Zoeken

De Standaard

  Opletten moet je blazen, zei Bob. Zullen we het daarmee moeten doen vandaag, hier in frituur De Bosbrand? Wij zitten aan ons tafeltje. Dit klinkt als het Laatste Avondmaal, maar dan echt. Bescheiden. Dicht bij mekaar. Gewoon rondom, zoals dat de norm is. Niet op één rij, allen in het niets starend. Ignace is een smeerlap. Hij kan mijn gedachten lezen en Alfred zoekt een verse pot. Ingewijden weten dat het andalosersaus betreft. Zijn wij dan drie apostelen? Roeland is er immers ook. Helemaal. In levende lijve. Schoon stil vanbuiten. Dat lijkt bij hem de norm. Alfred is geen apostel. Hij is immers een dwerg. Kabouters kunnen onmogelijk boven een menigte uittornen en dan beweren dat ze waarheid te verkondigen hebben. Dat is absurd. Dat is in se voorbij het realisme. Alvast vijf doden door vuur op de heuvels van Hollywood. Biden heeft de streek uitgeroepen tot rampgebied. Oude mannen weten of vergeten. Het is altijd een rampgebied geweest. Hollywood is een ware onheilplaats voor de cinematografie. Het is eerder een oord voor mainstream entertainment. Ignace vindt mij een ijdele uil wanneer ik Engelse termen gebruik. Amerikaanse, is mijn repliek. Oké dan. Hoofdstroom ontspanning die mijn hoofd nooit ontspant en mijn ziel nooit onder stroom zet. Wij weten dat. Hollywood is eerder een modeoord, anders te formuleren als een plaats waar een wisselende, door malloten opgelegde standaard gedwee te volgen is. Nog een geluk dat David Lynch daar nooit gelyncht werd. Zullen we het daarmee moeten doen vandaag, hier in frituur De Bosbrand? Ignace is een smeerlap. Hij steelt die krant uit de brievenbus van zijn imaginaire buurman. Hij woont immers nergens en die buurman is een freak, bezeten door de standaard. Hij heeft tegelijk een online abonnement op De Standaard als ook een abonnement op de papieren versie. Frieten mogen niet in krantenpapier verpakt worden. Roeland kan daadwerkelijk spreken. Dit was het bewijs. Ignace is extreem. Hij weigert pertinent de norm, gewoontes te volgen. Andalosersaus zonder frieten en een rietje graag. Alfred doet nooit moeilijk. Hier is immers ons paradijs. Wij zitten aan ons tafeltje zonder dat er straks iemand gekruisigd moet worden. Alfred brengt hetgeen Ignace bestelde. Hij zegt dat hij sowieso geluk heeft. Kabouters worden nooit gekruisigd. Nagels te groot, handjes, voetjes miniscuul. Kleine kruisjes zijn enkel de standaard tussen twee mooie borsten. Bovendien. Wanneer men kleine kruisjes in de grond zou steken om kabouters te verheffen tot een martelaar, dan zou dat laag bij de grond zijn. Katten en ratten zouden de dwerg verslinden. Wij zullen het daarmee moeten doen vandaag, hier in frituur De Bosbrand. Intussen kwam zij opdagen, naast ons zitten. Zij is een woordenreeks:  modeoord  droomode moordode  rood+moed rodeo+dom  roem+dood Roeland neemt het blad en vouwt alvast een eerste vliegtuig. Soms wil hij gewoon weg.     bron: De Standaard uit de reeks 'Alfred Frietkabouter'

Bernd Vanderbilt
9 0

Winterdip

De wereld lag verstopt onder een dikke deken, al weken en weken en weken aan een stuk. Elke dag kleurde de hemel Vijftig Tinten Grijs. Lichtgrijs met lange, donkergrijze strepen. Muisgrijs met zwarte lijnen. Zwartgrijs met kleine, witte wolkjes. Altijd, altijd weer die variaties op wit-grijs-zwart. Als een foto uit lang vervlogen tijden.  Elke ochtend opnieuw hoopte ze op De Opklaring. Buiten en in haar hoofd. Ze wilde weten dat de zon nog bestond en zich, al was het maar heel even, wat lichter voelen.  Nu voelde ze zich zuurstofloos, als een roos onder een stolp. Op automatische piloot ging ze door de dagen. Ze leefde overlevend, forceerde zichzelf hoogstens tot een blokje om met de hond die ze niet had.                                                                                                                    Ze sliep amper. In het donkerste, nachtelijkste zwart werd ze verzwolgen door cyclisch gepieker, steeds weer dezelfde duistere gedachten die in het lichtgrijs van de dag weliswaar in kracht afnamen, maar nooit volledig verdwenen.                                                                         Ze wilde wegkruipen in bed, zich ingraven en oneindig slapen. Ze wenste dat ze dat egeltje was dat ze onlangs in het park onder een laag bladeren had gezien. Net als dat kleine diertje wilde ze pas ontwaken bij de eerste lentezon. 

Melanie Huyghe
12 0

Abjectie.

Toen ik klein was, wou ik astronaut worden. Helaas ontdekte ik dat ik een idioot was en werd ik (wannabe-) fotograaf omdat alleen idioten de sterfelijkheid van schoonheid durven vast te leggen. Schoonheid kent vele vormen; de vormen van het lichaam, de vormen van emoties en de vormen van datgene wat voor altijd verborgen zal blijven. Obscure schoonheid, de stupiditeiten van het leven wellicht, worden vaak geabsorbeerd door de schaduwen van de banale esthetiek. Niets impardonnabel - "Beauty seen is never lost," zeggen ze weleens.  Er is lelijkheid in schoonheid en schoonheid in lelijkheid. Toch is 'lelijkheid' een diepgaand, breed woord.  Lelijkheid kent vele vormen; de vormen van het lichaam, de vormen van emoties en de vormen van datgene wat voor altijd verborgen zal blijven. Of verborgen moet blijven. Abjectie. Wellicht ben ik niet de beste persoon om dit in beeld te brengen. Beaat ben ik nooit geweest. Noch gedwee.  Ik heb niet zoveel wensen. Het creëren van een paragon van kunst is weliswaar prachtig, maar een wens ver verwijderd van wat ik maar ben. Desondanks is wensen voor het onmogelijke, iets waar de mensheid in uitblinkt en ik blijf maar mens, want om te zien met ogen die niet vertroebeld zijn door haat is een geschenk, maar ook liefde voor het over-het-hoofd-geziene.  Ik zal mijn best doen als ongenuanceerde wannabeschrijver.   Ik houd van de kleur grijs. Regen is grijs. Wolken zijn grijs.  De maan is grijs. Wijsheid is grijs. Grijs rijmt op vijs. Datgene was ik mis in mijn leven: Te veel grijzen, te weinig vijzen. Ik beschuldig ten onrechte het geschenk van het leven als kleurloos, wellicht met een tintje deuteranomalie in die van mij, maar niet eentonig. Nooit eentonig.  Wat ook niet eentonig is, is mijn haat voor het leven. Als het een beest was, zou het mijn vader zijn. Een absoluut wangedrocht. Een lelijkerd. Een misbaksel. Een varkensfoetus zonder hart. Mijn lot werd beslist.     

Cordelia
7 0