Zoeken

SYNOPSIS Maanmeisje

Merliah is een goedlachse, muzikale jonge vrouw met een rijk sociaal en cultureel leven. Er gebeuren echter vreemde dingen in haar geliefde stad Juro; een diep kwaad dat in de omringende natuur huist, dringt de stad binnen en terroriseert de bewoners, magische planten woekeren, gevaarlijke dieren en natuurgeesten veroorzaken chaos. De natuurwakers aan de rand van de stad waken over de veiligheid, houden de monsters buiten, maar deze bescherming is niet waterdicht. Merliahs droom van een carrière als muzikant wordt aan diggelen geslagen wanneer een natuurdemon haar kostbare mandoline verwoest tijdens een inval. Enkele dagen voor het Feest van de Maangodin, een belangrijke feestdag van het rijk Aeris en in het bijzonder van de spirituele gemeenschap, wordt ook een deel van de Tempel van de Maan vernield: het bescherm- en geneesoord van het rijk. De maanheerseres, die instaat voor de bescherming van het rijk, wendt de feestdag aan om steun te vragen aan Maangodin Niyati. Tijdens de ceremonie verwelkomen ze bovendien enkele nieuwe leden in hun cirkel, waaronder June, Merliahs beste vriendin, die genezeres wordt in de Tempel. Op het feest op het platteland raakt Merliah in gesprek met natuurwaker Jay en komt ze erachter dat de heersers van Aeris, zonneheerser Arasan en maanheerseres Silva, een missie organiseren om de bron van het kwaad – de bron van de magura-aanvallen in het rijk en in de stad – op te sporen en uit te schakelen. Hoewel Merliah de drang voelt haar stad en dierbaren te beschermen, sluit ze zich niet onmiddellijk aan bij de missie. Na een confrontatie met heerseres Silva en met haar vriendin June, loopt Merliah weg van het feest. Ze stuit op een ruïne en vindt daar een meisje. Koud, bleek, klein. Op het randje van de dood: Tasia, een bediende van de Tempel. Later blijkt dat zij geofferd werd door Silva aan de halfgod/demon Aodhan, die beschouwd wordt als de bron van het kwaad.  Merliah breekt binnen in een landhuis om medicijnen voor Tasia te stelen, en wordt betrapt door Jay, die daar blijkt te wonen en weldra op missie vertrekt. Nadat de jonge vrouw een spoor vindt van halfgod/demon Aodhan, waar de missiegroep op jaagt, besluit ze om de natuurwakers achterna te gaan. Als Merliah de bron en verspreider van de kwade magie uitschakelt, zal haar stad veilig zijn. Door mee te strijden voor haar volk hoopt ze bovendien hulp te krijgen van de heersers om haar muziekcarrière weer op te bouwen. Op hun tocht door de wildernis, op zoek naar de bron van de kwade magura, komt Merliah erachter dat er geen goed of kwaad is, dat de natuur beide kanten heeft, net als de mens, en dat het kwade van de natuur zelfs vaak (en ook in dit geval) ontlokt is door de mens, die de natuur steeds meer schade aanricht. De zogenaamd kwaadaardige halfgod/demon Aodhan waar ze op jagen, blijkt de bewaker te zijn van Kairos, de levensboom van de magie, waar de maanheerseres haar krachtige magische edelstenen vandaan haalt.De heersers blijken bij te dragen aan de aanvallen in de stad door hun (semi)geheime activiteit én proberen Merliah tegen te houden, eerst wanneer zij de magura probeert te stoppen en dan wanneer ze die probeert te redden. Zonneheerser Arasan wil namelijk alle magura vernietigen, terwijl maanheerseres Silva controle wil over de magura en over het volk.

Hanne G
17 1

Een sleutel naar het onbekende

Xenya had zojuist haar intrek genomen in een antiek pand aan de periferie van de stad. Het huis, omgeven door uitgestrekte velden en kronkelende paden, was een erfenis van haar grootouders. Het was doordrongen van vergeten artefacten en verborgen mysteries uit een ver verleden. Terwijl ze snuffelde op de krakende zolder van het gebouw, stuitte Xenya op een verroeste sleutel tussen een stapel vergeelde kranten en antieke fotoalbums.De sleutel, een antiquiteit van ongewisse afkomst, voelde substantieel aan in haar hand, als een reliek uit een tijd die lang vervlogen was. Xenya, getergd door haar nieuwsgierigheid, observeerde de sleutel met een zekere argwaan voordat ze zich ertoe zette om haar nieuw verworven vondst te onderzoeken. Met bedachtzame stappen bewoog ze zich naar de oude deur aan het einde van de zolder. De sleutel paste precies in het geoxideerde slot, als een puzzelstukje dat eindelijk op zijn plaats viel. Met een subtiele klik ontsloot de deur zich, een schimmige ruimte achter het vermolmde paneel onthullend. Een flits van licht doorkliefde de duisternis waardoor Xenya even verward was voordat haar ogen zich aanpasten aan de nieuwe omgeving. Ze bevond zich plotseling te midden van een betoverend mooi bos, waar majestueuze bomen hun kruinen naar de hemel reikten en een gevoel van onbegrensde verwondering over haar heen spoelde. Kleurrijke vogels dartelden door de lucht, terwijl vreemde wezens tussen de struiken en bloemen heen en weer fladderden. Het was een wereld vol magie en wonderen. Geboeid door haar nieuwe habitat, begon ze te dwalen door het bos, haar geest bezig met het contempleren van de mysteriën die voor haar lagen. Plotseling vernam ze een zacht gefluister achter een monumentale eik. Ze sloop erop af en zag een groepje elfen rond een glinsterende fontein staan, hun stemmen klonken als zachte briesjes. "Ze is hier," fluisterde een van de elfen, terwijl hij naar haar keek met ogen vol verbazing en intrige. Xenya voelde een mengeling van opwinding en perplexiteit. Wat bedoelden ze met 'ze is hier'? Voordat ze iets kon vragen, werd ze wederom omgeven door een felle flits van luminescentie. Toen ze haar oculi ontsloot, bevond ze zich weer op de zolder van haar domicilie, de sleutel nog steeds stevig in haar hand. Verward door de transcendentale ervaring die ze zojuist had ondergaan, worstelde ze met een wirwar van gedachten terwijl ze trachtte te doorgronden wat er had plaatsgevonden. Onverschrokken en vastberaden, wist Xenya dat ze meer wilde exploreren van de mystieke dimensie die ze had ontdekt. Ze stak de sleutel opnieuw in het slot, vastbesloten om andermaal de limieten tussen de sferen te overschrijden en op zoek te gaan naar antwoorden. Een zinderend aura omgaf haar terwijl de deur zich opende en ze plotseling werd meegesleurd in een onheilspellende duisternis. Ze werd geconfronteerd met een sinistere dimensie waar schaduwen zich als dreigende entiteiten voortbewogen tussen vervallen ruïnes en verlaten straten. Een verstikkende atmosfeer van vrees en wanhoop omhulde haar terwijl Xenya zich realiseerde dat ze zich niet langer bevond in het betoverende schouwspel van haar ontmoeting met feeërieke schepsels, maar in een onbekend rijk doordrongen van duistere krachten en onpeilbare verschrikkingen. Met een laatste blik op de verroeste sleutel in haar hand, die nu een symbool van haar hachelijke onderneming was geworden, werd Xenya’s lot in de afgrond van het onbekende geworpen. 

Felicia
35 1

Bizar 300 woordenverhaal

Wat een gefriemel. Ik was duidelijk niet alleen op de plant waar het ene eitje na het andere uitkwam. Ik wilde niet meteen door een vogel verorberd worden en haastte mij naar de onderkant van het blad waar ik aan mijn spinselwerk begon om mijn buikje vol te vreten. Nu is de tijd rijp om mij te verpoppen en van gedaante te verwisselen. Het kleine harige rupsje wordt straks een prachtige distelvlinder. Net als mijn moeder zal ik fier zijn op mijn oranje vleugels met zwarte vlekken. Ik merk hoe een soortgenoot naast mij zich heeft ontpopt en kijk aan tegen de bruin met witte lijntjes in het fijne vakjespatroon van zijn machtige vleugels met ronde oogvlekken. Dan barst ik uit mijn cocon, maar hemel! Dat zijn geen vleugels maar twee uitpuilende schouderbladen. Waar fijne pootjes horen te zitten, zie ik twee armen en benen.  Alleen de kleur van mijn haren herinnert mij aan de bruinoranje vleugelkleur van mijn soortgenoten. Soortgenoten? Tot welke soort behoor ik nu? Ben ik nu ontpopt, neen ontaard tot een mens? Zal ik nu nooit kunnen vliegen? Is de kleurenpracht van de vlinder voortaan nog enkel zichtbaar in de iris van mijn ogen? Of moet ik mij voortaan kleden in de tinten van de regenboog om mijn verloren glans te evenaren? Waar moet ik als mens naar op zoek gaan om schoonheid te vinden in mezelf en in de medemens?Zou het volstaan om naar vlinders te kijken, die zich laten meevoeren door de luchtstromingen op aarde en neerstrijken waar ze  kunnen aarden en welkom zijn? Kan ik leven zonder een vlinder te zijn of wil ik kunnen wegvliegen van de pijn? Dan hoor ik het oude liedje van Boudewijn de Groot. Hij zingt: om te leven hoef ik echt geen vlinder meer te zijn.  

Vic de Bourg
13 1

Er was eens. a

Er was eens een landje waar herders en schapen zij aan zij leefden. De schapen moesten op eigen kracht, tussen de doornen en takken door, hun kostje bij elkaar scharrelen. Zodra ze echter verzadigd waren, kwamen de herders de melk opeisen om er samen uitbundige feesten mee te vieren.Hun kabbelende bestaan werd plots verstoord door vreemdelingen die een spoorweg wilden aanleggen dwars door hun weiden. Eén van de herders, de beruchte ‘Klein Lowieke uit L.’, verkondigde luidkeels dat dit nooit zou gebeuren; hij zou zich nog liever persoonlijk op de rails werpen. Zijn vijanden dachten: "Mooi, dan zijn we direct van hem af," terwijl zijn bewonderaars jubelden over de krachtige man die hen zou redden van de moderne indringers.Lowieke kende het politieke spel echter als geen ander. Slechts enkele jaren later stond hij op de eerste rij om trots het lintje van de nieuwe spoorweg door te knippen. "Wat een daadkracht," blêerden de schapen, "zo innovatief!" Zijn vijanden zwegen, maar trokken zich terug in de schaduw om zijn listen af te kijken. Al snel ontstond er een verbond dat precies dezelfde technieken hanteerde.Toen dacht de sluwe Lowieke: "Tijd om wat angst te zaaien." Al snel verscheen zijn gezicht op elk weiland en in elke straat, vergezeld van de leuze: "UW SPAARPOTJE". De boodschap was duidelijk: wie niet voor hem koos, zou zijn zuurverdiende melkvoorraad voor de ouderen en kinderen verliezen. En jawel, de kudde volgde hem opnieuw blindelings, marcherend met vlaggen en wimpels.Sommige schapen kleurden paars van enthousiasme; een nieuwe kleur die populair werd bij hen die zich jarenlang bedrogen voelden. Dankzij de spoorweg kwamen er schapen van heinde en verre om van het gras te proeven. De vijanden van Lowieke, die inmiddels zijn streken hadden overgenomen, begonnen te zwaaien met zwarte vlaggen van verdoemenis. Degenen die het paarse gezelschap niet vertrouwden, spraken samen met Lowieke de legendarische woorden: "Paars eindigt in bont en blauw." Maar nog voor de echo van zijn woorden was weggestorven, stond Lowieke alweer vooraan op het volgende podium. ******************************************************************* FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/ ***********************************************************************************   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e      

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
7 0

De Reis van Aurion en de Sterren tranen 

In een mystiek woud genaamd Sylvana woonde een jonge elf genaamd Aurion.  Hij onderscheidde zich van zijn soortgenoten door de gave van het begrijpen van de fluisterende stemmen van de bomen en de taal van dieren.  Deze bijzondere gave vulde zijn dagen met verwondering en nieuwsgierigheid, en het was deze nieuwsgierigheid die hem op een onvergetelijk avontuur zou sturen. Op een stralende ochtend, toen het zonlicht door de dichte bladeren van Sylvana sijpelde, hoorde Aurion een fluistering in de wind.  Een oude wilg, met zijn takken als kronkelende armen, vertelde hem over een lang vergeten schat diep verborgen in het hart van het betoverde woud.  Het was een kristal, bekend als de "Sterrentranen," die de verstoorde harmonie van de natuur kon herstellen.  De roep van het avontuur weerklonk in Aurions hart, en vastberaden besloot hij op reis te gaan. Zijn eerste metgezel was een wijze havik genaamd Lyra, die hoog in de toppen van Sylvana haar nest had gebouwd en de eeuwenoude verhalen van het woud kende. Samen begonnen ze aan een reis die hen door weelderige valleien, langs kabbelende beekjes en over met dauw bedekte bergkammen voerde.  Onderweg voegde zich een nieuwsgierige wasbeer genaamd Thistle bij hun gezelschap, aangetrokken door de onverklaarbare energie die Aerion met zich meebracht. Terwijl ze dieper het woud in trokken, ontmoetten ze magische wezens die hen hielpen of hen op de proef stelden.  Soms leken de bomen zelf te spreken, hun bladeren ritselden met geheimen en wijsheid.  Elke uitdaging, elke ontmoeting, versterkte de band tussen de reisgenoten en voedde de vastberadenheid van Aerion om de Sterrentranen te vinden. Na dagen van reizen bereikten ze een betoverend meer, omringd door nachtbloemen die alleen in het maanlicht openden en een bedwelmende geur verspreidden. In het midden van het meer doemde een eiland op, omringd door een zachte gloed.  Op dat eiland stond de legendarische Zilverlinde, die met haar takken naar de sterren reikte en de bewaker was van de Sterrentranen. De boom begroette hen met een zachte bries en onthulde dat alleen een zuiver hart de Sterrentranen kon aanraken. Aurion, gedreven door zijn diepe liefde voor Sylvana, strekte voorzichtig zijn hand uit naar de glinsterende kristallen.  Op het moment dat zijn vingers de Sterrentranen aanraakten, verspreidde een stralend licht zich door het woud, verdreef de duisternis en herstelde de natuurlijke balans. Met de Sterrentranen veiliggesteld, keerden Aurion en zijn metgezellen terug naar hun elfendorp als helden. Sylvana, die eerder in een sluier van somberheid was gehuld, begon weer op te leven.  De nachtbloemen bloeiden met nieuwe pracht, en de dieren leken te dansen van vreugde. Aerion besefte dat zelfs de kleinste wezens, met moed, vastberadenheid en de steun van vrienden, een wereld van verschil konden maken. Het verhaal van Aurion, de elf met de gave van de taal der bomen, verspreidde zich als een zachte bries door Sylvana en werd een legende van moed, vriendschap en de eeuwige kracht van de natuur, doorgegeven van generatie op generatie, als een bron van inspiratie voor alle bewoners van het magische woud.  En zo leefde het verhaal voort, als een lied gezongen door de bladeren van de eeuwige bomen, vastgelegd in de geschiedenis van Sylvana.    

BrameetHam
5 0

Ivory hotel

‘Heb je alles mee’ Remi keek snel in zijn zak. ‘Ja, ik denk het’ ‘Oké! 'Ik rij' Felix ging aan het stuur zitten. De rit duurde 3 uur. Het was lang geleden sinds ze elkaar hadden gezien, dus ze hadden veel bij te praten. Ze praatten 3 uur aan een stuk. Je kon het hotel moeilijk missen. Het was een prachtig gebouw, in grote letters stond ‘ivory hotel’. Het was een oud gebouw, dat niet paste bij de rest van de moderne straat.  Felix en Remi haalden hun zakken uit de auto en gingen naar binnen.  ‘Hallo, wij hadden een kamer gereserveerd voor 2 personen, we blijven 4 nachten’ zei Remi. ‘Wat is uw naam?’ ‘Remi en Felix Michel’ ‘Ik zie jullie hier niet staan’, zei de vrouw. Ze zette haar rechthoekige bril recht op haar neus. ‘Jij had toch een kamer geboekt?’, vroeg Remi. ‘Ja, ik had gebeld met een vrouw, ik heb al betaald’ ‘Heb je daar bewijs van?’ Felix haalde zijn gsm uit zijn zak.  ‘Kijk hier, -520 euro voor ivory hotel’ Felix toonde zijn gsm aan de vrouw.  ‘Dat is raar’, de vrouw keek naar haar computer, ‘We hebben nog wel kamers vrij, ik zal jullie een mooie kamer geven op de 1ste verdieping’, de vrouw nam een sleutel van de muur achter haar. ‘kamer 112, hier de trap op, en dan naar links, onze excuses voor dit ongemak’ ‘Oké! 'Dankjewel', Remi en Felix gingen de trap op, wat moeilijk ging door hun koffers. Ze kwamen in een gang, met witte muren en een lang bruin tapijt. Het tapijt had allemaal vlekken. ‘109…, 108… , Felix, we zijn de verkeerde kant op aan het lopen’ ‘Die vrouw zei toch naar links?’, Remi knikte. ‘foutje’ Ze verwisselden van richting en liepen naar hun kamer. ‘Hier, 112’, Remi zette zijn koffer op de vloer en haalde zijn sleutel uit zijn zak. De deur ging open. In tegenstelling tot de vieze gang, was de kamer prachtig. Het had een prachtig uitzicht en een groot tweepersoonsbed.  ‘Zet je koffers hier, het is al laat, ik heb honger’, zei Felix. Ze sloten hun deur en gingen naar het restaurant. Na het eten, kwamen ze terug in hun kamer. Allebei vol van het lekkere eten. ‘Het is 9 uur, gaan we een film kijken?’,vroeg Remi. ‘Ja, we kunnen ‘The Truman Show' kijken’, Felix wist dat dit de favoriete film was van zijn broer. ‘Ja! Goed idee, ik zal hem opzetten, dan kan jij hapjes halen’ ‘Oké, doe jij straks open?' ‘Ja, natuurlijk, laat de sleutel maar hier’ Felix ging naar beneden, beneden aan de trap botste een jongen tegen hem. ‘KIJK UIT WAAR JE LOOPT!’ roept de jongen, Felix, die net zijn excuses ging aanbieden, was geschrokken dat de jongen zo boos werd. ‘Het spijt me’, zei Felix. De jongen staarde boos naar hem. Hij had enorm grote neusgaten, viel hem op.  De jongen duwde hem en liep op de trap. Felix viel bijna op de grond, maar vond zijn evenwicht al snel terug. ‘Wat een irritante gast’, dacht hij. Hij liep naar het automaat, dat naast de trap in de gang stond. ‘Ik wil eerst!’, zei een schelle stem achter hem. ‘Oh, oké, sorry, ga je gang’, zei Felix uit beleefdheid.  De vrouw duwde hem opzei en stak haar geld in de automaat. Er kwam niks uit en ze begon gefrustreerd te geraken. Ze schudde aan de automaat. ‘Mevrouw, je moet nog een nummer intypen’, zei hij stil. ‘Zwijg’ Felix knikte en zette een stap naar achter. Ze tikte 45 in. Gezouten nootjes. Het viel naar beneden en ze nam hem er uit. Ze keek raar naar het pakje. ‘Dit wou ik helemaal niet!’, ze gooide het op de grond. Ze probeerde het opnieuw. Opnieuw kwamen de nootjes er uit. ‘STOM DING’, ze gooide de nootjes bij het andere pakje.  ‘Mevrouw, wat wilt u, je moet het nummer invullen van het pakje dat je wel wilt’ ‘HEB GEDULD’, ze deed hetzelfde nog drie keer. ‘Mevrouw, wat wilt u?’ ‘Die chips natuurlijk, wat anders?’ ‘Dat is nummer 39’ ‘Hoe kon ik dat weten’ ‘Het staat daar letterlijk’, dacht Felix, maar hij durfde het niet te zeggen. In plaats daarvan knikte hij verlegen. Er kwam een chipszakje uit. Ze pakte het en rende weg. Felix pakte de 5 nootjes pakjes en stopte het met een glimlach in zijn zak. Veel winst gemaakt! Hij wilde ook nog een chipszakje, dus betaalde daarvoor en ging terug naar zijn kamer. Hij klopte op de deur. Er werd niet opengedaan. Hij klopte opnieuw, harder deze keer en riep zijn broer.‘REMI!’ Hij wachtte even.  ‘REMI!’ ‘Ja, ja, ik kom al’, hoorde hij zijn broer mompelen. Remi deed de deur open. ‘Alles oké Remi,  je ziet er zo moe uit’ Remi negeerde de vraag en liep naar binnen. ‘Je raad nooit wat er gebeurd is, haha’, zei Felix. Hij vertelde over de gast waartegen hij was gebotst, en over de vrouw. Remi had weinig reactie op zijn verhaal, wat Felix raar vond.  ‘Zeker dat je niet moe bent? Anders kijken we morgen wel de film’ ‘Nee’, Remi ging gaan zitten. Felix zat naast hem.  Ze keken naar de film, en aten hun hapjes, of, Remi at hun hapjes, want na een kwartier waren de 6 zakjes eten al op. ‘Iemand heeft honger’, lachte Felix. ‘Wat, wie?’ ‘Jij natuurlijk’. Remi keek hem geïrriteerd aan. Ze keken verder, er kwam een bekende quote uit de film, die ze altijd mee zeiden toen ze vroeger de film keken.  ‘Good morning, and in case I don't see ya: Good afternoon, good evening, and good night!’, zei Felix, maar Remi zei het niet mee.  ‘Stil, ik probeer te kijken’, zei hij. ‘Sorry’ ‘Ik heb honger’, zei Remi.  ‘Haha!’ ‘Ik maak geen grapje’ Felix vond dat Remi zich echt raar gedroeg.  ‘Ga eens eten halen’ ‘Ik heb net eten gehaald, genoeg voor 10 man!’, Felix begon boos te worden, moest hij nu echt weer om eten? Hij ging weer naar beneden, eerder om even weg te zijn van zijn broer, dan om eten te halen.   Hij kwam beneden aan. Het was al redelijk donker buiten, en sommige lichten werkten niet. Hij kwam dezelfde jongen weer tegen, maar er was iets veranderd. Hij had enorme wallen onder zijn ogen, en zijn neusgaten leken nog groter dan daarnet. Hij zag er niet uit. ‘KIJK UIT WAAR JE LOOPT!’, riep hij weer. Hij duwde hem deze keer nog harder dan de vorige keer. Felix lag op de grond. Links van hem zag hij de vrouw van daarnet, schuddend aan het automaat. De grond lag vol met eten uit de automaat. Felix besloot die dingen te nemen, zodat hij niks hoefde te kopen.  ‘Mevrouw, bent u van plan die dingen nog te eten? Anders kan ik je wel betalen’ De vrouw draaide haar hoofd traag om, en Felix verschoot van hoe ze eruit zag. Haar haar zat in een strakke dot op haar hoofd waardoor haar al magere gezicht er nog magerder uitzag. Ook zij had wallen. Ze zei niks en draaide zich terug naar de automaat.  ‘Mevrouw, mag ik het meenemen, anders is het verspilling’, ze antwoordde niet. Hij ging ervan uit dat het mocht, dus hij begon de pakjes te verzamelen. Bij elk pakje dat hij nam sloeg ze hard op de automaat. ‘Mevrouw, kunt u daarmee stoppen?’ Ze stopte niet, en bleef op de automaat te slaan, altijd maar harder. Het geluid irriteerde Felix. Hij liep terug op de trap naar boven. Zijn armen zaten vol met eten, hij kon het bijna niet in één keer naar boven dragen.  ‘REMI’, geen antwoord. ‘Niet weer’, dacht hij. ‘REMI, IK HEB ETEN’, Remi deed meteen open, en nam al het eten van hem.  De film stond niet meer op. ‘Gaan we niet verder kijken?’ ‘Het was saai’, Remi keek hem aan, en ook hij had opeens wallen. Zijn ogen waren rood. ‘Wat is er met je oog? Heb je er te veel in gewreven?', geen antwoord. Remi ging naar buiten. 'Remi! 'Naar waar ga je?’ Felix volgde hem naar buiten, maar opeens zag hij hem niet meer. Hij liep naar beneden, en zag de jongen weer. Deze keer zei hij niets. Zijn wallen waren niet meer paars, maar zwart. Zijn ogen waren ook rood, net als die van Remi.  De grond lag vol met eten, je zag de tegels niet meer. Hij hoorde de vrouw kloppen nog voor hij haar zag, maar in de plaats van die weg op te gaan liep hij naar beneden. Beneden aan de trap stond Remi.  ‘FELIX’, riep hij. ‘FELIX, FELIX, FELIX, FELIX’, hij bleef maar roepen. ‘STOP, REMI’, Felix werd gek van hem.  ‘FELIX, FELIX’ ‘REMI HOU JE MOND’, Felix liep naar beneden. Hij had gemerkt dat zijn broer ook zwarte wallen had gekregen, en opeens waren zijn pupillen ook zwart. Normaal had hij groene ogen. Onder aan de trap stond hij weer, hoe kan dat?  ‘FELIX, FELIX’, zijn ogen en wallen waren ‘versmelt’ en je zag nog alleen een zwart gat. Zijn neusgaten waren dubbel zo lang als normaal. Uit schrik liep Felix naar boven en hij bleef Remi horen, die naar hem zat te roepen. Hij keek achter zich en zag dat Remi hem volgde, maar net toen hij boven kwam, zag hij Remi weer voor hem. Hij was opeens heel mager, en dat zag je vooral in zijn hoofd. Hij zag er heel ongezond uit. Ook zijn huid was opeens wit. Hij liep door de gang en zag overal op de grond voedselverpakkingen liggen. Hij probeerde de uitgang te zoeken, maar die was dicht.  ‘Waar ga je naartoe?' Je bleef toch 4 nachten’, zei de vrouw aan de receptie. Ook zei had zwarte gaten als ogen en lange neusgaten.  Felix hoorde een deuntje achter hem, ting ting ting ting ting ting. ‘Wat is dat?’, vroeg hij aan de vrouw. ‘Sfeermuziekje’, ze lachte naar hem. Haar lach werd altijd maar breder en luider en Felix rende weg. Hij ging de trap op, en hoorde opeens alles door elkaar, de vrouw die hysterisch lachtte, TING TING, FELIX!, BAF, BAF, van de vrouw die op de automaat sloeg. Hij begon te huilen, hij wou hier weg, maar alle deuren waren dicht en hij kon nergens heen. Hij bleef de trap op gaan en elke verdieping waren de geluiden luider en de geur van al het eten sterker. Er waren oneindig veel verdiepingen, wat niet klopte want normaal waren er maar 6. Felix bleef de trap op rennen, ook al werd alles luider en de geluiden irriteren hem elke keer meer. Het stonk verschrikkelijk, maar hij probeerde het te negeren.  Remi stond voor hem, nu zag hij er niet meer menselijk uit.  ‘Felix, waar ben je?’, vroeg hij. Hij keek naast Felix. Felix rende naar boven en, opeens, waren alle geluiden weg. Felix lachte, hij liep naar de uitgang en tot zijn verbazing was die open, en hij liet het hotel achter zich. Achter hem hoorde hij de stem van zijn broer die riep: ‘Felix, waar ga je naartoe?’ Einde

Dinolena231
9 2

wit en zwart.

"Wat is dat hier toch met al dat wit?" vroeg mijn Afrikaanse vrouw."Wit?" herhaalde ik."Ja, al dat wit. Ik word er bang van. Je moest eens weten hoe het is in de Afrikaanse zon: dat verzengende licht dat al onze krachten opslorpt. Ik hou meer van de avondzon, van getemperd licht en de koelte van de zwarte nacht.""Het zit in onze cultuur," legde ik uit. "Voor ons is dat miezerige straaltje zon een zeldzame, welkome vriend die ons maar zelden in volle kracht bezoekt. Wat schaars is, dat vereren we. Kijk naar de Amerikanen: zij aanbidden filmhelden die met angstaanjagende snelheden over het scherm razen, terwijl ze in het echt bij negentig kilometer per uur al de cel in vliegen," grinnikte ik. "Veel Europeanen denken dat Amerikanen zijn zoals hun filmhelden, maar we zien slechts hun dromen.""Jammer," zei mijn vrouw. "Wat jammer." FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
14 0

Voor kwantum-groepies.

  Kwantum. Weet je wat het betekent dat het heelal zich uitbreidt? In de verre toekomst, in een onvoorstelbare ruimte, ver weg in de tijd, zullen de atomen in ons lichaam zo ver van elkaar gescheiden zijn als nu de afstand tussen de zon en de aarde. Misschien is er wel een uiterste rekbaarheid in de kwanta, de kleinste deeltjes van de kleinste deeltjes. En misschien, als die uiterste rekbaarheid is bereikt, krimpt het heelal in een minimum van tijd terug naar zijn oorsprong. Een punt met daarin alle materie van het heelal. Daarna, een nieuwe BIG BANG. Op een moment waarop tijd geen menselijke betekenis meer heeft, zal plotseling een blauwe planeet ontstaan. Met daarin het allerkleinste van het alerkleinste uit mijn lichaam.   FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
17 0