Zoeken

Lambiorix (11)

  Leopold Van Polderleeuw Agent Oranje Annabelle Onverschil De Tic Tac Tovenaar Faust De Fistfucker Kitty Ne Me Kitte Pas Adolf Florian Nageboorte Nonkel Leonard De Konkelfoezer Babette De Striptease Babysitter   Ja. Dat is nodig. Schuilnamen. Het is immers mogelijk dat het er ineens zeer smerig aan toe begint te gaan. Men weet dat nooit bij normale mensen die dan iets meer drinken. Het onderdrukte kan zich plots kwaadaardig uiten. Dat gebeurt het meest bij geesten die zich niet bewust zijn van de wrede normering die zij ondergingen op een manier die hen gebruikelijk leek. Bovenaan. Dat was de lijst van alle invités en invitees. Hannelore, Ignace en ikzelf zijn ook gekomen. Vanwege Lambiorix. Ja. Omwille van het bier. Ik kan dat ook niet anders omschreven. Sorry. Er bestaat geen genderneutraal woord voor invités c.q. invitees. Net zoals dat niet bestaat voor de nochtans onzijdige formuleringen 'mijn vriendje' en 'mijn vriendinnetje'. Taal is wreed. Zij is lastig en toch lazen wij hier boeken, toen wij hier zo ellendig lang geïnterneerd werden. Tot nu toe liep er niet veel verkeerd op de Barbecue van de Krulbokvrienden, die nu plaatsvindt in Het Instituut. Wat doen wij intussen? Hannelore laat zich gretig zoenen maar dat ben ik gewend en voor de rest zijn er die malloten die alles willen lezen, terwijl mijn bic al lang geleden stukgebeten werd. Het wordt dus wachten, beste, tot et iets schunnigs gebeurt, de hemel ergens scheurt, dat rode licht doorlaat.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Lambiorix (10)

  Het meest recente maandblad van de Pittemse Krulbolvrienden lijkt een ware feestfolder. Normale geesten snakken naar uitbundige bezigheden. Samen zijn. Sociaal gedoe. Zelfs medelijden met de zwakke medemens of afkooksels daarvan zijn tegenwoordig aanleiding tot feestvieren. Neem nu die zieke initiatieven als warmere weken. Dan staat men ginds massaal op een plein om slechts wat te zwaaien en dat valse gevoel te krijgen dat men echt ergens toe bijdraagt. 's Anderendaags, wanneer  het toneeltje voorbij is, komen ze langs, de kuisploegen van de goegemeente, om de sporen van die komedie uit te wissen. Fletse glühwein zuipen zij en draaien muffe plaatjes voor vergeten mensen die hun beeldscherm laten slapen, de radio verkochten aan fanaten van laweit. Soms is het voor een kreupele, een manke ridder op een stokoud paard. Doe Lazarus een verse pamper aan! Hij zal geen wederopstanding beleven. Chot. Wat stinkt het in de verte. Die mengeling van geuren vol vergaan en mans urine zijn echt niet te tarten! Zo kunnen we geen party vrolijkweg beleven! Ouderdom, wezens die een eervol einde niet meer kunnen kiezen, het geleuter dat die randgevallen vaak verkopen, neen bedankt! Doe dan liever deze kille buitenwind, wat beelden op tv, vermeldingen van wie zijn spaarvarken voorbeeldig slachtte voor het oog van fiere zielen. We vergeten straks, de namen van de ongelukkigen, de initialen van degenen die dan toch gewoon verlegen hielden van hun afzondering. Zolang de huur maar betaald is, de erfenis op voorhand schoon geregeld en ze vereffend worden, al die facturen van De Instelling. Hoeveel franken gaan wij op dat feest doneren voor een rein, gerust gemoed? Hoeveel moeite gaan we doen om in te kunnen slapen met een trots gedacht? De Pittemse Krulbolvrienden zijn al even erg. De jaarlijkse Zomerbarbecue zal weer gehouden worden, daar waar Ignace en ik eeuwenlang opgesloten zaten. Hoera dus? De Pittemse Krulbolvrienden zullen de dolle mens met al zijn gebreken eer aandoen door een grillfestijn te houden! Desalniettemin en ondanks alles. Hannelore stelt voor dat we gaan! Lambiorix zal daar immers zijn en Hannelore met haar wilde streken is te vinden voor verwerking in een zatte bui. Alles mag dan in een roes gebeuren en ja. Ignace mag ook mee. Sappig varkensvet mag uit die worsten druipen op dat hete rooster. Oké en voor akkoord. We zullen ons eens laten gaan daar in Ons Instituut, temidden al die Krulbolvrienden en alles, dankzij Lambiorix!     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Lambiorix (9)

  Lambiek en geuze zijn de enige echt Belgische bieren! De Zennevallei is de enige Belgische bierstreek! Al de rest is copycat! Namaak van fletse pils uit Plzen. Nageaapt tarwebier naar Beiers recept. De platvloerse Vlaming noemt het domweg 'witbier'. En die heerlijke bieren van hoge gisting... dank aan het Grote Brittannië! Gelukkig hebben de Pittemse Krulbolvrienden een ware anglofiel als erevoorziiter. Johnny, geboren te Brugge als Joannes Van Huele, is een man van goudwaarde, niet alleen voor de club, de krulbolsport, maar ook voor de Vlaamse biercultuur. Zonder Johnny en zijn angelsaksische bierbrouwtalent, zou er geen Brouwerij Sas bestaan hebben te Bredene. Zonder Brouwerij Sas, zou er geen Sano-bier gebrouwd zijn en dat die Waalse patertjes dat recept dan stalen en het ging verkopen onder de merknaam Orval... het zijn uilskuikens die één van de grootste wandaden in de Belgische biergeschiedenis pleegden! Wat een ploerten die dit betere brouwsel vernoemden naar een zeekoe? Intussen is Johnny 135 jaar oud, maar nog steeds een aap-komt-uit-de-mouw-bierbrouwer.  Bepaalde talenten mogen niet verloren gaan en nog belangrijker: Hannelore en ik, wij willen blijven genieten, niet alleen van elkaars lichaam en geest, maar ook van Lambiorix. Alles dankzij Johnny en zijn Krulbolvrienden. Johnny moet blijven leven! Hij moet met zijn maten in dat hoop- en hopvolle clubhuis Lambiorix blijven brouwen! Mijn dagboek heeft dat beslist.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Lambiorix (7)

  Wij lazen veel Ignace en ik. Toen wij in De Instelling verbleven klom de tijd immers op de muren om daar een gevecht te leveren met een wolfspin. Boeken die Ignace nooit zou lezen waren romans die in hun zielige tijd als shockerend beschouwd werden. Bij wie een Vrije Geest bezit, heeft dat geen enkel effect, zo zei hij. Dergelijke boeken zijn slechts aantrekkelijk voor zielen die lelijk genormeerd werden door joodse, christelijke of kleinburgerlijke gedachten. De motivatie van schrijvers om dergelijke flauwe schunnigheden op papier te zetten, is van povere oorsprong. De ontzetting die gezocht wordt bij een lezer, die dan verondersteld wordt preuts te zijn, is even banaal als de leefwereld die men probeert te ergeren. Igance vatte dit samen met de woorden: Het zou ridicuul zijn mocht een Vrije Geest dat steekspel met te vergeten middeleeuwse normen nog enigszins als verlichtend ervaren. Neem nu Mieke Maaike's obscene jeugd van Louis Paul Boon of Lolita van Vladimir Nabokov. Geen haar dat eraan dacht om dat te lezen. Voor Ignace was het uitgesloten dat een wezen met enige filosofische maturiteit daar tijd aan zou besteden. Het is slechts shockeren om te schockeren in een era dat al te preuts en benepen was. De gedachte dat zij noodgedwongen deel uitmaakten van een bekrompen gemeenschap, getuigde enkel van infantiele onmacht. De idee dat geesten die zich gevangen voelden dat betuttelende gedoe niet zomaar konden overstijgen, de noodzaak die zij voelden om zich daar tegen af te zetten, getuigden enkel van even grote bekrompenheid. Dixit Ignace, die in De Instelling danig mijn geestesbroeder werd dat ik hem citeren kan alsof hij in mijn hart kwam leven.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle'

Bernd Vanderbilt
0 0

Wifi-slurpers

Daar zit hij dan. De wifi-slurfer. Zijn ogen verankerd aan het scherm, de blauwe gloed als een vloeibaar masker over zijn gelaat gegoten. Een nomade van de bandbreedte, een digitale schaduw zonder vaste grond. Hij zwijgt en zuigt, slikt en slurpt, een bedelaar zonder hoed, een dief zonder lockpick — een dwaalgast die leeft van signalen die niet de zijne zijn. Hij glijdt door de stad als een windvlaag zonder naam, tastend langs cafés, sluipend langs bibliotheken, snuffelend naar een zwak wachtwoord, een gastnetwerk dat zich argeloos opent als een deur op een kier. "Gratis wifi," mompelt hij, een mantra, een wichelroede die hem leidt. Zijn god? Een stroom van nullen en enen, onzichtbaar en alomtegenwoordig, een fluisterende geest die hem voedt, hem draagt, hem — ironisch genoeg — verbindt. Ik aanschouw hem en vraag me af: ben ik echt anders? Ook ik leef van etherische golven, ook ik klamp me vast aan onzichtbare netwerken om mijn stem de wereld in te sturen. Wie ben ik om te oordelen? Ik, die net als hij gevangen zit in de ongrijpbare draden van dit digitale web. Ik schrijf, knedend aan taal als aan deeg dat zichzelf opeet. Maar zonder wifi? Dan zouden deze woorden verdampen in de leegte. Misschien is hij geen parasiet. Wellicht is hij een pionier. Een zendeling van het informatietijdperk, een zwijgende sjamaan die slechts neemt, nooit geeft. Of — en dat ligt voor de hand — een schaduw die leeft van de kruimels van andermans data, zich vastklampend aan een illusie van toegang, een stille echo die niets creëert en alles consumeert. En toch, op een vreemde manier, ben ik jaloers. Waar hij enkel ontvangt, ben ik gedoemd te zenden. De wifi-slurfer slikt en zwijgt … en slurpt. Ik denk, ik schrijf — ik schep — en wat is vermoeiender dan scheppen in een wereld waar alles al geschapen is? Terwijl hij zwijgend slurpt, blijf ik schrijven. Misschien is hij de slimste van ons beiden — of is hij gewoon de vrijste. Mephis (aka) Evelyn Mérida 

Mephis
12 1

Lambiorix (4)

  Het is dankzij een oorlog, dankzij die onnozele drang om voor een half vaderland te vechten dat de liefde tussen Hannelore en mijzelf mogelijk geworden was. De partner van Hannelore was een Oekraïense jood die eerst in de Dombas Russen in de kop ging schieten en eenmaal hem dat tegelijk begon te vervelen, daarnaast ook tot weinig overwinning leek te leiden, heeft hij zich laten inlijven bij het Israëlische leger. Hoe Hannelore ooit op hem verliefd geworden is? Blinde hormonen moeten de oorzaak geweest zijn. Deze man, met naam Gideon, bleek immers een wanschepsel te zijn, een monster dat zich met kermende zielen voedt, die ervan geniet om laatste adems te zien verdwijnen in de wind. Toen Hannelore mij voor het eerst en tegelijk zeer intens zoende, voelde dat voor ons beiden als een verlossing, een bevrijding van wat een dwaling geweest was. Zij wierp herinneringen aan de taaie huid van Gideon van zich af als een mantel die te stroef en kil geworden was. Tegelijkertijd verdween de zinloze twijfel die ik had. Ik was niet je jong voor haar, we voelden geestelijk verwantschap en haar lichaam liet zich graag beminnen door die schaamteloosheid die ik in mezelf begon te ontdekken. Ze heeft mijn maagdelijkheid gestolen op een manier mooier dan ik had durven dromen. De rijpheid die haar zo mateloos met erotische verlangens vulde, was een godgeschenk dat een duivelsengel voor ons stal uit een gutsende vulkaamond.     uit de reeks 'Roeland Wittebolle

Bernd Vanderbilt
0 0