Zoeken

Bedenkingen na kambo

Voor we vertrekken, vertrouwen we de inhoud van zeven kleine emmertjes toe aan het groen. Solidair grijp ik er twee vast en giet de knalgele vloeistof tussen de struiken, er goed op lettend geen spatje op mij te krijgen. Mijn ogen staan dik en ik rammel van de honger. Ik ben blij dat het achter de rug is en ga ervan uit dat ik mezelf een plezier gedaan heb door dit te ondergaan. Iedereen was hier met dezelfde intentie, al werd deze op verschillende manieren verwoord. Allemaal streven we ernaar om zo weinig mogelijk gebukt te gaan onder onze eigen gedachten, gevoelens, acties en bijbehorende kwalen. Het is des mens om op zoek te gaan naar een levenswijze of -houding die een minimum aan weerstand en leed met zich meebrengt. En soms, zo heb ik zelf ondervonden, moet het eerst erger worden alvorens het kan beteren. Eens flink lijden kan wonderen doen. We hebben net een Kambo ceremonie achter de rug. Bij ieder van ons werden er kleine brandwondjes op de bovenarm gemaakt om er vervolgens het gif van de Phyllomedusa bicolor, een kikker uit Brazilië, in te laten smeren. Dit is een oeroud medicinaal ritueel. Een mix van nieuwsgierigheid, wanhoop en de eeuwige drang om mezelf te verbeteren, had mij hiertoe aangezet. De weken na zo’n behandeling heb je beduidend meer energie en focus. Zo heb ik het ook ervaren, want het is de vierde keer dat ik dit doe. De eerste drie keer volgden kort na elkaar op, met telkens een maand ertussen, dat schijnt het meest efficiënt te zijn. Nadien kun je eventueel jaarlijks een onderhoudsbehandeling doen. Kambo werkt in de meeste gevallen niet psychoactief en is voornamelijk een fysieke booster. Het is een ongemakkelijk reinigingsritueel dat nog lang blijft doorwerken. In het midden van het proces neem ik me voor dat dit werkelijk de allerlaatste keer is. Dat voornemen had ik elke keer al. Het is best heftig. Maar om de één of andere reden blijf ik terugkomen. Wanneer het gif mijn lichaam penetreert, schreeuwt het moord en brand. Dat ik mijn gal eruit kots deert mij niet zo. Maar de obligate glazen lauw water die mij herhaaldelijk worden aangereikt, lokken innerlijke vloeksalvo’s uit. “No way, het kan er echt niet meer bij!” jammert mijn brein vanuit haar donkere kamer. In de linker hemisfeer zet ik een knopje uit dat alles stil maakt en ervoor zorgt dat ik ondanks de immense weerstand elk nieuw glas met grote teugen ledig. Ik ben hierin getraind. Een kunstje dat nog stamt uit de tijd dat men mij gebood om liters van één of andere toxische vloeistof te drinken voorafgaand aan een inwendig onderzoek. Heeft die onzin toch iets opgeleverd. Bijgestaan door het cynisme dat me sinds enkele weken achtervolgt, bekijk ik het tafereel van bovenuit. Wat zijn we toch een bende meelijwekkende, eeuwig met zichzelf worstelende Westerlingen. Alsmaar zoekend naar manieren om de levenspijn te verzachten. En het bewustzijn te vergroten. Groeien met horten en stoten, om dan later onszelf op de borst te kloppen en achterom te kijken naar de sporen van al dat geploeter. Met de overtuiging die zegt dat alle donkere hoeken dienen belicht te worden. De poort naar een nieuw stadium opent zich op het moment dat het goed en wel doordringt dat de realiteit een intern proces is. Een aha-moment van jewelste, met vreugde en opluchting tot gevolg, want het impliceert dat niets extern ons kan raken. Dat er zelfs niets extern bestaat. Als zulke cruciale informatie zich aan ons openbaart, willen we deze delen. Want iedereen moet dit weten. Waarom is het geen parate kennis die we aan onze kinderen meegeven? En wederom rolt er een inspirerend succesverhaal van iemands tong. Rechtstreeks uit het hart, dat wel. Woorden als vrijblijvend aangeboden ankerpunten in de stroom van onzekerheid dat het woeste bestaan typeert. Coaches, healers, lichtwerkers en sjamanen schieten als paddenstoelen uit de grond. Nieuwetijdskinderen meten hun relevantie aan de hand van volgersaantallen en reduceren hun moeizaam verworven inzichten tot blinkende inspirerende quotes. Er wordt gepoogd om de waarheid hapklaar te maken. Maar ze bederft quasi onmiddellijk op het moment dat ze blootgesteld wordt aan zuurstof en daglicht. Haar habitat is het vacuüm van onze ziel. Het weerhoudt ons niet om te proberen. We willen helpen, net zoals we onszelf hebben geholpen. Simpelweg doen wat ik graag doe, is geen indicator om mijn authentieke pad te onderscheiden van alle mogelijkheden. Want alles wat ik doe, wil ik extreem goed doen. Een hardnekkige gewoonte waarmee ik de vreugde smoor. Altijd doe ik keihard mijn best, achterna gezeten door zelftwijfel en faalangst. Het is alles of niets, zeg ik altijd. Alles geven, tot ik mijn bodem raak. Uitgeput. En dan een tijdje weer niets, opladen in de cocon, zodat ik later weer kan uitvliegen. Zo zit ik daar ook nu weer, met kikkergif op mijn arm, mijn best te doen. Lijden voor mijn eigen bestwil. Mezelf wapenen tegen alles waarmee ik mezelf bestook. Klaar voor de volgende muur die voor mij zal opdeinen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/8/12/bedenkingen-na-kambo

KarolienDeman
469 0

Stilstand

Ze ligt op het immens lege strand, al meer dan 40 jaar haar woestijn. Het is warm, haar ademhaling gaat snel, haar hoofd voelt ijl en haar spieren verlamd. Na jaren verzoeken en smeekbedes is het stilstaan van de tijd eindelijk terug uit het verleden. Alles lijkt warm bevroren. Een opeenvolging van zomerse terrasavonden met teveel drank en te weinig slaap hebben de deur voor de stilstand opengezet. Wat heeft ze die gemist. Geluiden worden vervormd tot tijdloze achtergrond die niet doordringt, lawaai vermomd als stilte. Er is de wind, het gekrijs van een kind, de berisping van een vader, wat vrolijk gekwetter en af en toe gedonder uit de haven. Net zoals 30 jaar geleden toen ze daar lag op datzelfde strand, een tiener na haar eerste avondje uit, een immense nadorst en het vermogen die te stillen met een duik in de frisse zoute zee als de afstand tot de zee geen fata morgana in de woestijn had geleken. Boven het witte belle epoque gebouw met kopergroene koepels zwermen meeuwen kriskras door elkaar. Voor velen een onrustig, chaotisch, onheilspellend tafereel als in een Hitchcock-scène. Voor haar vandaag, vertraagd, zweverig en bedwelmend rustgevend. Haar hoofd is een verzamelplaats van scènes uit haar dromen, uit films, uit het dagdagelijkse leven: te absurd, te gruwelijk of te sprookjesachtig om geloofwaardig te zijn. Ze beleeft en herleeft ze steeds opnieuw en sommige periodes alles door elkaar, zoals de meeuwen, maar dan versneld. Dat zijn vele levens in één. Vandaar dat het stilstaan van de tijd soms net op tijd komt opdat die vele levens terug één zouden worden. Ze kijkt naar de lucht en ziet steeds minder. Haar ogen open, maar gesloten. Vijf minuten stilstand lijken een eeuwigheid. En zonder eeuwigheid geen tijd, geen leven, geen vele levens inéén.

Fien SB
37 1

Man met meisje

Ik lig op een dun matje op een open plek in het bos. Rondom mij liggen zeven anderen in een halve cirkel, ook op matjes op het klamme gras. Het is half tien 's avonds, maar nog niet donker. Ik ruik gras, muggenlotion. Wanneer ik mijn ogen open, zie ik muggen kriskras door elkaar vliegen, maar ze wagen zich niet door het schild dat ik aanbracht. Hoger dan de muggen, veel hoger, beweegt een vliegtuig, niet groter dan een mug, zich langzaam en geluidloos door de blauwe lucht. Ik merk het alleen maar op doordat het blinkt in het zonlicht. Zonlicht dat de aarde al niet meer bereikt.Sara heeft gevraagd de ogen te sluiten, mogelijk ben ik de enige die kijkt. Het vliegtuig met mijn ogen volgend, kom ik helemaal tot rust.Tussen de bomen rond ons klinken dierengeluiden, dichtbij en ver weg. Vogels, gekraak, geritsel. In de verte gaat een specht tekeer. Ik zou hier elke avond willen liggen. Wanneer ik die nacht wakker word, denk ik aan het rustgevende bos. Ik stel me voor hoe de plek waarop ik enkele uren geleden yogales had, er nu bijligt. Het gras nog wat plat van de matjes, alles donker nu, misschien een beetje verlichting van de maan, het dierenrumoer luider. Geen mens te bekennen. Ook niet om te zien wat daar gebeurt. Met vier zitten we onder de grote, nieuwe parasol op ons terras. We eten de pastasalade met garnaal die ik heb gemaakt, het weer is niet te koud en ook niet te warm. De fusilli zijn perfect al dente. Het gesprek komt op kruipkelders. Mijn vader zegt: wij hadden er vroeger ook een, hè. 'Ja,' antwoord ik met een glimlach, 'die kelder waar je me een keer naartoe sleurde, mijn broer er huilend achteraan omdat we allebei zo bang waren voor die ruimte.'Ik zie zijn gezicht veranderen. 'Dat kan ik me niet herinneren', zegt hij onzeker. En, zachter: 'Dat is niet waar.' Ik reageer lachend: 'Ik zal stout geweest zijn, zeker.' We hebben het snel over iets anders.Die avond komt alles weer boven. Broer en ik ruziënd, ouders boos. Met vader de trap af, huilend, sneller dan mijn voeten kunnen volgen. Broer er achteraan, ook huilend, smekend. Uit plaatsvervangende angst, maar ook uit schuldgevoel, want hij was de aanstoker (maar ik de oudste). En hoe ik op het laatste nippertje dan toch niet dat kleine groene deurtje werd doorgeduwd. De vader onder de parasol is niet de vader van de kelder. Hier zit een fragiele, ietwat gebogen man die gespaard moet worden. Hij zal er niet zo erg lang meer zijn, en dan ga ik hem missen. Ik zou daar nu al om kunnen huilen. Toch slaag ik er niet in hem vast te grijpen, hier te houden, te denken: nù, nù, nù!Mijn ouders gaven me onlangs een oud fotoalbum. Het gaat over onze jeugd, toont vier mensen die ik niet ken. Een jonge slanke sterke man. Een jonge slanke zorgelijke vrouw. Een dochter. Een zoon. De kinderen kunnen nog alle kanten op. Er zijn foto's in allerlei combinaties. Man met meisje. Man met jongen. Vrouw met jongen. Vrouw met meisje. Man met vrouw. Meisje met jongen.Op een van de foto's houdt de man het meisje en de jongen stevig vast bij hun handen. Hij trekt de handen zo hoog de lucht in, dat oksels bijna scheuren. Ook al staan de jongen en het meisje in twee millimeter zeewater, toch wil de man hen behoeden voor de verdrinkingsdood.Dit is niet de man die met twee huilende kinderen voor het kleine groene deurtje staat.Daar staat een vader die nog alles kan. Wilde tochten met de slee door de achtertuin. Het monster onder het grote deken dat met joelende kinderen op zijn rug over de meubels kruipt. De man die onderaan de trap staat en je aanmoedigt je in zijn gespreide armen te laten vallen. In deze wereld is alles nog veilig, hier blijft het groene deurtje gesloten. Na het dessert gaan ze weer naar huis. Ik loop met hen mee naar hun fietsen aan de zijkant van het huis, zie twee smalle ruggen weggaan, een beetje tegengehouden door de ouderdom.Het zal een van de laatste keren zijn, dat weggaan. Daarna blijven alleen herinneringen over. Eenzijdige. En er zal niemand meer zijn om ze te ontkennen.

Katrin Van de Velde
32 0

Laat jouw licht niet doven

Wat mij rust geeft, in tijden wanneer duisternis lijkt te primeren, is observatie met een goddelijke blik. Het is een blik die niet oordeelt en vanuit de kern voelt dat alles goed is zoals het is. Dat alles mag zijn, alleen al omdat het kan zijn. Omdat het een mogelijkheid is. En God wil geen mogelijkheden uitsluiten. Het is des mens om te oordelen en alles onder te verdelen in categorieën. Om dingen te verwerpen en de wereld uit te willen. Dat oordeelsvermogen staat ten dienste van onze overleving, het helpt ons om keuzes te maken die heilzaam zijn. Maar het zorgt soms ook voor frustratie en angst. Als we ons ingesloten voelen door zoveel dat we als fout beschouwen, giftig zelfs, dan is het normaal dat we dat willen afweren. Uit zelfbescherming. Als het idee in de gedachten nestelt en constant fluistert dat ontsnappen onmogelijk is, dat anderen onze wegen versperren en ons leven moeilijk maken, dan is dat proces van zelfbehoud iets waaronder we gebukt gaan. Dan wordt het iets zelfdestructief. Het dimt het goddelijk licht in ons. Angst kan zowel een goede raadgever als een verstikkend juk zijn. Angst is altijd al het middel bij uitstek geweest om mensen in een bepaalde richting te sturen. Ook vandaag. Een grote groep mensen gaat mee in het verhaal dat er een virus is dat hen ontzettend ziek kan maken. Een andere groep staat dan weer angstig tegenover de beperkingen en maatregelen die worden opgelegd om dat virus in te dijken. En dan is er nog de frustratie. Frustratie omdat er mensen zijn die de maatregelen niet willen opvolgen. En langs de andere kant dan weer frustratie omdat zoveel mensen die maatregelen blindelings opvolgen. Wat je overtuiging ook is, angst en frustratie zijn de gemeenschappelijke factoren die we delen. Het gevoel is hetzelfde, enkel het verhaal erachter verschilt. Een goddelijk standpunt staat los van een verhaal. Ieder mens is een unieke verzameling van gedachten, gevoelens, overtuigingen, voorkeuren en ervaringen. Al deze elementen worden samengevat in een energetische vibratie en uitgezonden, als ware het radiogolven. Anderen kunnen deze oppikken en voelen.  Sensitieve mensen voelen de vibratie van iemand anders gemakkelijk aan. Mijn vibratie kan negatief beïnvloed worden door die van een ander, maar ik heb geleerd om dat tijdig op te merken en bewust bij mijn eigen energie te blijven. Dat lukt niet altijd even goed, ik word nog gemakkelijk uit mijn lood geslagen, maar ik kan me wel steeds sneller herstellen. Energie aanvoelen en (bij)sturen vraagt om oefening. En naarmate ik daar beter in word, groeit ook mijn zelfvertrouwen. Het leven wordt ook steeds lichter. De overdracht van energie kan natuurlijk ook iets moois en positief zijn, bijvoorbeeld wanneer mensen elkaar inspireren. Verschillende vibraties kunnen bewust gebundeld worden, al dan niet intentioneel gericht op één thema. Mensen hoeven zelfs niet fysiek op dezelfde plek te zijn om dit te doen, want energie is niet gebonden aan materiële wetten zoals tijd en ruimte. Wanneer veel mensen dezelfde soort vibratie hebben, dan manifesteert dit zich op collectieve schaal. Veel angstige mensen tezamen, resulteert in een krampachtige samenleving. Een wereld waarin mensen ziek worden en het contact met hun innerlijke bron van wijsheid en kracht verloren zijn. Daarom is het zo belangrijk, lieve lezer, dat je ondanks alle uitdagingen het licht in jezelf fel blijft houden. Dat je een vibratie aan het collectieve veld toevoegt die liefdevol en helend is. Wanneer ik bijvoorbeeld merk dat een gevoel van moedeloosheid me besluipt bij het zien van mondmaskers, dan herinner ik mezelf aan het goddelijke standpunt. Van daaruit gezien maken de mondmaskers deel uit van zoektocht die uiteindelijk, hoe dan ook, zal resulteren in het terugvinden van onze bron. Onze ware identiteit, die altijd doordrongen is van eigenliefde. Kijk naar de gekheid van het mensdom en besef dat wij de vrijheid hebben om alles te scheppen wat we waar willen. Ook destructieve dingen. Die absolute vrijheid, gecombineerd met onze wil, is in feite een mooi cadeau. Ik herinner mezelf ook aan het feit dat alles waar ik achter sta zijn tegengestelde moet hebben om te kunnen bestaan. Alles dat ik in dit leven niet wil zijn, moet er zijn. Want werkelijk alles bestaat; het is de oneindige goddelijke creatie waar wij een deeltje van uitmaken. Ik kan wel ergens vol afkeer naar kijken, maar tegelijk ben ik me er ook van bewust dat ik naar een deel van mezelf aan het kijken ben. Bepaalde delen van mezelf rusten in het onderbewustzijn en het heeft geen zin om me daar afkerig tegenover te voelen, laat staan om er tegen te strijden. Strijden tegen jezelf geeft ziekten. Individuele processen weerspiegelen zich in het collectieve ontwikkelingsproces. Als je goed weet wie je bent, dan ken je ook de wereld.   Met deze tekst herinner ik u aan uw innerlijke kracht. Een lichtje dat zich samenvoegt met andere lichtjes, magnetisch tot elkaar aangetrokken, om zich te bundelen tot een krachtig vuur. Laat uw lichtje niet dimmen of doven, ongeacht welke ervaring er op uw pad komt. Houd uw vibratie hoog, zowel voor uw eigen als voor het collectieve welzijn. Wees bewust van het belang van jouw positieve bijdrage aan de samenleving. Ik geef toe ook dikwijls bevangen te worden door frustratie of een gevoel van onmacht. Het is een sluier over mijn licht die ik, telkens opnieuw, ophef door te observeren vanuit het goddelijke perspectief.

KarolienDeman
93 0

Huid van as

’s Avonds laat, wanneer de kinderen dromen van kaboutertjes die in onze schuiven rommelen, en mijn vrouw zich van onze laatste omhelzing van de dag losrukt om op haar rug in slaap te vallen, dan glijd ik het bed uit en sjok ik blindelings door het duister naar ons terras. In het holst van de nacht rook ik mijn laatste sigaret, met enkel het gloeiende topje als krachteloze lichtbron. Ik luister naar de ademhaling van iets wat me vanuit het duister bespiedt. Een zachte stem fluistert me toe: ‘Als het stof in je broekzak goud of zilver zou zijn, dan nog zou je het spenderen aan niks.’ ’s Avonds laat, wanneer ik mijn peuk in de asbak uitduw, hoor ik nog steeds dat obscure stemgeluid, dat me met een handvol zingende stembuigingen en klagerige toon laat weten dat ik me alles herinner van wat ik niet ben vergeten. Daar put ik dan enigszins wel wat kracht uit, maak ik mezelf wijs. Soms strijkt de drager van de stem neer op mijn schouder: een engeltje, met gele katachtige ogen en een donkergrijze huid van as. Haar vleugels gebroken door wat de wereld haar liet zien. Trillend en bevend en angstig als een gekwetste vogel druppelt ze tranen van zwavel in de cocktail die ik mijn inborst durf noemen. ’s Avonds laat, wanneer het engeltje haar klaagzang heeft afgerond, krijg ik de kans om vragen te stellen. ‘Wat wil je eigenlijk?’ sist het schepsel. Dan antwoord ik dat ik het geluk aan het einde van de regenboog wil vinden. ‘Maar beste vriend toch, een regenboog is een kegel. Niets meer dan een illusie van licht dat vanuit elke windrichting een centraal punt op je netvlies vindt. Als het geluk aan het einde van de regenboog ergens te vinden is, dan is het in jezelf.’ Na een poosje, wanneer het creatuur op mijn schouder is uitgehuild, wil het weten of ik alle leed zou vergeten als ik dat kon. ‘Natuurlijk.’, moet ik dan toegeven. En toch… Wanneer het me uiteindelijk vraagt wat ik echt wil, dan vraag ik niet om de kans om alles te vergeten. Dan droom ik. ’s Avonds laat, droom ik dat ik kan leren vliegen. Echte vrijheid kennen, net zoals het lugubere beest op mijn schouder. ‘Dat kan,’ laat het ding me weten. ‘Maar vergeet niet dat je daar een verschrikkelijke prijs voor moet betalen.’ En terwijl die woorden worden uitgesproken, verpulvert het wezentje tot een hoopje grijs stof in de asbak en terwijl de rook oplost in de atmostfeer, word ik wakker met het besef dat ik eigenlijk niet rook en staar ik naar de foto van mijn vrouw en kinderen op het nachtkastje.

Het Verdwaalde Schaap
0 0

Wokers gebruiken hun privileges niet eens!

In een oproep van verschillende cineasten en andere gekende en minder gekende figuren in Frankrijk om een sans-papiers te ondersteunen, beloofden duizenden burgers op 17 en 18 mei 1998 in een plechtige ceremonie georganiseerd door de burgemeester van Saint-Denis om honderden mensen zonder papieren te ondersteunen in het behandelen van een regularisatieprocedure. Dit appèl en deze actie van ongeziene burgerdaadkracht kwam er na het verdrijven van mensen zonder papieren die in de Parijse Eglise Saint-Bernard een onderkomen hadden gevonden maar door de politie hardhandig uit de kerk gezet werden. Onder andere actrice Emmanuelle Béart was het boegbeeld van een beweging voor de sans-papiers. De bezetting van de kerk is er niet zomaar gekomen maar was het antwoord op de toen heersende – linkse – politiek om mensen het land uit te zetten. De oproep was een succes. Die dagen – en avonden – stonden mensen zonder papieren ons op te wachten om hen met alle mogelijke middelen – en privileges – te helpen in de legaliteit te brengen. De meesten kregen hun dossier in orde, niet door schietgebedjes of gemediatiseerd medelijden, maar door concreet bezig te zijn met het dossier van een sans papier. Loonfiches, huurstrookjes, belastingaangiftes, getuigenissen werden allemaal uitgepluisd en versterkten de mogelijkheid tot regularisatie. Wat was onze rol om een sans-papier te ondersteunen? Je onderhield een concrete en reële relatie met iemand. Je toegewezen sans-papier kon je altijd bereiken en werkte samen met jou aan een regularisatieprocedure. Daar kwam veel papierwerk en slapeloze momenten bij kijken. Concreet wierp je met een advocaat een juridische kijk op het dossier, je leerde de geschiedenis van het verblijf van de man of vrouw in kwestie te kennen en je schreef alle mogelijke overheden aan om de irregulariteiten aan te vechten. Je maakte ook afspraken met diezelfde overheden en je ging naar loketten en bureautjes om je sans-papier te verdedigen. Geloof me, dat maakte indruk op de administratie. Je was ook de contactpersoon wanneer iemand door de politie werd gearresteerd. Dat was ook naar het politiekantoor gaan om de persoon te gaan halen en zijn/haar rechten te laten gelden. In België zie ik vandaag hetzelfde scenario bij de sans-papiers, alleen komt er van de geprivilegieerde witte mensen en mensen van kleur geen actie. Gejammer op Instagram, klaagwoorden op Facebook en ergernissen in de media. De woke-vlam lijkt vandaag gedoofd. De dokters leggen de pleisters maar de wonden liggen nog dieper. Ik zie echter niemand met een gekende naam of een gekend gezicht dat, net zoals Emmanuelle Béart, collega’s en netwerkboekjes oproept om een sans-papiers te ondersteunen. Opiniestukken schrijven, zeggen dat je er ’s nachts van wakker ligt of blijven zeuren over hoe schandalig het allemaal wel niet is, brengen geen oplossingen. Ondertussen vergaan de levens van deze honderden mannen, vrouwen en kinderen. Met deze een oproep aan alle gekende en minder gekende witte “Lives Matter” en mensen van kleur: gebruik je privilege om deze situatie mee helpen te doorbreken en levens te redden. Zet je irritante woke-visie nu eens om in concrete actie. Sluit je social media af en ondersteun een sans-papier. Doe je dat niet, ben je deel van het probleem. Geef een menselijk gezicht aan je actie.

Erwin Abbeloos
28 0

Introspectie: een onontbeerlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces

Wat als ik niet spoor? Misschien ben ik iemand die zichzelf van alles wijsmaakt? Stel dat ik verkeerd ben? Zulke introspectieve vragen vallen wel eens binnen. Ik vind het occasioneel in vraag stellen van mijn overtuigingen een gezonde reflex. Ik toets mezelf aan vertrouwenspersonen die mijn blinde vlekken blootleggen. Maar nog belangrijker is dat ik bij mezelf te rade kan gaan, als een observator die uit het personage treedt. Losgekoppeld van mezelf, van mijn  verhaal, ontstaat er ruimte voor nieuwe invalshoeken. Willen of niet, we komen allemaal in een verhaaltje terecht. Een sprookje over wie we zijn, waar we van houden en wat ons is overkomen. Er passeert veel waar we geen vat op hebben, maar het zelfbeeld is wel iets dat, desnoods met enkele zelfhulptruckjes, naar onze hand kan worden gezet. We kunnen onszelf kneden, vormgeven, bepalen. De afdrukken van onze opvoeding en trauma’s wegschuren. Het verhaal dat ik over en voor mezelf schep, kan om het even wat zijn. Ik kan alles zijn dat ik wil zijn. Ik verdien alles waar ik naar verlang. (zeg deze drie zinnen elke dag luidop tegen jezelf in de spiegel) Of mijn overtuigingen al dan niet onzin zijn, hangt af van hun authenticiteit. Van hun afkomst: gevoel of emotie? Intuïtie of ego? Brein of ziel? Gewoonte of keuze? Oprechte en vruchtbare introspectie is een moment van bezinning waarbij het verhaal vanop een afstand geobserveerd wordt. Met dezelfde zachte blik als die van een moeder die naar haar spelende kinderen kijkt. Anders dan bij zelfkritiek, wordt er geen oordeel geveld. Er is geen strengheid, noch schuld. Ik kan niets ‘fout’ doen met de intentie om ‘goed’ te doen. Ik ben zoekende en sta open voor inzichten en lessen. Ik heb vertrouwen in mezelf en mijn keuzes. (alstublieft, nog drie zelfhypnotiserende mantra’s) Introspectie is een onontbeerlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces. Het kan op verschillende niveaus plaatvinden en is te trainen. De lagere school lijkt mij een ideaal moment om daar mee te beginnen. Met nieuwsgierigheid als prikkel en een sterk gevoel van eigenwaarde als prioriteit. Achter mij getuigen de kraters van al die keren dat ik diep ben gegaan. Mijn donkerste uithoeken werden beschenen, de pijnlijkste knopen ontward. Ik begrijp mezelf nu beter en maak daardoor gezondere keuzes. Hoewel zelfreflectie geen einde kent, is het ook niet de bedoeling om mijn overtuigingen eindeloos in vraag te stellen. Het zelfvertrouwen dat voortbouwt op persoonlijke conclusies en lessen blijft zich gelukkig simultaan ontvouwen. Aangezien er toch niet te ontsnappen valt aan het spelen van een personage in een verhaal, dan wil ik er wel een huzarenstukje van maken. Vurig en onbegrensd verzin ik een magisch sprookje waarin lichtwezens wonden helen en bomen kunnen spreken. Dat is dan mijn realiteit, mijn unieke aanvulling in de collectieve mozaïek van perspectieven op het leven. Ik wil mijn authenticiteit op geen enkele manier meer inbinden. Mijn ziel wil zich schaamteloos uitstrekken over de tijd die mij in deze hoedanigheid nog rest. Het persoonlijke verhaal even loslaten geeft sublieme rust. En ervan bewust zijn dat het scenario eigenhandig geschreven wordt, geeft kracht. Loslaten en bewust creëren: de hoekstenen van mijn bestaan.

KarolienDeman
42 0