Zoeken

De step van Finn is foetsie

Pagina 1 Het is de eerste dag van de grote vakantie. Eindelijk tijd om te spelen, denkt Finn. "Zal ik voetballen? Nee, ik ga met de step naar het skatepark. De vakantie mag wild beginnen.” Maar ... wat nu? Zijn step staat niet op de vaste plek in het schuurtje bij de fietsen. De step is nergens te vinden. (tekening) Pagina 2 Wellicht weet oma waar zijn step is. Ze past op Finn en zijn zusje terwijl mama en papa werken zijn. Misschien gebruikt ze de step om de was op te hangen in de tuin. Slim van oma, want dat gaat sneller. Nee, toch niet. Oma staat in de keuken. Ze schilt de aardappelen. (tekening) Pagina 4 "Misschien is zus met je step aan het spelen", zegt ze. "Nee oma. Zusje is te klein. Ze kan helemaal niet bij het stuur. Of anders niet met haar voetjes op de plank." (tekening) Pagina 5Misschien heeft opa de step meegenomen? Hij was vroeger postbode. Stel dat hij nog een tas met brieven gevonden heeft? En die is hij nu met de step van Finn naar de mensen brengen.  Nee, ook niet. Opa zit zoals gewoonlijk in de tuin. Hij sproeit zijn moestuin.  "Is je step foetsie? Oei. Nee, Finn, ik heb die niet gezien." "Foetsie? Wat is foetsie opa?" "Dat betekent gewoon dat je step weg is. Verdwenen of zoek. Misschien weet mama of papa waar hij is?" (tekening) Pagina 6 Papa? Dat zou best kunnen. Hij is politieagent. Met de step kan hij de boeven nog sneller bij de kraag vatten. Hij zegt dikwijls dat ze hem te snel af zijn. Als een superheld vangt hij ze nu. Goed idee van hem. Maar nee. Papa zit gewoon aan zijn bureau. Met een tas koffie. Niets boeven. "Jouw step? Nee, Finn. Niet gezien. Mama zal die wel opgeruimd hebben." (tekening) Pagina 7 Natuurlijk. Mama zegt altijd dat ze tijd tekort heeft in het ziekenhuis. Met een step gaat ze vliegensvlug van de ene patiënt naar de andere. De vliegende verpleegster. Nee, ook niet. Mama staat te babbelen met een andere verpleegster. "Nee, ik heb je step niet opgeruimd Finn. Je hebt die zeker ergens achtergelaten." Ja. Maar waar? (tekening) Pagina 8 Misschien is de hond met zijn step aan het spelen. Nee, Boris op de step, dat kan helemaal niet. Ofwel zijn de boeven er met zijn step vandoor. Daarom zijn ze papa te snel af. Dat zou best kunnen.  (tekening) Pagina 9 Maar wacht even. Gisteren was het toch de laatste dag school. Nu weet hij het. Hij mocht zijn step meenemen naar de klas. Oma is Finn komen halen met de auto. Heeft hij de step nu in de koffer gestoken of niet? Snel naar school, denkt Finn. Maar de poort is dicht. Natuurlijk. Meester Luc heeft ook vakantie. Twee maanden zonder step. Pfff. Is dat balen voor Finn.  (tekening) Pagina 10 Hey. Wat is dat? De klink van de poort gaat toch naar beneden. De directrice heeft die wellicht vergeten te sluiten.  Zal ik snel door het raam van de klas kijken, denkt Finn. Dan weet ik zeker dat mijn step in de klas staat en moet ik niet verder zoeken. (tekening) Pagina 11 Wat is het muisstil op de speelplaats. Finn sluipt op de toppen van zijn tenen naar de klas. Zoals een balletdanser. Hij kijkt door het raam. Jawel, daar staat de step. Naast zijn bank. "Dag step", zegt Finn.  (tekening) Pagina 12 "Dag Finn", zegt plots een stem naast hem. Finn springt van het schrikken bijna zo hoog als het dak van de school. Het is meester Luc.  "Dag meester Luc. Bent u ook iets vergeten in de klas?", zegt Finn. "Nee hoor, ik niet. De klas moet nog opgeruimd worden. Daar ben ik nog een paar daagjes mee zoet. Dan begint mijn vakantie." "Maar je komt zeker die step van jou halen. Ik dacht nog: die breng ik straks naar Finn. Neem hem maar mee. Fijn spelen. Het is vakantie Finn."  (tekening) Pagina 13 Dat laat hij zich geen twee keer zeggen. "Tot ziens meester Luc. Dank je wel." En weg is hij. Op zijn step door de open schoolpoort. Laat die vakantie nu maar snel beginnen.  (tekening)

Rudi Lavreysen
17 1

Boronali

De bank in het park stond vol met  potjes verf en schildergerei.  De eigenaar van de spullen, in wie ik een schilder vermoedde, was nergens te bespeuren. Zodra ik over mijn verwondering heen was, zag ik een eind verder een man op me toekomen. Hij droeg een schildersezel en naast hem liep ook een ezel aan een touw.  Een breed omrande hoed sierde zijn hoofd. Bij de bank gekomen maakte hij het touw met ezel aan de leuning vast.  Het dier toonde totaal geen interesse voor wat er met hem gebeurde.  Het personage met hoed, die ik de rol van schilder had toebedeeld, trachtte hem om te draaien, maar zoals het een ezel betaamt bleef die koppig staan. Dan nam de man maar de andere ezel, de schildersezel beet en plaatse hem  naast de bank op het gazon. Het was een lage ezel. Op deze ezel plaatste hij een doek dat  bij nader toezien reeds met  felle kleuren was beschilderd. Uit een tas die al op de bank stond haalde hij een wortel.  Daarmee slaagde hij er vooralsnog in om het dier te keren zodat het met zijn achterste naar het doek gericht stond. De hele tijd sloeg ik het gebeuren gade maar werd totaal genegeerd, tot de man mij plots aankeek, naar mij toestapte en vroeg of ik een telefoon had en of hij die even mocht gebruiken. Ik overhandigde hem mijn nieuwe Huawei smartphone.  De man verwijderde zich en stond even later hevig gesticulerend met iemand te bellen. Dan werd mijn aandacht gevestigd op een grote groep vrouwen en mannen die ondertussen het park binnenkwamen.  Aan het materiaal dat ze bij zich hadden merkte ik dat het een cameraploeg was. Ze stelde zich op voor de bank met de ezel, die verder zijn wortel verorberde. Dan kwam er een troep actrices en acteurs toe, gekleed in kleren van omstreeks 1900. Een jonge dame die waarschijnlijk dacht dat ik bij de crew hoorde kwam naast mij staan.  Zij had een klembord in de hand en vroeg of ik het even wou vasthouden terwijl ze instructies gaf aan een aantal acteurs. Op de papieren die op het bord zaten geklemd las ik : Documentaire over Boronali, de beroemde schilder die een ezel was. Tot mijn grote verbazing zag ik hoe aan de staart van de ezel een schilderskwast werd bevestigd. Mijn middagpauze zat erop, dus gaf ik snel het klembord terug aan de dame, die de wenkbrauwen fronste toen ze me uit het park zag lopen. Weer op het werk zocht ik op het internet meteen de naam Boronali op en vond er het ongelooflijke, spannende en hilarische verhaal  van het kunstwerk dat zogenaamd door een ezel  met zijn staart werd geschilderd. De Fransman die het  in 1910 allemaal verzon heette Roland Dorgelès en wou op die manier de spot drijven met het artistieke milieu en zijn kleinzielige snobs en criticasters.   Pas uren later ontdekte ik dat ik mijn telefoon miste.  

Vic de Bourg
9 0

Bijdrage aan een schrijfwedstrijd.

CurieusWest organiseerde onlangs een schrijfwedstrijd. In "One Moment in Time" vind je het hoofdstuk Verhaal nummer 40 , mijn oorspronkelijke bijdrage vind je hier. Saskia De Coster schreef begin, midden en einde in dit spannend schrijfavontuur.  De volgende dag vallen de maskers af. ‘Jullie worden over een uur verwacht. Sofie.’ las Michel op zijn gsm. Het wordt geen koffiekransje, weet hij. ‘Kleed je aan, we vertrekken,’ beveelt hij Maris. ‘Michel, wat…’ en kleedt zich snel aan. ‘Stel geen vragen, schiet op.’ Ze heeft nochtans op dit moment gewacht. In de auto die hen van Oostende naar Brussel brengt, beseft ze dat de wereld niet is veranderd; gedichten, teksten van werkloze auteurs, kleffe televisieprogramma’s, domme influencers en arrogante opiniemakers ten spijt. Iedereen heeft plotseling iets te zeggen en iedereen zegt uiteindelijk hetzelfde. Altijd dat ik. Altijd dat ego. Altijd dat showgehalte. Altijd geschreeuw en gegil. Huidhonger vindt ze een irritant woord.             Maris zucht. Michel zegt geen woord. ‘Ik ben geen Madame Soleil. Ik voel de dingen aan, ik leg verbanden,’ terwijl ze aanwijzingen probeert te zoeken op haar gsm maar de gezichtsherkenning ontgrendelt het apparaat niet. Idiote trut, denkt ze. Het is haar mondmasker. Sterke software toch.             Na anderhalf uur rijden doemt de basiliek van Koekelberg op. Via Molenbeek rijden ze richting Zuidstation naar hun eindbestemming. Ze weet wel naar waar. Brussel ontwaakt als uit een roes, dat doet de stad iedere ochtend, maar vandaag lijkt de stad slecht te hebben geslapen. Mensen met blauwe mondmaskers negeren het afstandswandelen. Ze buigen de hoofden naar hun schermpje, ze kijken niet naar elkaar. Verderop staan mensen te wachten voor gesloten prularia-winkels die straks hun koopverslaving zullen weten te temmen. Het monster van de graai-economie is terug.             Mensen hebben veel van zichzelf verloren, bedenkt ze. Het lijkt ook niemand te storen dat de overheid zomaar in de privacy van je huis en van je leven kan komen. Tok tok op de deur, kom maar binnen en kijk maar rond. Wat is er met hun kritische blik op de wereld gebeurd? Ze mist de lockdown al. Ze wil berusting. Nog even en dan… Haar kleding schuurt over haar lichte brandwonden en brengt het ongeluk terug in haar geheugen. Ze herinnert zich dat ze wakker werd in de kliniek waar verpleegster Saskia zich over haar ontfermde. Ze vergeet nooit haar warme strelen, haar goedlachse ogen en haar flauwe humor die haar erdoor hebben gesleurd. Hoe goed het voelde toen ze afspraken eens te gaan ontbijten in hotel du Parc of cava te drinken in beachbar Polé-Polé. Nu had ze perspectief. Een nieuwe vriendin misschien om mee op het podium te staan.             Op de radio klinkt een treurig liedje van Whitney Houston. Nooit meer Whitney, denkt ze bij zichzelf. Whitney is vallen en uitschuiven. Te veel miserie. Als ik terug op het podium sta, wil ik iets krachtiger. Iets wat een hit had moeten zijn, de hele wereld had moeten wakker schudden. Iets met tekst, met inhoud, met ballen en met borsten. In alle kleuren. In alle tonen. In alle stijlen.             De auto rijdt de ondergrondse parking van het ministerie in. De chauffeur parkeert de wagen. De deur gaat open. Ze voelt een lichte opwinding opkomen. Ze is er klaar voor. Game over.  

Erwin Abbeloos
0 0