Zoeken

Tip

Middelvingers te kort

Ik kwam middelvingers te kort de afgelopen weken. Ik kreeg van de fuck you’s tussen mijn tanden geen hap door mijn keel. Zelfs een glas wijn gooide ik liever tegen de tv dan het te slikken. Nog een geluk dat ik op staande voet ontslagen was en tijd had om het allemaal van op een afstand te gaan bekijken. Drie uur reed ik erover om in mijn hut te geraken, midden in de groene vlek op google maps vlakbij het Kröller-Muller museum.  Tijdens een wandeling in de bosrijke omgeving bel ik voor de vijfde keer in vijf maanden tijd iemand die mij de eeuwige liefde beloofd had maar nooit opneemt als ik bel. Ik probeer hem te vergeten door plaatsen te bezoeken waar ik nooit met hem over had gesproken. Ook door direct zijn voicemail te horen. Elke keer klinkt zijn stem belachelijker.  De combinatie van geuren en geluiden van verschillende stiltes doen me denken aan een kleuterjuf, juf Rita. Ik voel terug haar zware hand op mijn hoofd bij het binnengaan in de klas. Ze biedt me een plek aan in de kring. De kring bestaat uit oneindig veel keren mezelf. Een platgereden egel, een holle boomstronk vol zwammen al is het lente, een reserve-autoband, het is precies als in een spiegelpaleis. Ik wil mijn naam in een boom kerven, en door die gedachte koop ik in de kiosk aan de rand van het bos een pak sigaretten en een aansteker. Ik twijfel over de kleur, zeker geen blauw. Uit medelijden koop ik toch de blauwe. Ik ga terug het bos in en kerf per ongeluk zijn naam in een boom in plaats van de mijne. Ik neem er een foto van om mezelf eraan te herinneren dat ik hem dringend moet vergeten.   

Fanny Wildemeersch
174 9

Konijn

Arthur:                Papa, Robin zegt dat ze later Elsa wilt worden, maar dat gaat niet, eh.                            Papa, Robin zegt dat ze later… Papa:                   Ik heb het de eerste keer ook gehoord, Arthur. Arthur:                Dat gaat niet eh, want ze heeft geen ijskrachten. Papa:                   Wil jij graag Elsa worden, zus? Robin:                  Ja. (heel stilletjes)  Allicht knikt ze enthousiast, maar omdat ze voorover gebogen zit, kan ik het niet zien in de achteruitkijkspiegel. Papa:                   Je zingt heel graag eh, meisje. Dat kan je wel worden, hoor, zangeres. Wil je                                zo goed kunnen zingen als Elsa? Robin:                  Ja. Arthur:                Maar ijskrachten bestaan niet, eh papa. Papa:                   Nee, jongen ijskrachten bestaan alleen in verhaaltjes en filmpjes, maar zus                                    kan wel leren zingen. Wil je dat graag, want dan kan je later naar de                                            muziekschool om te leren zingen? Robins onderlip krult op en ze gaat de eerste fase van haar protroutine in, dadelijk gooit ze met iets of roept ze. Arthur:                Ik wil dat wel. Robin:                  Nee, ík wil dat! Dat roept Robin inderdaad overdreven boos. Als ze aan Arthur had gekund, had ze hem een lap verkocht. (fase 3) Gelukkig zit ze vast op haar autozitje. De laatste fase van de protroutine kan ze dus niet uitvoeren. Ze lijkt te kalmeren. Papa:                   Als jullie dat willen, kunnen jullie dat allebei, dat is geen probleem. Zal ik                                     #LikeMe opzetten? Arthur/Robin:    (samen) Ja. Arthur:                Papa? Papa:                   Ja, jongen. Arthur:                Ik wil later liever Chase worden van PawPatrol. Robin:                  Dat gaat niet, eh papa. Papa:                   Nee, jongen, dat kan ook alleen maar in filmpjes en verhaaltjes. Arthur:                Ik kan toch altijd een politiepup zijn, dat gaat toch. Robin:                  Nee, dat gaat niet. Papa:                   Nee, jongen dat gaat niet, je kan wel bij de politie gaan. Dat gaat wel. Robin:                  Arthur? Arthur:                 Ja. Robin:                  Jij wordt geen hond later. Arthur:                Nee? Robin:                  Jij wordt gewoon een konijn. Arthur:                 O. Daarmee wordt het stil tussen de twee alsof hiermee het laatste woord gezegd was. De liedjes van #LikeMe klinken hun vertrouwd in de oren en ze kijken allebei uit hun raampje naar buiten. Op deze weg door de velden kunnen ze lekker wegdromen in de verte. Nog vijf minuutjes en we zijn aan school.

Hans Van Ham
29 0

Brooddronken, deel 2, hoofdstuk 4

4 Jimmy wandelt terug naar zijn werkpost. Zijn maag blijft draaien, maar hij mag niets meer laten blijken. Het Reginaldkrediet voor vandaag is met het akkefietje van daarstraks weer gespendeerd, en elke aanvaring kan leiden tot een handgemeen. Bruno zit aan de werkpost met een pakje brieven in de hand. ‘Hebt gij al uw casiers gelicht?’ vraagt hij aan Jimmy, hem streng aankijkend. ‘Ja, waarom?’ Bruno zwaait met het pakje brieven. ‘Omdat er nog een hele handgreep brieven in zat voor de Izegemsestraat. ’t Is belangrijk dat ge heel uw casier ielt, hé,’ zegt hij. ‘Maar ik héb de werkpost geleegd. Ik mag hier ter plekke doodvallen als het geen waar is,’ protesteert Jimmy. ‘Het is wel raar dat het allemaal brieven zijn voor de Izegemsestraat,’ zegt Bruno. ‘Ik denk…’ begint Jimmy, maar hij wordt onderbroken door Marc Jolicoeur. ‘Ge moet hier niet peinzen, De Post peinst voor u,’ zegt hij, terloops terwijl hij zijn boterham in zijn koffie dopt. Ook Reginald moeit zich in het gesprek. ‘Awel, Jimmy, zijt ge ne casier vergeten te lichten, ja? Slechte punten hé,’ zegt hij, gevolgd door een vettige bulderlach waarvan iedereen kan opmaken dat hij het gedaan heeft, of toch zeker er meer van weet. Een voor Jimmy onbekende postbode, wiens meest prominente eigenschap een aardbeineus is waarop een Aviator van de jaren 80 is geperst en wiens haar en baard respectievelijk bruin en grijs zijn, sloft voorbij. ‘Ah ja, Bruno,’ zegt hij, Bruno aanporrend, ‘hebt ge die brieven gehad voor de Izegemsestraat? Ik heb ze aan Sabbe gegeven. Er zijn er hier toch wel die hun tri moeten leren. Jonge gasten.’ Hij sloft verder richting de dienstdeur die naar de lift leidt, mompelend over hoe het destijds geen waar zou geweest zijn. ‘Wel die godverdomme,’ zegt Bruno. Jimmy komt dichter staan. ‘Wat heb ik gedaan?’ vraagt hij. ‘Gij niet, uwen ouden. Hij heeft de brieven die hij van Marcel gekregen heeft, gewoon weer in de casier gewupt. Soit, ik heb er de doodsbrieven uit gehaald, die gaan vandaag nog mee. De rest heb ik in een liasse gedraaid en die vliegt in de overlast, voor morgen.’ ‘Mag dat?’ vraagt Jimmy. ‘Neen. Maar wij gaan niet opdraaien voor de toeren van uw vader, zulle. Als ge uwe pa ziet, begaart van pijkens, zo pest ge hem nog het meest. Zijt ge gereed?’ ‘Ja, ik denk het wel,’ antwoordt Jimmy en hij omgordt zijn ransel. Bruno draait Jimmy’s ransel zodat deze op diens rug rust. ‘Ik ga er van uit dat ge uw schoeren en uw rug nog een tijd wil gebruiken?’ zegt hij. ‘Ja.’ ‘Dan draait ge uw ransel op uw rug,’ zegt Bruno en hij zet zijn kepie op. ‘Vergeet uw kepie ook niet hé, of ’t is model 9.’ Snel zet Jimmy zijn kepie op. Gehuld in uniformstukken, sommigen nog ouder dan hijzelf, gaat hij Bruno achterna, om de koude buitenwereld te trotseren.

Miguel
6 0

Ach mijn marrokaanse vrienden.

Mijn marrokaanse vrienden hebben helden. De helden zijn hun vaders. In de verhalen die ze hoorden kwamen hun vaders op blote voeten van hun geboortegrond naar de plaats waar ze geboren zijn en leven.    Ze horen mij altijd met ongeloof aan als ik hen uitbundig loof. Ze zijn wat anders gewend. Zo kwam het dat ik bij een robuuste douane ambtenaar, waar ik weer Marokko aan het loven was, de man kreeg tranen in zijn ogen en ik kreeg zowaar een knuffel. Ze worden meestal afgezeikt, maar een vriendelijk woord over hun land, het mooiste land ter wereld met de vriendelijkste mensen, en je wordt hun vriend. Wanneer men bevriend is met een Marokkaan, dan mag men alles vragen. Zij vragen ook alles terug. Zo kwam het tijdens een gemeenschappelijke rondreis met allemaal Belgen, dat ik mijn portemonnee kwijtraakte. Ik vroeg aan de luchthave politie, 14 dagen later,  in die prachtige luchthaven, Menara International Airport, of ze misschien iets gevonden hadden. Omdat ik die avond geld had gewisseld, kon ik het juiste uur en datum aanduiden. De politie was zeer vriendelijk. Toen ik aankwam, was mijn portemonnee gestolen. Na 14 dagen kwam ik informatie vragen. Men had 14 dagen daarvoor alles gefilmd en zo kwam men bij de dader terecht. Het bleek een Belgische landgenoot te zijn die met mij mee was. Ik kreeg mijn portemonnee terug met mijn geld, bankkaarten en alle documenten. Daarom ben ik zeer dankbaar voor de zeer vriendelijke plaatselijke politie.    foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ foto: mijn woonst in marroko   

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
22 0

In de jaren 90tig ontmoeten ik een roedel jongeren en Matthias Schoenaerts

    In de jaren '90 ontmoette ik een groep jongeren. In die groep was er één die ASIMOV had gelezen, hij reciteerde de wetten van de robot. Zomaar uit de losse pols. Ik was verbluft. Een jongeman met cultuur. En wat voor cultuur? DE TOEKOMST.      Hij was jaren geleden als puber en enthousiaste  zeiler, alleen met een klein bootje naar Engeland gevaren. Hij dronk geen alcohol. Hij kende de ellende van alcohol. Daarnaast fietste hij rond en gaf regelmatig een agressor in een auto een flinke trap tegen de auto. De nieuwe generatie. Ik had steeds meer bewondering voor. Ze waren niet agressief maar zeer assertief. Samen met zijn vrienden bracht hij kleur in de grijze, vieze Oost-Europese muren van de stad met vrolijke graffiti. Daarbij werden ze vaak achterna gezeten door de Belgische stasi. Ze vonden het leuk en spannend. Zij wilden die vaal kleurloze muren niet accepteren. Ze lieten niet toe dat hun kansen werden weggenomen. Ze lieten de kaas niet zomaar van hun boterham pikken. Zijn stiefvader, die in een elektronicafabriek werkte, bracht regelmatig spelletjes voor hem mee. Dit interesseerde hem mateloos, en zo werd de schoolmoe jongen later/nu een zeer gerespecteerde computerdeskundige. Zo zat ik samen met Matthias Schoenaerts, tijdens het filmen, en de ploeg graffiti kunstenaars samen een paar uur in de gevangenis. ------------------------------------------------------------------- verzameling video DUCK en MATTHIAS SCHOENAERTS jaren 90 tig https://www.youtube.com/playlist?list=PL9PnF5M5bSl0gESnQpHbE5o_4APNvImfE ____________________________________________________________________________________ Foto: VERF ED graffiti DUCK en MATTHIAS SChoenaerts gent FOTO GALLERY VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen dommekloot
82 0

Dans voor de goden

Wanneer de finale trommelslag sterft tegen de betonnen wanden van het theater, en de laatste tonen van de fluit trillend uitdoven tegen het plafond, buigt de uitgeputte danser het hoofd naar de slanke fakkels in zijn handen. Eerbiedig voor het vuur dat voor zijn voorouders op de Mongoolse steppe van vitaal belang was. Het vuur dat hem als artiest groot heeft gemaakt.   Zweet parelt in zoute druppels op zijn verhitte voorhoofd. Brede littekens van lang geheelde brandwonden ontsieren zijn gespierde bovenlichaam. “Wie de elementen wil temmen, betaalt altijd een prijs”, waarschuwde zijn grootmoeder hem telkens hij als kind met roodgloeiende toortsen stuntelend de godendansen van de jonge mannen van de clan imiteerde. Het verlangen één worden met de flakkerende vlammen was echter altijd groter dan zijn angst voor verminking.   Als hij danst gaat hij volledig op in het mysterie van het vuur. Zijn  gestileerde choreografie is een elegante weerspiegeling van de woeste rituelen van de roemruchte krijgers van wie hij afstamt. Weloverwogen passen en krachtige sprongen vertellen het verhaal van jachtpartijen en gevechten op leven en dood. Met elegante handgebaren en indrukwekkende pirouettes creëert hij de illusie van grauwende beren en rondsluipende wolven. De hypnotiserende vlammen van zijn toortsen vertellen over de strijd van zijn nomadische voorvaderen om het vuur tijdens hun trektochten levend te houden.   Wanneer hij tussen zijn gloeiende spiralen rondwervelt brandt in zijn doordringende blik het verlangen naar het uitgestrekte grasland uit zijn jeugd. Naar de veelvuldig opgelapte yurt waarin zijn grootouders nog steeds wonen. Naar het zorgvuldig gevoede vuur met zijn knisperende sintels. De rijke geur van aromatische kruiden en gebrande wierook. Het harde leven tussen de paarden en de runderen. De eindeloze sterrenhemel die het dorre landschap omspant. De verhalen over de ontzagwekkende goden die de nomaden beschermden.   Hij, Tugal, was als astmatisch kind te zwak om het leven van zijn rondtrekkende voorouders verder te zetten. Op het internaat waar hij in zijn jeugd verbleef ontwikkelde hij echter zijn talent om met goedgekozen bewegingen een verhaal tot uitdrukking te brengen. Dit gebruikt hij nu om zijn roots en verdwijnende culturele tradities in leven te houden.   Terwijl zijn ademhaling een rustige regelmaat vindt en zijn spieren zich langzaam ontspannen, weerklinkt het waarderende applaus van de talrijk opgekomen toeschouwers. Het geluid van enthousiast klappende handen vult de kale ruimte. Zijn offergave voor de machtige goden van zijn volk.

Soren Skanderborg
0 0