Villa Pannenkoek en zo
Ge kunt dat! zeg ik tegen mezelf. Ge kunt. Ge kunt, omdat het moet. Ge wilt. La puissance de volonté. Ge wilt en ge moet. Ik ga een kinderboek schrijven. Dat zal wel lukken. Oefen. Experimenteer. Schrijf! Schrijf! Schrijf! Beduvel uw eigen kritikaster.
Villa Pannenkoek
In villa Pannenkoek loopt alles fout. Oma is eenzaam en boos. Zoon Toon doet zijn best. Rocky de teckel is doof. Kanariepiet Piet is blind, maar muzikaal geschoold. Kleinkind kolonel Kivit is sterk en slim. Muilezel Nick doet AI in plaats van IA. De Koe van de Koestraat geeft geen melk. Ze werkt als flexi-jobber in de HORECA. De Koe van de Koestraat is ook gewoon een mottige doos.
Hoofdstuk 1. Heeft zoon Toon longkanker?
De huisdokter zegt: 'Quid?'
De radioloog zegt: subtiele dunne bandvormige verdichting rechts basaal. DD atelectatisch, sequelair na eerder infiltraat.
Zoon Toon zegt: 'Wat heeft dat te betekenen?' Sinds toen heeft hij een geheim. Hij maakt tekeningen met de letters en woorden 'Van sigaretten ga je dood.' Hij rookt al vijfendertig jaar. Vies. Bah.
Hoofdstuk 2. Is Oma in staat zelfmoord te plegen?
Neen, waarschijnlijk durft ze zelfs niet op de noodknop te duwen. Inloggen bij de bank lukt ook niet. Ze probeert te telefoneren met een gsm zonder SIM-kaartje in en geeft zoon Toon de schuld van alles. Haar TV en microgolfoven zijn stuk. De juffrouw die zorgt voor de service van de serviceflat heeft vakantie.
Hoofdstuk 3. Waarom neemt kolonel Kivit zijn telefoon niet op?
Geen idee.
Hoofdstuk 4. Is de Koe van de Koestraat ooit verkracht?
Ja, op een trouwfeest van een nichtje door een garçon.
Neen, denk ik. Dit snappen de kindjes niet. Het moet anders. Ik begin op nieuw.
Vogel en vogeltje
Ik ben een vreemde vogel. Ik eet graag vissen en chocolade. Soms verander ik van kleur en gemoed. Ik lust ook graag rode wijn en bloemkool. Vandaag regent het. Meestal schijnt de zon. Die lijkt dan op een pannenkoek aan de hemel. Vaak beleef ik leuke avonturen. Hier is er zo een.
Op een morgen kwam er samen met de zon een andere vreemde vogel langs. Hij was moe en had zin in een sigaar. Ik nam de lichtbruine doos sigaren en gaf hem er een. Mijn luciferdoosje kon ik niet vinden.
Ik zei: 'We zullen op zoek moeten gaan naar vuur.'
Hij zei: 'Ja, is goed. Gaan we samen?'
Ik zei: 'Ja, is goed.'
We vlogen van de boom naar de dakgoot en terug. En terug van de boom naar de dakgoot en terug. De boom is een grote treurwilg. Plots begon de boom te praten.
De boom zei: 'Jullie moeten de grote oceaan overvliegen naar het eiland Lapje LOem. Daar woont Koning Lucifer de lichtontvlambare. Hij kan jullie wel een doosje lucifers bezorgen.
Tot slot zei de boom: 'Het is die kant uit. Z bij ZO. Zuid bij Zuid Oost en hij wees met al zijn takken die kant uit.
Vogel en vogeltje vlogen naar de dakgoot. Plots begon de dakgoot te praten.
De dakgoot zei: 'Volgens mij moeten jullie de andere kant op. N bij NO. Noord bij Noord Oost.
Vogel en zijn vriend vogeltje keken elkaar verbaasd aan.
Ik zei: 'Laat ons opnieuw aan de boom vragen welke kant het op is.'
Hij zei: 'Ja, is goed.' En we vlogen naar de boom die ondertussen lelijk keek en zweeg.
Ik vroeg: 'Welke kant is het uit?'
'Z bij ZO.' antwoordde de boom nors.
Ik zei: 'De dakgoot beweert N bij NO.'
'Da's fout!' bulderde de boom bijzonder boos.
Vogel en vogeltje vlogen naar de dakgoot na eerst een rondje rond de boze boom te hebben gedaan.
De hemel werd donker. Pikdonker. Pannenkoek zon verdween. De wolken werden zwart en het begon te regenen. Donder en bliksem sloegen toe.
Neen, denk ik. Dit boeit de kindjes niet. Het gaat ook te traag. Ik begin op nieuw.
Heleen en Coco in de Zoo of dierentuinen zijn gevaarlijk
Heleen, de moeder van Coco, is moe en heeft geen zin. Vandaag staat de Zoo van Antwerpen op de planning. Coco kijkt daar al enkele dagen naar uit.
Zoals iedereen weet zijn dierentuinen, net als pannenkoekenrestaurants, kinderlokkers. Allebei zijn ze grote trekpleisters. De olifanten, leeuwen, giraffes, okapi's, koala's, krokodillen, papegaaien, slangen, roofvogels, apen, … trekken de aandacht.
Samenvatting: Heleen verliest heel even haar dochter uit het oog. De vierjarige klimt op een laag muurtje en over een plexiglas paneel en stort meters diep in het Gorillaverblijf. De klap is enorm. Coco blijft bewusteloos op de grond liggen. De omstanders kijken toe en Heleen is in paniek en schreeuwt het uit. Gorilla Gust, de grootste en brutaalste van het gorillaverblijf, stapt op het kind af. Het wordt een horrorscenario. Gust tilt Coco op en werpt ze enkele meters verder het verblijf in. Zijn vrouw, gorilla Binti Jua houdt de wacht aan de schuifdeur van de verzorgers, zodat er geen hulp voor Coco binnenkan. Ondertussen is Heleen ook het bewustzijn verloren door de stress. De brandweer en een dierenarts komen ter plaatse, maar zijn radeloos. Ondertussen gooit Gust Coco nogmaals enkele meters de hoogte in, waarna hij zich triomfantelijk op de borst klopt. En zo voort en zo verder. Dit verhaal eindigt met de zinnen: 'Ik zou zo graag pipi gaan doen.' En 'Op het kerkhof ruikt het naar frit.'
Ik zei tegen mezelf:’Felix, het kan en moet beter!’
Yumi van de planeet Huppeldepup
Oma Ada rookt een sigaar in haar kamer in het rusthuis en praat tegen zichzelf. Ze is weduwe. Bompa dronk smeer -en lampenolie. Bompa is allang morsdood.
“Dit is mijn favoriete pyjama! Ik vind vooral de kleur mooi. Het groen past helemaal niet bij het geel, maar hij is zo zacht.”
Dokter Kunstvorlaget en een eigenaardig ding op kleine wieltjes komen plots binnen.
“Ada, je mag hier niet roken. Verdomme. Dat weet je toch,” zegt hij boos.
De dokter opent het venster.
Oma: “Neen, niet doen. Het is veel te koud.”
“Er hangt hier rook. Je moet af en toe je kamer verluchten, Ada,” zegt de dokter geïrriteerd. “Ik heb goed nieuws. Je krijgt gezelschap,” vervolgt hij.
Oma: “Ooh, hoe zo?”
“Yumi, de robot zal vast en zeker een leuk vriendje worden. Het is een jongentje. Het is een humanoïde robot. Dat wil zo veel zeggen als: hij kan praten als een mens, hij kan lachen zoals een mens, … Alles wat een mens kan, kan deze robot ook. Hij komt helemaal uit Japonnnenland. Zeg eens iets Yumi.”
Yumi: “Hallo, ik ben Yumi. Wat heb jij een leuke pyjama aan!”
Yumi loopt, of beter, rijdt rond en maakt een piepend geluid.
“Dat piepende geluid verdwijnt nog wel. Hij is nog spiksplinternieuw. Als hij bij jou blijft, wordt hij je beste vriendje.” beweert de dokter.
“Hoe heet mijn nieuwe vriendje ook alweer?” vraagt oma Ada.
De dokter en Yumi in koor: “Yumi!”
“Ik heb ook nog slecht nieuws. De verpleegsters zullen minder vaak langskomen. Je kan vanaf nu met Yumi praten, lachen, turnoefeningen doen, tekenen en kleuren, spelletjes spelen, bijvoorbeeld vier op een rij, verstoppertje, Monopoly, klaverjassen, schaken, pingpong, ’schipper mag ik overvaren’, vogelenpik, dammen, tikketje, touwtjespringen, hoelahoepen, voetballen en tennissen, zwarten pieten, potteke stamp, Scrabble, Zeeslag en zo meer.
“Yumi kan je ook helpen bij het aankleden, het wassen en als je naar de WC moet. Onze verpleegsters hebben helaas geen tijd meer voor jou.” gaat de dokter verder.
Dokter Vorlaget verdwijnt. Oma Ada kijkt naar de robot en probeert zijn naam te onthouden.
‘Ja, dit wordt het!’ denk ik. Dit gaan de kindjes leuk vinden. ‘Ge kunt het!’ Ik neem me voor om ’s ochtends free writing oefeningetjes van dertien minuten te doen met ‘Yumi van de planeet Huppeldepup’ in mijn achterhoofd. ‘Dit wordt een prachtig kinderboek’ schrijf ik later in mijn dagboek. Ik ben opgetogen en content.