Zoeken

Stilte en ongemakkelijkheid: een getrouwd koppel.

Jaar en dag was ik ervan overtuigd dat stilte en ongemakkelijkheid een getrouwd koppel was. Zo eentje dat ieder jaar kerstkaartjes stuurt en bij de “groetjes” de naam van hun ‘vierde gezinslid’ (de hond) er ook bijzet. Zo een koppel dat dobbert op een meer, terwijl alle andere aan het verdrinken zijn in een wilde zee. Je ziet ze nooit afzonderlijk. Het koppel dat perfect is. De stilte zonder het schoothondje ongemakkelijkheid was iets dat ik enkel een beperkte kring van mensen kon meemaken. De Merel-elite. Het zijn de mensen die mij zo goed kennen, dat de stilte oké is, bij wie ik me niet moet schamen voor de vreemde geluiden die mijn spijsvertering produceert. Onlangs was ik in Gent. Het was een vermoeiende voormiddag geweest, dus ik kocht mijn veel te dure (maar wel oh zo lekkere) koffie en slurpte hem naar binnen zoals een peutertje kan genieten van haar Nesquick-chocomelk. Ik bleef maar rondtjollen, dus kwam met het genieuze idee om mij gewoon ergens neer te zetten. Als een voorgeprogrammeerde robot liep ik de straten af, naar het dichtstbijzijnde bankje. Het sprong in men gezichtsveld. Het leek wel goud. Een oudere man had waarschijnlijk hetzelfde idee gehad, en kwam naast mij op het goud zitten. Ik kon vertellen over mijn studies, hobby’s en huisdieren. Ik kon gezegd hebben dat ik graag mijn eigen kleren brei (maar er niet zo goed in ben). Hij zou dan reageren met een leuke anekdote uit zijn leven, waarop ik verder zou kunnen doorratelen. Maar het lukte hem om van deze stilte, een zingende symfonie te maken. Onze wegen kruisten, heel eventjes. Maar het leek alsof het een persoon was die ik al jaren kende. Iemand uit de Merel-elite. Iemand die via de achterdeur binnenkomt, die zélf drinken uit de frigo haalt en iemand die mij perfect kent.

Merel Lechene
29 3
Tip

Alsof

Hoe begin je over zoiets?Op het moment dat hij één tiende bezorgd, negen tienden achterdochtig vraagt:"wat scheelt er?"? En je in zijn ogen leest: “je hebt een ander”.Op het moment dat hij geïrriteerd wegloopt en tussen zijn tanden moppert:“ik ben weer tegen de muren bezig, het interesseert jou geen bal wat ik vertel”?En je voelt dat elk weerwoord alleen maar stemverheffing gaat veroorzaken.Of op het moment dat zijn ogen vuren spuwen en hij roept dat hij zich afvraagt wat je daar nog loopt te doen? Hoe vertel je aan diegene waarmee je 22 jaar samenleeft dat je er eigenlijk niet bent?Misschien zelfs nooit geweest.Dat je ergens rondzweeft tussen werelden?En dat die afwezigheid de laatste jaren prominent aanwezig is.Terwijl het voordien soms weken, maanden of misschien zelfs jaren amper merkbaar was voor jezelf en de anderen. Dat die verandering en terugkeer naar je kindertijd en naar tijdloos jou evenzeer overvalt als hem?Maar dat je het daar fijn vindt. Misschien zelfs fijner dan hier? Dat je weet dat jouw werelden niet combineerbaar zijn? Maar dat je jou in die 44 jaar genoeg hebt verzet genoeg geprobeerd er ééntje te kiezen,en je nu moe bent.Dat het hier soms eenzaam is, maar daar niet? Over zoiets begin je niet. Je wil hem niet buitensluiten dus doe je alsof in deze wereld. Af en toe zet je de deur open om mee te verdwijnen, maar hij komt niet. Hij ziet jou niet en toont zichzelf niet.  Beide voeten op de grond, hier en nu en in een ongezamenlijke toekomst.  En jij zweeft, nergens en overal tussen alle tijden heen.

Fien SB
160 7

een herinnering?

Een herinnering? Niets is meer nodig dan dé herinneringom de huidige toestand te kunnen achterlaten.Denk aan hoe je mooi was zonder dat je schroom kende.Nu is het verdomd moeilijk iets zonder tergend traag, en suizend luid passerende angst te volbrengen. Angst is er omdat jij jezelf vergeet te koesteren. Laat mij voor wat ik ben. Groot worden zonder voldoende zuurstof.De leefruimtes worden duidelijk genoeg afgebakend en je hebt er weinig plaats. Ergens leeft de hoop nog. Daar wil je liefst lang genoeg vertoevenom er de vruchten van te kunnen plukken.Maar medeleven vind je nooit zonder dat dat kracht kost.  Ik herinner mij bossen en een struikgewas. Jong geweld en onschuld. Nergens was er meer thuis dan binnenin. Dat was een vereiste om overbodige hoeveelheden emotie te mogen verplaatsen.Van persoon naar persoon werd er gelachen, en dat allemaalomdat jij jezelf de toestand niet iedere keer ontnam. Jong zijn is ook ervaring opdoen. De prestaties waren anders. Jij was jezelf. Ik herinner mij weelde en toch gewoon genoeg.Daar was niets mis mee.  Op het aangezicht lees je wroeging omdat daar voor gewerkt wordt.Pijn is onvermijdelijk wanneer je iets kapot maakt.Pijn is waarschijnlijker dan rust als je daarop staat,en daar sta ik op. Ergens meer voor willen staan dan een trend in de ogen van publiek. Ergens mee willen bestaan. Noem me een bewegingzodat ik kan bewegen. Versta mij.Alleen ik lijk mezelf soms te willen verstaan. En dat is luidruchtig geweld dat ik mezelf aandoe.Ik wil mij dezelfde prestaties als toen aanpraten zonder in te moeten boeten aan daadkracht. Ik weiger daarna mezelf de sluimer en leegte weer in.Nee, je bent niet gek. Je bent het probleem. Laat dit ophouden, dus dit houdt op.Wanneer houdt dit op?Een herinnering?Nooit genoeg woorden, altijd maar weerdezelfde woorden.

Dries Verhaegen
49 1

Met de deur in huis vallen

Mijn grote vriend Stef is niet het toonbeeld van subtiliteit. Nooit geweest ook. In wezen is hij eigenlijk een beetje lomp. Heel lief, maar lomp. Hij bezorgt je in een handomdraai een blauwe plek waar je u tegen zegt. Toen Kaatje dus bij mij kwam wonen, had ik niet het idee dat ik nog een grotere sloper in huis zou halen. Bovendien, Kaatje is een meisje, die zal toch wel een beetje subtieler zijn. Ha, dat had ik gedacht. Stef heeft in zijn tijd echt wel dingen kapot gemaakt. Het dure outdoor hondenkussen dat we hadden gekocht, was in een middag veranderd in een hoopje vodden. Het leek wel of er een grote sneeuwbui door de huiskamer was getrokken. Stef zat er trots bij te kijken. ‘Heb ik gedaan!’ Maar Kaatje, nee, die spant echt de kroon. De hondenmand laat ze met rust. Maar dat is denk ik meer omdat het Stef zijn domein is. Voor de rest heeft ze helemaal nergens ontzag voor. Het kind is ook nergens bang voor. Ze stort zich met volle overgave in alle avonturen die op haar pad komen. En als ze denkt dat die avonturen misschien wel buiten plaatsvinden, dan rent ze met volle vaart door het hondenluik. Remmen? Nooit van gehoord! Op een gegeven moment zat er zelfs een scheurtje in het kunststof. Ach, dacht ik, het is ook al niet zo nieuw meer. Ik koop tegen de winter wel een nieuw exemplaar. Inmiddels ben ik daar maar van afgestapt. De winter gaat het deurtje niet halen. Het hangt aan elkaar van duct-tape en de afsluitrand aan de buitenkant is zelfs al helemaal afgebroken. Dat heeft Stef in zijn elfjarige leven nog niet voor elkaar gekregen.  En wat nog erger is, Kaatje is amper te straffen. Als ze stout is geweest, en dat weet ze heel goed, loopt ze zelf al vast naar de bench. ‘Want daar zal ik dan toch wel weer in moeten.’ Dat is dan ook zo, maar twee minuten later hoor ik haar dan heel tevreden snurken. En als ze er uit mag, kijkt ze vol verwachting uit naar nieuwe avonturen. Het enige dat helpt, dat vindt ze echt heel erg, is negeren. Want ja, het is wel een vrouw natuurlijk, en die worden niet graag over het hoofd gezien. Het zal heus wel goedkomen, ze is een puber en haar hormonen zitten ook in de weg. Maar soms kijken Stef en ik elkaar aan en dan denken we: ‘wat hebben we toch in huis gehaald.’      

Machteld
0 0

DE DICHTER SCHRIJFT

DE DICHTER SCHRIJFT: IK BEN  3 BLOEMEN OP DE BUIK VAN DE TAALGODIN   DE ZEISBEUL DENKT: 1 DOMOOR 2 DROLLENVANGER 3 IDIOOT   GEDICHTEN KOEN VLERICK 2020   1 DE DICHTER SCHRIJFT:               Zonlicht             Een anjer 1 bloem               Kokosmelk aan altaar van huid             Velletje vlees in breedte van hand               Wereld 1 seconde                 Vrucht van zaadje van zee               Anjer streelt anjer              Ook zonder handen                Bijna tam gemaakt             Het is waar van die toverlamp boven   DE ZEISBEUL DENKT:   Pikkedonker P Domoor geachte domoor D   Ik stuur u wandelen 2 ik stuur u wandelen 3 ik stuur u wandelen Weet u van waar naar waar wel van Melle naar Schellebelle   Weet u en dan weer te voet terug tot aan een bebloede brug In een spooknacht over wel 1000 konijnenkeutels   In een spooknacht over wel 1000 natte graslanden misschien meer Dit alles tot op het botste bot van bot van u   O nare woordenknutselaar van mokkeltje deern O amen en uit met u     2 DE DICHTER SCHRIJFT:               Leven             Een lelie 1 bloem               Woorden aan hart              Als navel in vel               En in borsten van zomervogeltjes             In borsten van een zeemeermin                In uzelf ook lelie             Tot zelfs in katjesdragende boom in ledemaat van dier een poot               Om cru te zeggen in een wc te velde latrine             Daarbij leg ik een laatste lelie een laatste lelie een laatste   DE ZEISBEUL DENKT:   Dood D Drollenvanger geachte drollenvanger D   Ik zwijg u dood 2 ik zwijg u dood 3 ik zwijg u dood             Weet u tot in een uitholling in de grond voor u alleen               Weet u tot helemaal in een kuil in een helemaal vergeten hoekje             In een decadente sleuf ik herhaal               In een decadente sleuf waarin ik al uw opstelletjes opsluit             Dit is een besluit van ikke en de clubbbbbbb               Der kring der harde hakwerktuigenmakkers                                         Wat ze in de volksmond noemen ja der elite der poëzie ja (ikke ikke ikke)      3 DE DICHTER SCHRIJFT:               Liefde             Een roos 1 bloem (niet het fijnste van meel)               Op en neer gaan golven             Einde van spier pees                Reukstof in flesjes parfum             Knie zoals in hemel knie               Alles komt ter wereld uit een groefje in de huid             Een tatoeage               Een tent van indianen             Een smal diep water nu later   DE ZEISBEUL DENKT:   Haat met de grote H van Haat Idioot geachte idioot I   Ik haten uw woorden 2 ik haten uw taal 3 ik haten uw hoofd Aanhoor mijn ene uiting van ene macht en   Weet u ik willen geen ballen in de bloes als borstjes             Edoch ikke zijn lid van de keiharde keurgroep               Edoch ikke zijn als een actuele dictator in maatkleding             O kom er eens kijken (slimmerds weten dit zomaar zelfs)               O mooie minnaar van uw moedertaal ja ja ja             The end (het einde) en het is voorbij (the end)   PS Wie is de dichter & wie is de zeisbeul? Mail uw antwoord naar koen.vlerick@telenet.be        

Koen Vlerick
11 1