Zoeken

Salvatore is een beenhouwer

  Ik pas zelfs achterin. In die holte. Die ruimte. Voor dat reservewiel. Ik kan mezelf krullen. Oprollen. Als een turnslak. Als een egel die zijn stekels sterk bemint.   Ik pas nooit iets in een hokje. Sta liefst gewoon naakt in een winkel. Bloot. Ik meen dat echt. Het liefst nog bij een beenhouwer. Omdat mijn merg geliefd is bij de gieren.   Hij kweekt dat. Al wat vliegt. In die kooien van zijn vrije tijd. Vogels die hij dood in poeder voedert. Onversneden gal en blaas. Ja. Iets met hobby’s. Tijdverderf en eigen aas.   Diezelfde zak. Hij heeft mijn jas eens uitgekamd. Op zoek naar iets. Hij wil voorzeker alle schilfers ook mijn vel vergaren. Om een pop te maken voor zijn veld.   Ik pas daar allicht in. In dat kostuum voor lege koppen. Ja ik wil. Gewoon die wind en amper voelen. Niet eens weten wat er beter hoort. Of waar het midden ligt. Dat mes. De evenaar.   Het is de zon die opkwam tegen wil en dank. Maar niet met mij. Zo sprak ik tegen hem. Die marchand in vlees, macaber wild in stukken. Hij moet geboren zijn toen Chaos door de leegte sneed.   Hij schudt altijd zijn kop als ik hem domweg vraag. Wanneer zijn vinken blind geworden zijn. Dat hart zo kil. Daarna ga ik gewoon weer voort. Ik lift zo graag.   Er wordt altijd gestopt als ik op asfalt zit. Een buiging maak. Ik groet de beesten van de straat en mag dan zomaar mee. Omdat het gewoon past. Ik zit graag in die holte.   In plaats van een reservewiel zou ik nog liever zinloos zijn. Geen autospiegel. Neen. Of zien wat er nog leeft. Wat niet. Gelukkig nog dat ik mezelf zo krullen kan.   Dat ik die egel wonen weet. Het kwijl van slakken eten durf. Echt eten is dat niet. Mijn merg wordt daar niet beter van. Er is geen zenuw die daar ooit naar heeft gekraaid.   Sapperloot. Die kloot hij heeft gewoon wat ik niet wil. Een auto. Winkel. Hobby. Vogeltralies en een veld. En toch. Hij blijft op zoek naar iets. Naar toeverlaat.   Ik heb hem ooit één vinger afgesneden. Zodat hij niet kan wijzen. Niet naar mij. Noch naar zijn eigen zieke boel. De zot. En op zijn deur hangt nu een blad.   Iets met een rally zonder tijd. Door platgereden land en leven. Is men op zoek naar Salvatore. Of een route weg van hier. Die imbeciel. Hij komt altijd terug.   Omdat hij denkt dat vogels naar hem fluiten. Hem om graan en ingewanden vragen. Omdat hij zelf graag in zijn kooien toeft.   Geloof me. Mens. En vanaf morgen. Slaapt hij denk ik. In zijn eigen diepvries. Languit. Voorgoed. Als het aan die vinken lag.       uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
5 0

haiku's met oorsprong in spelletjes scrabble

queer duos razen tongen - de flik doekt het fonds smoor ervaringen vis mept de ara wacht ze komen, ze daten de orka rekt zich fee veegt verf van paard en de nar keurt de moord stomend land remt af de voze menhir de list der gekke meuten sap gaf u fabel een woede tolk zucht geef jankend pep adviezen de blase zeem mond coke grappen bekken het zotste ei in geelsel de basten snor bek boeit de apin niet gemoed slipt als assenbak werken kneusde haar teer model hapte geesten werkten aan de kaft snee de zon zeer snel vlerken stelen sap adel vee meden het bos de snul zonk ver weg zoveel zieke sfeer het manke alfa ego toen een zure bes mijn gemoed qoutes hevige nerfjes slipen de pan deunt hard na zie je dit rotgeld meiden kernen grommen na we sausen doeners einde van het pad glip de kameel zweden in een loon voor de dwerg de hen legt een cent Biep - bid tot de muur - zen rad snot vrees ik leef nog slangen aft bij god de oervistuft op een doek pure prenten boek begroet de details zandzonde melde de heer de soja besterft dag sofa, mits deur wens god de vrijheid van chai stof gaat naar kerken tien dennen bosje groot milf paard weet waar wat kan waai naar raketten een bepaalde oogst zand smaakt slecht slecht als lunch yetis kennen saus meeste saunas klam vrier jongens extra kerel haaien in een trog vodka opera de jade huig smeekte veel de bastoon zever maandagen buiten en de zee blijft grof wezen een hoop benen rusten de stok loonde wrang de laffe vogel staat borg de boel zomert voort we pesten orkas sleen over mierenhoop wij eten kolen zeeen van verderf mietjes, knak, harde vlam , Boem sneu van de ponys papieren ader echte oenen staren preuts sudderen zich klem een troon van ouzos schik de scheve lijn even af de mand geketst afzien kadert goud jankend miauwend neuten gered door het grind saaie fysica neefje kuste mijn zakje een gek bommetje zuivel vrije jeugd je exen shopten vrede nep naren wurgen brakende meiden potjes wax heersen de nacht dor smeken ze fel menige centen biotech breekt de duiven de goden vapen nestel in mijn oog vage dosis, muziek deun de fans wenden zich met krenten huidjes straf debat in de sauna gewapende doek jeans sneden in bil het mes van de ex gemeen bedot door spijt fee gewend aan de douw woest zeggen de nieren nee helaas een nachtraaf   de beer eist runden de hen legt nog een zerk neer de rat eet zich klem saaie gram op hoes we ruilen grappen voor niks kaapte een gebed klasje afgerost de neus werpt zich hemelwaarts ving de val met gras je raad niet wie gluurt traag kotsend van het besef demp de telefoon een hemd van egels dit zal mij wel beschermen de gods markt schrikt af    

Ben Ramsdonck
18 1