Zoeken

Hitler, Stalin, VOKA, rook, cocaïne. En hoe het rookverbod omzeild kan worden. a

so it's like it was its is ********************************************************* Blijkbaar is men vergeten dat de massamoorden onder Hitler en Stalin plaatsvonden om de ‘gezondheid’ van het Germaanse Arische ras en de ideale ‘Nieuwe Mens’ te beschermen. Religieuzen en zigeuners werden vermoord omdat ze als ‘onproductief’ werden beschouwd; in de ogen van de regimes ‘werkten’ zij niet. Homoseksuelen werden omgebracht omdat zij ‘onnatuurlijk’ werden bevonden. Fysiek en geestelijk gehandicapten werden geëlimineerd omdat ze niet pasten in het beeld van het gezonde Arische volk.Dit alles werd onderbouwd met pseudowetenschappelijke bewijzen van nazi-wetenschappers, die hun ideologie lieten primeren boven de wetenschappelijke waarheid. Waar Hitler hen onmiddellijk liet vermoorden, sloot Stalin hen op in werkkampen waar men letterlijk tot de dood werkte. Hoe minder men presteerde, hoe minder voedsel men kreeg. De stalinisten persten mensen uit als citroenen. (Interessant detail: het woord ‘robot’ vindt zijn oorsprong in het Slavische woord voor dwangarbeid).Wat zijn vandaag de redenen voor het rookverbod? Gezondheid!Kijk naar de uitspraken van de voorzitter van Voka: "Iedereen die meer dan twee jaar werkloos is, moet worden ondergebracht in beschutte werkplaatsen of psychiatrische instellingen."Waarom wordt alcohol dan niet verboden? Volgens een rapport van de WHO veroorzaakt alcohol wereldwijd 2,5 miljoen doden per jaar.Waarom wordt roken dan wel verboden? Omdat het ‘te Oosters’ is?In de wereld van Wilders en consorten drinkt de gezonde westerse mens alcohol. De oosterse mens – de moslim – drinkt geen alcohol, maar rookt. Het absolute rookverbod lijkt de kers op de taart in de oorlog die Wilders voert tegen de ‘islamisering’. Ondertussen zitten de westerse gevangenissen voor de helft vol met mensen die iets ‘verkeerds’ rookten.Op roken in cafés staan geldboetes die, bij niet-betaling, worden omgezet in gevangenisstraffen. Straks vullen de hardnekkige rokers de toch al overvolle cellen. Maar omdat straffen onder de drie jaar vaak niet meer worden uitgevoerd, kan men paradoxaal genoeg straffeloos blijven roken.De reactie van het Westen op de moordpartijen – aanvankelijk gericht op de Joodse gemeenschap – kwam pas echt op gang toen Hitler ook christelijke en protestantse religieuzen naar de slachtbank leidde. Dat was voor het Westen een brug te ver. Denk aan het beroemde gedicht van de protestantse predikant Martin Niemöller: "Eerst kwamen ze voor de communisten..." – uiteindelijk staan ze voor je eigen deur.Hitler en zijn nazi’s waren geen atheïsten; zij geloofden in de oude Germaanse goden. Het hakenkruis was gestolen; in India is het een symbool voor vrede. Stel het je voor: nazi-Duitsland hing vol met symbolen die ‘vrede’ betekenden, maar enkel vrede voor de ‘gezonde, productieve Germaanse mens’. De rest was plebs, waren slaven.Het ‘herenvolk’, de voorhoede, deed alles wat de slaven niet mochten. Hitler en zijn kompanen gebruikten cocaïne: de drug van de zuiverheid. Het is wit en het schittert. Hoeveel van de huidige ‘zuiverheidsfanaten’ die het rookverbod toejuichen, zitten zelf met hun neus in de cocaïne? Er moeten immers mensen zijn die de tonnen coca, die al 40 jaar de illegale belastingvrije markt overspoelen, consumeren. Is dit het huidige herenvolk?Blijkbaar herhaalt de geschiedenis zich. Maar zeg achteraf niet dat u het niet wist.   .

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
3 0

Slechts brokstukken

Het overweldigende gevoel, zich vertakkend in verwarring, stamt uit alle mogelijkheden, beweringen en waarheden die rond mij samentroepen. De ene al dwingender dan de andere. Als straatkinderen die in mij een rijke toerist zien, met zakken vol aandacht en ander snoepgoed. Ik ben in het verleden gul geweest, maar wil mij niet langer laten pluimen. Mijn strategie klinkt simpel: voelen wat voor mij klopt, de rest negeren. Alleen nog focus op het intuïtieve gevoel, geen verstrooiing door verhalen. De verhalen bonzen op de poort van mijn heiligdom. Ik zet daarom het volume van mijn innerlijke wereld hoger zodat ik ze niet hoor. Het duurde even voor ik die volumeknop vond. Het gebeurt nog dat ik hem even kwijt ben. Een illusie wordt niet altijd doorprikt door haar te doorzien. Weten dat er een illusie is, verandert de illusie niet. Het verandert voor mij wel de handvatten in hoe ermee om te gaan. Handvatten die ik eigenhandig uit mijn kern heb moeten beeldhouwen. Want het onechte diende zich aan zonder grip. Of: ik was het die zich aandiende in het onechte, om redenen die ik vergeten ben. Kwetsbaar, puur en open arriveerde ik ergens waar ik niet thuishoor, maar blijkbaar wel dien te zijn. Met alle informatie in mijn wezen, behalve de verhalen van deze wereld. Er werd mij geleerd hoe te denken en te spreken, en de verhalen overschreven systematisch wat ik wist zonder woorden. Denkend en sprekend in een taal die de mijne niet is, tracht ik, decennia later, te herinneren wie ik oorspronkelijk ben. Om het echte van het onechte te onderscheiden, is mijn gevoel er dus als enige betrouwbare leidraad uitgekomen. Uit het oneindige kluwen van redeneringen trek ik aan de lijn die me rechtstreeks naar ‘binnen’ leidt. Mijn houvast, mijn handvatten, zijn niet langer tastbaar. Ik vind tegenwoordig meer grip in de leegte, in het vacuüm van het zinloze. Wat ooit chaos leek, voelt nu bevrijdend. Ik verkies chaos boven gestructureerde verwarring. Wat zich in het onechte als logisch en normaal voordoet, maakt deel uit van een artificiële zingeving. Het is die zin, verzonnen, opgelegd of pijnlijk ontbrekend, die het leven van gewicht voorziet. Zonder die zin is er alleen maar bewegingsruimte. Zonder zingeving is er geen agenda of planning, enkel maar het aanwezig zijn in het moment. Deel uitmaken van de leegte. De onechte structuur waarin ik scheef groeide, maakte mij tot een samenhangsel van onbewuste stukken en vastgekoekte angsten. En zo bewoog ik mij doorheen oneindige raadsels van informatieve zingeving. Er openbaarde zich een oneindige zee aan mogelijkheden die ik kon ‘benutten’, waar ik iets mee kon ‘doen’, iets over kon ‘denken’ en ‘zeggen’, iets van kon ‘maken’. Allemaal met het achterliggende idee dat het ‘iets’ is. Dat ‘iets’ beter is dan ‘niets’. Maar met vallen en opstaan wist ik mezelf recht te trekken uit deze illusie en herinnerde ik weer dat ‘niets’ aan de basis lag van alles. Ik kan natuurlijk altijd ‘iets’ neerzetten waarvan ik weet dat het ‘niets’ is, om mijn tijd hier enigszins vermakelijk door te brengen, vandaar ook deze tekst. Het belang van materiële aanwezigheid reduceert enorm wanneer het besef van zinloosheid zijn licht, dat soms als een schaduw voelt, werpt op de dingen. Ik heb gegraven en gewroet in de bodem van wat mijn fundering zou moeten zijn; ik dacht er wortels te vinden, maar vond er vooral verhalen en verwarring. Dan maar in het ijle drijven en zien waar de stroom mij brengt. Er is nog weinig waarop ik mij kan vastklikken dat van waarde is. Ik moet mij in nauwe hoeken wringen om de normaliteit van de simulatie mee te spelen. Het comfort dat mensen in deze onechte wereld denken te vinden, is iets waar ze in hun naakte bewuste essentie nooit voor zouden tekenen. Maar hier, in de overweldigende beperking, geeft het schijnrust. Die schijnrust is een muur die ik al jaren aan het afbreken ben om te zien wat erachter ligt. En nu verschijn ik tijdens sociale interacties met slechts brokstukken, waarmee ik snel opnieuw een schamele constructie maak die het even volhoudt. Hoe lang nog? Mijn lichaam geeft nu duidelijker dan ooit aan dat de muur afgebroken is en ik quasi naakt in de leegte sta. Opnieuw kwetsbaar en puur. Ik ben dus niet langer bestand tegen interacties die niet authentiek voelen. De beperkende middelen en taal die ik nu gebruik om deze tekst te construeren, zijn tools van de matrix. Deze woorden zijn niet meer dan vage schimmen van het ‘niets’ dat nu in ‘iets’ gepropt wordt. Maar misschien valt er te snoepen van een glimp echtheid die uit de lege omhulsels lekt? Dat hangt natuurlijk ook af van het bewustzijn dat over deze letters dwaalt. De meeste mensen zullen op hun honger blijven zitten. Dat komt onder andere omdat ze in een omgekeerde wereld leven. Ze hebben zich daaraan aangepast. Ik blijf het lastig vinden, zo ondersteboven, en vind het in veel ‘normale’ situaties niet gemakkelijk om mijn maaginhoud binnen te houden. Ik voel me ook vaak moe. Moe van hier dag in, dag uit te zijn. Of te doen alsof ik hier ben. Schipperend tussen misschiens en mogelijkheden, het minimum uitvoerend, want ‘je weet nooit’. Veel schrijven en lezen omdat niet schrijven en lezen misschien ramen en deuren sluit. Ramen en deuren in de muur waarvan slechts brokstukken overblijven. Tekst door Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 0

Het broedend duifje

Er zit een duifje op haar nest en het zit er al enkele weken. Ik weet niet precies hoe lang, maar toch al zeker drie weken, misschien zelfs vier. Het zit er rustig, met het geduld en vertrouwen van een wezen dat geen twijfels heeft over haar bestaan en impulsen. Ik ga ervan uit dat het een ‘zij’ is, maar het zou ook een mannelijk duifje kunnen zijn die deze taak op zich neemt. Misschien uit liefde en het nalatenschap van zijn vrouwtje waar hij om rouwt? Nee, dit laatste is te ver gefantaseerd, teveel Disney-sentiment. Ik meende wel enkele weken geleden twee duifjes te hebben gezien, eentje op het nest en eentje ernaast fladderend op takken, ik vermoedde toen om te helpen met eten brengen.  Over het nest had ik eerst mijn twijfels, het leek er niet heel stabiel uit te zien, maar na enkele serieuze wind- en regenvlagen zat het duifje er nog steeds onbewogen en kordaat. Het nest lijkt toch wel genoeg beschut door takken en bladeren waardoor het niet veel wind vangt. De kletterende regen zal het duifje moedig, zonder het zelfmedelijden en gezeur dat een mens zou produceren, hebben doorstaan.  Ik zoek bewust niet op hoe lang de broedtijd van een duif is. Zolang het duifje overtuigd is van het slagen van haar broedkansen ga ik in vertrouwen met haar mee. Al ervaar ik wel die menselijke twijfel en onzekerheid. Compassie ook jegens het duifje. Zelfs enige kwaadheid naar de hardheid van het leven dat toelaat dat onschuldige dieren zwaarte en pijn ervaren. Wat als het duifje daar vergeefs zit? Als ze al die weken daar heeft gezeten, heeft volhard en uiteindelijk uitgeput moet concluderen, misschien heel gestaag en instinctief, dat de eieren geen leven bevatten? En wanneer en hoe zou het duifje eten? Komt het andere duifje soms nog, want ik zie het nooit meer? Het enige wat ik elke dag zie, op eender welk moment, is een duifje dat één lijkt te zijn geworden met haar nest en de boom. Ik heb de verrekijker erbij genomen om meer details te zien. De blik in haar ogen bijvoorbeeld. Met het blote oog zie je haar haast niet zitten. Mocht je het niet weten, dan merk je haar niet op. Maar ik merk haar op. Ik schrijf zelfs over haar. Het bestaan van dat wezen wordt gezien, erkend en het werkt ook nog eens inspirerend. Ik vraag mezelf af wat het duifje mij toont, welke boodschap het voor mij heeft. Het duifje is hier niet alleen als duifje om eieren uit te broeden en alle problematieken daarrond te ervaren, maar ook om zich, onbewust, aan mij te laten zien. De plek van haar nest, vlak bij mijn livingraam is niet toevallig.  Het lag vast door het ‘lot’ dat het duifje precies daar haar nest zou maken en dat ik het zou zien en erover nadenken, voelen en schrijven. Vanuit haar vrije wil koos het duifje deze nestplaats, ware het niet dat die vrije wil verbonden is met het netwerk van het universum waar mijn vrije wil ook deel van uitmaakt. Mijn vrije wil, noch die van het duifje, kan niets in beweging zetten zonder daarmee iets anders aan te raken. Het duifje en ik zijn één, we maken deel uit van hetzelfde universele geheel. We bestaan uit dezelfde ‘energie’ die gefragmenteerd verschijnt in een duif, een mens en een omgeving of wereld. Door het duifje te observeren, leer ik iets over een deel van mezelf dat zich representeert als een duifje. De vragen die het duifje bij mij opwekt, zijn de vragen die nu voor mij van toepassing zijn in mijn proces van zelfontwikkeling. Het duifje zet mij, onbewust en zonder daarvoor iets te moeten doen, in beweging. Het duifje hoeft alleen maar te ‘zijn’, rustig zittend op haar nest, zonder ergens van gewaar te zijn. Ik besef dat ik evengoed gewoon hoef te ‘zijn’ om mijn rol op verschillende vlakken constructief te spelen in deze wereld. Mijn bijdrage aan deze wereld bestaat in de eerste plaats uit mijn aanwezigheid en dus niet enkel en alleen uit mijn creaties en prestaties. Ik hoef niets te ‘doen’, enkel te ‘zijn’. Net zoals het duifje. Terwijl ik rustig op mijn nest zit, ben ik onbewust een inspiratiebron voor anderen. Ik hoef alleen mezelf te zijn om iets waarachtigs neer te zetten. De rol die ik speel in dit levenstoneel bestaat uit zuivere aanwezigheid die vorm en omgeving ervaart. Wat ik precies vanuit die ervaring doe of verwezenlijk, of mijn eieren nu uitkomen of niet, maakt eigenlijk niet uit. Zolang ik maar aanwezig ben.  Net zoals het duifje niet door heeft dat ik reflecteer over haar bestaan, heb ik ook vaak geen notie van de impact van mijn aanwezigheid op anderen. Net zoals het duifje die eieren vanuit een natuurlijke creatiekracht gelegd heeft, schep ik ook dingen. Maar het leven draait niet om wat er geschept wordt, maar om hoe we scheppen en wat we daarbij ervaren.  Trouwens over die eieren: ik kan die vanuit mijn perspectief niet zien liggen in het nest. Ik ga er eigenlijk gewoon van uit dat ze er zijn, maar het kan ook dat er helemaal geen eieren zijn en dat het duifje op een leeg nest zit. Zou dat een verschil maken? Vanuit menselijk standpunt, een standpunt vol ideeën, overtuigingen, projecties en reflecties, waarschijnlijk wel. Ik zeg niet dat dieren geen emoties en gevoelens ervaren, ze dragen alleen het extra gewicht niet van een zelfreflecterende en contemplerende laag waar mensen onder gebukt gaan. Ze overdenken niet, maar handelen instinctief vanuit gevoel. Als zij lijden, dan lijden zij, zonder de projecties en ideeën over dat leed. Ze hebben er geen oordeel over, het is er gewoon en ze gaan ermee om.  Ik ben mij ervan bewust dat ik allerlei ideeën en verhalen projecteer op het duifje. Net zoals ik dat ook doe op mezelf en mijn omgeving. Mensen zijn verhalenmachines. We bedenken automatisch verhalen rond de verschijnselen die we zien. Bewust en onbewust. En anderen horen of lezen die verhalen, projecteren er nog anderen ideeën op, veranderen de verhalen. Het is een mentale ketting aan verhalen die we collectief aaneen rijgen. Sommige delen van die ketting worden ‘erfgoed’ genoemd. Dieren doen zoiets niet, ze maken geen kettingen en structuren van verhalen. Ze leven hier en nu, in een verhaal dat belichaamd wordt, maar niet verteld. Want daarvoor zijn er mensen. Ieder speelt zijn rol in dit veelzijdige universum. Het duifje op haar nest en ik schrijvend in mijn bed over het duifje. Of we nu over bevruchte eieren beschikken of niet, we zijn evenwaardig en ons bestaan is geen vergissing of toevalligheid, maar een uiting van ‘God’ die zichzelf wil ervaren als duif en als mens en al de ruimte daartussen. Het is God, de scheppende kracht, die zichzelf zo ontmoet, zich weerspiegeld ziet in tal van facetten, op diverse niveaus en dimensies, bewust en onbewust. Ik kom mezelf tegen in diverse lagen van deze levenservaring, en al herken ik mezelf niet altijd, toch ben ik het steeds opnieuw. Ik dank het duifje om er te zijn en om haar pure authentieke frequentie uit te zenden. Ik dank mezelf voor het oppikken van die frequentie, voor het zien van grootsheid in details en het tasten onder de lagen. Ik weet en voel dat mijn visie en begrip ontzettend beperkt is ten opzichte van de oneindigheid die buiten de grenzen van mijn menselijk perspectief lijkt te liggen. Ik weet dat ik in essentie oneindig en onbegrensd ben, maar dat ik dit enkel kan beweren vanuit een begrensde vorm. Zo ben ik zowel vrij als onvrij en besta ik dus uit het hele pakket en niet slechts de helft van de dualiteit. Ik ben een geheel van donker en licht. Paradoxen zijn er als symbool van ‘heelheid’. Zowel het ene als het andere leeft, er wordt niets uitgesloten, er ontbreekt niets. Tegenstellingen zijn er om een eenheid te vormen en dat kunnen ze alleen als ze tegengesteld blijven. Ultieme eenheid kan geen vorm hebben, niet ervaren worden, zonder tegenstellingen. Of beter: de notie van tegenstellingen moet bestaan om de notie van eenheid te kunnen ervaren.  Zo, en dat allemaal op een dinsdagochtend naar aanleiding van gedachten over een duifje op haar nest. 

KarolienDeman
8 3