Zoeken

Een vriend

Rode strepen met witte sterren en vlak daarna wegstervende rookslierten. Het vuurwerk ontploft majestueus in al zijn kleuren vlak boven de oude man. Met open mond van dikke droge lippen bewondert hij het smeulen en smelten van de wegschietende pijlen. Hoeveel moet dat allemaal wel niet gekost hebben, vraagt hij zich af wanneer er weer een raket gillend de lucht in schiet. Een jongen komt bij hem staan. Samen kijken ze naar boven. Bij elke knal schrikt de jongen en deinst hij een paar stappen achteruit. ‘Ge moet geen schrik hebben, manneke,’ zegt de oude man, ‘er kan niks gebeuren. Die mensen weten waar ze mee bezig zijn. Dat zijn professionelen.’ ‘Ik heb geen schrik,’ antwoordt de jongen zonder naar de man te kijken. Het blijft een tijd stil. De lucht stinkt naar zwavel. De rook danst traag langs de vuile bruine nachtwolken. De oude man kijkt naar de jongen die de lucht in alle richtingen aftuurt. ‘Is het al gedaan?’ vraagt de jongen. ‘Wat?’ ‘Het vuurwerk. Is het al gedaan?’ ‘Nee, dat denk ik niet. Het eindigt gewoonlijk altijd met de schoonste pijlen.’ ‘Er komt toch niks niet meer?’ ‘Och, jawel. Ge moet gewoon efkens wachten, manneke.’ De jongen zucht: ‘Ik ga al terug naar binnen. Ik heb kou.’ ‘Nee, wacht, een beetje geduld. Zo gaat dat in het leven. Ge moet geduld hebben. Geduld is een schone deugd.’ ‘O.K. Boomer.’ ‘Watblieft?’ ‘Nikske.’ ‘Kom eens efkens hier.’ ‘Waarom? Wat is er?’ De oude man steekt zijn hand uit. ‘Ge hebt toch kou? Ik heb altijd warme handen. Hier voel maar.’ De jongen geeft de oude man aarzelend een hand. ‘Gelukkig nieuwjaar, mijnheer,’ zegt hij een beetje plichtmatig, ‘en de beste wensen.’ ‘Dank u, vriend, voor u ook een gelukkig nieuwjaar.’ De oude man legt zijn andere vlezige hand over de hand van de jongen en wrijft de kou eraf. De jongen trekt zijn hand terug. ‘Waarom noemt ge mij vriend, oude man? Ik ken u niet eens? Ge zijt toch geen pe…’ De jongen slikt zijn woorden in. Voor het eerst kijkt hij naar de oude man. Hij ziet de warme glimlach en de vriendelijke ogen. Dan fluiten er ineens wel twintig vuurpijlen tegelijk naar de hemel en ontploffen in de schoonste kleuren. Het duurt minuten lang. Links royale blauwe spetters die aan Monet doen denken en rechts dikke smeulende vermiljoene strepen van Caravaggio. De jongen en de oude man kijken samen. Hun monden vallen open uit pure bewondering. De ogen drinken de kleurenpracht. De oren ondergaan de felle kracht van de explosies. De jongen schrikt weer bij elke knal. Hij grijpt vlug de warme hand van de oude man.

Peter Mmm Verreth
0 1