Zoeken

Het einde van de wereld

Zoals elk jaar zou het kerstfeest van de familie Schreurs plaatsvinden ten huize Guy en Anita. En al even traditiegetrouw brachten de voorbereidingen van dit feestelijke gebeuren een aantal huwelijkse spanningen met zich mee. De discussie draaide dit jaar voornamelijk om het menu. Anita had geen zin om de hele avond in de keuken door te brengen terwijl de gasten zich in de woonkamer kostelijk amuseerden met de nummertjes die nonkel Rudi te berde zou brengen. Ze had geen zin om zich in het zweet te werken en vervolgens te moeten toekijken hoe haar gerechten op weinig elegante wijze in de spijsvertering van haar geliefde familieleden belandden. Nee, dit jaar wou Anita voor de verandering ook eens genieten van kerstavond.  ‘Als we nu eens een barbecue organiseren?’ stelde Anita voor tijdens een ontbijt op een grijze novemberdag. ‘De mannen kunnen barbecueën op het terras. Met een jenevertje in de hand wordt dat vast een leuke boel. En ondertussen dekken de vrouwen de tafel en babbelen we over de kinderen en kleinkinderen.’ Guy moest niet lang nadenken om zich een mening te vormen over dit voorstel. ‘Anita, dat is echt een belachelijk idee.’ Anita wou zich verdedigen, maar werd aangemaand tot stilte. ‘Ik zal je zeggen waarom. Het is taalkundig noch culinairtechnisch mogelijk om te barbecueën! Als ik correct ben – en laten we daar tot bewijs van het tegendeel van uitgaan – is een barbecue een voorwerp, een object dus, dat je gebruikt om vlees op een bepaalde manier te bereiden, namelijk door het te braden. Zoals je een pan kunt gebruiken om vlees te bakken, zo kun je een barbecue gebruiken om vlees te braden. Volg je me?’ ‘Guy, alsjeblieft. Dat kan allemaal heel goed zijn, maar ik vind dat soort linguïstische futiliteiten geen argument om niet te barbecueën.’ ‘Anita!’ bulderde Guy verontwaardigd. ‘Besef je wel wat je zegt? Door ‘barbecueën’ als een woord als een ander te beschouwen zet je de deur open voor een hele reeks barbaarse termen! Binnenkort zullen we ons vlees moeten tajinen, ons sinaasappelsap blenderen en onze oosterse groenten wokpannen! Zin in thee? Eerst waterkokeren! Liever een Bloody Mary? Spijtig, cocktailshakeren kunnen we niet. En dan zwijg ik nog over de broodpudding die geovend zal worden en de diepvriesmaaltijden die we eerst zullen moeten microgolven alvorens ze te bestekken. Wie gaat de borden vaatwasseren? Wie gaat de taart in stukken messen? Wie gaat de kaaskroketten friteusen?’ Guy werd bleek. Zweetdruppels gleden van zijn voorhoofd bij de totale chaos die hij in zijn hoofd voorzag.   ‘De wereld zal ten onder gaan aan zoveel verwarring! Het blijft immers niet beperkt tot het keukenen! De manier waarop er geparlement en geregeringd wordt zal drastisch veranderen. Zal er überhaupt nog sprake zijn van democratie? Of krijgen we terug halvegaren aan de macht die over ons zullen dictaturen en vorstendommen?  Oorlogen zullen eeuwig blijven duren door de vele nieuwe technieken die jij taalkundig mogelijk hebt gemaakt: mensen zullen niet meer alleen neergeschoten worden, nee, ze zullen gemitrailleurt, gedronet en geclusterbomt worden! Gezwaard, gevuurd, gegoedendagt! Is dat de wereld waarin jij wilt leven, Anita?’ Guy zag ondertussen vuurrood. Naar adem happend ging hij voort. ‘En de renovatie die jij zo graag wilt! Die kun je dan wel op je buik pennen! Hoe gaan we in godsnaam ooit een keuze kunnen maken uit de talloze mogelijkheden die door jouw schuld in het woordenboek zullen staan? Gaan we die muur in de woonkamer behangtafelen, stukadoren of toch gewoon kwasten? En een zwembad in de tuin, allemaal goed en wel, maar hoeveel zal het kosten om de put te graafmachinen, al die grond te kruiwagen en naar het containerpark te camionnen? Of dacht je dat al voetend te doen? Nee, Anita, de wereld gaat ten onder als er met kerst gebarbecued wordt. Dat kan ik echt niet toelaten. En daarbij, onze barbecue is zo versleten als wat.’ 

Van Horen Zeggen
9 1

Broodstress

Op een zondagochtend stond ik ietwat vervelend te dralen bij de deur. “Welk brood?”, vroeg ik kortaf. “Breng maar een donker mee”, zei mijn vrouw. “Je kiest maar.” “Een donker brood schat? Ze hebben daar zoveel soorten donkere broden dat ge er bijna niets meer ziet.” Mijn overdreven reactie wees duidelijk op een acuut geval van broodstress.Geef nu zelf toe. Tarvo, zeven granen, acht granen, negentien granen, molenaars, tijgerwit, tijgergrijs, volkoren, spelt, roggebrood en dan vergeet ik er nog een paar honderd. Het lijkt wel of er elke dag broodsoorten bijkomen. Thuis heeft de ene dit graag en de andere dat. Er zijn zoveel meningen als er broden zijn. Je zou van miserie bijna sandwiches kopen, maar dat is ook niets voor elke dag. Naar de bakker wandelend, dacht ik aan de vele handelaars die vroeger aan de deur van het ouderlijk huis kwamen. De melkboer, de brouwer, de groenteboer en ook de bakker. Dat bestaat niet meer. Er passeren enkel nog kartonnen dozen. De bakker kwam altijd met twee broden in zijn handen naar de deur gestapt. “Een grijs of een wit vandaag?”, vroeg hij dan. Zo konden we toch een beetje afwisselen. Een grijs brood was toen nog een rond grijs. Het snijden van het brood deden we zelf. Geen enkele boterham had dezelfde grootte. De grote sneden waren perfect voor onze poetzak. De kleine sneetjes waren ideaal om ’s avonds nog een boterham te maken met boter en hagelslag. Voor de kleine honger bij de tv. Mezelf verheugend om nog eens van die vaste grijze boterhammen te eten en meteen om wat ik zou zeggen bij het thuiskomen: ‘Raad eens welk brood ik nu bij heb?', stapte ik vrij van alle broodstress bij de bakker binnen. “Een gewoon rond grijs meneer? Oei, dat wordt niet meer gemaakt.”

Rudi Lavreysen
23 1

De papiertjesmensen

In de trein valt mijn oog op het papiertje dat ik als bladwijzer gebruik. De roman beschrijft op voortreffelijke wijze de ondergang van een wereldmacht. Ik zie dat de mevrouw tegenover me leest wat er op het papiertje staat geschreven. Net zoals in het boek behoren wij tot de laatsten van een soort, namelijk de papiertjesmensen. Thuis is het nog een communicatiemiddel. Boodschappenlijstjes, verlanglijstjes met Kerstmis, notities op de papieren kalender of verjaardagskaarten. Het kan allemaal digitaal, maar het moet niet. Daarbij komt dat papiertjes een hulpmiddel zijn voor mijn legendarische vergeetachtigheid. Mocht het een erkende aandoening zijn, ik behoorde tot de hoogste categorie. Mocht er een zelfhulpgroep van vergeetachtigen zijn, ik werd meteen lid. Als ik niet vergat om naar de bijeenkomsten te gaan natuurlijk. Boodschappenlijstjes maak ik in tweevoud, waarbij er eentje in mijn jas verdwijnt en de andere in mijn achterzak. Mocht ik die in mijn achterzak vergeten, is er mijn jas nog. Als ik die tenminste niet vergeet aan te doen. Afijn, het is een probleem. Mijn vrouw vraagt me ’s avonds ooit om een elektrisch toestel uit te zetten voor ik ga slapen. De vaatwasser of de wasmachine. Al die lampjes moeten inderdaad niet blijven branden. Ook hiervoor gebruiken we papiertjes. Een post-it aan de deur of een papiertje op mijn hoofdkussen. Daarna krijgen veel van die papiertjes een tweede leven, zoals een bladwijzer. Zo vond ik in een oud kookboek van moeder nog het recept voor de wafels die naar vroeger ruiken. Het is ondertussen een onbetaalbaar stukje papier geworden. Maar terug naar de trein. Tegelijk met de mevrouw tegenover me zie ik dat op het papiertje ‘droogkast’ staat geschreven. “Ik ken het”, zegt ze, nog voor ik kan uitleggen waarvoor het papiertje heeft gediend. Ongetwijfeld ook iemand van de vergeetachtigen en de papiertjesmensen.

Rudi Lavreysen
12 1

Allemaal Rocky

Een volwassen man die niet weet wat hij later gaat worden. Wat zeg je daar tegen? Tja, hooguit dat hij een twijfelaar is. Soms droom ik nog van een carrière als acteur. “Het is nooit te laat”, kan ik aardig zeggen en dan lijkt het gemeend. Een verhaal vertellen gaat me ook redelijk af. Plankenkoorts duurt welgeteld drie seconden. Maar nu nog op dat podium? Beter niet. Maar soms gebeurt er iets. Er is niemand die het ziet, hooguit enkele huisgenoten. De volgende scène speelde zich af toen ik met onze jongste op een avond opnieuw naar de film "Rocky" keek. Op het einde van de boksmatch, meteen het einde van de film, roept Rocky naar zijn vrouw Adrian. Het is een iconische scène. “Adriaaaaan”, roept hij een paar keer na elkaar. (Spreek de naam in het Engels uit, mocht u het willen proberen.) Zijn vrouw komt van achter in de zaal naar de boksring gelopen, verliest onderweg haar pet, maar bereikt toch het podium. Ze vallen in elkaars armen en zeggen “I love you” tegen elkaar. Ook al heeft hij de kamp verloren, de liefde is de echte overwinnaar. Ik was opnieuw geroerd en kon niet anders dan net als Rocky naar Adrian roepen. “Adriaaaaaan”, riep ik. Ook met een ietwat scheve mond, net zoals Stallone. Ik was wellicht te enthousiast. Een kenmerk van de onervaren acteur. Mijn vrouw schoot wakker en kwam in paniek de trap afgerend. Ze dacht werkelijk dat ik iets had gekregen. Een hartaanval of zo. Onze jongste zat zich op de grond een kriek te lachen. Ik meende nog snel “I love you” te zeggen, maar ze was al terug naar boven vertrokken. “Ik vond het wel oké”, zei onze jongste, nog steeds op de grond. Och ja, we kunnen niet allemaal Rocky zijn zeker?

Rudi Lavreysen
28 2

boekenfestijn

Soms moet je meanderen. Soms wil je niets, en wordt net daardoor alles mogelijk. Is vrije wil niet helemaal niets willen?In elk geval, je voeten brachten je naar het boekenfestijn. Een naam dat even hoogstaand klinkt als terug opgewarmde frieten.Natuurlijk kwam ik je het liefst tegen in een andere keten (liefst van al geen keten), maar zo is het tegenwoordig. Je dreef als het ware tussen de commerciële boeken. Marvel stage four. Je wachtte nietsbeseffend op de vonk.De vonk dat de cilinders in je hoofd op en neer deed bewegen.  Ik stelde een vraag, je zei niets. En ja, je antwoordde me op automatische piloot, net als je voetstappen bestuurd werden door een joystick. Maar tegelijk bracht het je geest terug naar je lichaam.Ik stelde een vraag. Je zei niets.Ik ging verder. Je stond stil. Je werd wakker. Hier begon je film. Vandaag was de eerste bladzijde uit je dagboek. Ineens was je een lichaam. Jij was helemaal jij. Ik daarentegen glipte langs een wolk menopauze en zocht een boek van een Japanse schrijver. Hij was heel populair. Hoewel hij volgens mij maar één verhaal schreef, schreef hij vele boeken. Misschien was dat het leven, bedacht ik. Eén ding goed kunnen, het duizend maal herhalen.Misschien is kunst wel een slaaplied, en iedereen heeft dezelfde droom. En deze ideeën spookten door jouw hoofd;- Hoe zou de eerste mens die besefte dat de aarde rond was zich voelen?- Wat als al die tijd verkwist op pornosites zou gebruikt worden voor het schrijven van liefdesbrieven?- En dan, wat is een relatie?Zou je bij jezelf in de auto willen zitten? Wat is eigenlijk een vreemde anders dan een familie die je nooit hebt gehad. Is religie niet een oude vorm van ordehandhaving? Een allesomvattende wetboek dat een fantastisch wezen creëert in de geest van de mens? Je stond er ettelijke minuten, want zulke gedachten hebben tijd nodig.Ik keek je nog smalend aan. Ik wist niet eens zeker wat het betekende, maar ik dacht het. Dat ik smalend naar je keek.Jij keek naar de uitgang. Je moest weg uit die boekenwinkel. Je was uit-ge-meandert. Jij was veranderd.

Stelselmatig
11 1

Kortebroekendag

De uitdrukking "De laatsten zullen de eersten zijn" vindt haar oorsprong in de bijbel. Het zou ons te ver leiden om hier dieper op in te gaan, want in deze column ben ik graag kort van stof. Net daarover wil ik het hebben. Meer bepaald over korte broeken. Een Nederlandse columnist schreef ooit een schitterend stuk over de jaarlijkse ‘rokjesdag’. Een dag in het voorjaar waarop het lijkt dat alle vrouwen tegelijk beslissen om een rokje te dragen. Bestaat er dan ook zoiets als een kortebroekendag? Ik betwijfel het, want je hebt allerlei soorten kortebroekendragers. Je hebt er die in de lente al een korte pantalon aantrekken. Daarnaast heb je twijfelaars zoals ik. Ik laat het initiatief aan jonge mensen en pik later in. Maar als je te lang wacht om een korte broek aan te trekken, heb je een achterstand opgelopen. We zijn op straat goed te herkennen omdat we langer met tl-lampen rondlopen, zoals men wel eens placht te zeggen. Het is ook gekend als het wittebenensyndroom. Overdag zit ik binnen en daar heb ik geen tijd om met de lange broek, waarvan de broekspijpen tot aan de knieën zijn omgeslagen, aan het raam en in de zon te gaan zitten. Het zou trouwens niet lang duren.Het komt uiteindelijk goed met dat kleurtje, maar je moet geduld en doorzettingsvermogen vertonen. Ten slotte heb je doorgewinterde kortebroekendragers. Je ziet ze zelfs in oktober of november met een korte broek, aan het werk in de tuin of tijdens het joggen. Ze hebben tijdens de wintermaanden slechts een korte pauze nodig. Het zijn oermannen die zelfs eind februari of begin maart het lef vertonen om met die korte broek naar buiten te komen. Ik wil maar zeggen: het zijn de laatsten, die ook de eersten zullen zijn.

Rudi Lavreysen
125 0