Zoeken

Die dag op Krubbo

“Astriebo, waar ben je?” “Hier, Zdragjebo, achter het smukdra.”“Waarom verstop je je daar? Ben je bang van iets?”“Neen, wat is er op Krubbo  om bang van te zijn? Ik speel enkel een spelletje met je. Het smukdra is ideaal om te verdwijnen en toch lijkt het totaal transparant.”“Kom nu maar achter dat scherm vandaan, ik praat liever met zichtbare wezens.”Dat smukdra-ding is wel geinig,  als je achter het scherm staat ben je totaal onzichtbaar. Astriebo houdt vol dat het van een andere planeet afkomstig is, maar hij weet niet dewelke. Keuze zat, want naast de blauwe, die het verst  van ons verwijderd is, heb je de rooie, de melkwitte en nog een twintigtal andere gevaarten in de ruimte, die net als Krubbo de naam planeet meekregen. De oudere Krubbonoren beweren dat onze lichtjarenverre oorsprong zou te vinden zijn op het minuscule blauwe bolletje.“Weet jij naar hoeveel planeten wij kunnen reizen, Astriebo?”“Neen, geen idee maar die groene, Waldbrow, daar wil ik met jou wel eens op vakantie.”“Dat kan, met de Holostar. Die reist naar vijf planeten.  De andere zijn te ver verwijderd.”“Zdragjebo, jij weet zoveel.  Als je op school een spreekbeurt moet geven over een onbekende bezoeker aan onze planeet. Wat zou je hem vertellen?”“Dan zou ik beginnen met Noz, de grote vuurbol, die Krubbo verlicht en verwarmt.  Verder zou ik spreken over de bevolking die in ronde metaalachtige sferen woont die ingedeeld zijn in een soort honingraten. Elke bewoner heeft zo een eigen kleine ruimte waarin hij slaapt en eet.  Uit een kraantje, gekoppeld aan een buizenstelsel komt een krachtig brouwsel.  Daar voeden wij ons mee. In een ruimte in het midden van de bol komen familieleden en vrienden samen om te praten of spelletjes te spelen.”“Heb jij een favoriet spelletje, Zdragjebo?”“Zeker, dat is ‘Mens erger je niet’, maar ik zou aan de bezoeker ook nog zeggen dat er naast de individuele bollen nog grotere bollen zijn waarin bijvoorbeeld onze school is ondergebracht  of waar allerlei groepsactiviteiten doorgaan.”“Ga je hem ook iets vertellen over Oerkabbo,  die grote vlakte waar dingen uit de ruimte vallen en waar wij op woensdagnamiddag dikwijls gaan spelen?”“Misschien houden we dat beter geheim. Wie weet waar een vreemdeling zoal op uit is? Mijn broer heeft eergisteren een rood stuk metaal gevonden met als opschrift: ‘Tesla Roadster’. Hij gaat het naar het museum brengen.”“Bedoel je dat museum waar ook die gouden plaat wordt getoond met die rare geluiden?”“Precies. Naar het schijnt zijn die geluiden wezens die praten.  Er staat ergens ‘Akkadisch tot Zweeds’ op vermeld. Dat zouden talen zijn.”“Is er tussen dat gebrabbel ook iets dat de Krubbonoren verstaan?”“Er is één passage die wij allemaal vlot verstaan: ‘Hartelijke groeten aan iedereen’.” (English version: see Bedtime.com)

Vic de Bourg
28 2

Rouw-Rauw

Wanneer je konijn sterft dan kan je hem nog zoveel strelen als je wil. Je legt hem in een doosje, schikt zijn pootjes en zijn oren netjes, aait zijn vacht en doet het doosje dicht. Je graaft een put, legt de doos voorzichtig neer, staat recht en vouwt plechtig je handen. Je denkt nog eens aan je konijntje, ziet hem nog huppelen in het gras. De gedachte aan zijn snuffelend neusje toveren een glimlach op je gezicht. Je bedekt de doos met aarde en plaatst op het bergje zand een paar mooie keien, een houten kruis en strooit wat bloemetjes in het rond. Je schildert de naam van je konijn op het kruis. Af en toe kniel je nog wel eens neer bij het graf en druppen je tranen als regen op het gras. Een andere keer vertel je enthousiast dat je die dag tot in de top van de boom durfde klimmen. Wanneer je opa sterft is alles anders; en toch ook weer hetzelfde. Er is een kist, een put in het zand en er zijn bloemen. Maar je krijgt je opa niet meer te zien en een aai over zijn kale hoofd, of nog eens op zoek gaan in zijn vestzak naar snoep, kan niet meer. In de kerk is het koud, er is rook en het ruikt raar. Iedereen kijkt treurig naar de grond en er is niemand die naar je grap over opa wil luisteren. De glimlach rond je mond sterft snel weg en je maakt je zo klein mogelijk. Straks zal je je konijn nog eens bezoeken en hem vertellen hoe erg je opa mist. Je zet het kruis terug recht en schildert de letters opa erbij. Wanneer je dan in de bomen klimt zal hij je ook kunnen zien en zal je naar hem wuiven.  

jessy hamvas
2 0

En toen was de wereld van mij.

Knallen regenen uit de lucht zoals vuurwerk en veroorzaken een schoolplein vol geschreeuw. Ik kijk naar rechts als ook Aisha het uitroept. Er steekt een pijl uit haar rug. Om mij heen vallen nog meer mensen om. Bloed stroomt over Aisha’s rug. Ik hurk om een kleiner doelwit te vormen en ga beschermend voor Aisha zitten. Geen EHBO training bereid je voor om een pijl uit iemands rug te verwijderen. Ik breek de pijl zo kort mogelijk af en gooi het uiteinde opzij. Voorzichtig til ik Aisha op, ervoor zorgend dat de kop van de pijl niet verder in haar rug kan komen. Warm bloed druipt langzaam op mijn kleding en maakt mijn handen plakkerig. Ik ren de school in en sluit ons op in een leeg lokaal. Met grote ogen draai ik mij naar mijn vriendin toe. We zijn ook zo verdomd kwetsbaar. Onze rug en buik en nek en hoofd zijn allemaal niet bedekt. Geen wonder dat ze deze menigte als doelwit hebben gekozen. Aisha kijkt mij bang aan. Ik schud mijn hoofd.  “Daar kan niets aan gedaan worden,” zeg ik. Even fronst ze, dan kijkt ze paniekerig mijn kant op.  “En nu?” fluistert ze. Ze heeft niet lang meer. Ik pluk takken van de kamerplant die in de hoek staat en schuif tafels tegen elkaar. Ik leg haar op de tafels en leg het groene boeket in haar handen. Haar pupillen vullen haar hele irissen.  “Ga ik... Dood?” vraagt ze. Dan hoest ze en spuugt ze bloed uit. De tafels zijn rood en plakkerig. Ik knik.  “Mijn ouders…” zegt ze. Ik knik weer. “Ik zal het zeggen. Ik zal zeggen dat je van ze houdt.” Ze sluit even haar ogen en probeert dan nog een keer diep adem te halen, maar het lukt niet.  “Dag Aisha,” zeg ik en ik loop het lokaal weer uit. Het is hem gelukt. Ik ga meteen door naar buiten. Het is chaos. Bosjes mensen staan bij elkaar te huilen, wie niet dood is, is wel gewond. Ik trek mijn schouders op en loop tussen de menigte door. Voor deze ene keer krijg ik geen rare blikken. Ze merken mij niet eens op. Mooizo. Een schaduw valt over de tieners. Ik kijk omhoog en glimlach naar de donkerrode gloed. Ik wist het. Ik fluit en de draak land op de weg. Nu zien mijn schoolgenoten hem wel. Ik ga op de nek van de draak zitten. We stijgen op en gaan richting het bos, naar Blake.  “Dus je hebt hem, het vingertopje,” zeg ik. Hij knikt en laat een sleutelhanger voor mijn neus op en neer slingeren. Het is een 3D geprinte vingerafdruk, gemaakt van zacht rubber. Mijn moeders vingerafdruk, voor altijd in een sleutelhanger veranderd.  “We moeten gaan,” zegt Blake nors en hij kijkt mij even aan. Ik kijk boos terug. “De machine staat in het bos, de vingerafdruk was inderdaad hetgeen dat de machine kon activeren,” zegt hij dan. Ik knik gerustgesteld en volg hem naar de draak. Als we eenmaal vliegen grijnst hij zijn gele, scheve tanden bloot. Ik schuif zo ver mogelijk van zijn dikke lijf vandaan en adem door mijn mond om zijn geur niet in te ademen.  “Op naar de baas,” mompelt hij.  “Ik ben de baas,” zeg ik. Hij vloekt en ik glimlach. Ik klop op de flank van de draak. Ze zullen denken dat ik mezelf niet ben, dat een heks uit de tijdreis in mijn plaats is teruggegaan. Die pap en mam, ze zullen het hópen.  We gaan naar het geheime lab. Het lab van mijn ouders, waar ze zich verdiepen in tijdreizen. Nog geen verdwaalde stofkorrel zou binnen kunnen komen. Zelfs journalisten wagen het niet om in de buurt te komen, bang voor de camera’s. Weten mijn ouders veel dat de beveiliging één gat heeft: mij. Weten zij veel dat ik, hun bloedeigen dochter, al de geheime informatie steel. Het lab moet nu leeg zijn, iedereen zal op de sprookjesfiguren af zijn gegaan die ik heb losgelaten met mijn tijdmachine. Mijn ouders zullen voorlopig druk bezig zijn en niet aan hun eigen tijdmachine denken.  Blake gooit de sleutelhanger naar mij. Ik haal een steen uit de muur, doe de geheime deur open, wandel de gang in en loop op de verroeste stoel af. Ik draai hem om en duw mijn moeders vingertop tegen de poot. De stoel zegt bliep bliep. Ik zucht. De namaak vingerafdruk werkt. Een geheime deur in de wand gaat open en de nepdeur verder in de gang licht kort groen op. Ik knipper om te wennen aan de felle tl buizen. Dan sla ik rechtsaf, linksaf, derde rechtsaf en ik ben op bekend terrein. Ik loop langs mijn vaders kantoor, langs mijn moeders lab en ik passeer de bibliotheek. Dan kom ik in het verborgen trappenhuis. Een herinnering kruipt omhoog en ik glimlach.  “Het zou heel veel betekenen als je dit doet.” Vlinders vulden mijn buik. Ik moest bijna overgeven van geluk. Hoe kunnen ze zo dom zijn? Dit was fantastisch. Het was onecht. Mijn ouders wilde mij als proefpersoon naar het verleden sturen. Omdat ik hun project zo interessant vond. Ze moesten eens weten. Ze moesten eens weten dat ik hun tijdmachine precies had nagebouwd. En nu zou ik leren hoe ik hem moest gebruiken. De tijd was aangebroken. Ik stapte de machine in, op weg om een heksenjacht mee te maken.  Alles gebeurde precies zoals in de geschiedenisboeken stond. Het was vlak en de figuren hadden een vaag randje. Ik kon de papier pagina's bijna zien. Het hele kwartier dat ik er was heb ik mij doodgeërgerd aan mijn ouders domheid. Dit was geen tijdreizen. Dit was VR, natuurlijk veel gaver dan VR, maar het zou pas echt gaaf zijn als het andersom kon. En met andere boeken.  Daar staat hij, de originele tijdmachine. Of beter gezegd: de originele ultra-VR-machine. Want wat hadden pap en mam nou gedaan? Ze hadden een nieuwe dimensie gecreëerd waar woorden uit boeken, waar verhalen tot leven komen. Zoiets als je verbeelding. En verbeelding bestaat al, hoe kúnnen ze dit een doorbraak noemen? Wat ik heb gedaan is pas revolutionair. Ik plug een usb stick in het ding en duw Blake aan de kant. Meteen komen er trollen, draken en andere monsters uitgekropen. Mijn programma werkt. Ridders, bewapende oermensen en afrikaanse legers stromen weg en vernielen het hele gebouw. De codes die ik geschreven heb zetten jou niet in een boek of verhaal, maar zetten de letters om tot levende wezens uit de boeken en verhalen. Ik draai mij om naar Blake. “En nu?” vraagt hij. Ik grijns.  “Fase twee,” zeg ik. Ik loop naar buiten, het dak op, de politie heeft ons al omsingeld. Helicopters vullen de lucht. Overal om mij en Blake zie ik rode en blauwe zwaailichten. Ik laat een harde boer en fluit dan op mijn vingers. Mijn leger komt eraan, mijn draak, pratende leeuwen, echte heksen, oeroude tovenaars. Ze vegen de blauwe pakjes zo omver.  Pap en mams eigen creatie heeft al hun werk vernietigd. Nu ligt de wereld aan mijn voeten. 

Ellis
34 1

Helvetia

“Wat zeg je daar opa, dit is toch het Engelse volkslied maar jij zingt iets dat op Duits gelijkt.““Klopt, jongen, ik zing: Rufst du, mein Vaterland?Sieh uns mit Herz und Hand,All dir geweihtHeil dir, Helvetia!Hast noch der Söhne ja,Wie sie Sankt Jakob sah,Freudvoll zum Streit! Weet je, die tekst ken ik al van mijn veertiende, toen ik net zo oud was als jij nu bent en telkens ik het ‘God save the Queen’ hoor zing ik die tekst. Ik hoorde hem voor het eerst op een vakantiekamp in het bergdorpje Melchtal  in Zwitserland waar een lokaal koor voor ons optrad. Sindsdien raakt het riedeltje niet meer uit mijn hoofd. Later hoorde ik dat het er tot 1961 het nationale volkslied was.”“Nou, dat is allemaal heel lang geleden, opa. Vertel eens over dat kamp.”“We waren met honderden kinderen. Ieder van ons had dezelfde kartonnen valies met onze naam en adres erop.”“Kartonnen valiezen, opa, weet je dat zeker?”“En of, enkele jaren geleden haalde op eBay zo een valiesje de prijs van 58 euro. Kan je nagaan als je weet dat om en bij het miljoen kinderen zo een ‘doos’ kregen om op vakantie te gaan.”“Zwitserland, daar ben ik nog nooit geweest. Gingen jullie dan met het vliegtuig?”“Neen, met de trein, een nachttrein, want we denderden de hele nacht door en ’s morgens vroeg kwamen we toe. Wij wisten niet waar eerst kijken: eindeloze weiden met honderden koeien en daarboven de hoge bergen en een staalblauwe hemel.”“Heb je daar dan bergen beklommen?”“Echt bergbeklimmen kon je het niet noemen, maar wij hebben wel eens een zware bergtocht gemaakt waarbij we over grote rotsblokken moesten klimmen om op de bergtop te raken.”“Hoe was het daarboven, opa?”“Dat, jongen, kan ik haast niet beschrijven. Het was oogverblindend. Ik denk niet dat ik sedertdien nog ooit zo ontroerd werd door een landschap. Zo ver je kon kijken waren besneeuwde bergtoppen en toch was het hartje zomer. Vanuit de bergen kwam een lichte bries. De lucht was zo puur. Ik denk dat ik toen mijn longen voor de rest van mijn leven heb volgezogen. ”“Waarom zijn jou ogen plots zo vochtig, opa, ween jij?”“Ach, jongen, ik had het toen en heb het nog steeds. Als iets zo adembenemend mooi is dat het je de keel snoert, zijn tranen nabij. ““Zullen wij samen eens naar Zwitserland gaan, opa?”“Misschien, jongen, misschien.”

Vic de Bourg
54 2

Het perron

Verbaasd kijk ik je aan. Haast was ik je voorbijgelopen. Mijn hoofd draait zich om en kijkt je na. Nooit gedacht dat ik jou nog zou tegenkomen.         Je staat op het perron de krant te lezen. Ik stap de trein uit en onze blikken kruisen. Je glimlacht. Er gaat een schok door me heen. “Nina!” roep je en mijn hoofd draait met je voetstappen mee. Je omhelst haar. . Ik loop naast Marie en Amber, slechts een paar meters van je verwijderd. Mijn gedachten wijken steeds verder af, maar belanden telkens terug bij jou. Die kriebels in mijn buik. Het is al zo lang geleden dat ik die nog gevoeld heb. Mijn ogen prikken in je rug. Jij hebt niets door. Wanneer ik per ongeluk je arm raak, verplicht ik mezelf om je niet aan te kijken. In plaats daarvan vlucht ik de klas in. De volgende ochtend ben je er weer. Op hetzelfde perron. Ik herken je van in de verte. Speciaal voor jou ben ik deze ochtend vroeger opgestaan. Ik loop de trappen af en pak de metro. Al lezend neem ik de roltrap. Ik kom steeds dichter en dichterbij. Je kijkt me aan en glimlacht. Ik sta naast je. Samen lezen we de krant. Ieder voor zich, maar af en toe wijkt mijn blik stiekem af. Dan draai ik mijn hoofd en kijk ik je onderzoekend aan. Tot jij ook maar de kleinste beweging maakt. Snel wend ik mijn blik af. Je mag niets doorhebben. Ik wil dit moment niet verpesten. Je zou eens moeten weten. Helemaal overrompeld draai ik me nog één keer om. Onze blikken kruisen. Dan weet ik het. Ik heb me nooit iets ingebeeld. Als ik toen initiatief genomen had, wie weet. Je loopt hand in hand. Ik zie het gezicht van je vriendin niet goed, maar jij ziet er gelukkig uit. Zo te zien verbeeldde ik me niets. Blijkbaar val je ook op meisjes. Achter me is iemand serieus aan het werk met een drilboor. Ik trek mijn wenkbrauwen op, maar zeg niets. Zwijgend kijk ik de mensen om me heen aan. Mijn blik is gericht op de roltrap, hopend dat jij zo dadelijk in mijn gezichtsbeeld komt. Ik begin de hoop al bijna op te geven. Dan verschijn je, appel in de ene hand, krant in de andere. Je ziet me, maar gaat niet op je vaste plekje staan. Je komt zo dicht bij me staan, dat er slechts een millimeter tussen ons overblijft. Ik hoor je zachtjes ademen en kijk hoe je wolkjes blaast in de koude lucht. Iets zeggen doe ik niet. Ik sluit mijn ogen en geniet van je nabijheid. Onze schouders raken elkaar net niet aan. Ik kan je bijna voelen. Jij zegt niets. In stilte zoek ik naar de juiste woorden. In mijn gedachten gaat alles goed. De realiteit is, ik vind de moed niet om je aan te spreken. Dat je zo dicht bij me staat, is toeval. De trein komt aan. We gaan elk onze eigen weg. Jij met Nina. Ik met Amber en Marie. De laatste schooldag. Een grote kans dat ik je vandaag voor het laatst zie. Nog één keer hef ik mijn hoofd omhoog en draai ik me om, klaar om jouw blik op te vangen. Je ziet me niet. Ik kijk hoe je in de mensenmassa verdwijnt. Somber zet ik een stap achteruit wanneer de trein over het perron raast en zachtjes tot stilstand komt. Zonder om te kijken stap ik de trein op en vind een plekje in de achterste wagon. Viel jij ook op mij? Ik weet het nog steeds niet. Ik hoef het niet te weten. Alleen, die ene dag. Toen was je zo dichtbij. Met een glimlach stap ik de trein op.

Anna De Kinder
1 1

Katoennatie

De tweede job die haar werd aangeboden was die van orderpicker.Ella had hier nog nooit eerder van gehoord, maar de jongen van het uitzendkantoor had het erg leuk omschreven.“Als je graag actief bezig bent, de handen uit de mouwen kan steken en te vinden bent voor een beetje competitiegevoel, zal je t reuze naar je zin hebben” had ie gezegd.Met het gevriesdroogde gelatineverhaal nog glibberig koud navoelend in haar achterhoofd en nek, verheugde ze zich enorm.Om kwart na vijf s morgens moest ze aan het interimkantoor staan waar een speciaal busje voor mensen zonder vervoer haar en de anderen voor de ochtendshift op zou pikken. Van zes tot 14 zou ze dan in de hallen van katoennatie worden voorgesteld aan de wondere wereld van de orderpickingbussiness. De jongen had niet gelogen.. Actief was het zeker. Al leek hij er een heel andere smaak op na te houden wat betreft situaties die het je naar de zin moeten maken. Je hebt een hal van 200 op 300 meter, ingedeeld in gangen. Elke gang was voorzien van een gangnummer, binnen die gang had je rijen, 300 meter lange rijen, met vier op elkaar bevestigde rekken. Op elk rek was plaats voor drie dozen. Elk afzonderlijke plaats voor zo’n doos had een locatienaam, die bestond uit: het gangnummer, de rijnummer, de hoogte letter, en tot slot de romeins geformuleerde doosplaats.Bijvoorbeeld : 19-34-A-III Tot dusver de uitleg over wat een locatie is.Vervolgens kreeg je een sticker en een scanner in de handen geduwd en een kartonnen doos. Ella herinderde zich die eerste sticker nog goed, met een enthousiaste nieuwgierigheid, ging ze de gangen in , vond de juiste doos, haalde er het correct aantal op de sticker vermelde , platsicverpakt items uit. Scande de locatie, vervolgens de sticker. Stopte de items in de doos en liep trots terug naar de instructeur. “Heel goed” zei die. Hij gaf Ella een kar met daarop 8 lege dozen, draaide zich vervolgens om en gaf haar een bundel van 250 stickers. Hij wees naar een groot digitaal uithangbord waarop allerlei rode en groene nummers stonden te verspringen. Jou scannummer is 078. Zorg dat je groen blijft staan.Volle dozen zet je af aan de pakplaats, de stickers van de gescande items leg je er bovenin, nieuwe dozen haal je aan gang 1.Om de grap compleet te maken voegde hij daaraan toe, als je niet te veel tijd wilt verliezen met nieuwe stickers ophalen kan je best telkens een nieuw stapeltje meenemen als je voorbij het kantoortje komt…Ella had de man misbegrepen, wat haar als grapje overkwam bleek bittere ernst. Van zodra het ijna zes uur was, stond de ruimte tussen de gangen en de paktafels vol met orderpickers en hun karren, die vergelijkbaar met eens trijdvaardigheid van woeste vikingen, voorbereidingen stonden te treffen voor de aanval. In de voorlinie zag je de ervaren lieden rllen ductape over hun polsen wringen om deze steeds voorradig te hebben,aan de ijzeren bars werden kartonnen ophangingen geimproviseerd om scanners of pennen in kwijt te kunnen. En van hen vouwd zijn stikers zo dat deze in zigzagbeweging plaat konden houden in een gleuf van de kartonnen plaat die aand e voorzijde van zijn kar was gemonteerd met behulp van spanbandjes. Een vrouw van midveertig had een touw rond haar nek met daaraan een pen, alcoholstift en een cuttermes. Scanners werden overal voor gebruik ingesteld wat een druk gebliep-bliep door de hallen liet klinken. Wat Ella vrijwel onmiddellijk opviel was dat de duidelijk voelbare opbouowende spanning niet naar de gangen werd gericht , maar naar elkaar. Het werd haar duidelijk dat ze iets mistte. De enorme luidspreker maakte een hoorngeluid. Als ratten die op de vlucht sloegen voor een tsunami vlogend e karren de gangen in. Het digitale bord, dat dezelfde grootte had van schermen die vertrek- en aankomsttijden aangeven in vliegvelden, gaf een vijftigtal nummers weer.. Hoewel er nog geen minuut gewerkt was, stonden er toch al een stuk of tien nummers in het rood. Ella zou later leren dat de gemiddelde snelheid als noemer werd gebruikt, aardoor trager werken, voor een veel realistischer tempozou hebben gezorgd. Hoe sneller iedereen werkte, hoe hoger alsud het tempo dat moest worden behaald en behouden. Al gauw werd Ella duidelijk waar al die voorbereiding toe diende. Het zou fantastisch zijn geweest moesten de orders zo gerangschikt zijn dat ze op de weg van de gangen waren afgestemd, maar dat was niet het geval. Vermelde de eerste sticker 34-19a-II moest je voor het tweede order naar locatie 1-15b-III en terug naar 29-46a-II. Een tweede factor, die eigen haar uittrekkende frustratie veroorzaakte, was de totale onmogelijkheid om mekaar te kunnen kruisen.. De gangen waren namelijk net twaalf centimeter smaller dan twee karren naast elkaar, waardoor er dus telkens achetr- of vooruit moet worden gemanouevreerd door één van de twee karren, in gangen waar standaard vijf karren tegelijk in en uit reden. Het wasd niet anders te beschrijven of mee te vergelijken, apocalyptische chaos , waar de gangen en dozen werden aangevallen als waren het waterkonvooienin een gebied dat maandenlange extreme droogte had gekend;  EDlla sloeg alles gade met een ongeloof dat haar deed vergeten haar mond te sluiten, waardoor ze al gapendmet verstomming geslagen aan de kant sto nd me haar lege kar. Een man die er werkelijk uitzag alsof hij in maanden geen water had gezien, vloog met zijn kar Ella's neus voorbij, miste de afslag voorde gang die hij in moest, en belande door het te zware gewicht van zijn al volgeladen kar tegen te willen houden met zijn gezicht een van de betonnen constructie palen die het dak van de enorme hal ondersteunden. Rchtstrompelend met eenzelfde overschot aan resultaatmissende bewegigen als die van een op hol geslagen kat die van richting wil verwisselen op een zonet geboende vloer , kwam het individu recht, met een verwilderde blik die deed denken aan zombiefilms. In één vloeiende beweging snoot hij het bloed uit zijn neus op de grond, dij hij afveegde met zijn mouw terwijl hij met zijn andere hand een kokertje losdraaide dat hij voor het andere neusgat hield. De inhoud ervan osnuivend met eenzelfde dramatische hulpeloosheid als die van een atmapatient die net op tijd zijn terugvindt, herstelde de man van de paniek die hem eerder had bevangen en even plotseling als de man was gecraht , was hij terug uit Ella's gezichtsveld , op weg naar diens volgende order. De schim die zonet voorrang hadf gegeven aan het ophalen van zeventien decathlon riemen , boven het verzorgen van zijn gebroken neus, heete Danny. Maar zijn gedrag had hem de alliterernde bijnaam Danny Dyson opgeleverd. Ella dacht aanvankelijk dat dit lag aan de slecht geette tattoos in zijn gezicht, als verwijzing naar Mike Tyson, de bokser maar na een week legde de vrouw met het handige nekkoord haar uit dat het verwees naar Dyson, de stofzuiger die niets aan zuigkracht verliest. Een andere collega coegde daar nog aan toe " vaccumvolk... hooveren alles op in hun snuit" waarna voor Ella pas duidelijk wrd wat er in dat kokertje had gezeten. Hoe kon ze dat nu niet eerder gesnapt hebben. Het ge bruik van speed was helemaal niet zo ongewoon, zou later blijken. Wat aanvankelijk leek op een tot leven gekomen scene uit een film, verloor al snel die het eerst op Ella had gehad, na het om de iedere gang herhaald te zien. Niemand werd orderpicker uit overtuiging, of omdat dat deel uitmaakte van een oude kinderwens.  Het door consulent Hanz uitegelegde " competitiegevoel" dreef vele oudere pickers ot hun grenzen, maar de kokertjes sped hielpen hen er enkele meters over heen. Wat complete waanzin leek op Ellas eerste dag, bleek uiteindelijk kwestie van gewenning. Na drie weken lukte het haar om geen o ngewenste aandacht op de hals te halen door rood te staanen vloog ook zij als een hondsdole rat met groene score door de hallen me zeven katonnen dozen. Een vriendelijke jongen uit een andere hal had haar geholpen met de gouden tip om één van de onderste dozen te vullen met stenen. het gewicht ervan liet dan toe om op de kar te gaan staan en waardoorze, zichzelf afduwend zoals bij een step, al rijdens langere afstanden kon afleggen. Ze lerde ook dat als je een uur vroeger kwam, je het enorme voordeel had om je orders per gang te kunnen sorteren en ook zij liep nu met een schrijf- en snijdgereihangkoord rond haar nek. Wanneer je scannummer in een van de vijf bivenste van het scorebord verscheen, moest je gaan roken. Stiekem weliswaar maar de al langer werkendn hadden begrepen hoe het tempo werd bepaald voor de dag erop, en dit was de belangrijkste van vele tegenmaatregelen die door de werknemers het leven werden ingeroepen. Met een zelfde elegantie als die van ee n gemidddelde dokwerker , hoorde Ella zichzelfdoor de gangen " 75 Op rop" roepen, als melding aan orderpicker 75 , voor diens top 5 weergave tot ergens uit die gangen iemand "OWKEEEEJ3 TERUGBRULDE; Wat op het eerste gezicht een geniale zet leek , had in werkelijkheid een tegenovergesteld effect . nieuwelingen die nog niet gebrieft waren over de achterliggende reden , interpreteerden dit fenomeen als het bestaan van een wedtsridj die gretig werd aangegaan door de nietsvermoedende idioten, die het horen scanderen van hun scannummer als doel stelden en zich niet zomaar van hun troon wilde laten stoten; De enige twee die zich niet lieten opjagen en met het grootste plezier kwamen werken waren karim en Mamhud, de twee marokkaanse broertjes die zoals het ware zakenlui betaamt, opportuniteiten zien waar anderen problemen opmerken, en intussen een heel erg uitgebreid klantenbestand hadden opgeblouwd vopr hun handeltje in filmkokertjes vol speed.  Vooral hun briljante zet om om enkele van de aalverantwoordelijken tot hun "intieme vriendnkring  te rekenene, die logischerwijs aan vriendeprijs werden verder geholpen , maakte dat geen van beide zich moesten druk maken in scanscores. Beide hadden iedere dag opnieuw de pech een toestel te krijgen waarvan de resultaten niet op he bord verschenen. Its waar het duo, dat steevats samen ergens tegnaan leunend stond te lachen, vaak over graptentegen de al zwetend voorbijvliegende pickers. "Komaan ze Danny! zotten belg, ge sta bijna eerst" of " Als mijne scanner het nu eens zou doen he , ik ou u zo voorbijsteken" Waarop de andere dan antwoorde: " Nee Karim, ge moet den Danny niet onderschatten, dat is de slimste hier, he Danny? "  Hilariteit die iederen ontging , simpleweg omdat niemand de ijd had om met iets anders bezig te zijn dan met locaties , scanningen, items , replenish, items, tellen, sluiproutes bedenken, en bovenal score halen. Mdt elk mogelijk op te noemen, maffiafilm als voorbeeld en de inhoudelijke dialogen overnemend en uitstrooiend als bijbelse preken, was het de twee Am capones geluklt om al die opgedane hollywood wijsheden in de praktijk te den slagen;  Ze regeerden hun microwereldje als ware godfathers van de katoennatie. Als letterlijke verdelers en heersres , waren ze net zoals de untouchables, ongenaakbaar .Niets bracht hen van hun stuk . Althans Totaan matteo..

Esje Volter
16 1

Interimjob / patéfabriek

Het vinden van werk was een rotjob op zich. Misschien was dat niet voor iedereen zo.Toen Ella op haar 18 rotsvast overtuigd van eigen kunde, wilde bewijzen dat wat haar ontbrak aan getuigschriften of diploma’s gemakkelijk kon worden gecompenseerd met logisch inzicht , hard werk en intellect, kwam ze al snel tot de conclusie, dat ze niet de enige kandidaat was met dat profiel. Haar eerste tewerkstelling was een patéfabriek.Een grauw roodbruin complex van industriële gebouwen dat van kilometers ver te ruiken was.Een vreemd geconstrueerd pand met betonnen vloeren die schuin afliepen om alle “ongewenste” vleesvloeistoffen tweemaal daags weg te spoelen via een systeem van sproeiers die aan het plafond of de tegenovergestelde muur waren bevestigd. Hiervoor werd niet enkel water gebruikt maar ook een toegevoegde chemische extra stof die even penetrant geurde als de excreties die ze weg diende te spoelen.Werknemers liepen allemaal in dezelfde vormeloze papierachtige uniformen, met enkel dat verschil dat er drie kleuren waren om de verschillende soorten werknemers van elkaar te onderscheiden.De blauwen waren degene die het rauwe vlees behandelden. Dit was het meest bloederige werk.De gelen waren de kokers of mengers, die bovenaan ketels zo hoog dat er trappen omheen werden gebouwd, moesten instaan voor een correcte afweging en verhouding van enorme porties vlees en kruiden. de witten waren de afwerkers. Ella’s job bestond erin om aan  de band waar porseleinen met paté gevulde potjes voorzien werden van een anderhalve centimeter dikke laag gelatine, de bramen gemorste gelatine weg te vegen met een alcohol bevochtigde doek. Doordat de gelatine onmiddellijk gevriesdroogd werd, was deze niet meer lopend en kwam hij gemakkelijk los, maar het tempo van de lijn liet niet toe om alle bramen netjes in de vuilbak te werpen.Met zes andere wit geklede interimmers die aan een tempo bedoeld voor 8 personen stonden te vegen alsof hun leven ervan afhing, vlogen d bramen gelatine in het rond, tegen elkanders gezicht, in de kraag van niet volledig toegeknoopte vesten en in de boord van hun schoenen. Wanneer een van de zes de tijd nam één van die ongewenste verloren bramen te verwijderen, liep de gehele band vol met potjes.. die doordat ze niet onmiddellijk waren afgeveegd, bramen kregen die veel moeilijker te verwijderen waren, waardoor er niets anders opzat dan ze met je nagels af te krabben.  Na amper drie uur was ze gaan lopen, dit tot grote teleurstelling van het interimkantoor dat haar, ongeschoolde snotneus zonder enige andere werkervaring, de kans gegeven had ergens te beginnen waar ze nadien zelfs kans had op vaste indienstname.Na een fikse aanbrander dat dergelijke egoïstische beslissingen niet enkel weerslag hadden op Ella zelf maar ook op de samenwerking tussen het uitzendkantoor en de fabriek, werd haar aangeraden naar een ander interimkantoor te gaan.

Esje Volter
17 0