Zoeken

Ŵrykoђolakas

«The gravity of the battle means nothing to those at peace»   Nyarlanhotep, de kruipende Huiver, moet de oud-zeeman voorlopig gedogen. Imposant figuur, Diederik de Vader. De rokende apostel. De Meester. Ruikt zwaar naar paarse aftershave, Nebulae van Guerlain, en naar pijp, naar pijptabak altijd: vanillig, houterig, harsig, brutaal. Heeft een hekel aan schaamte en gepruts. Over zijn eerste erotische ervaring met een meisje stamelt hij blozend, onder de indruk nog altijd na vijfduizend-zoveel jaren, dat het voelde alsof hij in een nest behaarde jonge vleermuizen greep. Nooit meer! (Nogal grof, vind ik, en ondankbaar. Onbegrijpelijk. Wij houden net van haar, beharing. Het maakt haar nog mooier.. dierlijker.. menselijker..) En toch: ook hij had van die wilde tedere haarstreek gehouden, hij dacht er later dickwijls in betovering aan, steigerend onder de lakens maar moeizaam weer op gang gepookt, als een lang gedoofd gewaande haard. Hij stichtte later tijdens een hete seventieszomer, onder het delirium van een zonneslag, een slordige zes kinderen, zomaar rapraprap. Last met namen, had hij, dus doopte hij de kinderen Concessie 1 tot en met 6. (Dat deed hij door de eeuwen tot elfmaal toe op rij.) Vervolgens nam hij in een gewijde bronzen waterkuip een stortstoombad om voornamelijk zijn duivelse flieter, een kleine meetlat groot, een grote meetlat klein, om de toverflieter Papageno een goeie stevige schrobbeling te geven en tot een langdurige rust te zalven met Zwitsal bodylotion. Tenslotte katapulteerde een laatste LSD-trip hem op Purple Pills richting de purperen, vereeuwigende sterrennevels waartussen hij nog altijd graag vertoeft, en waarin hij graag, als zijn echtgenote Angele van huis is, plaatjes draait hip hop, en met de muizen meedanst. Die 'm het best bevallen zijn de gesamplede soulbeats van producer Apollo Brown. ("Die man moet elf achterstallige Grammy's cadeaukrijgen.") --- Soms echter komt het op bittere ernst. Soms komt het er ook voor Dierik op aan om alert te wezen en scherp te staan. Gevaar loert overal. Dat was op Zee al zo en Altijd. Onderweg naar de nevels scheert hij vaak rakelings langs Vrykolakas die hem schijnt op te wachten. Daar dan, in een van de vele Gotische hemelopeningen, hangt die afgrijselijke menselijke droggedaante nagenoeg roerloos op een prooi te wachten. Het lijkt op het eerste oog een zware grote man gekleed in een lange donkere middeleeuwse tuniek. Maar wanneer men goed naar het Gedrocht probeert te kijken, zonder lam te staan van angst, dan ziet men de golvende diepzwarte haren met de mantel in mist uiteenrafelen. Het matte voorhoofd, hoger dan normaal, de ingevallen en gerimpelde wangen en de puntige, klauwachtige knokige handen hebben de vale kleur van een doods marmerachtig. De gestalte, groot als een Berserker, is vreemd gebogen en verdwijnt bijna in de wijde plooien van het opmerkelijke gewaad. Maar het vreemdst zijn de ogen.. als van het Onbestaan. De vermissende ogen. Twee holten van afgrondelijke duisternis waaruit een bovenmenselijke intelligentie spreekt, maar waarvan de boosaardigheid onmenselijk is. De ogen die in een hinderlaag op Diederik liggen gegrepen en op ons allen, bij uitstek, wanneer we eindelijk Daarheen gaan. Wordt men gegrepen dan komt het gruwelijk ten einde. Dan is het voorbij. Dan komt er geen volgend leven. Dan is de uitkomst onbestemd maar duister en wanhopig als nooit tevoor. Verminkte, giftige, grauwelende klanken stijgen uit de diepte op vantussen Wrykholakas' monsterlijke slagtanden.       « ph'ngglui mgglw'nafh Čthulhuu R'lyeh wgah'nagl fhtaggn » --- Zonderlingen begrijpen terstond waar de roep om gaat. Het is het afgrijselijkste geheim op Aarde. --- Een gruwelijke kwelgeest is Vrykolakas, de kruisdrager van Eibon, die Diederik op een nacht in bed als kind bekropen is en nooit meer heeft losgelaten. Het schendt de nog altijd diep vanbinnen kleine jongen als een trauma, een diepe kras, of een zwarte vlek. Het bloedt uit zijn lichaampje en het laat sporen. Het hervormt zijn wezen telkens er uit het veilige lichaamhuls getreden moet en er intimiteit moet met een ander. Losgerukt van Vrykolakas, tenslotte, onder de vlucht, neemt de mens een laatste slinger langs de Magelhaense Wolkenvelden, niet al te ver van huis weg, waar ook Wiene & haar neef geregeld vliegen te dromen. Sindsdien, sinds de landing, zal Diederik nooit nog een vrouw aanraken. Ze werden Heiligen voor hem. Hij miek er in den beginne zelfs teveel een verering van, opdat ze hem ververwijderd en onaangeroerd zouden blijven. Ze verlangen nochtans naar hem. Soms. Rijen van artistieke intelligente knappe rijpere dames. Sterrenbeeld Ram, bijvoorbeeld. Hijzelf zou een Maagd zijn, naar het schijnt, zegt Florence. "Alleen helaas de spaarzaamheid mankeert compleet!" Pas op: het gebeurt ettelijke keren dat Diederik in de rij staat aan te schuiven bij een vrouw die hem niet meer wenst te zien of zelfs nog maar te dromen. Tja. --- Sterrenbeeld Ram zijn ze toevallig of Boogschutter of Stier. Hijzelf is een Maagd, wordt verteld. En inderdaad: het gebeurt talloze malen dat Diederik in de rij staat aan te schuiven bij een vrouw die hem niet zien wil, niet meer wenst te lezen een liefdesbrief die hem vandaan komt. Soms hartverscheurend. Een breekbaar meisje, toen hij jonger was, schreef uit smart om hem Leave (Get Out), later uitgebracht door Jojo. Kapot ging hij aan schuldgevoel, nadien, om het verdriet dat hij het meisje veroorzaakt had. Als hij een hart breekt dan ook telkens het zijne. (Het is wat meisjes te weinig verteld krijgen, dat er best wat jongens zijn die na een breuk, te laat, uit schuldgevoel, om het verlies van dat meisje, die Mooisie, dat er best wat jongens zijn die hun hoofdkussen natwenen. En die dat ene meisje nooit meer vergeten.) --- Soms wordt hij misbegrepen. Aan zijn middeleeuwse maar onhoofse romance met de dulle Griet, die een roof voor de Helle doet / die seer verbijstert siet, heeft hij bijvoorbeeld lelijk de broek gescheurd. Ze vrat hem op met hoed en al. "Maar wat een vrouw," bonst zijn hart nog steeds. "Uit haar gescheurde rokken droeg ze mij op om anarchistische vaandels te maken waarop ze de afgehakte hoofden spieste die ze eerst de neus had afgebeten. Ze dronk lood bij het ontbijt. De brand in haar hart viel op de duur niet meer te blussen en verschroeide werkelijk alles." Ook andere keren wordt hij door de vrouwen naar zijn mening iets te snel berecht. "Geen maagden in mijn kot meer!" hoort men soms tieren, lang nog voordat er een huisdrempel overschreden wordt. "En al zeker geen linkshandige! Brengt dubbel ongeluk! Buiten!" Koterij natuurlijk, voor hem.  Maar later wint hij soms succes, Diederik, en verzachten dan langzaam de zeden. Het zijn zoals gezegd magnifieke dames, die heerlijk in het hoofd zitten, prettig ongestoord, bedaard de stem verheffend en en gewoon vriendelijk en rust schenkend aan een man, aan dit soort van een man althans. Deze nobele vrouwen hebben de onthechting en de levenswijsheid opgespaard om minzaam een win-win te zien in Dieriks eenvoudige meesterplan om enkel een magische en zuivere afstandsrelatie te wensen, te genieten zelfs, met volle teugen. Maar louter een platonische. De Kasteelvrouw, noemt hij de muze waar hij naartoe schrijft. Ze wisselt soms van kasteel naar de vergeetput of de kerkers. Dan neemt een nieuwe muze haar betrekking. Dat kan al eens familie zijn. --- Hij schrijft graag ongebreideld, tekent zo frivool als Kandinsky, hij doedelt clair-obscuurs naar de hand van Caravaggio en hamstert jaarlijks fardes vol nieuwe adressen, voorzekers een farde per seizoen, om soms lieflijke en soms scabreuze hartstochtbrieven te versturen naar overal te velde, van Abelard weg en weer naar Heloïse. Elke nacht staat hij met een oude sextant, meegetsjoept uit de Zeevaartschool, de talloze omwentelingen in het ootje te houden, tegen de beelden aangeleund van Djomaz, een hogere priester uit zijn Orde geweest. Hij merkt de laatvliegers nooit op. Geen oog voor. De buren horen hem aangeschoten soms bulderen op zijn broeders uit de Vaart: "Brunooo! Faximiljaardedju! Hard stuurboord met ons Leven heb ik U verdraaid bevolen Faxim! Prutser! Halve haring! Vermiste hersencel! Duizend klompen en bananen! Do-o-orst!" "Teuten trekken!" briest zijn Nederlandse collega Peter Staal, de Hulstse Horror in de gedaante van een schrikwekkend en vervaarlijk uitziende Watergeus met vuile vieze kleren, een open gulp, en maar wauwelen en bulderen en briesen als kannonnen, twee Meesters in de achtertuin. Soms valt het geweld stil en weerklinken tere liedjes. Tot in Breskens horen de buren De Nacht van Zjef Vanuytsel. Er is al meermaals, meeermaals naar de flikken gebeld, ge weet wel, zucht, de flikken: er zijn er ook wel goeie bij. Maar geen avance. "De verdachten zijn onvindbaar," kijken ze toch verdacht lange tijd mekaar aan in de ogen, de flikken.  

Lucien Haentjens
412 2

Suisse

Het heeft Wiene altijd al ge-ergerd. Het heeft haar altijd geënerveerd, vroeger eerst als meisje, dat de koene wilde jongens die aldoor rond haar rokken vochten, de plooirokjes en tutu’s die ze droeg, onder slechts een paar van haar gebaren al veranderden in een gehoorzaam sliertje ringkussers dat ze elastisch rond de vinger wond.  Het was een toverkracht die zij niet wou, en die ze niet bedwingen kon, want telkens het gebeurde deed ze helemaal niks bijzonders. Handenwassen met een koersbidon vol wijwater, weggeschoept uit de Onzelievevrouwenkerk, het volstond kennelijk niet om toverkrachten af te spoelen, en haar blonde kopje stiekem in de doopfontein douwen bleek evenzeer iets vruchteloos. Die slappe wakke jongens raakten helemaal rond haar verstrengeld en aan haar verknoopt, nog voor zij enige echte moeite op hen maar kon oefenen! De kans niet, kreeg ze. Kon zo niet langer, wou ze. “Ik wil meer meemaken,” dacht ze. Ze wou mannen in de ban slaan, beheksen. Ze was altijd al een willer, zij, dat zeker. Een willige, zegt men rond Kerelbeke. Het werd als jonge vrouw een van Wienes wensdromen dat er later een feliciterend adjectief naar haar gestijld zou worden: “een wienige dag vandaag” bijvoorbeeld, wat zou willen zeggen: een prachtige frisse dag, of “wow welk wienig kleedje!”, een jurkje wil dat zeggen waar alle vrouwen jaloers van zijn, of nog: “een wienige zin”, een zin namelijk die zo uitstekend in mekaar steekt van de leugens en galanterie dat je er alles mee bereikt en iedereen bedondert. --- Dromen lukt Wiene als de betere, liegen gaat haar zeer goed af, maar een doel te stellen is wel haar grootste talent. Haar eerste echte doel in ’t leven is geweest om jongens bij de les te krijgen. Manieren leren er vanzelf maar weinig, had ze afgeleid van televisie. De etiquetteprogramma’s waar Meeke soms naar keek, zelfs de Heilige Eucharistie, de sacrale toneelzaal waar toch enigszins vergelijkbare ingetogen voorschriften golden, er werd door jongens op de speelplaats nooit eens over nagepraat. Wiene wou ’t graag anders. Ze had zin om zich door jongens hOffelijk te laten bejegenen, galant zoals men zegt. “Tutut,” zei ze tegen de vriendjes op school, “Zal ik vandaag misschien eerst de klas betreden, terwijl gij de deur wijd openhoudt? Gaan we dat twee-drie keer oefenen? Dan krijgt ge misschien een zoentje..” De pummeltjes, ze deden het allemaal. Toch vergaten ze ’t soms of kleurden elders uit de lijnen. ‘t Begon haar bovendien op te vallen dat veel van die snotterige etters lastig tot de vervulling van hun beloftes kwamen. De belofte om de volgende week een gouden oorbelletje voor haar mee te brengen, bijvoorbeeld, of een speld met fonkelende steentjes, ter decoratie van de strooien engelenhaartooi. Maar het kon nog erger. Op een dag vroeg ze een jongen om voor haar bij de bakker een Lange Suisse te halen. Twee boterkoeken later kwam hij terug, de kruimels nog op zijn trui. Suisse vergeten! "Lomperik!" ontplofte ze, "Boertigaard! Halve schoenzool! Een teleurstelling zijn jongens. Trouweloos." Hoe fatsoenloos en beschamend vond ze, gebrek toch aan respect, zo voelde het stérk aan, om een prinses iets te beloven onder de schone schijn van ridderschap, en het een boterkoek later lompweg te vergeten zijn. "Belzebub!"    

Lucien Haentjens
202 4

Herbegast

Moet ik dan helemaal herbeginnen. De gedachten komen traag op gang, versnellen dan een poos, botsen tegen mekaar aan en donderen slaags neer. Een kille lentenacht. Boven het buitenterras fladdert een kaneelbruine vleermuis, de laatvlieger. Een man hangt in de slaapkamer flodderig op bed. Licht brandt er al lang niet meer. Buiten hangen slierten nog van toep boven de asbak. De laatvlieger zwaait af. Veertien nachten eerder is het Boek opengegaan. Het geruite boek van Bloedhaen. Er wordt niet in gesproken. Het boek bleef altijd stil. Het boek blijft altijd dicht, om daarmee te beginnen. --- Kilometers verderop zoekt zijn ontschminkte, maanblonde nichtje opnieuw een gewiekste manier om zich tot rust te brengen, zichzelf tot kalmte te beliegen, zo omschrijft ze het, docerend als ze doen kan over de kunst van het bedrog en de leugen die haar mateloos intrigeert en boeken doet lezen waaruit te stelen valt, waaraan ze haar listen kan slijpen. Spitsvondige lievelingsboeken -Het Verdriet en de romans van Daniel Wallace als oudere oma's aan de top- slingeren overal bij haar nabij rond in de buurt. Besnuffeld, beduimeld, beplekt en zo bemind. Wiene ligt uitgestrekt en gespannen op bed, niet te verbuigen, als een mes in een bestekset. Ze laat de adem los. “Ge zijt weer aan het mieren door uw kop. Relax, Wickie, relax..” denkt ze temmend, “Denk aan hém ofzo. Die keer toen op de kermis, bijvoorbeeld, toen de kots er spuiend uitvloog. Een kalfke leggen! Hi-hi.. Wij zijn toch allemaal kastaars, wij samen.” Met dat laatste zou hij ongetwijfeld akkoord gaan. Hij geeft haar doorgaans zwijgend een akkoord. Meestal omdat hij het eens is met haar, voldoende om in haar uitspraken te berusten. Vannacht echter denken ze ogenschijnlijk heel anders. Hij, een geschaafde boordevolle kop, dronken, droefgeestig, landerig, houdt vast aan de hurley die vertrouwd ligt in zijn hand, minzaam langs het heft strijkend, tobbend, tot zijn vingers het blad bereiken, waar vege bloedvlekken het bleke hout beplekken. Hij ontwaakt uit de nevel. “Kakhout toch, dat essenhout. Schandvlekken zijn dat. Of zou het ‘eshout’ zijn? Nee. Het wringt, dat woord. Moet ik die hurley dan echt beginnen vernissen?” Hij gromt. Kijkt naar buiten, de nacht in. Hij kapt een vers glas Beaujolais naar binnen. Leegt de fles. Wiene ondertussen ligt onrustig te verzenuwen, almaar te herpeinzen op al die vreemde zaken die zomaar zouden durven gebeuren. Op de wereld durft er veel gebeuren. Ze zouden realiteit kunnen worden, die dingen, tenminste: mocht de zwarte doemregen van haar angsten uit de hemel komen vallen om ook de echte wereld te doordrenken. Dat blijft voorlopig uit. De wereld wil niet mee, altijd, in drenkelinggedachten.     ---   Oh I guess it's the chain that binds me  I can't shake it loose, these chains and things

Lucien Haentjens
206 4

WINNERS.

    "En waarom loop je met al die blinkende dingen rond?" vroeg Jo aan Alex. "Wel," zei Alex, "als ik gekleed zou zijn zoals jij en een bedrijf binnen zou lopen, dan zouden ze eens flink lachen." Maar nu, zei Alex, die een pak droeg dat gemiddeld drie salarissen waard was, een ketting en een uurwerk waar de gemiddelde burger minstens een jaar voor moest werken. "Als ik zo gekleed met mijn blinkende auto een bedrijf binnenstap, dan staan ze aan de ramen te kijken wie ik ben. Ik word met de rode loper binnengehaald. Belangrijk als ik mijn contracten op tafel leg, dan staat er binnen no-time een handtekening onder. Iedereen wil een stukje meepikken van mijn succes," grijnsde Alex. "A ha," zei Jo, hij dacht eraan dat hij zijn kaart, die recht gaf op zijn uitkering, nog niet had ingeleverd. Ze kwamen als geroepen, hun stemmen klonken als nachtegaal gezang voor de bistro-eigenaar. Ze waren er net en de sfeer in de bistro werd onmiddellijk vrolijker. Ze werden de Dallas grieten genoemd, evenbeelden van de acteurs die toen in de gelijknamige soap speelden. "En heb je nog geen advertentie in ons blad?" giechelde de dame tegen de eigenaar. "Welk blad?" stamelde de verbouwereerde eigenaar. "Wel, in ons blad staan alleen mensen zoals wij. Als jij ook in ons blad komt te staan, dan komt iedereen naar hier." Het leek wel een sekte, dacht de eigenaar, maar hij kocht snel een advertentiepagina in het blad. Iedereen kwam regelmatig terug. Op een dag kwam zelfs de eigenaar van het blad op bezoek. Hij droeg een pak dat gemiddeld drie salarissen waard was, een ketting en een uurwerk waar de gemiddelde burger minstens een jaar voor moest werken. Op een dag bezocht zelfs een adellijke dame zijn restaurant. Het kostte hem wel een kleurenpagina in het blad, maar dat had hij ervoor over. Toen de dame hem aankeek, voelde hij zich nietig. Ze stak haar hand uit en hij legde het geld erin. Toen sloot ze haar hand en haar ogen volgden een koers waarin hij niet meer voorkwam. Hij had het dubbele betaald voor wat anders, maar was al blij dat de adellijke dame zijn nederige etablissement met haar bezoek vereerde. Grimlachend liep hij zijn keuken in en bekeek zijn personeel keurend. Wat als de adel niet inging op zijn avances? Ondertussen waren de meisjes en de adellijke dame de bistro uitgelopen en de volgende tent binnengegaan. Ze deden er een tiental op een namiddag, als hedendaagse zwervers die overal hun nachtegalenzang lieten horen en goudstukken lieten neerdalen over hen en hun beschermelingen.     foto gallery: VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed
0 0

Moedeloos mag ook

    Hallo, ja, euhh, welkom iedereen in de kazerne. Zegt een keer jullie naam. Koen. Conner. Koenraad. Ratislav. Nero. René. Allemaal mannen. Weerom. Die niet meer normaal kunnen spreken na drie pinten. Dit is de opdracht voor vandaag. We zullen samen pinten drinken. Ja. Tof. Jawel en ontzettend veel. En daarna zullen we proberen normaal te spreken. Cool. Het is precies een inburgeringscursus maar dan zonder frieten. En hier is de middenlijn. Als het lukt. Zonder te waggelen. Dan zijt gij voor ons een normale mens en geen eend. Weet je trouwens waarom Roma’s zo vaak ook gewoon dieven zijn? Ja, Conner, je mag antwoorden. Omdat ze niet geloven in privé-bezit en dan bestaat zoiets als diefstal niet eens. Goed, jongen. We leren allemaal iets bij vandaag. Krijgen we straks echt geen frieten? Neen. Deze sessies zijn vandaag gesponsord door AB Inbev. Jupiler, Stella, Leffe. Mainstream zuipen tot ge erbij neervalt en geen dwaze praat meer uitkraamt. Roman pils bestaat ook. Is dat gebrouwen door Roma? Alstublieft geen romantische opmerkingen te maken, of ge moet volgende week terugkomen. Dat staat zo in het oordeel. Fuck, ik als ik straks waggel als een eend, wil ik toch dat beest leegzuigen. Wie heeft dat gezegd? Het was Nero. Onnozelaar. Gaat gij nu echt iemand in een kooi steken bij dat pluimvee en dat plebs omwille van een gezegde. Shit, ik houd ook zo van frieten met mayonaise. In het Frans is dat met twee n’en, wist je dat? Gelijk mijn naam. CoNNer. King Conner. King Kong Komkommer. Mijn God. Binnen een paar dagen weten wij niet meer waarover te schrijven. De oorlogen in Oekraïne of Gaza. Het zal allemaal afgezaagd zijn. Zie ze daar nu rijden met hun tanks ziekenhuizen kapotschieten. Er prijken overal jodensterretjes in het blauw op hun witte vlaggetjes. Witte vlaggetjes, meneer. Dat zou voor vrede moeten staan. Verkloot dat niet met twee blauwe lijntjes en een jodenster. Zwijgt, Conner, of je moet volgende week terugkomen. Fuck. Ik ben dit alles echt beu en straks zijn er verkiezingen. Ge moogt kiezen. Klimaatramp of klimaatramp. Ja. Binnen een jaar of tien. Wees daar maar zeker van. Exponentieel is geen wiskundige term. Het is een ware evolutie. Bereid U allen voor. Om te sterven. In de armen van Conner. In Oekraïne. In Gaza, de verzopen Westhoek of een glas Leffe. Moedeloos mag ook.       uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
8 0