Zoeken

De badkuip is van goud

  Ik was erbij. Ik kan het weten. Echt. Geloof me vrij. Ik was erbij. Ik heb geproefd. Ik at samen met hen. Gewoon wat kool nog voor ze stierven. Er was geen tijd. De kool kon niet eens gisten in het bad en de bokalen bleven leeg. Ik was erbij toen eerst nog alles blonk. Hun glimlach. Valse tanden. Ginds is niets of weinig van goedkoop plastiek. Geloof me vrij. Het leven is soms mooi en waardevol. Zolang geen man je zoekt. Wij zaten daar verscholen in die grachten. Sliepen er in holen. Ik was erbij. Een dronkene hij zei zelfs dat het jaar van goud had kunnen zijn. Dat was het ook. Ik hem een heuptasje. Echt boordevol. NU Dit is een jaar dat lijdend volgt. Het zal weer zijn van goud. Daarvoor heb ik een sterke tang. Ik trek ze dapper uit wanneer het kan. Wanneer het lot hun leven vindt. Wanneer een bom hen plots de ziel ontneemt. Ze zijn zo dood als het maar kan, mevrouw, meneer Pas dan trek ik die tanden uit. Geloof me vrij. Ik ben erbij. Het is mijn hand, mijn tang, die gouden jaren vult. Echt. Alles. Zit hier in die tas. Een gouden eeuw of twee en het gebit van rijke tijden. Ik heb thuis niet lang gewacht. Ik ging er zelf op af. Ik hoorde van die rijken. Echt. De welvaart moet je zoeken. Dat heb ik gedaan. Doch al die zielen smeken mij nu luid. Help mij snel nog in dat bad. Ik ben zo vuil. Ik stink naar mensheid die mij rotten doet. Zo kan ik niet verschijnen ginds ver weg. Ik was ze nu echt allemaal. Voorzichtigweg. Zeer langzaam. Één voor één. Daarna schenk ik dat goud met liefde aan een zinloos doel dat zonder tanden langs de straat te blêten ligt. Ik schiet mezelf schoon door de kop. Ik ben erbij. Ik ga eraan. Mag met hen mee.     uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
5 0

De trumpiaanse leugens van Georges-Louis Bouchez.

"Mijn ouders zijn als zelfstandige op straat gezet omdat ze te veel belastingen moesten betalen." Zei Georges-Louis Bouchez. Niemand vraagt zich af of zijn ouders mischien een koppeltje knoeiers waren die, te hardnekkig, iets verkochte die niemant wilde.In de jaren 70tig heb ik het zelf gezien in Borgerhout.In die tijd veranderde veel in Antwerpen.Na de haven stakingen kregen de haven arbeiders opeens een loon die verdubbelde en kregen ze een vast statuut.  Zodanig dat die arbeiders zicht kregen op leningen waarbij ze in staat werden om een huis te kopen en een auto. Zodat velen die vroeger in de armoedige huizen in Borgerhout woonden massaal die huizen verlieten en verhuisden naar de Kempen. De vrijgekomen goedkope huizen werden ingenomen door nieuwe Belgen en jonge alternatievelingen. In Antwerpen was er een kleine zelfstandige gevestigd in de Provinciestraat, op 500 meter afstand in de kroonstraat  was er een andere kleine zelfstandige.De zelfstandige in de kroonstraat veranderde zijn aanbod niet. De zelfstandige in de provinciestraat veranderde zijn aanbod wel. Resultaat: de zelfstandige in de kroonstraat stond na een paar jaar op straat, de zelfstandige in de provinciestraat bloeide op, tot vandaag. Voor de zelfstandige in de kroonstraat was het schuld van de vreemdelingen en te hoge belastingen, hij sloot zich aan bij een extreemrechtse partij. Georges-Louis Bouchez lijkt wat op sommige sosialisten die vinden dat ze door nationalisering een kapotte industrie kunnen redden. Dan kunnen zelfstandigen belastingvrij nog wat meer rommel verkopen. Blijkbaar de natte droom van  Georges-Louis Bouchez. _________________________________________________________ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed/ https://www.2dehands.be/q/verf+ed+bloemenkleuren/ **************************************************** ************************************************ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig.   http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
81 0

Het is weer kapot

Moeder had een heilige schrik van techniek. Vooral op knopjes was ze niet gesteld. Huishoudelijke apparaten zoals het fornuis, de stofzuiger of het koffiezetapparaat waren geen probleem, maar de liftknop was iets anders. Of de videofoon aan haar appartement. Je moest meteen tegen de deur duwen als de zoemer ging, want ze drukte nooit lang genoeg. "Het is weer kapot", zei ze telkens. Wat ook schattig was. Ze zijn immers van een generatie waarbij je zelf alles in de hand had. Het was vaak een kwestie van duwen of draaien om iets in beweging te zetten. Zoals de raamslinger in de auto. Tegenwoordig zijn dat knopjes en de techniek doet de rest.  Zo reden we onlangs een parkeergarage binnen. Ik stopte aan het ticketapparaat. Trouwens, bij het buitenrijden moet je het ticket niet meer in de automaat steken, want de slagboom gaat automatisch omhoog. Nummerplaatherkenning. “Ze vinden toch wat uit”, zou ons ma zeggen. Maar die slagboom gaat nooit onmiddellijk omhoog, waardoor ik begin te twijfelen en dan wil ik het kaartje toch in de gleuf steken. Afijn, toestanden. Maar terug naar het ticketapparaat. Ik drukte blindelings op het knopje om het raam te openen en daarna wilde ik mijn hand naar buiten steken. Maar blindelings is nooit goed. Ik drukte per abuis op het knopje van het autoraam achter me, hoorde een raam opengaan, maar had niet door dat het een ander was. Met als gevolg dat mijn wijsvinger dolkomisch tegen het gesloten raam stootte. Het leek wel een scene uit een Laurel en Hardy film. Mijn vrouw naast me probeerde nog, maar ze kon haar lach niet onderdrukken. Onze oudste op de achterbank had zijn hoofd al gierend door het geopende achterraam gestoken. De chauffeur achter me wist niet wat er gaande was. “Het is weer kapot”, zei ik.

Rudi Lavreysen
18 1

Atlas, of hoe wanneer hij vertelde wat er gebeurd was mensen letterlijk uit de lucht vielen

Ik peins dat het immers beleefd is uit de lucht te vallen wanneer iemand iets verschrikkelijks met u deelt. Wat zou het anders betekenen als iemand dit niet zou doen? “U had het zien aankomen?”, “U had het kunnen raden?”. Waaraan had u het gezien? Had u oog voor mijn blauwe plekken of spotte u eerder een mentaal kapitaal dat niet behoort in de publieke ruimte? U had ook niets kunnen zeggen. Of kunnen fluisteren: “Oh, wat erg.” Om vervolgens gedurende je kleinkindbezoek, je nageslacht stevig vast te pakken, een aantal seconden langer te omhelzen en hen in de ogen te kijken, zoekend. Maar nooit had ik kunnen bedenken hoe mensen letterlijk uit de lucht zouden vallen. Het startte aan de koffietafel, 6u15. Twee sneden geroosterd brood later, waar ik voor het eerste een verklaring gaf voor een uitgelopen ruzie diezelfde nacht. Mijn partner liet zijn verbrande brood vallen en waar kruimels tot nu toe verspreid lagen overheen het keukenblad vormden ze één front. Onze ogen kruisten, een duur tekort om op te maken hoe mijn partner werkelijk dacht. In minder dan een aantal seconden verdween zijn lichaam en vervolgens trof zijn vlees en bot de koude ondergrond van mijn achtertuin. Ik heb vernomen dat deze ongelukkigheid enkel mezelf treft en dat het niet uitmaakt of ik de mensen waarmee ik het deel al dan niet ken. Waar ik me oorspronkelijk schuldig voelde om de dood van naasten, weerhoud ik mezelf nu in oordeel. Mijn therapeut benadrukt dat de dood niet mijn verantwoordelijkheid is om te dragen, maar dat ik waakzaam moet blijven. Sommige dingen deel je beter niet. Ook mijn therapeut heb ik bedolven onder omgespitte aarde. Ondertussen heeft het gemeentebestuur me gedwongen te verhuizen. “Het aantal doden per vierkante meter overstijgt beter het aantal inwoners van een stad niet.” Ik neem het hen niet kwalijk, vertel ik terwijl ik langzaam knik. En nu? Ik vraag me af waar de uitspraak ‘uit de lucht vallen’ vandaan komt en of ik het al dan niet meer gepast vindt met de voeten op de grond te blijven wanneer iemand iets vertelt wat te zwaar is om alleen te dragen. Ik denk dat ik dat maar ga uitzoeken. Ik spreek u later nog.          

Flynn_ensor
26 0