Zoeken

Zeeduivels en duikerslood

  Jeuk krijg ik daarvan, als ik in een Hebtalon verdwaal. Het is slechts milde rabiës, een zachte schurft waaraan lammetjes bij tijde lijden en engelen zich niet om kommeren. Ze slapen soms tussen de ezeltjes van het ongeloof die hemelgeestjes. Als ze te veel gefladderd hebben, te lichte voetjes kregen. Vanuit de hoogte beginnen bergpaden vaak kronkelloos te lijken, ongezond recht, maar de ezeltjes weten beter. Zij verdragen meer dan engeltjes. Ze dulden vlooien, bochten, zeer onzuiver water, vuiligheid en strontvliegen. Zelfs wipjes van de zweep. Het is een treurwilgtak. Het helpt altijd. Als ik me opsluit in een pashokje, gedachten wissel met een leeg paneel. Ladies first en mannen mogen hier niet binnen met hun nieuwe Lada. Dit stond er al, op die wand. Verdenk mij niet. Het moet van een imbeciel zijn, van een Rus die twee woorden Engels kent. Ik weet het eigenlijk niet, waarom ik die Hebtalon aan de Blauwe Toren binnengestapt ben. Zocht ik een nieuwe adem, duikbrilletjes voor zoutgevoelige zeepaardjes, sandalen voor twee slakken in het mulle zand?  De houten klompjes waren uitverkocht. Ik vond er geen gewone sokken voor de gnoe, chot, ik ben zo dom, ik zoek altijd een doel en kocht uiteindelijk dan toch iets. Een setje duikerslood. Het grijs leek eerlijk mat. De prijs was nog te doen. Ik heb betaald met centen, briefjes die in valsheid niet geloven en het is voor een illusie, want ik heb haar gezien deze ochtend, haar naam is Chimaera, een meisjesfantoom met kleine borstjes, blauwe lippen en ze droeg een boxershort . Ze dreef daar in een opblaasbootje. Tussen en over golven, niet al te wild. De wind kwam uit het oosten. Landafwaarts blies die bries, al de ganse voormiddag en voor onwaarheden is het nooit te laat om overboord te springen. Chimaera bleef echter zitten. Ze klappertande. Ze schepte met haar palmen water uit dat schuitje van plastiek. Onzinnig en dwaas. Het is nooit verstandig om op een kille maandag rust en kalme zee te zoeken voor Oostende. Boven de Binnenstroombank mag er dan wel minder stroming zijn, het zand wordt er des te meer omgewoeld door strubbelingen. Het moet er danig troebel zijn, onder water, uitzichtloos, en ik ben naar Brugge teruggekeerd langs de Oude Baan, langs Houtave, langs Zuienkerke om aan de Blauwe Toren dus die Hebtalon binnen te gaan, ik de oen, de holbewoner die van bloementorens houdt, op mijn blote voeten, met zand tussen de tenen, resten potgrond onder de vingernagels en meel in een deel van mijn varkenskop. Kabouters hebben mijn hoofd ooit zo omschreven in een open brief. Ik probeerde, te vergeten, me te laten loodsen door dat fluogeel temidden blauw en grijs. Ik schets nog snel een Noordzeetafereel, zou je denken, maar dat is het niet. Het is geen boei die drijft aan de rand van een zandbank. Het is daar binnen, in die winkel met zijn sportieve fratsen. Alles kunststof, synthetische weefsel en ik herinner me een tengere figuur die een warme parka koos voor een tocht door een natuurpark in Peru. Een kind stond bij een ander rek en ging voor een oranje impermeabel. Garnaalvissen is ook een sport en ik zag er schier de ganse battaklang, een immens arsenaal aan gerief voor fitte mensenkuren. Absoluut een misser van me, om daar binnen te stappen, want de geur van plastiek maakt me ziek. Daarom heb ik voor lood gekozen, verschillende blokjes, in diverse grammages. Duikgordels lagen op een schapje hoger, maar ik heb er geen gekocht. Te lang. Allicht voor dikzakken met drijvend vet. Niet dat lood iets redden zal. Ik wilde gewoon iets zwaars voor deze wereld met haar wufte bling-bling, met haar heidense lichtheid, haar roze balletten onder regenbogen die indigo verkopen aan bleke vlegels. Werd ik maar blind en doof. De vogels zwijgen reeds. Ze houden niet van vederloos gezang, en is er die reclame, voor een vierde veranda. Op de radio. Zonder nestkastje is het aanbouwsel en alle liedjes klinken me in de oren als ambulancedeuntjes. Er circuleren ook lijstjes. Hits, ziektes, de ergste en een overzicht met soorten lijken, naargelang de doodsoorzaak. De tabellen staan weer tjokvol pronostiekjes over kansen op herstel. Ik bel je wel. Als ik de instelling mag verlaten, wanneer je gewonnen hebt, want de kans daarop werd gisteren berekend door een aap met éénenveertig balletjes. Ik denk terug aan de zee, aan de vissen zonder zwembroek van de Hebtalon en ze liggen er nog altijd. Op het strand. De schelpen, scherpe randjes, aangespoelde handjes van wel duizend lieve mensen heel ver weg. Ze waren tennisrokjes aan het naaien, vele schoentjes aan het maken voor een duizendpoot. Ik heb met ze meegevoeld en toen, plots, begon alles te scheuren. Niet alleen in mijn hoofd. Het is veel groter. Meer dan enkel diep in die kwabben. Er is iets mits en ik voel een opblaasbootje in mijn onderbuik. Ga gewoon plassen. Denk aan mij. Vorm met die straal urinedruppels hartjes in het zand. Het is die echo weer, de stem van Katja moet het zijn en ik ben teruggeraakt in de compound, in een kamer die veiligheid probeert te zijn. Af en toe lukt dat, provisorisch en de rust wordt meestal verstoord. Prudence is mijn kamer binnengekomen. Zoute haring, ajuin, een stukje brood. Of paté van haas met twee augurken op azijn en een sandwich? Ik kan kiezen, zegt ze en ik vertel haar over die gebroken einder, dat alles begon te scheuren aan het strand en dat ik ervan droomde. Ik zag het voor me hoe hij viel. Het zwaard van Damocles kliefde eerste een vliegend hert, daarna een kokosnoot en dan die kop, de bakkes van Tanguy. Pats. Rats middendoor en ze waren me al opgevallen, toen ik door de rozentuin liep, er het zeezand uit mijn zolen stampte. De verlaten driewieler, de lege morteltrog. Prudence knikt. Ik wil haas noch haring en ze zegt dat ik het voor waarheid mag aannemen. Tanguy is niet meer. Hij is definitief dood. Na die zondvloed op maandag woont er één demoon minder in de compound. De kreupele is naast haar komen staan. Hij wil niet vergaan en die zieke farizeeër weet van mijn bezoek aan de Decathlon. Hij zegt dat ik beter aan het AZ Sint-Jan gestopt was, om mijn vader nog snel een bezoek te brengen. Na al die jaren. Want hij ligt op sterven, op verdieping zes, zeventien treden boven de afdeling psychiatrie. Prudence wilt verder. Haring en haas moeten voort, maar de kreupele houdt haar tegen. Hij trekt de voorkant van haar witte schort volledig open, begint over de buik van Prudence te wrijven. Hij is des duivels en ik zie het, dat haar tepeltjes iets groter zijn dan haar beha doorgaans verraadt. Omdat ze zwanger is, spreekt de kreupele. Ik word de vader van een kind dat vrij en wild kan dansen, springen over golven van de ruige lust. Het wordt een jongen voor de woestenij, een droes die overal, voor elke kust sirenes vangt en aan zijn degen rijgt. Ik twijfel enkel nog over de naam. Misschien wordt het Zoutekiet, misschien Tanguy.     uit de reeks 'Residu'

Bernd Vanderbilt
6 1

Een hoop gezeik en naakte feiten.

Een hoop gezeik en naakte feiten   Ik wou haar nog een tas koffie aanbieden alsof ik die verschuldigd was na die sekspartij van gisterenavond, maar ze was al weg. Ik liep in mijn ondergoed naar het terras toe terwijl ik een sigaret uit mijn pakje haalde en die aanstak. De zon op mijn gezicht zette me aan het denken. Ik zoog aan mijn sigaret. Misschien ga ik vandaag wel eens wat schrijven. Katers zijn perfecte bronnen tot inspiratie. Ze onderdrukken alle onnodige prikkels waardoor je enkel op een iets gefocust kan blijven. Ik besloot mijn laptop erbij te nemen. Het duurde een eeuwigheid vooraleer de machine op gang kwam. Ik verloor mijn geduld en smakte de pc tegen de muur. Mijn gitaar viel om waardoor de hals brak. Fuck! Die gitaar kostte evenveel als de auto waarin ik rij. Ik veranderde mijn plannen voor vandaag en besloot de gitaar’s leven te gaan redden. Ik sprong mijn oude Chevrolet in en reed naar mijn vaste muziekwinkel. De man van de muziekwinkel kon zijn ogen niet geloven. Dit was pure verkrachting voor hem. Zijn ziel brak en zo snel als hij kon begon hij het muziekinstrument te opereren. Het duurde eventjes vooraleer de uitslag bekend gemaakt werd. Ik wachtte al ijsberend in de zaak en verloor daarbij de helft van twee vingernagels. Ik bijt m’n vingernagels af ten gevolge van stress. De muziekdokter kwam de zaak terug binnen en keek me recht in de ogen aan. Ik vroeg of het hem gelukt was. Hij antwoordde met een simpele knik en een grijns. Van het opwinding kreeg ik een flinke paal in mijn broek die zo ongeveer tien seconden hard bleef daarna zakte hij terug. Oordeel niet te snel, ik kan er ook niets aan doen. Ik reed terug naar mijn appartement en besloot dit alles neer te schrijven, tot ik oog in oog stond met de naakte feiten. Mijn laptop is aan brokken gesmeten. Ik schonk mezelf een bruine rum in en rolde een joint. Geen grote hoeveelheden, maar net genoeg om de roes te voelen. Ik nam mijn oude typemachine, plaatste het papier erin en begon te typen. Dit zou wel eens een verhaal kunnen zijn.

Colin
0 0

Gift

Ik herinner me nog goed de tijd dat ik onbekend was en mijn columns níét wekelijks door 40 mensen gelezen werden. Wat was dat een waardeloze periode. Bij de bakker moest ik de volle prijs betalen voor m'n croissants, in de boekhandel deden ze alsof ik Jan met de Pet was die de nieuwste Kampioenenstrip kwam kopen en vrouwelijke loopsters lieten me opvallend minder vaak hun ontblote boezem zien wanneer ik hun richting kwam uitgelopen. Nu dat allemaal veranderd is, kan ik me geen leven meer voorstellen als onbekende Vlaming, hoewel ik net heb uiteengezet hoe goed ik het mij allemaal herinner. Zo'n supersterrenstatus, ik kan het iedereen aanraden. Daar zit natuurlijk het probleem. Ik maak amper dt-fouten, schrijf hashtags als Hemingway en heb in m'n adembenemende illustraties lang geen 50 tinten grijs nodig om de lezeressen ondeugende gedachtes te bezorgen. Maar niet iedereen is geboren met zo'n onuitputtelijke massa talent als ik. Dat is, doordat ik zo bescheiden ben, iets wat ik te vaak vergeet. Een vriend van me werkt in de fabriek waar ze de lucht in Maltesers pompen. Acht uur per dag werkt hij zich krom aan de lopende band, iets wat ik ook heb gedaan als jobstudent en waar ik overigens zeer goed in was. Dag na dag verzekert hij dat elk chocoladeballetje even knapperig is als het vorige. Je wil niet weten hoe hard mensen het verlíézen als hun Maltesers niet consistent zijn in knapperigheid. Deze kameraad draait daar dus dagelijks zijn nikkel af en krijgt er een habbekrats voor in de plaats. Als ik hem dan vraag waarom hij niet kiest voor zo'n leven vol rijkdom en aanzien als het mijne, zegt hij: 'Maar Hans, snap jij het dan niet? Ik ben helemaal niet zo uniek als jij. Gewone stervelingen als ik hébben geen keuze. Stop met die bescheidenheid en besef dat jij staat waar je staat door jouw uitzonderlijke gaves.' Na enkele dagen ben ik dat alles weer vergeten, niet zozeer omdat het me niet interesseert, maar vooral omdat mijn geheugen echt niet zo buitengewoon is. Daar heb je die bescheidenheid weer. En de vervelende kanten aan de roem? Die zijn er ook, hoor. Met jeuk die zich nog maar een beetje in de buurt van je zitvlak bevindt, leer je best zo snel mogelijk leven, want in het openbaar aan je achterste krabben is geen optie meer. De magazines zouden nogal smullen. Daarnaast is het onmogelijk om meer dan 10 meter aan een stuk te wandelen zonder dat je grootste fan om een selfie komt vragen. En 10 meter verder word je opnieuw aangeklampt door een grootste fan. Verder voelen vrouwen van middelbare leeftijd zich zo vrij om tijdens fotomomenten in je billen te knijpen. Hoogst onaangenaam, behalve wanneer je op dat moment jeuk aan je achterste hebt. En dan zijn er ook nog de afgunstigen, de lastigaards die willen dat jij hén speciaal behandelt in plaats van omgekeerd. Zo hebben sommige bakkers de arrogantie om te doen alsof ze me niet kennen om me alsnog de volle prijs van hun croissants te kunnen aanrekenen. Kleine mensen. Ach ja, allemaal klein bier vergeleken met de voordelen. Ik zou niet meer kunnen terugkeren naar dat leven van nietsbetekenende dertien-in-een-dozijner. Oké, ik maakte misschien meer tijd voor mensen. Ik stond klaar, luisterde. Maar uiteindelijk help je één iemand. En nu? Nu bereik ik wekelijks 40 verschillende volgelingen en inspireer ik hen met m'n kunst. Omdat ik wéét dat ik hen die spark kan bezorgen. Dat idee van hoop. Die glimlach na een ondraaglijke dag van lucht in Maltesers pompen. Ik ben het levende bewijs dat je je dromen kan waarmaken en dat ook jij misschien ooit een god wordt voor een heel leger van bewonderaars. En dát is waar ik het voor doe.

Hans Verhaegen
26 1

Jeanne

Ze is geen gewone ‘oma’. Ze is meer een dertiger in het lichaam van iemand van vijfennegentig. Ze is slim en bijdehand. Eigenzinnig en grappig. Zelfstandig en mee met de moderne, veel te snel gaande, tijd. Twee jaar ben ik niet bij haar op bezoek geweest, maar dit weekend heb ik besloten om nog eens mee te gaan met mijn ouders. Wanneer ik haar zeg dat het alweer lang geleden is, glimlacht ze.‘Ik zie u nochtans elke dag’ zegt ze kalm zoals alleen zij dat kan en stapt naar de lage kasten in de woonkamer. Ze neemt een klein fotoalbum en slaat het open. Ik zie een foto van mezelf genomen op de vijfenzestigste verjaardag van haar huwelijk mijn opa zaliger.‘Ik zie u elke dag’ herhaalt ze glimlachend, ‘en er staan ook zo’n schoon foto’s in van opa.’ Ze laat mij een foto zien van mijn grootvader zoals ik me hem herinner. De liefde tussen die twee was echt, zoals God de liefde had bedoeld toen hij ze schiep.Ze slaat een paar bladzijden om in het fotoalbum.‘Hier,’ gniffelt ze, ‘Uw broer nog zonder zijne schone baard.’ Mijn hart breekt. Twee jaar ben ik niet langs geweest, maar dat maakt duidelijk niet uit wanneer ge in iemands hart en fotoalbum zit. Ze vertelt me dat ze haar ‘chignon’ vanmorgen twee keer heeft gemaakt en dat maar niet wilde lukken. Na een derde keer vanmiddag heeft ze het opgegeven. Mijn oma is een kokette vrouw. Een fiere kat met pony-allures.Het doet me denken aan de vorige keer dat ik hier was en ze zei dat ze het spijtig vond dat ze niet wist dat ik kwam. ‘Autrement, j’avais peigné mes cheveux,’ zei ze toen. In mijn ogen is ze altijd even mooi. Net zoals ze dat dertig jaar geleden al was, toen ze nog met ons mee naar Nederland ging. Toen mijn broer en ik met haar op onze cassetterecorder radioprogramma’s opnamen over het maken van pudding. En maar lachen tot we bijna in onze broeken plasten.Ze legt het fotoalbum opzij en stopt mij de Italiaanse Vogue in mijn handen, want mijn oma beheerst perfect het Italiaans. Geleerd om de missen van de Paus goed te kunnen verstaan. Ze is vijfennegentig en ze is slimmer dan ik, dat staat vast.Ze heeft een mening. De mode in deze Vogue vindt ze maar niks.‘C’est trop, quoi.’Ze kijkt elke dag naar het nieuws en weet perfect wie wie is. De dokter heeft haar gezegd dat ze te oud is voor Alzheimer.‘Dat vind ik spijtig,’ zegt ze, ‘want ik zou het soms liever niet meer weten.’ ‘De mensen die mij komen wassen zeggen dat ik nog lenig ben voor mijn leeftijd’ giechelt ze. ‘De vrouwen zijn altijd nog het langst het lenigst.’Mijn vader, die ook nog steeds in de woonkamer zit, kijkt op van zijn krant.‘Ik zeg alleen de waarheid,’ zegt ze schalks en met een grijns. Ze weet dat mijn vader al lang niet meer met haar discussieert. Winnen kan hij van velen, maar nooit van haar.Ze is alles wat ik wil zijn als ik ooit 95 word en nu is ze er niet meer.Merci Jeanne, Reine van de Rue des Princes, moeder van mijn geweldige moeder, om te zijn wie ge waard. Ge zult waarschijnlijk langer dan twee jaar wegblijven, maar ook gij zit in mij hart en fotoalbum. Misschien krijg ik later wél Alzheimer, maar u vergeten doe ik, kan ik en wil ik nooit.

Ans DB
0 0

Kwestie van Smaak

Sneakers in schreeuwerige kleuren, oversized roze H&M-truien, Birkenstocks onder loopshorts ... De minder grote Hans Verhaegen-fans durven al 'ns beweren dat ik geen smaak heb. Nochtans leerde mijn leraar Latijn me ooit: de gustibus et coloribus non disputandum est. Dat is een eloquente manier om te zeggen dat de ander z'n bakkes moet houden over je fluoroze Nike Air Max'en. En ondertussen heb ik toch maar mooi laten vallen dat ik, ondanks mijn voorliefde om proza te schrijven over pipi, kaka en mezelf 7 keer per dag nostalgisch afjassen op oude Hilary Duff-films, wel degelijk behoorlijk geschoold ben. Maar ik moet ze gelijk geven, de haters. Sinds begin maart kan ook ik niet meer ontkennen dat ik een slechte smaak heb. Het begon zoals bij velen met het uitvallen van m'n smaak- en reukzin door wat waarschijnlijk COVID was. Niet meteen een ramp als je weet dat andere slachtoffers van Het Virus in afgezonderde ziekenhuisafdelingen afscheid moeten nemen van hun familieleden via een Medion-tablet. Hartverscheurend, zo vlak voor je deze planeet een laatste toedels toehoest, moeten beseffen dat je niet eens een iPad waard bent. Met zo'n gruwelijke taferelen in gedachten ga je niet snel zeuren omdat je bosvruchtensmoothie, je boterhammen met Samsonworst – don't judge, de gustibus... – je steak béarnaise met frietjes en de vagina van de DHL-bezorgster allemaal naar hetzelfde smaken, namelijk niks. Die leraar Latijn van me was overigens een blok massieve pudding van 1,5 kubieke meter die míj uitlachte omdat ik klein was voor m'n leeftijd. Ach, ook humor is een kwestie van smaak. En smaak had de man wel. Aan zijn adem te ruiken vooral whiskysmaak, in een flaconnetje dat zich graag liet openen tijdens springuren in verlaten leraarslokalen. Wat snel opzoekwerk verraadt dat de gefermenteerde pudding het nooit verder geschopt heeft dan leerkracht Latijn, terwijl ik ondertussen maar mooi de meest gelezen column van alle Hans Verhaegens in de Benelux schrijf. Met hubris kom je nergens. Dat laatste is wat mijn leraar Grieks me leerde – behoorlijk geschoold, remember – en is een eloquente manier om te zeggen dat de ander niet dikkenekkerig of neerbuigend moet doen, zeker niet als de persoon in kwestie uit 1,5 kubieke meter pudding bestaat, überhaupt geen nek lijkt te hebben en amper groter is dan een leerling die op z'n groeispurt wacht. Hoe onvergeeflijk ruk de tablets in de ziekenhuizen ook mogen zijn, als je zo een paar weken zonder geur of smaak zit, begin je op den duur toch te jammeren. Hoopvol was ik dan ook, toen ik merkte dat er hier en daar wat beterschap de kop opstak. Een verre herinnering aan bosvruchtensmaak, een licht aroma van Samsonworst … Nu, maanden later, draaien m'n twee beschadigde zintuigen bijna terug op volle toeren, afgezien van één vette, vieze voetnoot, want sinds kort ruiken en smaken bepaalde voedingsmiddelen, kruiden en planten naar een mengeling van rotte eieren, verroest metaal en bierscheet. Zo smaakt kip naar rotte eieren – of eieren naar rotte kip, afhankelijk van je standpunt in het de-kip-of-het-ei-debat. Prei en ajuin ruiken naar een Chirofuif die een nacht lang in iemands darmen lag te gisten. Gebarbecued vlees doet denken aan gezouten GFT-bak. En mijn zelfgemaakte spaghettisaus smaakt alsof je Sean D'Hondt aan het rimmen bent, al beken ik dat dat laatste altijd al zo was en niets met m'n smaakprobleem te maken heeft. Hoewel de coronacijfers de laatste weken weer goed aan het stijgen zijn, kan ik me toch niet van de indruk ontdoen dat de meeste mensen er nog maar weinig om geven. Uit de goedbevolkte terrastafeltjes leid ik alleszins af dat ik op vlak van wiskunde niet behoorlijk geschoold ben of dat veel mensen blijkbaar de ouders en schoonouders niet in hun bubbel van vijf hebben steken. Ziekenhuisopnames en crappy Aldi-tablets schrikken niemand meer af. Daarom stel ik voor dat Maggie, eloquent als ze is, onze bevolking vertelt dat als ze zo blijven verder doen hun eten binnenkort naar, tja, kak smaakt. Het kan maar helpen. En zo heb ik wederom mijn steentje bijgedragen aan het bedwingen van die drommelse coronacrisis. Als het niet stoort, rond ik dan hier graag af, want ik had beloofd om m'n pennenvriendin Eveline nog een filmpje te sturen met de vraag of ze m'n spaghettisaus eens komt proeven.

Hans Verhaegen
251 0

Content burnout

Op 14 september lanceert de Belgische streaming service Streamz. Op 15 september komt de online dienst van de hartverwarmende kinderentertainmentracist Walt Disney in België beschikbaar. En op 16 september moet ik naar de tandarts, maar dat is hier misschien naast de kwestie. Feit is dat er weer heel wat nieuwe content staat te wachten om door onze bingewatch-hongerige oogjes verorberd te worden. En ook dat ik met mijn muil vol weggebeitelde tandplak ga liggen bloeden in een stoel, maar wederom, naast de kwestie. Voor we van die verse content kunnen smullen, moeten we eerst het zachte prijsje van 11,95 euro per maand (Streamz) en 69,99 euro per jaar (Disney+) betalen natuurlijk. Geen geld, ware het niet dat we ondertussen maandelijks al heel wat 'geen geld' uitgeven aan soortgelijke services. De tijd dat we uitsluitend een kleine 10 euro per maand voor Netflix betaalden, ligt al even achter ons. Wie vandaag niet oppast, telt makkelijk 40 euro per maand neer, bovenop dat kabelabonnement, internetabonnement, de huur van de digicorder en nog wat onduidelijke kosten die ervoor moeten zorgen dat John Porter van Telenet 's middags z'n boterhammen met truffelsla kan blijven opsmikkelen. En aangezien je betaalt voor al dat entertainment, kan je het 's avonds maar beter een paar uur laten renderen. Een tijd terug betrapte ik mezelf erop dromerig uit het raam te staren in plaats van m'n tijd waardevol te besteden met mijn ogen op een scherm. Als straf heb ik dan maar het eerste seizoen van The Crown gebinged tot in de vroege uren. Niet dat het me interesseerde, maar het was me nu eenmaal al te veel aangeraden door anderen. Laten we even ons oog werpen op Streamz. Eerst en vooral wil ik het creatieve team dat deze naam heeft bedacht een welgemeende congratz overbrengen. Eenvoud siert. So what dat niemand iets durfde te zeggen wanneer die manager, high van z'n eigen marketingscheten, luidop dacht: 'en als we die s nu eens in een z veranderen?' So what dat de kidz van 10 jaar terug al een acute oogrolaanval kregen van dat z-gebruik? Al hadden ze de dienst Yeet Yeet Streambruh genoemd, dan nog moet het komen van de content. En die content spreekt boekdelen. Zo is er de serie Black-Out, waarin Geert Van Rampelberg verdwaasd wakker wordt in een industriële afvalcontainer en hij zich moet zien te herinneren waarom hij in godsnaam verkleed is als zwarte piet. Oh ja, er is nergens stroom en de batterij van zijn gsm is plat. Ik mag er niet aan denken! Nu heb ik van horen zeggen dat Van Rampelberg al wel eens vaker tussen lege flessen wakker wordt met een blackout, dus ik ben zeer benieuwd hoe deze schat aan levenservaring zijn acteerprestaties naar een nog hoger niveau zal tillen. Verder is er De Bende van Jan De Lichte, waarin Matteo Simoni de baas van een transportbedrijf speelt die als eerste in Vlaanderen een transgender achter het stuur van een vrachtwagen zet. Een geweldig idee als je 't mij vraagt, want het wordt eens tijd dat het camioneursmilieu mee evolueert met de maatschappij en wat minderheden tewerkstelt in plaats van die meerderheidsgroep van witte hetero mannen met een rijbewijs C die zich elke nacht naast de E40 de ziel uit hun lijf laten zuigen door hun mannelijke concullega's. Disney+ belooft dan weer om bij de lancering drie nieuwe films voor de kijkers te serveren. De eerste, Zwarte piet gaat naar de RVA, belicht de kant van een zwarte, alleenstaande man die drie kinderen moet onderhouden en uit noodzaak overal zwarte piet gaat spelen, maar plots geen werk meer krijgt door de komst van de roetpieten. Een moreel vraagstuk, dat zowel de conservatieve Vlaming als de woke-community heel wat stof tot nadenken zal geven. Disney vertelt er trots bij dat we Johnny Depp, die de rol van de alleenstaande vader vertolkt, zullen zien zoals we hem nog nooit zagen. De tweede film, die eveneens bewijst dat Disney de moeilijkere hedendaagse topics niet uit de weg gaat, is een vervolg op De Kleine Zeemeermin II en toont hoe de aan lager wal geraakte Ariël tegenwoordig orderpicker is in een magazijn van Amazon om haar crackverslaving te financieren. Een derde film vertelt het verhaal van een Syrisch vluchtelingetje dat aanspoelt op het strand, z'n familie niet meer terugvindt, maar geadopteerd wordt door een wit gezin en verder nooit nog achterom kijkt omdat het eigenlijk toch allemaal wat ver van z'n bed is. Van een geslaagde Westerse integratie gesproken! Ikzelf zit echter al een paar maanden met een heuse content burnout. Wekelijks moet ik een dozijn podcasts zien te beluisteren, mijn YouTube-idolen en hun vlogs volgen, minstens een Humo en een ander boek lezen, de nieuwste albums beluisteren op Apple Music en dan nog het maximum zien te halen uit Netflix en Apple TV+. Series kijken staat tegenwoordig bij in het rijtje van verplichte huistaken zoals stofzuigen, onkruid wieden en het gras afrijden. Ga ik dan geen abonnement op Streamz of Disney+ nemen? Natuurlijk wel. Waarover moet ik anders praten met m'n tandarts woensdag? De FOMO in mij zou trouwens niet willen dat ik niet meer coolz ben. Sksksk! Tot volgende week, boomers.

Hans Verhaegen
12 0