Zoeken

Prachtige wallen (deel 2)

28 januari 2014 Geen verbetering vandaag. Voel me belabberd. Cafeïne lijkt niet meer te helpen. Concentratie is nu echt nul. Kan nergens nog mijn hoofd bijhouden. Ga vanavond weer slapen, deze situatie is niet langer houdbaar. Ik weet nu echter dat het kan, een paar dagen in hetzelfde lichaam rondlopen. Experiment geslaagd en voor herhaling vatbaar. Ga haar wel missen, Magda. Het was een eer om een paar dagen Mark Desmet te mogen zijn. 29 januari 2014 Shit. Fuck. Godverdomme. Ik ben nog steeds Mark Desmet. Gisteren als een blok in slaap gevallen en tot mijn verbazing in hetzelfde bed weer wakker geworden, naast dezelfde vrouw. Betekent dit dat ik nu voor eeuwig Mark Desmet ga blijven? Nee, toch? Dat geruzie was leuk voor een paar dagen, omdat ik wist dat er een einde aan zou komen, en het dus als een spelletje kon zien. Maar nu lijkt het erop dat ik vastzit in dit lichaam, in dit huwelijk, in dit leven. In mijn leven… Elke dag wakker worden naast Magda Desmet, voor de rest van mijn leven… ik… fuck… 30 januari 2014 Weeral wakker geworden in hetzelfde bed. Dit begint stilaan eng te worden. Vroeger bestond ik eigenlijk niet. Er was geen mezelf, geen vaste identiteit. Ik was een soort acteur die elke dag een andere rol kreeg, elke dag een ander personage mocht vertolken. Nu niet meer. Ik speel niet meer Mark Desmet, ik ben Mark Desmet. Ik speel niet meer de echtgenoot van Magda Desmet, ik ben de echtgenoot van Magda Desmet. Ik speel niet meer de vader van twee dochters, ik ben de vader van twee dochters. Wat een knoeiboel. Alles gaat me vanaf nu persoonlijk aan. Ik heb opeens verantwoordelijkheid. Kijk, vroeger deed ik ook mijn best om alles goed te doen. Test wiskunde? Ik studeerde me kapot. Dochter in het ziekenhuis? Ik bleef de hele dag bij haar. Topsporter aan de vooravond van een groot kampioenschap? Ik trainde me suf. Omdat ik meeleefde met de personages die ik vertolkte, net zoals je meeleeft met de personages uit een boek of film. De volgende dag zou ik niks meer met mijn vorige identiteit te maken hebben, maar ik dwong mezelf mijn medeleven te tonen. Omdat die mensen het verdienden de vruchten van hun arbeid te plukken, omdat ze het me nooit zouden vergeven als ik hun vrienden of familie zou teleurstellen. Toch voelden hun lichamen nooit aan als mijn lichaam, hun jobs nooit als mijn job, hun zussen nooit als mijn zussen. Net zoals een acteur met een valse snor nooit vergeet dat hij een valse snor draagt. Uiteindelijk hoefde ik me nergens zorgen over te maken. Er waren geen gevolgen. Maakte ik ruzie met mijn vrouw, dan was ik het niet die het de volgende dag met haar zou moeten goedmaken. Zakte ik voor een examen, dan was ik het niet die een herexamen zou moeten afleggen. Ik deed natuurlijk mijn stinkende best, maar dat was het dan ook. Meer kon ik niet doen. Angst voor de toekomst was er niet; die lag elke dag ergens anders, en had nooit iets met het heden of verleden te maken. Arm gaan slapen en rijk opstaan, als man in bed gaan en als vrouw wakker worden, het kon allemaal. En daardoor kon geen enkele tegenslag me raken, want mij overkwam nooit iets, het overkwam mijn personage. Dat lijkt nu veranderd. Ik ben Mark Desmet.  En Mark Desmet zit in de knoei. Zijn huwelijk vertoont barsten. Zijn vrouw wil dat ze een relatietherapeut opzoeken. Terwijl hij niet eens weet waarom ze ruzie maken, wanneer ze ermee zijn begonnen. Omdat zijn verleden – zijn verleden als Mark Desmet – maar een paar dagen oud is en zijn geheugen niet verder strekt. Ik weet Godverdomme niet eens hoelang ik al getrouwd ben. Of we ooit werkelijk gelukkig geweest zijn. Hoe moet ik dan in Godsnaam weten of deze relatie nog te redden valt? 31 januari 2014 Vandaag was mijn oudste dochter jarig. Ik had natuurlijk geen flauw idee. Hoe zou ik ook moeten? Maar ja, probeer dat eens uit te leggen. 'Papa is eigenlijk een soort persoonlijkheidskameleon, hij is al duizenden keer van identiteit veranderd. En normaal gezien zou hij dat nog duizenden keren doen. Alleen zit hij nu vast. In dit rothuwelijk. Met je vuilbekkende moeder. Snap je? Eigenlijk ben ik je papa niet. Eerder een acteur in papakostuum, een acteur die vastzit in dat papakostuum.' Denk niet dat dochterlief zo tevreden zou zijn met die uitleg. Acht jaar. Zo oud is ze vandaag geworden. En ze wil niet meer met me praten. Dat zijn al twee vrouwen in dit huis. 1 februari 2014 Beginnen roken vandaag. Tegen de stress. Zo aan de praat geraakt met een van mijn collega's, de lerares wiskunde. Ze vroeg zich af wie die gruwelijke afbeeldingen van kapotte longen en verrotte tanden had gekozen die op de achterkant van elk pakje sigaretten prijken. 'Dat moet toch een sadist zijn? Mensen willen waarschuwen voor de gezondheidsrisico's, daar is op zich niks mis mee. Maar dit… Alsof rokers niet weten dat tabak schadelijk voor de longen is. Dit is gewoon treiteren. De niet-roker die zich beter voelt – moreel verheven – dan zijn rokende medemens en ervan geniet om hem met het vingertje te kunnen wijzen. Kijk eens wat er met je longen gaat gebeuren, kijk dan. En hier, zo gaan je tanden eruit zien, ja, zo ja, wen maar aan het zicht, je gaat het elke dag in de spiegel zien. Hoe kan je nu van dat soort werk genieten?' Wist zij veel. Ik heb die foto's gekozen. Een paar jaar geleden, toen ik voor een dag in het lichaam zat van een reclameman wiens bureau door de overheid gecontacteerd was. Echt genoten heb ik niet van die opdracht. Evenmin gewalgd. Zoveel indruk maken die foto's nu eenmaal niet op iemand die elke dag een ander paar longen heeft. Is nu wel anders, moet ik zeggen. Gruwelijke foto's. Complimenten aan mezelf. 2 februari 2014 Wat zou er met de vorige Mark Desmet gebeurd zijn, de man wiens plaats ik heb ingenomen? Zou hij nu ook mijn plaats hebben ingenomen? En elke dag in een ander lichaam wakker worden? En ervan genieten? Zich bevrijd voelen? Of zou hij zijn oude leven missen? Zijn job, zijn vrouw, zijn dochters. Hoeveel Mark Desmets zouden mij eigenlijk al voorgegaan zijn? En zou Magda Desmet de eerste en enige Magda Desmet zijn? Hoeveel acteurs en actrices als mij zouden er eigenlijk rondlopen? Of ben ik de enige? Was ik de enige? Durf het Magda niet vragen, krijg zo al genoeg koffiekoppen naar mijn kop geslingerd. 3 februari 2014 Je raadt het nooit. Was vandaag de verjaardag van mijn andere dochter. Vijf jaar. Wist ik natuurlijk ook niks van. Zij wil wel nog met me praten. Schat van een meisje. 4 februari 2014 Vandaag voor het eerst naar de relatietherapeut geweest. Daar moesten we tegen elkaar zeggen wat ons dwarszat. Ik mocht beginnen. En zat met mijn mond vol tanden. Het is me namelijk nog steeds niet duidelijk waarover we eigenlijk ruzie hebben. Omdat ik nog nooit een gesprek heb kunnen voeren met Magda. Of ze zit op me te schelden, of ze negeert me. Eén van die twee. Maar een echt gesprek hebben we nog niet achter de rug. Geen flauw idee wat ze me kwalijk neemt, of wat ik haar kwalijk zou moeten nemen. Dus flapte ik maar iets uit. 'Kan me niet eens herinneren wanneer we voor het laatst seks hebben gehad.' 'Tja, ik voel me de laatste tijd niet meer aangetrokken tot jou.' 'En waarom? Wat is er veranderd?' 'Kom nou, je weet goed genoeg waarom. En dan ga je ook nog een beetje beginnen roken… ' 'Tegen de stress. De stress die jij me bezorgt!' 'Ik bezorg jou stress? Ja, draai het maar om... Het is allemaal mijn schuld, zeker?' 'Jij bent de degene die altijd aan het schelden slaat!' 'Heb ik dan geen reden misschien?' 'Ja, zeg dan eens welke reden! Hoe moet ik weten wat er scheelt als jij niet tegen me praat?' 'Je weet heel goed wat je hebt misdaan!' 'Nee, dat weet ik niet.' 'Oh, je gaat je overspel ontkennen dan? Prachtig, dat ontbrak er nog aan…' 'Ik…' En toen was Magda de deur uit, woedend. Mark Desmet heeft zijn vrouw dus bedrogen. En ik mag het in zijn plaats goedmaken. Geweldig… En dan had die therapeut nog het lef om me geld te vragen voor die sessie. Ik heb nu wel meer begrip voor Magda. Alleen kan ik haar dat moeilijk zeggen. 'Schat, ik ben het met je eens, die Mark Desmet is een gigantische klootzak.' 'Jij bent Mark Desmet.' 'Oh ja.' Zou haar nochtans zo graag troosten. Arme Magda, eigenlijk valt ze nog wel mee. Die relatietherapie was ook haar initiatief, toont toch aan dat ze moeite wil doen om onze relatie te redden, Mark Desmet wil vergeven. Heb me misschien vergist in haar, lang niet zo'n takkewijf als ik dacht. Ondertussen praat mijn oudste dochter alweer tegen me. Toch één lichtpuntje.

nEMO
0 0

Piu ping ping!

Mijn benen zinderen nog na van de blauwe plek, die samen met alle andere schrammen en regenboogkleuren het slagveld vormt van mijn onhandigheid. Fietsen. Ik moet doorfietsen. De rode lichten negeer ik. Een Nederlandse vrouw schelt me uit voor krapul omdat ik haar afsnijdt. Ik excuseer me niet, noch geef ik haar een repliek. Geen tijd, choose your battles. Net te laat. Ik vloek. Dat gaat van mijn loon en mijn prestatiescore af. Nu ik er ben, kan ik me rustig installeren. Wat water drinken, die granola reep die al twee weken in mijn rugzak zit wordt mijn brunch. De zonnecrème geeft me spookachtige schijn. Mijn hoofd is bedekt onder de kap van mijn fietshelm. Mensen kijken me raar aan als ze passeren. Tenslotte sta ik op het voetpad, onder een brug. Ik kijk raar terug. Wat maakt het uit. Ze kunnen toch voorbij? Of is het eerder omdat het knaloranje t-shirt slobbert rond mijn kleine lijf, onder het heuptasje en mijn fietsbroekje bijna bedekt. Mijn lijfje dat in mijn grote, uitvouwbare matchende oranje LazyFoods rugzak zou passen. Een grap waar menig, vooral witte Vlaamse mannen in de 50, zich heel erg mee vermaakten.  Piu ping ping! Mijn eerste order. Meteen al de supermarkt op de top van de boerentoren. Die sky-markets poppen als paddenstoelen uit de grond. Met de betonstop mogen er geen gronden meer ingenomen worden; dus bouwen ze maar in de hoogte.  Met een zacht gezoem activeer ik de vliegfunctie. Het bezorgd me nog steeds tuimelaars in mijn maag. Gewoon ga ik dit nooit worden. Met een klein hartje zorgen de blazers dat ik opstijg. Ik vlieg de tunnel uit. Tweede versnelling. Derde. De weg ken ik uit mijn hoofd. Daken, nog meer daken. Turnhoutsebaan. Het dak van het oude gerechtshof van Borgerhout. Centraal station. Rooseveltplaats, bussen, vliegende steppen… Ik kijk even op de app of ik juist zit. De vliegende brommer leek van nergens te komen. Met alle macht rem ik. Mijn fiets begint plots te trillen. Piu ping pong! Anti-bots modus geactiveerd.  Voor mijn hersenen begrijpen wat er gebeurd fiets ik dwars door de brommer heen. Alsof we beiden niet  meer uit materie bestaan. De persoon op de brommer is alweer weg. Een muur komt op me af. Voor mijn ogen zie ik mijn leven voorbij flitsen. De muur lijkt van lucht te bestaan, en ik fiets er dwars doorheen. Eindelijk kan ik vaart minderen en lijken mijn remmen toch te werken en kom ik tot stilstand. Ik bevind me in een slaapkamer. Alles is roos en Barbie. Duizenden poppenhoofdjes staren me aan. Een meisje gilt haar longen eruit. Ik begin ook te gillen. Tot we uitgegild hebben kan ik enkel vragen of ze me kan helpen uit haar huis te geraken. Ze wijst me haar huis uit, een gedoe met trappen, en veel schrammen later. Piu ping ping! Het lijkt erop dat je al even stilstaat. Als alles goed is, ga dan verder richting de supermarkt. Ik denk dat ik me ziek meld voor de rest van de dag.       

Janan
4 0

Het boek van Wolfstee

Die dag fietsen Mare en ik pas veel later naar huis dan normaal.  De lucht voelt ook anders.  Alsof er iets staat te gebeuren.  Tegen dat we de brug aan de Nete willen oversteken is het al aan het schemeren. Het water ligt er stil bij.  De maan weerspiegelt op het oppervlak.  Plots zie ik iets, een klein lichtje. Bewegend boven het water. ‘Mare, kijk’ fluister ik. Ik wil me net naar haar omdraaien wanneer ik een zachte plof hoor, gevolgd door een vloek en dan een korte gil. Ik rem en gooi mijn fiets op de grond om te kijken wat er gebeurt is. Mare ligt languit op de grond, haar fiets bovenop haar. ‘Alles ok?’ Vraag ik haar voorzichtig. Een korte kreun is het antwoord. Ik neem de fiets van haar over en zie onmiddellijk het probleem.  Haar band is gescheurd. ‘Tanne …’ Mare brengt het er op fluistertoon uit. ‘Heb jij dat ook gezien?’ ‘Wat gezien?’ Vraag ik verbaasd. ‘Dat licht boven het water. Het zweefde boven de Nete. Plots vloog het mijn richting uit en een seconde later knapte mijn band. Het dringt tot me door dat ze hetzelfde lichtje bedoelt dan wat ik net ook zag.  Maar dat kan toch niets met haar band te maken hebben? Bedenkelijk knik ik ter bevestiging. We staren allebei naar de Nete, rechts van ons. ‘Kijk’ fluistert ze ‘daar heb je het weer.’  Het lichtje verplaatst zich nu richting de brug.  ‘Ik denk dat het wil dat we het volgen.’ Het geluid dat uit mijn keel komt klinkt erg schor. Alsof er een brok vastzit. Het kleine, magische, lichtje gaat nu richting het bos. ‘Maar, Tanne, het bos is donker en eng. Mama zegt altijd dat het gevaarlijk is in het bos wanneer het donker is. Dat mogen we echt niet doen.’  Ik zie de angst in haar ogen. Toch zegt alles binnen in me dat we het moeten volgen. ‘Kom’ ik neem haar hand vast ‘we gaan kijken!’ Ondanks de schrik die ze uitstraalt trek ik haar mee. De brug over, richting het bos. ‘Ik blijf bij je, er gaat ons heus niets gebeuren.’ Ik probeer mijn tweelingzus met een vastberaden gezicht aan te kijken. Om haar ervan te overtuigen dat ik zelf niet bang ben. Maar vanbinnen voel ik me net iets minder stoer. ‘En onze fietsen dan?’ Stamelt ze. ‘Die laten we hier wel liggen. Niemand komt hier als het donker is. We halen ze straks wel op.’ Zeg ik schouderophalend.  Terwijl we het bos inlopen schrik ik van iets dat rakelings voorbij me vliegt. Ik draai me om en zie een Havik op de grond zitten, tussen zijn poten zie ik nog net de staart van een rat bewegen. Ik voel Mare’s lichaam trillen maar toch besluit ik verder te wandelen. Het licht achterna. Wanneer het plots van het pad afwijkt twijfel ik toch even of we het wel moeten blijven volgen. De nieuwsgierigheid wint het van de angst en ik loop er achteraan.  Met een bevende Mare naast me. Zo diep zijn we nog nooit de bossen in gelopen. Zelfs niet op klaarlichte dag. Voor ons zie ik een klein houten huis, het lijkt uit het niets te verschijnen. Het ziet er erg oud uit. Met houten muren en een rieten dak. Ik zie één raam en een zware houten deur. Ondanks dat ik geen licht zie branden moet er wel iemand binnen zijn, want door de schoorsteen dwarrelt rook naar buiten. Het lichtje is vlak voor de deur gestopt. Mare grijpt mijn arm nog steviger vast. ‘Tanne’ haar stem is bijna geluidloos, ‘je gaat toch niet naar binnen gaan? Wie weet wie daar woont. Alleen een gek woont zo diep in het bos.’  Ik moet een glimlach onderdrukken voor haar woordkeuze, maar eigenlijk heeft ze wel een beetje gelijk, toch voel ik dat het moet. ‘Sorry zus, ik voel dat we dat toch moeten doen. Iets of iemand wacht op ons.’ Mijn stem klinkt vastberadener dan ik me voel. Terwijl ik de deur open duw zie ik het lichtje doven.  Binnen schijnt een lichte gloed. Hij is afkomstig van de open haard die zachtjes brand. Verder kan ik niets ontwaren. Ik zie niemand in de kamer dus doe ik een stap naar voren om beter te kunnen rondkijken. Mare volgt met op de voet. Achter haar valt de deur met een klap toe, waardoor ze een klein sprongetje maakt en tegen me opbotst.  Dan hoor ik een warme stem uit de hoek van de kamer komen ‘Welkom’. Het geluid vult de hele ruimte. De warmte ervan dringt door in mijn hele lichaam. Ik kijk opzij, naar Mare die naast me is komen staan. Ze staart me aan. In haar ogen zie ik een gloed waardoor ik weet dat ze het ook gevoeld heeft.  In mijn ooghoek zie ik uit het donker een kleine vrouw naar voren stappen. Ze draagt een lange jurk en haar grijze haar zit in een losse knot. En in het haar zie ik een kleine bril, met ronde glazen zitten. ‘Welkom Tanne, Welkom Mare’  ‘Hoe weet u onze namen?’ Stamel ik een beetje verbaasd.  ‘Ik weet veel Tanne’ antwoord ze met een warme stem. Dan stelt ze zichzelf voor. ‘Ik ben Josyne. En ik ben blij dat ik het bij het rechte eind had. Jullie zijn degene die ik zoek.’ ‘Degene die u zoekt?’ Het is alsof Mare uit haar angstige trance ontwaakt.  Haar stem is plots heel fel, en ik zie in haar ogen de nieuwsgierigheid opborrelen.  ‘Ja Mare, en het feit dat jullie hier staan, bewijst dat.’ ‘Heeft u ons dan naar hier gelokt?’ Nu ben ik het die op felle, verbaasde toon reageer. ‘Had dat lichtje er iets mee te maken?’ ‘Dat is inderdaad wat ik heb gedaan. Maar alleen doordat jullie de gave hebben konden jullie het lichtje zien.’ ‘Wat voor gave?’ Mare barst nu helemaal van de nieuwsgierigheid en kan zichzelf amper nog bedwingen. Ik merk aan haar houding dat ze nu het hele verhaal wil weten, alle angst lijkt verdwenen te zijn. ‘De gave die nodig is om mij op te volgen.’ De stem van Josyne klinkt nog steeds zacht en warm, maar ook erg uitgeput. Ik bekijk haar een beetje beter, het lijkt alsof ze in de laatste minuten ineens twintig jaar ouder is geworden. Plots ziet ze er heel oud uit. Haar schouders zijn gaan hangen, haar gezicht staat vol rimpels en haar grijze haar is spierwit geworden. Ze staat helemaal voorover gebogen en ik zie dat ze niet meer recht kan blijven staan. Snel neem ik de stoel die ik achter haar had zien staan en schuif hem dichterbij. Met een licht geforceerde duw dwing ik haar om even te gaan zitten. Met een plof laat ze zich vallen. ‘Dank je’ zucht ze vermoeid. ‘Het lijkt erop dat jullie net op tijd zijn. Ik heb alle kracht die ik nog in me had opgespaard tot ik jullie zou vinden.’  Ze draait zich om richting de hoek van de kamer en wijst ergens naar. ‘Neem dat boek eens.’ Ik loop in de richting naar waar ze wijst en zie een héél oud boek liggen. Er staan tekens op die ik niet kan lezen. Wanneer ik het wil vastnemen ontstaan er een soort gloed omheen. Het boek lijkt wel licht te geven. Snel trek ik mijn hand terug en kijk Josyne verbaasd aan. ‘Niet bang zijn.’ Hoor ik haar zwak zeggen ‘ dat is normaal, dat wil zeggen dat het boek nu bij jullie hoort. Het wordt jullie binnenkort allemaal wel duidelijk.’ Terwijl ze dat zegt sterft haar stem weg.  Toch een beetje angstig neem ik het boek op, ik wil me niet verbranden. Onmiddellijk voel ik de warmte door mijn lichaam stromen. Het is dezelfde warmte die ik daarstraks ook al leek te voelen. Ik loop er mee naar Mare, met een schittering in haar ogen kijkt ze me aan, alsof het de grootste schat is die ze zich kon wensen. ‘Mag ik het vasthouden?’ Fluistert ze. Snel geef ik het boek aan haar aan en draai me dan om naar Josyne voor meer uitleg.  Haar ogen vallen bijna toe van vermoeidheid. Mare ziet het ook en met het boek in haar handen geklemd stoot ze me aan. ‘Zullen we morgen terugkomen? Ze is doodop. Zolang ze geen fut heeft gaat ze ons toch niets meer vertellen.’ ‘Wat doen we met het boek?’ Fluister ik. ‘Meenemen’ ze zegt het zo kordaat dat ik er van schrik. ‘Ik voel gewoon dat het moet. Het boek wil het zo.’ Antwoord ze wanneer ze me bedenkelijk haar kant ziet opkijken. Een boek kan niets willen, wil ik nog antwoorden maar hou me snel in, want uiteindelijk voelde ik ook dingen die niet normaal zijn. Door mijn gevoel zijn we hier in het huis. Ik kijk nog even naar Josyne die in een diepe slaap lijkt te verkeren dus geef ik Mare gelijk en vertrekken we zo stil als we kunnen. Ik trek zachtjes de deur achter me toe en begin in het bos te turen naar de weg terug. ‘Ik heb geen enkel idee van waar we gekomen zijn’ zucht ik diep. Het bos strekt zich helemaal uit richting Vorselaar en Herentals. Ik zou niet weten welke kant ik op moet naar huis. Mare ziet mijn vertwijfelde blik en laat een diepe zucht ontsnappen. En dan roept ze plots enthousiast ‘Daar’ en wijst richting het bos. Ik volg haar hand en dan zie ik het ook, een klein lichtje tussen de bomen.’ Zou het ons de weg uit het bos wijzen?’ Vraagt ze. ‘Ik weet het niet, maar laten we het gewoon volgen. Zelf vinden we de weg toch niet terug. En als Josyne het lichtje gebruikte om ons hierheen te lokken dan gok ik dat ze er ook voor zal zorgen dat we terug naar huis raken.’  Het lichtje loodst ons tussen de bomen door, tot we terug op het pad zijn. Nog geen tien minuten later staan we opnieuw naast onze fietsen. Aan de rand van het bos. Het lichtje is verdwenen maar het boek dat Mare dicht tegen zich aandrukt is het bewijs dat dit geen droom was.

S.J. Elisa
8 0

Prachtige wallen (deel 1)

13 januari 2014   Ik heb geen naam, geen leeftijd, geen geslacht, geen thuis, geen verleden, geen toekomst. Of het is te zeggen: ik heb elke dag een andere naam, een andere leeftijd, een andere thuis. En een andere enzovoort. Elke dag word ik wakker als een ander persoon, in een ander bed, in een ander huis, in een ander leven. Soms ben ik een boekenwurm die gepest wordt op de lagere school, een week later ben ik de pestkop. Soms ben ik de president van Amerika, een week later die van Rusland. Soms lig ik op de afdeling Palliatieve Zorgen in een ziekenhuis in Litouwen, en dan zit mijn familie naast me, naast mijn sterfbed, en zitten ze daar met tranen in de ogen en houden ze mijn hand vast en fluisteren troostende woorden, en kan het me eigenlijk geen bal schelen dat ik daar lig, want morgen lig ik er toch niet meer. En de dag erna lig ik er dan inderdaad niet meer, maar ben ik de verpleegster, of de moeder naast het sterfbed, of dan ben ik gewoon de voorzitster van een breiclub in Borgworm. Soms word ik wakker op mijn verjaardag – nu ja, iemands verjaardag… Dan wachten er cadeaus, een taart, een kus van mijn man of vrouw, af en toe zelfs een stomende seksbeurt, een soort onenightstand met de liefde van mijn leven, de liefde van mijn leven voor die dag althans. Soms moet ik mijn vader begraven, een pakkende toespraak geven over een man die ik nooit heb gekend, voor een menigte mensen die ik nooit heb gekend. Soms word ik wakker op vakantie, klaar voor een dagje genieten aan de Spaanse kust. Soms wacht er mij een zware dag op het werk, en verongeluk ik op weg naar kantoor. De rest van de dag breng ik in coma door, een dagje vrijaf, wat extra tijd om bij te slapen. Vraag me niet wanneer ik geboren ben. 1963? 1827? 1713? Ik heb geen flauw idee. Dit is al zo lang aan de gang dat ik niet meer weet wie ik in essentie ben of was. Een 37-jarige poetsvrouw uit Rwanda? Een professor in de endocrinologie uit Tilburg? Een blinde concertpianist uit Boedapest? Een postzegelverzamelaar uit Boekelo? Eigenlijk is het net alsof ik een meervoudige persoonlijkheidsstoornis heb, alleen heb ik een eindeloos scala aan alter ego's en verandert mijn persoonlijkheid met de regelmaat van de klok. Het voelt aan alsof deze identiteitscrisis – als ik het zo mag noemen – al eeuwen aan de gang is, en nog wel een paar eeuwen voort gaat duren. Ik heb het eeuwige leven, en ik ben het beu. Begrijp me niet verkeerd: ik wil niet dood, maar ik zou graag eens drie dagen op rij in hetzelfde lichaam willen doorbrengen. Kijk, soms word ik wakker als eindejaarsstudent, en leg ik die dag een beslissend examen af. En nooit weet ik een week later of ik geslaagd ben. Natuurlijk vraag je je af wat mij dat hele examen kan schelen, en je hebt gelijk: dat eventuele diploma wordt niet door mijn neus geboord, want een week later ben ik een volledig andere student, of een leraar, of de directeur, of een peuter in peuterklas, druk in de weer verf en plasticine. Vroeger kon dat soort dingen me inderdaad geen bal schelen. Ik heb nog eens een volledig examen lang op elke vraag geantwoord met hetzelfde standaardzinnetje: Zie cursus, pagina… Ook heb ik tijdens vrijpartijen met universiteitsstudentes geweigerd een condoom te gebruiken, omdat ik wist dat ik bij een eventuele zwangerschap de pampers niet zou moeten verversen, ik het huilende kind om drie uur 's nachts niet opnieuw in slaap zou moeten sussen, ik de kleine niet naar de balletschool of voetbalclub zou moeten brengen. Een keer werd ik wakker als een Irakese Imam met een dagelijkse column in de plaatselijke krant. Nou, daar heb ik mooi gebruik van gemaakt door een pleidooi voor het homohuwelijk te schrijven. Moet ik nog steeds om gniffelen af en toe, ben benieuwd wat die Imam de volgende dag allemaal – letterlijk en figuurlijk – naar het hoofd geslingerd heeft gekregen. Daar heb ik om eerlijk te zijn nog steeds geen spijt van, maar van die examens en zwangerschappen dus wel. Tenslotte heb ik misschien wel mensenlevens overhoop gegooid, toekomstplannen in rook doen opgaan. Daarom probeer ik nu altijd mijn best te doen op een examen of belangrijke vergadering. En breng ik de kinderen plichtsgetrouw naar de balletschool of voetbalclub. Maar ik blijf dus wel zitten met die absolute zinloosheid. Nooit pluk ik de vruchten van mijn gedrag, nooit zie ik de gevolgen van mijn daden. Ik leef nooit ergens naar toe, heb nooit toekomstplannen. Elke nieuwe dag maakt mijn vorige zinloos. Tijd dat daar verandering in komt. Ik wil wel eens een normaal leven leiden. Een identiteit hebben. Weten wat het betekent om mij te zijn. Zonder spiegel weet ik namelijk niet hoe ik eruitzie. Of mijn ogen bruin of blauw zijn. En zonder identiteitskaart ken ik mijn volledige naam niet. Ik begin het ook beu te worden om telkens weer datzelfde zinnetje te moeten horen van mijn toevallige familie of collega's. 'Je bent jezelf niet vandaag.' Inderdaad. Dat ben ik nooit. Ik weet niet wie mezelf is. Vandaar dat ik heb besloten om de volgende dagen sloten koffie te drinken. Mijn lichaam van de dag vol te pompen met cafeïne, in de hoop dat ik 's avonds de slaap niet zal kunnen vatten. Want het is in mijn slaap dat ik telkens van lichaam en leven verander. Wie weet… blijf ik wel een paar dagen dezelfde persoon, als ik erin slaag om telkens het nachtje door te steken.   24 januari 2014   Eindelijk! Het is gelukt! Ik ben vandaag nog steeds dezelfde man die ik gisteren was! Doodop, vermoeid, maar nog steeds dezelfde man als gisteren. Leraar geschiedenis op een middelbare school, 40 jaar, getrouwd, vader van twee dochters. Mark Desmet, dat is mijn naam! Mark Desmet! Een doordeweekse naam, een naam die absoluut niet tot de verbeelding spreekt, een naam die je zó weer vergeten bent. En toch is het de mooiste naam die er ooit heeft bestaan, het mooiste klankenspel dat ons alfabet al heeft voortgebracht. Want het is mijn naam! Mijn naam! Hallo wereld, ik ben Mark Desmet! Tussen 13 en 23 januari ben ik zoals gewoonlijk telkens als een andere persoon wakker geworden. Alle koffie ten spijt. Het probleem was dat ik telkens een nogal veeleisende job had. De ene dag chirurg, de andere piloot, de dag daarna diplomaat op een of ander belangrijk congres. Een voor een en stuk voor stuk veeleisende banen die heel wat energie vreten, en ervoor zorgen dat je 's avonds als een blok in slaap valt. Tot vandaag. Het is me gelukt, ik heb het nachtje doorgestoken. Wallen onder de ogen? Jazeker. Maar het zijn mijn wallen, de mooiste wallen die ik ooit heb gezien. Zo meteen vertrek ik naar school. Als de meest gemotiveerde leerkracht die het mensdom ooit heeft voortgebracht.   25 januari 2014 Nog steeds Mark Desmet. Nog steeds dezelfde wallen onder dezelfde ogen. Prachtige wallen, ronduit prachtig. Mijn vrouw, mijn vrouw, was er deze ochtend over aan het zagen aan de ontbijttafel. Ze zei dat ik me beter moest verzorgen, dat een leraar een verzorgd uiterlijk moet hebben, zodat hij discipline en autoriteit uitstraalt voor de klas. Ik gaf haar gelijk. Roemde haar woorden. Sprak lovend over haar wijsheid, haar inzicht in de subtiele mechanismen van het sociale verkeer, haar oog voor de eigenaardigheden van de menselijke interactie. Ik zei dat ik zo blij was, mezelf zo gelukkig prees, dat zij mijn vrouw was, zij en niemand anders. En toen kreeg ik een koffiekop naar mijn hoofd geslingerd… Blijkbaar botert het al een tijdje niet zo goed meer tussen Mark Desmet en zijn vrouw, en dacht ze dat ik het sarcastisch bedoelde. Heb me het huwelijk er wel uitgekozen…   26 januari 2014   De koffie blijft wonderen doen. Al drie nachten niet geslapen. Al een halve week Mark Desmet. Ook al een halve week geen seks. Elke dag ruzie dat wel, maar van goedmaakseks lijkt mijn vrouw nog nooit gehoord te hebben. Toch zie ik haar graag. Magda. Lieve Magda. Wat geniet ik van onze ruzies! Als ze echt kwaad wordt, zie je telkens dezelfde ader verschijnen boven haar linkerooghoek. Een pompend, zwellend monster. Waar ik enorm gesteld op aan het raken ben. Het geeft zo'n intiem gevoel om diezelfde ader dag na dag te zien terugkeren, om het gezicht van mijn vrouw, van mijn vrouw, elke dag wat beter te leren kennen, met al haar tics en onvolmaaktheden. Eindelijk leer ik eens iemand kennen, raak ik vertrouwd met een gezicht, begint iemand anders een rol van betekenis te spelen in mijn leven. Ach Magda, koffiekopslingerend serpent, zeurend takkewijf, lelijke feeks, ik hou van je. Met hart en ziel.   27 januari 2014   Het slaapgebrek begint stilaan zijn tol te eisen. Ik was vandaag te moe om van mijn geruzie met Magda te genieten. De afgelopen dagen heb ik me geweldig geamuseerd met het verzinnen van snedige replieken en gevatte antwoorden op haar gekanker en gezeur en gezaag en geklaag. Het was net schaken. Of schermen met woorden. Elke belediging moest teruggekaatst worden, elk verwijt gepareerd. Ik zag het als een soort sport, een verbale krachtmeting, net zoals een politiek debat, een oefening in welsprekendheid en retoriek. En het moet gezegd: Magda is een geweldige sparringpartner. Ze zou gerust een scheldwoordenboek kunnen samenstellen met haar uitgebreide kennis van de Nederlandse schuttingtaal. Ik moest het onderste uit de kan halen om me in een discussie met haar recht te houden. En dat deed ik dan ook, ze bracht het beste in me naar boven. Maar vandaag lukte het niet. Te vermoeid. Slappe concentratie. Zware oogleden. Trillende handen. Ik was geen partij. En zo is er voor haar natuurlijk ook niks aan. Geen uitdaging meer. Arme Magda, ik heb haar teleurgesteld vandaag. Gefaald als echtgenoot. Hopelijk lukt het morgen wat beter.

nEMO
0 0