Zoeken

Wegwerkzaamheden

Heel lang hebben we in onze buurt geklaagd over de kruising. Het was ook heel krap, als er een vrachtwagen door moest, kon je rustig een eindje achteruit rijden. Ooit, maar dat is al jaren geleden, heeft er eens een boottransport klem gezeten. Een mooi jacht, het zou in ons haventje te water worden gelaten. Er was berekend dat het allemaal kon, de vrachtwagen zou de bocht kunnen maken. Maar helaas, waarschijnlijk waren de tekeningen niet helemaal accuraat, de combinatie kwam jammerlijk vast te zitten op de kruising. Het verkeer volledig blokkerend. Ach, het ongemak woog niet op tegen de hilariteit dus veel ergernis was er niet. En nadat er een betonnen muurtje was afgebroken, kon het transport gehavend en wel zijn weg vervolgen. En wij ook, stiekem nog na-lachend. “Eigenlijk staat dat huis op de hoek ook vreselijk in de weg”, zeiden we tegen elkaar. Maar ja, om nou tegen iemand te zeggen dat hij zijn huis af moet breken, dat is ook weer zowat. Tot op een gegeven moment de bewoners van het bewuste huis waren overleden en de kinderen het huis verkochten, aan de gemeente. Het zou dus toch echt afgebroken worden. We kregen brieven, hadden inspraak, kregen het uiteindelijke plan waaruit de inspraak toch niet bleek en er werd een datum gepland. De bewuste dag naderde maar er gebeurde niks. Wel werden er bijzondere palen geplaatst. “Weet jij wat dat is?” vroeg ik mijn maatje. Hij schudde zijn hoofd. We deden navraag. En wat bleek, in het huis dat zou worden afgebroken, woonden vleermuizen. En die zijn beschermd. Dus plaatste de gemeente vleermuizenpalen waar ze in konden wonen. Als ze dat ontdekt hadden en waren verhuisd, kon het huis tegen de vlakte. Ik vond het een bijzonder plan want waarom zouden die vleermuizen vrijwillig verhuizen als hun oude onderkomen er gewoon nog stond. Maar daar zouden vast hele knappe koppen over nagedacht hebben. Dacht ik. Enfin, het duurde weer een paar maanden maar toen eindelijk begonnen de werkzaamheden. Het huis werd afgebroken. Inmiddels ligt ook de hele kruising open. Net als de rest van Brabant, geloof ik. Zelfs de 15 kilometer die ik naar mijn werk moet rijden, kosten me drie kwartier. Als het goed is, is alles eind van de week klaar. En hebben we een overzichtelijke verkeerssituatie. Wel fijn. Maar wel minder bron voor komische verhalen. En laten we hopen dat het ook allemaal naar tevredenheid van de vleermuizen is.          

Machteld
0 0

Het aangeprate schuldgevoel

Universele of goddelijke liefde oordeelt niet, maakt geen onderscheid tussen goed en slecht. Werkelijk alles mag in al zijn glorie bestaan, ook datgene dat wij vanuit menselijk perspectief werkelijk verwerpelijk vinden, en dat getuigt van onvoorwaardelijke liefde in zijn puurste vorm. De oneindigheid ervan gaat ons menselijk inbeeldingsvermogen te boven. Het woord God wordt als vanzelfsprekend geassocieerd met de bullebak die het Christendom beenhard heeft neergezet. Eentje die een oordeel velt over zijn creatie en straffen uitdeelt. Al ettelijke generaties lang vertelt men hoe wij uit zijn gratie kunnen vallen. Dat wij in feite zondaars zijn die dienen vergeven te worden. Zulke consequente negatieve inprenting, vaak al beginnend in de kindertijd, kan niet anders dan sporen nalaten op het (collectieve) zelfbeeld. Ook wie beweert niet gelovig te zijn, blijft niet gevrijwaard van de invloed die religie uitoefent op zijn of haar overtuigingen. Zo gaat het verwerpen van het bestaan van God helaas vaak gepaard met het uitsluiten van een spirituele en ruimere betekenis van het woord. Door het woord God volledig uit het vocabularium te schrappen, wordt het kind met het badwater weggegooid. De oorzaak ligt natuurlijk niet enkel bij de diepe inprenting van het Christelijke verhaal, maar het is wel zo dat wij collectief met een minderwaardigheidscomplex kampen. Veel mensen worstelen, al dan niet aan de oppervlakte en vaak ook onbewust, met een gevoel van niet te voldoen. Met een onderhuidse overtuiging niet te deugen. Dit uit zich op ontelbaar veel manieren en kleurt het leven donkerder. Een gebrek aan eigenliefde kan in principe de bron van alle ellende genoemd worden. Net daarom vind ik het zo belangrijk om hierover te schrijven. Ik ervaar zelf ook hoe het maken van keuzes die gestoeld zijn op eigenliefde, ook al zijn deze niet altijd voor de hand liggend, deuren opent en vreugde schept. En ik voel ook nog steeds hoe zelftwijfel en strengheid jegens mezelf kwalen en uitputtende situaties uitlokt. Nu religie in ons hedendaags westers bestaan zo goed als van het toneel verdwenen is, neemt de wetenschap de megalomane rol van een alwetende entiteit op zich. Nu is het de wetenschap die zegt dat wij niet deugen. Dat we onze planeet onder grote druk zetten en een parasiterende plaag zijn. Dat elke droogte en watersnood onze eigen schuld is. Dat we moeten boeten en betalen. En de kans is groot dat we dat dan ook massaal gewillig doen. Omdat we systematisch, op subliminale wijze, onszelf hebben leren verwerpen. Het verhaal rond covid heeft dezelfde uitwerking. De wetenschap zegt dat we besmettelijk kunnen zijn en daarmee anderen in gevaar brengen. En dat ons lichaam zwak is en mogelijk niet kan overleven zonder een tussenkomst van de wetenschap. Elke mening die anders luidt zou van onwetendheid, egoïsme en slechte wil getuigen. De ongevaccineerden zijn de zondaars van vandaag. Los van religie en wetenschap, wordt er ook nog een schuld- of minderwaardigheidsgevoel omtrent de culturele achtergrond aangepraat. Zo heeft wie blank en geprivilegieerd is, geen recht tot klagen. Te midden van zoveel welvaart en comfort moet er niet flauw gedaan worden, met een nieuwe vorm van zelfkastijding tot gevolg. We branden onszelf op, omdat we denken beter en meer te kunnen zijn dan we zijn. Het schuldgevoel sijpelt door in verschillende lagen. Als het niet iemand anders is die het ons probeert aan te smeren, dan wentelen we onszelf er wel in. Ik schrijf deze tekst specifiek om u, lieve lezer, eraan te herinneren dat je een volmaakte creatie bent. Dat je niets hoeft te doen, noch iets verkeerd kan doen, om onvoorwaardelijk geliefd te zijn. Goddelijke liefde maakt geen onderscheid, sluit niets uit. Indien ze dat wel zou doen, zou ze zich tegen zichzelf keren, daar alles wat is uit haar voortkomt. We kunnen het ons als mens haast niet voorstellen wat het is om zelfs de diepste duisternis te omarmen. We hebben geleerd om onszelf in te binden en te twijfelen aan onze goedheid en schoonheid. En dat maakt ons ziek en ongelukkig. Het leven zou een pak lichter aanvoelen indien we milder zouden zijn tegenover onszelf en anderen. Schuldgevoelens en zelftwijfel trekken de collectieve vibratie naar beneden. Hoe meer we onszelf eren, des te mooier onze samenleving wordt. Ik wou dat we het collectief konden injecteren met zelfvertrouwen en eigenliefde in plaats van met chemische substanties.

KarolienDeman
7 0

Jezelf durven zijn zonder handleiding

De enige ankerpunten waaraan ik mijn identiteit kan koppelen, zijn genetische factoren, mijn omgeving, mijn ervaringen en mijn authentieke persoonlijkheid. Deze elementen vormen het fundament van mijn persoon. Daarnaast is er (gelukkig) geen handleiding die zegt wie ik ben en waarmee ik mijn kostbare levenstijd dien in te vullen. Ik ben dankbaar voor die vrijheid, maar er is anderzijds ook geen houvast. Het laat ruimte voor twijfels. Met een niet al te destructieve, maar wel irriterende, regelmaat word ik overmand door twijfels over mijn keuzes en overtuigingen. Die twijfels worden veelal opgewekt door het beeld van mezelf gezien door de ogen van een ander. Ik lijk wel eens te vergeten dat anderen evenmin over een handleiding beschikken. En dat de platgelopen weg van de meerderheid niet perse de mijne hoeft te zijn. Mij afvragen of ik ‘goed bezig’ ben, is niets anders dan een gezonde reflex. Het mag alleen geen inwendig vretend zelfverwijt worden. Er zijn ook momenten waarop ik echt trots ben op mezelf. Op hoe mijn leven eruit ziet en waarmee ik bezig ben. Dan sta ik sterk in mijn schoenen, volledig en schaamteloos opgaand in mijn authenticiteit. Want ik weet verdomd goed dat het verloochenen van mijn gevoelskompas resulteert in niets dan ellende. Dat het leven te kort en te waardevol is om krampachtig aan verwachtingen te voldoen. En dat ik sowieso met afkeuring zal geconfronteerd worden, ongeacht welke keuzes ik ook maak. Ik wil mijn inzichten en overtuigingen niet telkens opnieuw tegen de vlakte gooien wanneer de twijfels binnen sluipen. Ik wil kunnen voortbouwen zonder dat de boel aan het wankelen gaat.   Onverstoord door het leven gaan, is een vet onderstreept aandachtspunt in mijn ontwikkelingsproces. Rotsvast in mijn kern blijven staan, ongeacht de turbulentie van emoties en de al dan niet uitgesproken weerstand van anderen. Ik zal altijd open blijven staan voor het advies en de meningen die mij toekomen, maar dan zonder de slopende reflex om mezelf neer te halen. Sociaal contact is de ultieme, doch soms confronterende, spiegel om aan zelfreflectie te doen. Uiteraard ben ik, in het belang van zowel mijn mentale als fysieke gezondheid, hierin selectief. Om in te schatten of een relatie gezond is voor mij, vraag ik me af in welke mate iemand mijn authentieke ‘ik’ aanmoedigt. Sommige contacten bleken mij helemaal geen deugd te doen en triggerden zelftwijfel. Elke ontmoeting is een reflectie van een deel van mijn interne wereld. Van mijn zelfbeeld. Vind ik mezelf, bewust of onbewust, niet goed genoeg, dan zal ik ook geconfronteerd worden met personen die dit gevoel bij mij opwekken. Vibrationeel of energetisch gezien ben ik dan ook een match voor zulke ontmoetingen. Sterker nog, het kan zelfs zijn dat ik mij aangetrokken voel tot die personen. Of zij zich tot mij. Want de uitgezonden vibratie werkt magnetisch op de ‘passende’ vibratie van iemand anders. Ze willen elkaar bevestigen. Naarmate mijn vibratie verandert, zie ik ook dat mijn sociale contacten veranderen. Change the vibe, and your surrounding will follow. Dit is de reden waarom veel gevoelige en onzekere mensen zich aangetrokken voelen tot narcisten. Ze vormen als het ware een ‘vibrationele match’ en bevestigen elkaars zelfbeeld. Het is een fenomeen dat ik aan de levende lijve ondervonden heb, alsook regelmatig in mijn omgeving constateer. Relaties eindigen op het moment dat één van de twee partijen zijn/haar vibratie verandert. De vibratie die ik uitzend is rechtstreeks gelinkt aan mijn zelfbeeld. Daarmee komen we terug bij de aanzet van dit schrijven, namelijk de vaststelling dat niemand anders dan ikzelf kan bepalen tot waar mijn identiteit reikt. Voluit authentiek handelen vraagt om lef waarmee je dwars door alle oordeel heen boort. Ongegeneerd jezelf durven zijn, geleid door je unieke innerlijk kompas, is vaak een kwestie van durven. Ondanks het gebrek aan richtlijnen en verwarrende sociale structuren probeer ik mijn uniciteit volledig te ontplooien en aanvaarden. En dat gaat met periodes van knagende twijfel, opflakkerende rebellie, maar ook berusting en vertrouwen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/9/26/zonder-handleiding-jezelf-durven-zijn

KarolienDeman
6 1

Berichten uit de psychiatrie: Nadine

Nadine*en het belang van knuffels We kennen elkaar nog maar net. Twee, misschien drie weken. Al meteen bij onze eerste ontmoeting vraagt ze mijn naam. Sindsdien, telkens we praten zegt ze om de twee zinnen mijn naam. Haar geheugen werkt beter dan het mijne, ik moet geregeld naar haar naam vragen. Zij, wat gezet, niet meteen met het hoogste IQ gezegend, maar met fonkelende ogen en een ontwapenende glimlach. Ik, met een gemiddeld IQ dat mij tot op heden niet bijster veel heeft opgeleverd. Soms heeft ze wijze woorden die ze achteloos rondstrooit, als 'tussen de soep en de patatten', woorden die impact hebben, meer dan ze beseft. Die mij aan het denken zetten. Een vrijdag, we nemen samen de bus. Ik vraag haar waar ze heen gaat. ’Naar mijn vriend, in het ziekenhuis.’‘Niets ergs, hoop ik?’‘Een longontsteking.’‘oei.’ Stilte. We zijn samen alleen in onze gedachten, ik bij mijn vriendin, zij bij haar vriend. Maandag.Vreselijk nieuws. Onverwacht is haar vriend overleden. Ik weet niet wat gezegd, vind geen woorden. Zij lijkt het niet te begrijpen. Onwezenlijk. Hij is er niet meer.Nooit meer. Hij is weg. ‘da’s echt ‘beuh’ hoor, filip.’‘waar denkt ge dat hij is , filip?’‘hij is niet gelukkig ,zenne , waar hij is. Dat voel ik, filip.’‘Wanneer wordt hij begraven?’‘Hoeveel kost zo’n kist? Kan je dat eens opzoeken, filip? En wie gaat dat betalen, filip?’ Het vragen stopt niet, en ik heb geen antwoorden. Ik denk aan Jean Gabin -je sais qu’on ne sait jamais- en tracht te troosten. Ik vraag de volgende dagen regelmatig of ze wat kan slapen, of het gaat.‘Moeilijk, ik moet altijd aan hem denken.’‘Het is ni gemakkelijk hoor, filip, het is moeilijk.’‘Ja, want dat doet echt pijn hoor filip, altijd. Pijn!’ Ik vertel haar dat dat normaal is, en dat het verdriet en de pijn nog een hele tijd zullen duren. Dat het betert, na verloop van tijd, maar dat het nooit echt weggaat. Dat ze de mooie momenten moet koesteren. Ik praat niet verder, op zo’n momenten zijn woorden maar woorden. Ik streel over haar schouder. We zwijgen even. Dan volgt een spervuur aan vragen. ‘Dat moet toch niet tof zijn, zo in ne put, met grond over u, he filip?’‘Hoe diep is dat eigenlijk, zo’n put, filip?’ Ik weet het niet, ik weet niet wat te antwoorden, ik ben agnost, wat kan ik doen om te troosten? Symboliek? -‘Als hij ergens is, dan zal hij wel gelukkig zijn.’ -‘maar waar is hij dan? Onder de grond?’ -‘Neen, zijn lichaam wel, maar zijn geest niet.’ -’is dat zo?’ -… ‘is dat zo?’ ‘…misschien, ik weet het niet, maar je kan aan hem denken, en hij aan jou, misschien kijkt hij naar jou.’ -je sais que je ne sait pas- In de living hangt een kadertje met typisch zweverig Boeddhistische afbeeldingen. Kaarsjes, warme kleuren, links onder een klein zwevend Boeddha-beeldje, rechts boven een Boeddha in zijaanzicht. In het beeldje ziet ze haar vriend, en ze ziet dat hij niet gelukkig is. Verhalen helpen ons mensen, dus ik probeer: -‘Misschien wacht hij gewoon, waar hij is, tot jij afscheid neemt, waarna hij verder kan, misschien wel naar de hemel. Of misschien wordt hij een ster, kijkt hij naar je, en is hij altijd bij jou, in je hart.’ -‘die hemel, bestaat dat dan? En waar is dat dan, filip?’ -… -On ne sait jamais le bruit ni la couleur des choses-  Tussen de lijnen door had ik al gelezen; veel sociaal contact heeft ze niet, ze heeft een zus, en hier en daar waarschijnlijk nog wat mensen, maar weinig. -‘Als je wil kom mee naar de begrafenis, om je te steunen?’ Begrafenis. Eenvoudige, serene dienst. Mooie woorden. De psycholoog, een van de zorgverleners, en iemand van het mobiele team -die haar goed kent- tekenen present. Ik ook. Ik heb de man -haar vriend- nooit gekend, maar hij heeft, naar ik vermoed, niet meteen een foutloos parcours gereden. Ik wil, kan en mag niet oordelen, in de dood zijn we allen gelijk. Het is hier, in het mortuarium, verstopt onder of achter de parking van het ziekenhuis (wat kunnen e dat toch zo goed, de dood verstoppen) dat ik de eerste tranen zie. Ik hou me wat op de achtergrond, maar groet haar bij het buitengaan, we geven elkaar een knuffel. Daar en dan gebeurt het meest menselijke, het mooiste; het gevoel verbonden te zijn. ‘af en toe een knuffel, dat hebben we nodig’, zeg ik. Ze huilt, ze knikt, ze lacht.We weten, we hebben gelijk.En weer denk ik aan Jean Gabin. -On oublie tant de soirs de tristesse Mais jamais un matin de tendresse!- *De gebruikte naam is om privacyredenen gefingeerd.

filip couck
4 0