Zoeken

MIJN GELIEFDE MANNEN. a

Mannen zijn niet gemaakt om teVECHTEN OF TE DODEN.Mannen zijn erom te dansen,te dichten,te sporten,en met elkaar in competitie te gaan.Mannen zijn niet gemaakt omWAPENS te dragenom elkaar te doden,wapens die zij haten.Mannen dienen alleenter entertainment.Hun dansen, dichten, sporten en competitiedienen om vrouwen en meisjeste verblijden, verleiden, verschalken en te behagen.Of elkaar.WIE BEZORGT HEN DIE WAPENS?Misdadigers zijn het.Wapens zijn niet gemaakt voor mannen,omdat mannen zo fragiel zijn,veel kwetsbaarder dan vrouwen.Omdat mannen zo fragiel zijn,zo beeldig, zo kunstig geschapenals pauwen.Maar wie verbiedt hen zich als pauwen te gedragen?De man: zo kunstig, zo schoon,om in een schoot die hen kiestde vooruitgang te maken.Als er te velen zijn die de schoot verlaten,al hun vrouwen in verlangen achterlatend...Slinger hun naakte armen en benen om elkaar,zonder wapens of dolken die de mannen haten.Welke misdadiger geeft hen die wapens,die alleen dienen om elkaar dodelijk te raken?Waarom laat men hen nietzwieren en zwaaien,om zo de vooruitgang te bewaken?     "Alles in de natuur heeft een nut. Misschien is homoseksualiteit wel het middel van de natuur om overbevolking, en daarmee een massale dood, te voorkomen. Denk aan Paaseiland, waar een dodelijke competitie met goden werd gevoerd. Nu de goden van hun voetstuk zijn gevallen, is het tijd om de natuur haar gang te laten gaan.Gooi de wapens weg, haal de schalmeien en gitaren weer tevoorschijn en laat je meevoeren in de bedwelming van het leven. Het grootste drama van de mens is een lichaam dat niet meer als 'lekker' wordt ervaren – of dat nu uit eigen beweging is of omdat het verplicht wordt. Let wel: ieder lijf, hoe het ook gevormd is, is aantrekkelijk. Dat leer ik van mijn 'gehandicapte' vrienden. Die klootzakjes versieren en verslijten meer mannen dan ik; misschien ben ik wel de gehandicapte. Hihi! De grootste gehandicapte is de wapendrager, de doder. De grootste beperking is het doden."Opgedragen aan een van mijn beste vrienden Igor en zijn vriendin Lena. FOTO gallery https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
18 0

Daniel Defert is overleden.

In Frankrijk is op 7 februari de socioloog Daniel Defert gestorven. De naam zegt u allicht niet veel maar als we vandaag onze rechten en onze volmondige inspraak als patiënt bij de dokter en in het ziekenhuis kunnen laten gelden, als gevangenen vandaag ook hun stem kunnen laten horen, hebben we dat ook aan hem te danken. Defert was ook de oprichter van het Franse Aides, de grootste aidsorganisatie in het land. Defert was de compagnon van de Franse filosoof Michel Foucault die op 25 juni 1984 is gestorven aan de gevolgen van aids. Met Foucault richtte hij in 1971 een onderzoekscommissie op over de situatie in de Franse gevangenissen. Duizenden gevangen werden ondervraagd over de erbarmelijke wantoestanden in de gevangenissen. Voor het eerst in de geschiedenis konden gevangenen getuigen over de praktijken die tijdens hun detentie gebruikelijk waren. Defert en Foucault creëerden de mogelijkheid om de eigen regie te voeren onder een machtsstructuur zoals de gevangenis en tekenden hiermee de eerste lijnen om ook de macht in de medische wereld in vraag te stellen.  Na de dood van Foucault, was voor Defert het verzwijgen van de waarheid rond de dood van zijn partner met wie hij gedurende 20 jaar zijn intimiteit, zijn ideeën en zijn politiek engagement deelde, ondraaglijk. Vanuit deze woede en vanuit zijn rouwbeleving, richtte Defert Aides op. “Een manier om met hem (Foucault) te blijven was om te blijven doen wat we altijd al deden: samen handelen.” Rond aids heerste in de jaren ’80 van vorige eeuw een zwaar taboe en dat wou hij doorbreken. Hij creëerde de ruimte en de steun die mensen, betrokken bij of getroffen door het aidsvirus, konden bezetten zodat hun woorden, hun belevenis, hun grieven en pijnen in de maatschappij gehoord werden. Defert brak taboes, haalde muren neer, brak met stiltes en bestreed stigma rond mensen met aids. De macht van medische structuren verhinderde aangepaste en oplossingsgerichte strategieën. Zo ontstond een communautaire benadering waarin alle lagen van de bevolking zich konden profileren als expert van de eigen gezondheid. Patiënten creëerden hun eigen preventiestrategieën daar waar politiek en dokters het terrein verloren hadden. In zijn discours op de aidsconferentie van 1989 in Montréal spreekt hij over ‘le patient réformateur’, een reformateur die tot op vandaag nog steeds vruchten afwerpt, die we moeten bewaken, die we moeten omhelzen in een universele benadering van gezondheid en welzijn, met respect voor iedere gemeenschap. In 1994 was ik 26 jaar, ik leefde in de politieke erfenis van het Franse en vooral Parijse 1968. Ons activisme bracht machtsstructuren van hun sokkel. Ontrafelen, deconstrueren, uithollen, dat moesten we doen. Die machtsstructuren, dat waren (en zijn nog steeds) de politiek, de religie, het onderwijs, de medische wereld, de labo’s, de psychiatrie, het staatsapparaat, de politie, de wet, de media en vandaag evenzeer jouw Facebook, Twitter, Instagram en Tik Tok. In ons activisme gingen we sociologie, recht, psychologie, economie, biomedische en farmaceutische wetenschappen studeren, niet om beleerd en geleerd te zijn, maar om onze lichamen, onze seksualiteit en onze identiteit te kennen, om het dokterstaaltje te begrijpen, om recht te staan en om ons te laten horen. We wisten hoe en welke woorden te gebruiken. We gingen netwerken avant l’heure. We hanteerden de media. Wij waren geen salonactivisten, wij zaten in een raad van bestuur, wij kwamen op straat, wij organiseerden ons in vzw’s, in politiek en in syndicaten. We maakten bondgenoten, we verenigden onze krachten. We maakten lawaai, veel lawaai. We waren ‘le patient réformateur’. En ja, de wereld veranderde.  Deze benadering legde falende politieke en medische machtsstructuren bloot. Homo’s, druggebruikers, transgenders, sekswerkers, migranten maar ook andere minderheden die nooit gehoord werden door de politiek, eisten via Aides – en later ook Act Up Paris – het recht op gezondheid, het recht op medicatie, het recht op seksualiteit, het recht op waardig sterven, het recht op arbeid, het recht op huisvesting op. We streden voor onze liefdes, voor onze levens, voor onze lusten omdat niemand ooit een tweederangsburger mag zijn. We verklaarden de oorlog aan de labo’s omdat we onze medicatie nodig hadden.  15 jaar lang heb ik gewerkt bij Aides. Deze unieke belevenis, onder impuls van Daniel Defert, heeft me geleerd wat activisme is, wie die ‘patient réformateur’ is en heeft me vooral een universele kijk op de wereld bijgebracht. Het is onze plicht om een ‘patient réformateur’ te zijn maar polarisatie en identiteitspolitiek verhinderen ons om in verbinding te staan met de andere. Activisme lijkt vandaag herleid tot her en der een column schrijven of een mening publiceren.  De strijd die Defert tegen aids initieerde blijft een unicum maar we kunnen zijn strategieën hanteren om te strijden tegen racisme en voor het klimaat. We moeten bondgenoten zijn, we moeten stoppen met onderling elkaar af te rekenen op huidskleur, op seksuele identiteit of op genderidentiteit. Een strijd waar mensen en gemeenschappen met de vinger gewezen worden omwille van wie ze zijn, is een strijd van de hele gemeenschap. Een universele gemeenschap. Een gemeenschap die zich verzet tegen een gelijkwaardige gemeenschap is er maar voor het eigen gelijk.  Erwin Abbeloos, socioloog en seksuoloog.

Erwin Abbeloos
41 2

Florreman

“Mama, ik kan het ni geloven. Zondag word ik 10. Cho! Ik besta dan al een decennium.” Onze verstrooide professor had weer alle tijd vanmorgen. Zijn warrige haren geraakten niet gekamd. Want. In volle ochtendspits heeft hij de meeste vragen. Terwijl iedereen zich haast, maakt hij in alle rust bedenkingen. Hij spreekt ze uit, vertraagt me en leidt me af. Ik hou van zijn tempo. Maar… “Nu niet Flor, doe verder!” Hij loopt nog eens terug naar boven. Standaard. Elke dag vergeet hij zijn kousen. Het enige moment van de dag waarop hij zich haast. (Bij zijn geboorte ook. Terwijl papa de auto nog parkeerde, begon hij al met een sprint aan 't leven. Die topsnelheid compenseert hij nog elke dag.) Ondertussen staat iedereen met schoenen, jas en winterattributen klaar aan de achterdeur.Wauw, gelukt! Je hebt zelfs je boekentas bij! We wandelen naar school. Van sporten krijgt hij de kriebels. Wandelen vindt hij ok. De wind ook. Die kammen zijn haren, lacht hij. Dit is het plezantste kwartier van de dag. Eén vierde vragenuurtje…Hij reageert alsof mijn antwoorden altijd de juiste zijn. Soms vult hij ze aan. Niet zomaar om zijn zegje te doen. Hij zet ze kracht bij. Meestal zijn wij gelijkgestemde zielen.Soms trekt hij zijn linker wenkbrauw in een hoek. Hij heeft het door wanneer ik hem iets wijsmaak. Of een poging doe. Hij lacht en zijn wenkbrauwen worden weer boogjes boven zijn felblauwe kijkers. Geen detail ontgaat hem. Hij zal weer heel veel moeten overpeinzen vandaag. We horen het wel, vanavond, in de ‘bedbabbel’. Ooit gestart om avondlijke monsters weg te jagen. Ondertussen is het ons laatavondjournaal. Flor luistert graag naar ons nieuws. Tegen de eindtune vult hij aan. Hij sluit de dag. Of rekt hem. Hij kan dat als geen ander. Ontwapenend. De allemansvriend. Vol muziek en dromen. Een peperkoekenhart. Om op te eten. Ik hoop hard genoeg gebakken voor de wereld van vandaag.Zoet genoeg zeker. Ik hou een oventje warm.Voor Flor.

TessaVH
3 0

Buitengewoon onderwijs

Het was bijna 2 maanden geleden dat ik haar zag. Mijn laatstejaars leerling. Er zat een quarantaine, een stageperiode en de kerstvakantie tussen onze laatste ontmoeting. We hadden kookles. Ze bond haar kookschort om, knoopte de linten op haar rug terwijl ze haar buik onbewust, maar indrukwekkend ver, naar voor duwde.Ik keek en keek even snel weer weg In gedachte fluisterde ik: “Oh, kind, jij bent zwanger.”Ik maakte die gedachte zelfs niet af want ik corrigeerde meteen in mijn hoofd:“Nee, hóógzwanger”Ik keek, schrok en keek weg.Mondmasker, merci dat ik tenminste de helft van mijn stomverbaasd gezicht kon wegsteken achter u. Ik herinner me van de volgende lesuren amper iets. Alleen een bolle buik met gefloepte navel…Een overleg, met mijn collega, later, zitten we samen aan de tafel. Ik denk dat er een baby in je buik zit…"Anni, zou dat kunnen?"Ze schudde ‘van niet’."Anni, ik denk echt dat er een baby in je buik zit…"Ze keek boos."Anni, we zijn ongerust."Je buik lijkt echt wel heel dik.  Heel aarzelend en op kousenvoeten vraag ik:“Zouden wij jouw buik eens mogen zien?”Ze plooide haar slobbertrui, die meer een passend model leek, boven haar buik. Daaronder droeg ze een witte t-shirt, passend rond haar buik.Een witte t-shirt met daaronder een voetbal met een gesprongen sjoepap… Niemand sprak. We keken naar haar buik. Anni keek er zo ver mogelijk van weg. Zonder dat we ’t vroegen, plooide ze ook haar t-shirt boven haar buik. In mijn herinnering deed ze dat in slow-motion.Echter zonder tromgeroffel. Het bleef stil.We keken. "Anni, ik denk écht dat er een baby in je buik zit.""Als er een baby in je buik zit, komt die daar ook uit he, op een dag…" Een traan rolde.Ze zei: ‘ik ben bang’ 2dagen later werd haar zoon geboren.

TessaVH
3 0