Zoeken

Climate Strike Online

  Our fish is full of microplastics.Our fresh water is, most likely, too.We will run out of it, probably soon,and we’ll have more hurricanes too. Much more viruses and unknown diseases,for which there will be no cure.Much more frequent and stronger floods,and storms and winds and bushfires too. Lots of droughts and mass wildlife extinctionand one pessimistic “there’s nothing we can do”-conviction.I really would love, love, LOVE to have children,but I think I should not.For if then MY child would want to have children,he or she could not. I am angry with our governmentand with our global economy.I feel like their inactionhas taken my decision away from me. I walk around in natureand see less ducks, ants and trees,and every Summer I wonder:Where are those bloody bees?? But most of all, I feel very alone,because we don’t talk about the climate crisis at home.Nor at work,nor at the TV,do we ever really talk about the changing climate that we see. Even worse:We pretend it’s not there.It’s not urgent. There’s no reason for alarm.Unlike with the new coronavirus, we should all just keep calm. At 6 degrees Celsius in the sea,humankind might no longer be able to breathe.And then I wonder what it would feel liketo choke or drown or burn to death,rather than die of old age. And then I am back to where I am always at:Me feeling alone, scared,sad, an “alarmist”, and – it’s actually quite simple – UPSET.       This is a poem I wrote inspired by the website https://www.isthishowyoufeel.com/ in which climate scientists and other experts write about how they feel when it comes to our global climate crisis. Credits foto: The Critical Goose

The Critical Goose
5 0

Cadeau uit China

Hoofdstuk 1 Het vreemde diertje in bed ‘Klaas, tanden poetsen en naar bed!’ Mama had geschrokken naar de klok gekeken. Die wees negen uur. Normaal ging Klaas om acht uur slapen. Maar vanavond keken ze naar chateau Meiland. Dan moest mama zo hard lachen dat ze de tijd vergat. Daar maakte Klaas slim gebruik van. Maar de klok lachte niet. ‘Nog een kwartiertje! Het is juist zo grappig,’ smeekte hij. Martien, de grappigste bonenstaak ter wereld, stond net op de ladder met een gebroken arm te behangen. Klaas wachtte met ingehouden adem of hij eraf zou kieperen. Dat zou hilarisch zijn. Alles wat Martien deed was hilarisch. Hij hoefde maar bedenkelijk in de camera te kijken of Klaas’ mondhoeken schoten als vanzelf omhoog. Maar mama kon niet lachen. Ze keek streng. ‘Nu, zonder morren naar bed!’ ‘Maar we hebben morgen geen school!’ Sinds een week waren de scholen dicht vanwege het Corona virus. Er gingen steeds meer mensen aan de mysterieuze ziekte dood. Vooral ouderen bezweken eraan. Maar ook jonge mensen. Daarom moesten de mensen thuis blijven. Iedereen was bang. Papa durfde zelf geen Corona bier meer te drinken. Hij dronk nu weer Heineken. Maar Corona virus of geen Corona virus, van mama moest Klaas naar bed.  ‘Ik kom zo een verhaaltje voorlezen,’ zei mama. Zij zou Martien van de trap zien vallen, dacht hij jaloers.  ‘Maar dan ga je NU naar boven!’ zei mama met de nadruk op nu. Het leek wel of NU een klap op zijn billen kreeg in plaats van Klaas. Hij schoot gelijk van de bank. De ergste nachtmerrie was dat mama geen verhaaltje kwam voorlezen. Dan kon hij niet slapen. Het voorlees kwartiertje voor het slapengaan was het mooiste moment van de dag. Klaas’ drukte in zijn hoofd verdween dan. Hij werd helemaal rustig. Hij ging helemaal op in het verhaal. Hij viel als een blok in slaap. Papa had zijn biertje. Voor Klaas was zijn verhaaltje zijn slaapmutsje. Hij was nog te jong om te drinken. Klaas sjokte naar boven. Hij poetste zijn tanden en liep naar zijn kamer. Deed zijn kleren uit en sloeg zijn dekbed open. Hij schrok zich een hoedje. Er lag een dier in zijn bed. Nou, ja een dier. Het dier leek meer op een grote kastanje met een stekelig jasje aan. Het diertje ademde onrustig. Het lichtte op toen het Klaas zag. ‘Wat doe je in mijn bed?’ vroeg Klaas verbaasd. Hij had geen idee hoe het diertje in zijn bed terecht was gekomen. Had iemand het erin gelegd? Voor de grap? Een tijdje geleden had hij een ei in het bed van papa en mama gelegd. Papa was erop gaan liggen. De hele kamer had vreselijk gestonken. Mama had het niet grappig gevonden. Wilde mama zich wreken? Ineens begon het diertje te praten. ‘Ik verstop me.’ ‘In mijn bed?’ Het diertje lichtte op. Dat was dus zijn manier om te knikken, dacht Klaas. Het had geen ogen. Geen mond. Hij kon niet knikken. Maar hij kon wel praten.  ‘Verstop je je voor mama?’ Mama zou zo naar boven komen om voor te lezen. Het diertje knikte. Hij kende mama. ‘Vanavond leest ze een Chinees verhaal voor!’ zei Klaas opgewonden. Alsof hij op het punt stond om op reis te gaan naar China. Behalve de loempia die hij elke week op de markt at en nu natuurlijk het Corona virus uit China, wist hij bar weinig over China. Het was mama’s idee geweest om een Chinees verhaal uit te lenen. ‘We nemen deze!’ Haar ogen straalde toen ze het boek uit de bak van de bibliotheek viste. ‘Heel toepasselijk in deze tijd.' Op de kaft van het boek stonden een dochter en moeder uitgebeeld. De dochter zat op de schoot en keek blij op naar haar moeder. Waarom was het meisje zo blij? Klaas nieuwsgierigheid was onmiddellijk gewekt. 'De bibliotheek gaat zo sluiten. Wegens het Corona virus zal de bibliotheek tot zeker 1 april gesloten zijn,’ riep de mevrouw van de bibliotheek om. Snel pakte mama het boek en liep ermee naar de uitleentafel. De moeder en de dochter piepten toen ze over de scan gingen. Alsof ze het grappig vonden. Klaas schrok wakker uit zijn herinnering. Er klonken voetstappen op de trap. ‘Mama komt eraan,’ zei Klaas geschrokken. Hij pakte het diertje. Au. Dat prikte. Gek genoeg niet in zijn hand, maar in zijn keel. Maar Klaas had geen tijd om zich daarover te verbazen. Hij stopte het diertje onder zijn kussen. ‘Stil blijven!’ beval hij. ‘Hier ben je veilig. Als je niet gek doet!’ De keelpijn was ineens verdwenen. De deur vloog open. Mama kwam binnen. Klaas zat kaarsecht. Mama ging op Klaas’ bed zitten. Ze openende het boek en begon te lezen.  ‘Het cadeau. Zo heet het boek,’ zei ze. ‘Geschreven door Yong Chen.’ Dat klonk heel Chinees.    Hoofdstuk 2 Cadeau uit China Nog voordat mama het verhaal uit had, waren Klaas’ ogen dichtgevallen. Die nacht droomde hij dat hij, net als het meisje in het boek, een pakketje uit China kreeg. Het was per post aangekomen. De man van de postbode belde aan, want het pakketje paste niet in de brievenbus. ‘Post uit China!’ zei hij toen mama de deur opendeed. ‘Als het maar geen virus is!’ zei hij voor de grap. Toen mama hem verbaasd aankeek, zei hij: een april, kikker in je bil. In het pakketje zat een brief met vreemde tekens. Hoe langer Klaas er naar keek, hoe meer het leek dat ze acrobaten toeren uithaalden. Het gekke was dat mama de brief kon lezen. Ze las hem voor en vertaalde woord voor woord wat er in de brief stond, alsof ze de doodnormaalste zaak van de wereld was dat ze Chinees sprak. De brief was geschreven door mama’s broer. Die woonde ineens in China waar hij boer was. Hij had daar een vrouw gevonden. Klaas herinnerde zich niet dat hij een aflevering van boer zoekt vrouw had gezien waarin de boer  in China woonde. Wat knap dat hij oom Klaas zo snel Chinees had geleerd, dacht Klaas. Martien van chateau Meiland woonde al jaren in Frankrijk, maar sprak nauwelijks Frans. Boer Klaas moest een genie zijn. Mama ging verder met het lezen van de brief. Boer Klaas had tijdens het ploegen van zijn land een groene steen gevonden. Het was een heel bijzondere steen. Hij had nog nooit zo'n steen gezien. De steen voelde glad aan en lichtte op als je hem tegen het licht hield. Hij besloot om de steen aan de buurman te laten zien. Die wist vast wel raad. De buurman was een visser. Die wist alles over parels uit de zee. Deze steen leek ook op een parel. Een langwerpige parel. De buurman was verbaasd toen hij de steen zag. ‘Het is een draak!’ zei hij. ‘Een draak?’ Klaas zag alleen een groene steen. ‘De draak zit in de steen,’ legde de buurman uit. ‘Als je wil, haal ik de draak uit de steen.’ Dat wilde Klaas wel. Zelf had hij dikke boerenvingers. Dit was geen klusje voor een boer met worsten vingers. De vingers van de buurman waren dun en lang. De buurman nam de steen en schaafde en polijstte er de hele week aan.  Af en toe kwam Klaas kijken. Eerst kwam het hoofd aan de oppervlakte. Daarna het lichaam en de staart. Uiteindelijk was de steen veranderd in een prachtige amulet van een draak. Oom Klaas besloot om de amulet cadeau te doen aan zijn neef in Holland. Hij miste Klaas, die naar hem genoemd was. Klaas was ontzettend blij met zijn cadeau. ‘De draak is het symbool van China,’ zei mama. Ze deed de amulet om Klaas’ nek. Wat was Klaas blij met zijn cadeau. Met de amulet om zijn nek, voelde hij zich onoverwinnelijk. ‘Stoer, he?’ Mama knikte. ‘De draak is een sterk teken!’ zei ze.  Klaas glunderde. Hij voelde aan zijn amulet. ‘Au!’ De draak beet in zijn vinger. ‘Niet doen!’ zei hij geschrokken. Hij trok zijn hand terug.  Toen werd hij wakker. Er kreunde iemand onder zijn kussen. Het stekeldiertje!  In zijn slaap was hij hem helemaal vergeten. ‘Je kneep in me,’ zei het diertje boos. ‘Sorry. Ik sliep. Ik dacht dat je mijn draken amulet was!’ ‘Ik een draak?’ vroeg het diertje. Je kon zien dat hij verbaasd was. Want hij begon te flikkeren. Toen doofde hij weer uit. ‘In mijn droom was je mijn amulet. Made in China,' legde Klaas uit. ‘Mmm,’ zei het diertje bedenkelijk. ‘Ik ben geen amulet. Maar ik kom wel uit China!’ ‘Echt waar!’ Klaas kon zijn oren niet geloven.  ‘Ja.’ Ineens ging er bij Klaas een belletje rinkelen. Wacht, even. Het beestje was bang geweest voor mama. Mama’s grootste vijand was op dit moment het Corona-virus. Ze kon nog alleen maar daarover praten. Hoe de mensen het virus te lijf zouden gaan en overwinnen. Dat Klaas niet bang hoefde te zijn. ‘Ben jij het virus waar iedereen over praat....?'   3. oma in quarantaine        

Margaretha Juta
4 0