinkomsten historisch gezien nauwelijks worden belast. Hoewel de overheid probeert bij te sturen met huursubsidies, vloeit dit overheidsgeld rechtstreeks naar private verhuurders, corrupte kleinburgerij, zonder dat het structurele woningtekort wordt opgelost. Critici stellen dat de gewone burger hierdoor dubbel wordt gepakt: door een zwak sociaal vangnet en lage pensioenen enerzijds, en door een fiscaal systeem dat vermogen uit vastgoed ontziet anderzijds. Zo winnen de kleinburgerij twee maal eerst door geen belastingen te betalen op hun huurgelden en ze krijgen nog een extraatje van de belastingbetaler door de huursubsidie. De verliezers zijn de huurders die gek genoeg met 45% voor de Vlaams nationalisten stemmen.     Historisch gezien kent deze vermogensongelijkheid diepe wortels. Tijdens de monetaire sanering na de Tweede Wereldoorlog (de Operatie Gutt) sluisden vermogenden, waaronder collaborateurs, grote sommen zwart geld naar de kerk om inbeslagname te voorkomen. Dit hielp een specifieke elite hun maatschappelijke en intellectuele voorsprong in het naoorlogse Vlaanderen te consolideren, wat tot op de dag van vandaag doorwerkt in de politiek.Toen de Vlaams-nationalisten nog gemarginaliseerd onder de steen van de geschiedenis lagen, riepen ze op: "GEEN GELD VOOR HET SMERIGE BELGIË". Ondertussen sluisden ze hun eigen geld door naar belastingvrije rekeningen, in het buitenland ver weg van vlaanderen eigen volk eerst wordt opeens eigen ZAK eerst, om te dienen als oorlogskas voor hun grote droom: de onafhankelijkheid van Vlaanderen als een rijk Monaco aan de Noordzee. Ze werden daarbij geen strobreed in de weg gelegd door de klassieke partijen, die destijds niets in het snotje hadden.Tegelijkertijd heeft het politieke beleid uit de jaren 80 en 90, onder leiding van figuren zoals Louis Tobback, de focus van justitie verlegd. Door een strenge aanpak van kruimeldelicten, druggebruikers en minderheidsgroepen, arme, bruin en alternatievelingen, ontstond er een overbelasting van het gevangeniswezen, terwijl de controle op grootschalige fiscale fraude en witteboordencriminaliteit tekortschoot. Het grootkapitaal dankt Louis Tobback, vanuit hun buitenlandse, vooral in Zuid Afrika, villas. Terwijl Louis Tobback tientallen jaren jacht maakte op iedere jointroker, kregen hij en zijn stad Leuven miljarden van de alcoholfabriek. Zatlappen zijn blijkbaar tegen drugs. Hij heeft decennialang armen, bruin, en alternatievelingen in vergeetputten gestopt omdat ze een joint liever hadden dan alcohol. Een paar jaar geleden zei een oppositiepoliticus op het radionieuws van de middag dat er een vol vliegtuig met zakenmensen klaarstond om naar het eiland Man te vliegen. Dit eiland heeft weinig met toerisme, maar is vooral bekend om zijn vele banken. Het bericht werd 's avonds niet meer herhaald. Tegenwoordig wordt de luchthaven vanwaar ze vertrokken volop gesubsidieerd door Vlaams-nationalistische partijen. Het ging om een toestel van de VLM (Vlaamse Luchtvaart Maatschappij), waarvan de eigenaar een bekende Vlaams-nationalist en partijlid is.De zakenmensen werden en worden nooit gecontroleerd. Dat is een immens verschil met de razzia's die in het Brusselse Molenbeek worden georganiseerd, die zich vooral richten op armen, mensen met een migratieachtergrond en alternatievelingen. De gangster Bakelandt is een Vlaamse stripreeks van striptekenaar Hec Leemans. De albums werden uitgegeven door Standaard Uitgeverij.In de realiteit was Bakelandt een wrede misdadiger uit Lendelede. Ludovicus Baekelandt of Lodewijk Baekelandt (Lendelede, 17 januari 1774 – Brugge, 2 november 1803) wordt beschouwd als de leider van een roversbende die op het einde van de 18e eeuw in West-Vlaanderen actief was.Deze wrede gangster wordt door Vlaams-nationalisten voorgesteld als een voorbeeld voor de kinderen van Vlaamsgezindheid. Ondertussen heeft de corrupte kleinburgerij zo weinig belastbare inkomsten aangegeven dat zij bij het bereiken van de pensioenleeftijd recht hebben op een compensatiepremie. "Hiermee consumeren zij onterecht de pensioengelden die door arbeiders zijn opgebouwd."   OESO berispt België opnieuw voor lage pensioenbijdrage zelfstandigenDe OESO tikt ons land voor de tweede keer op de vingers voor het optrekken van de pensioenen voor zelfstandigen, zonder dat zij evenredig bijdragen voor de sociale zekerheid. ‘Als je een beter pensioen wil, moet je toch meer sociale bijdrage betalen?’ Het mooiste voorbeeld van de Vlaamse, corrupte manier van boekhouden was te zien bij het bedrijf Lernout & Hauspie. Daar wilde men de boekhouding die in Vlaanderen gebruikelijk is, op wereldschaal toepassen. Het heeft niet lang geduurd. België is zeer rijk. Dat komt niet zozeer door de politiek, want die smost er nu en dan behoorlijk mee. Het profitariaat is groot, en degenen die het minst profiteren zijn – zoals meestal – degenen die onderaan bungelen. België is vooral rijk dankzij zijn ligging. Toch krijgen arbeiders het laagste pensioen van West-Europa, terwijl de ambtenarij en de politiek de hoogste pensioenen ontvangen. Bovendien werkt 19% van de bevolking rechtstreeks of onrechtstreeks voor de overheid. (OESO rapport)  Daarnaast was er de uitspraak van een S.P.A.-excellentie: "Men betaalt veel belastingen, maar men krijgt er veel voor terug." Mijn eerste gedachte was: jij wel ja, maar hoe zit het met degenen die moeten rondkomen met het laagste pensioen van Europa?   Het tekort aan sociale woningen is zeer makkelijk op te lossen. Belast de huuromkomsten extra hoog; de melkkoe is nu wel genoeg misbruikt. Dit zal ervoor zorgen dat menig verhuurder zijn woning verkoopt. Als de overheid deze woningen vervolgens goedkoop opkoopt en er sociale woningen van maakt, is het probleem opgelost. De natte droom van de Vlaams-nationalisten is dat een tachtigjarige, als bijpassing voor zijn schamele pensioen, rekken moet bijvullen in de plaatselijke supermarkt. Flexijobs.  Zonder belastingen op de sociale zekerheid, zodat hij goedkoop de plaats van de vaste werknemers inneemt. Het resultaat is de ineenstorting van de sociale zekerheid en een nog lager pensioen. De winnaars zijn de corrupte kleinburgerij. Het is de bedoeling dat zij met hun vele winsten investeren in vernieuwende, toekomstgerichte ondernemingen. Maar door het debacle van Fortis in hun achterhoofd doen ze dat niet; in plaats daarvan gaan ze zich te buiten aan dure consumptieartikelen zoals boten, auto's, designkleding en meubels. Dit zijn vooral artikelen uit het buitenland, die ook vooral in het buitenland worden gekocht. In het binnenland zou dat immers te veel de ogen uitsteken. De armlastige en subsidie sluipende landbouwers, 1/3 van de Europese subsidies gaat naar landbouw, zijn tegenwoordig te vinden in Dubai. "Hun natte droom valt na zoveel jaren in duigen: een onafhankelijk Vlaanderen is failliet en een aansluiting bij Nederland is onmogelijk, want de Nederlanders zien met afschuw wat er in Vlaanderen gebeurt. Bartje is ondertussen Europa aan het redden en zit zeer ver weg. De Vlaams-nationalisten vergaten dat hun vorige voorliefde de Duitsers was. Het is ook een knoeiboel geworden." Er zijn twee vormen van Vlaams-nationalisme. De eerste vorm is de trots van de inwoners op hun leefomgeving en geschiedenis, en op de prachtige kunst en cultuur die hier in het verleden en het heden geschapen zijn. De tweede vorm heeft niets meer met Vlaanderen te maken. Vlaanderen wordt door die gasten misbruikt om macht en financiële voordelen binnen te halen; niet voor de bevolking van Vlaanderen, maar voor buitenlandse bankrekeningen. Ik denk zelfs dat er in die buitenlandse villa's hard om de Vlaming wordt gelachen. Hoe gemakkelijk die te pluimen is. "Zogenaamde Vlamingen die sympathiseren met dictators en populisten zoals Assad, Poetin en Trump, proberen de samenleving te polariseren. Hun doel is om de vredelievende aard van de bevolking te veranderen in haat."       **************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
185 0

Hedera helix

Licht is nodig om te groeien. Licht voedt. Dat is toch wat ze beweren. Hij heeft lak aan die regels, en kiest resoluut voor het donkerste punt dat zijn pad kruist. Hij is op zoek naar een hermetisch zwart hart dat hij kan bezitten, een solide duistere stam waar hij zichzelf rond kan slingeren. Waar de anderen blind zoeken naar het helderste licht, daar zoekt hij doelgericht naar de diepste schaduw.  De wilg voelt het meteen. Haar zachte schaduw ligt niet meer gezapig om haar heen, er beweegt iets in de lommer. Er sluipt honger rond haar wortels. Haar gebarsten schors, ruw en licht vochtig, maak zich op om iets helemaal nieuws te doen: ontvangen. In die vele jaren waarin ze onwrikbaar elke dag op zich liet inbeuken, ontwikkelde zich een zwaarte die zich tot in haar takken liet voelen. Met die donkerte roept ze hem, onbewust maar dwingend. Hij kust haar voeten. En nu kruipt hij verder naar haar schors. De stengel tast, vindt en ontluikt in een obscure aanraking. De cellen die haar schors niet raken gaan plots sneller groeien en strekken zich uit. Zo krult zijn stengel naar haar toe, klaar voor de eerste omhelzing. In de zachte bries van de late zomerwarmte vinden ze elkaar. Ze buigt haar schaduw nog meer naar hem toe, en hij drukt zich strak tegen haar aan. Honderden minuscule hechtworteltjes dringen haar bast binnen. Hij heeft geen brute kracht nodig, hij infiltreert geruisloos in haar kleinste kieren, en begint zo zijn klim. De zachte pijn van zijn fijne hechtwortels vuren haar sapstromen aan. Ze maakt zich vochtig voor hem. Hij laaft zijn groeiende dorst aan haar essentie en graaft zich nog dieper in haar. Hij woekert om en in haar. Ze voelt zijn greep versterken. Op de tast leest hij de littekens van haar bast, stuurt nieuwe vertakkingen aan die als gretige vingers elk wonde willen bezitten. Hij werpt strakke lussen, snoert haar lichaam in shibaritouwen. Hij legt dwingende knopen en trekt ze aan. Ze maakt zichzelf wijs dat ze eindelijk geborgen is in zijn sterke lianen. Samen wentelen ze zich tot een nieuw symbiotisch leven, verknocht aan elkaar. Hij maakt zichzelf wijs dat hij geen parasiet is, hiij raakte gewoon gehecht aan haar schaduw. En elke nieuwe knoop prent haar vezels in dat ze geen wilg meer is, maar het fundament van hem, Hedera helix. Haar bekoorlijke klimop.  Ze laat hem reiken naar haar kruin. In zijn eeuwige gulzige groen vallen haar beginnende herfsttinten niet op. Hij is haar constante bloei. Ze buigt dieper onder zijn knopenwerk, ze geeft zich over aan wat op zijn redding lijkt. De herfstwind speelt met hun bladeren. Haar goudtinten en zijn fris groen vormen een nieuw wezen. Mocht ze ooit ten onder gaan, dan valt ze niet als wilg, maar als het intieme monument van zijn bezit.     

Jolien Van de Velde
562 1

Homerus THE ODYSSEY en I.A.

"Er was een tijd waarin Homerus zijn meesterwerken kon schrijven dankzij de overvloed aan vrije tijd die slaven hem gaven. Vandaag zijn technische wonderen onze 'slaven', waardoor de mens die enorme hoeveelheid vrije tijd kan gebruiken om nieuwe meesterwerken te creëren." **************************** FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+altaar+de+culturen/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
6 0

De Katrienen

Ik ben van 1977. En blijkbaar was dat hét jaar waarin half Vlaanderen dacht: we noemen ons dochter Katrien. Gevolg? Al mijn vriendinnen heten Katrien. Dat is gemakkelijk. Ge kunt u eigenlijk nooit verspreken. Maar tegelijk is het ook ongelooflijk verwarrend. Ik heb het altijd over een Katrien. En dan volgt er een onderschrift. Katrien van Wijnberg. Katrien van de Chiro. Katrien van op kot. Katrien van Antwerpen. Katrien van de lagere school. Katrien van het werk. Katrien de buurvrouw. Het is precies alsof ik een abonnement heb. De Katrienen, ze weten dingen. Ze hebben me ooit op een bijzonder elegante manier uit mijn hoofd gepraat om mijn eerste zoon François te noemen. Achteraf bekeken: waarvoor eeuwige dank. Ze vinden het ook perfect normaal dat ge in een kledingwinkel niet wacht tot het paskotje leeg is. Dan trekt ge die broek toch gewoon in het midden van de winkel aan. Wat gaan ze doen? Ze lopen een winkel binnen, zien ergens een compleet over the top bloesje hangen en zeggen: "Katrien, uw naam staat daarop." En meestal hebben ze gelijk. Ze weten dat ge van porto heerlijke sangria kunt maken. En dat is écht waar! Ze weten dat ge een hele maand kunt verkondigen dat ge absoluut nog eens naar de Opaalkust wilt, om uiteindelijk met veel enthousiasme een hotel in Namen te boeken. Omdat dat op dat moment ook een uitstekend idee leek. Ze weten dat ge tijdens een uitstap ergens in de namiddag een pannenkoek moet eten. Niet omdat ge honger hebt, maar omdat het anders voor niemand nog gezellig wordt. Ik ga geen namen noemen.  Ze waren erbij toen ik dacht dat ik misschien zwanger was. Ze bladerden mee door de lijstjes met babynamen alsof zij uiteindelijk ook een stem hadden. Ze waren erbij toen we op kot de vrolijke poetsvrouw weer eens in een deuk lieten liggen. En toen ik trouwde, maakten ze achter mijn rug een geheime fotoreportage. Niet van de officiële foto's. Wel van de blikken, de slappe lach, de gênante momenten. De echte trouw, eigenlijk. Elke Katrien haalt een andere versie van mij naar boven. Bij de ene geloof ik plots in tarotkaarten. Niet omdat ik erin geloof, maar omdat zij de kaarten legt. Met een andere laat ik mij zonder morren meesleuren naar cafés, pleintjes en verborgen hoekjes waar het leven net iets lekkerder smaakt. En in de buurt van nog een andere blijk ik ineens sportiever te zijn dan ik mezelf ooit zou omschrijven. Ze kennen allemaal de volledige Katrien. Met mijn enthousiasme, mijn chaos, mijn gepieker, mijn drama's en mijn eeuwige "wat gaan ze doen?". Ze kennen de versie die ik vandaag ben, maar ook degene die ik dertig jaar geleden was. Ze herinneren zich verhalen die ik zelf vergeten ben en weten soms al wat ik ga zeggen nog voor ik mijn zin heb afgemaakt. Ik gun iedereen een paar Katrienen in het leven. En misschien moeten we afspreken dat de Jannen zich gewoon aan de Jannen houden. De Patricken aan de Patricken. De Liesjes aan de Liesjes. Dat maakt het leven een pak overzichtelijker. De Katrienen zijn mijn vuurtorens omdat ze, als het op mijn zee wat woeliger wordt, me moeiteloos weer naar de kust leiden. Niet met grote levenswijsheden. Wel met een koffie, een wandeling, een tarotkaart, een pannenkoek of gewoon de woorden: "Kom, we zijn weg." Een vuurtoren neemt de storm niet weg. Hij zorgt er alleen voor dat ge, hoe hoog de golven ook zijn, altijd weer weet waar de kust ligt. Ik heb geluk met de Katrienen aan mijn kustlijn. 

Katrien Daniels
110 3

Voor vorst, voor vrijheid en voor recht

Ik ben geen voetballiefhebber. Nooit geweest. Sterker nog: het geluid van een voetbalwedstrijd op televisie behoort voor mij tot de top drie van de auditieve foltertechnieken. Een commentator die moeiteloos tweeëntwintig namen uit zijn mouw schudt alsof hij met al die mannen samen op internaat heeft gezeten. Die typische voetbalintonatie waarbij zelfs een inworp klinkt alsof de wereldvrede ervan afhangt. Op de achtergrond tienduizenden supporters die al negentig minuten dezelfde klinkers staan uit te rekken. Er zijn maar twee geluiden die ik nog erger vind: een Formule 1-race op televisie en een jengelend kind op een vlucht van drie uur na een veel te korte nacht. Voetbal is dus, laat ons zeggen, niet mijn habitat. Behalve tijdens een WK. Dan gebeurt er iets vreemds. Plots heb ik een mening over een gele kaart voor Brazilië. Maak ik me zorgen over de blessure van een middenvelder van wie ik vijf minuten eerder het bestaan niet kende. Ik zeg zinnen als: "Die had hij toch moeten laten staan." Alsof bondscoaches al jaren op mijn analyse zitten te wachten. Ik blijf op om "de Belgen" te zien, ook al moet ik de volgende ochtend gewoon werken. Ineens weet ik tegen wie we beter wel of beter niet uitkomen in de volgende ronde. Ik betrap mezelf erop dat ik "we" zeg, terwijl mijn grootste sportprestatie van de voorbije maand erin bestond de trap op te lopen zonder mijn boodschappentas neer te zetten. Een WK doet rare dingen met een mens. Zelfs met een cultuurmens. Misschien hou ik uiteindelijk zelfs niet het meest van het voetbal. Misschien hou ik van alles errond. Van pleinen die vollopen. Van cafés die ineens vreemden samenbrengen. Van buren die elkaar plots high fives geven terwijl ze de rest van het jaar niet verder komen dan een beleefd knikje. En vooral van de volksliederen. Het kippenvelmoment van de match.Geef mij maar die paar minuten voor de aftrap. De Spaanse hymne, die het zonder woorden moet doen en daardoor misschien net alles zegt. De Marokkaanse, waardig en ingetogen. En dan de absolute klassiekers: de Marseillaise, God Save the King en The Star-Spangled Banner. Liederen die zelfs zonder stadion al iets groots oproepen. En dan ons eigen volkslied. Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. Ik zing nooit verder dan die ene regel. Omdat ik de rest niet ken. Zoals de helft van het land, vermoed ik. Misschien is dat ook het mooie aan een WK. Dat ge een maand lang ergens bij hoort zonder dat ge de spelregels helemaal begrijpt. En dat zelfs mensen zoals ik, die elf maanden per jaar zweren dat voetbal hen koud laat, zich ineens luidop afvragen of de bondscoach niet beter wat vroeger had gewisseld.

Katrien Daniels
49 1

Boot in B.

Met mijn penseel een tafereel kliederen, dat kan ik zeker, en met de hulp van gekleurde woorden wil het misschien wel een schilderij worden. Eerst teken ik de lucht met helder blauwe verf, veeg met wit de wolken. Bomen zijn groen dus kies ik het groen dat bij het huidige seizoen past; het zomert in het natuurgebied waar ik mijn ezel heb gezet. Om de vegetatie geloofwaardig neer te zetten, kijk ik in opengelegde natuurbladen, en focus op de vormen van verschillende bladeren. Er zijn enorme gekrulde bladeren bij waar een baby in past, de kleinere zijn rond en puntvormig, de tinten frisgroen of rijper groen met een donkere zoom. Ik denk steeds aan de kijkers die mijn tentoongestelde werk zullen beoordelen. Ze zullen als stammen bij de opgehangen canvassen staan met in hun ogen het verlangen naar de boot. Iemand zal zich indentificeren met de knaap, een man in wording die dat ene meisje in bikini heeft aangemoedigd haar jurk uit te doen. Het water schilderen lukt me aardig, er is geen tumult dus geen storm, de bootinzittenden eisen evenwel precisiewerk, ik neem een fijn penseel voor het kastanjebruine haar van de jonge mannen. Blonde lokken worden opgestoken door een vrouwelijk figuur, ik laat haar op de rand plaatsnemen vooraleer ze zich in de plas laat glijden. Ik herinner me nog goed hoe ik als beginnend schilder luid vloekte in mijn atelier omdat het maar niet wilde lukken; verf mengen tot de huidskleur van een Europeaan was tijdrovend en frustreerde me dagen lang. Tot op een dag dat de melanine me enig succes leek te gunnen! De torso zowel als de ledematen van de staande jongeman doopte ik tot Nederlander. Met meerdere verfuithalen liet ik hem aan het roer staan. Waarom zou ik het tafereel niet in het Nationaal park tot leven wekken? Zes mensen in een motorboot, zo had ik het in mijn hoofd. Om het meisje in bikini te laten bewegen diende ik een pen ter hand te nemen, ik moest schrijven wat haar overkwam in het ondiepe water dat niet zo waadbaar bleek te zijn. Ze had nog gevraagd: kan je er met de voeten bij de bodem?

Ingrid Strobbe
4 0