Zoeken

de kunst van de liefde aflevering 1

TEASER FADE IN: ENT. KLASLOKAAL – DAG- VERLEDEN  ELAINE zit in de klas. De leerkracht deelt blaadjes uit. LEERKRACHT Dit zijn de contactgegevens van jullie pennenvriend in Frankrijk. Als je vanmiddag thuiskomt stuur je meteen een mailtje. Dit doe je elke dag tot het einde van de maand. (in Frans) Iedereen begrepen? De bel gaat. De kinderen lopen uit het klaslokaal. ENT. HUIS JONGE ELAINE – DAG Elaine zit aan de computer. JONGE ELAINE Mama, kan je me helpen? LUNA komt er bij staan. JONGE ELAINE (V.O.) “(in Frans) Dag Simon, Mijn naam is Elaine. Ik ben 11 jaar oud. Ik woon in Rubia. Dat is een koninkrijk tussen Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Ons symbool is de Fenix. Ik stak een tekening ervan in de bijlage. We wonen dicht bij de koninklijke familie” FADE-OUT: EINDE TEASER SCENE 1 FADE IN: EXT. HUIS OUDERS LUNA – NACHT- VERLEDEN Een taxi staat voor het huis. Luna’s vader RICHARD doet de deur open. RICHARD Luna? LUNA Pap. KRISTINA (O.S.) Wie staat er aan de deur, Richard? De mama van Luna KRISTINA komt erbij staan en kijkt Luna hooghartig aan. LUNA Mam. KRISTINA Sorry, we praten niet met vreemdelingen. Kristina wil de deur dichtdoen. RICHARD Kristina! Het is onze dochter. KRISTINA Jòuw dochter rende weg van huis en liet 4 jaar niets meer van zich horen. Luna heeft tranen in haar ogen. LUNA Het spijt me echt mama. Ik weet dat wat ik gedaan heb verkeerd is maar ik wil opnieuw beginnen. Ik wist niet waar ik anders naartoe kon. RICHARD Je kan in je oude kamer slapen. KRISTINA Dat kan ze niet. We gebruiken het nu als bergruimte. RICHARD Er staat niet zoveel in. Het kan gemakkelijk ergens anders geplaatst worden. KRISTINA Dan moet jij dat maar doen. Kristina loopt naar binnen. LUNA Dank je papa, we staan voor eeuwig bij je in het krijt. RICHARD We? Luna loopt naar de auto en haalt er haar slapende zoontje, JONATHAN uit. De vader betaald de taxichauffeur. Ze gaan naar binnen. INT. HUIS OUDERS LUNA - NIGHT Luna legt haar kindje op de zitbank. Haar mouw kruipt omhoog en blauwe plekken worden zichtbaar. Ze doet haar mouw vlug naar beneden. RICHARD Wie is dat? LUNA Dit is Jonathan. Ik kreeg hem 2 jaar geleden. Hij is zeer levensluchtig maar valt als een blok in slaap in de auto. RICHARD jij was vroeger ook zo. Kristina komt terug in de kamer. Ze neemt Jonathan van de bank in haar armen. KRISTINA je kamer is klaar. RICHARD ik dacht dat ik dat moest doen? KRISTINA ik kan mijn kleinkind toch niet op de zetel laten slapen? Kristina neemt Jonathan mee naar de slaapkamer. KRISTINA Kom kleintje, ik ben je Oma.   FADE-OUT: EINDE SCENE 1 SCENE 2 FADE IN: EXT. BEGRAAFPLAATS - DAG Het grafzerk van Richard en Kristina komt in beeld. Elaine legt bloemen bij het graf en gaat dan naast Luna staan die in een rolwagen zit. Ze doen allebei een gebed en Elaine duwt Luna naar de uitgang. LUNA bedankt om me naar hier te begeleiden. ELAINE Ik had het je toch beloofd, mama. Bovendien is het al een eeuw geleden dat ik het graf van Oma en Opa heb bezocht. Ze hebben zoveel voor ons gedaan, hen een keer bloemetjes brengen is het minste dat ik voor hen kan doen. En ik had nu toch een uurtje vrij. LUNA Waaraan heb ik zo’n goede dochter verdiend? Maar ik wil niet dat ik je teveel vermoei met mijn grillen. Je doet al 2, soms 3 jobs dat ik niet nog eens je vrije tijd moet afnemen. Elaine gaat op haar hurken zitten op ooghoogte van Luna. ELAINE Mama, dat doe je toch niet! Je weet dat je me nooit tot last kan zijn. Elaine gaat rechtop staan en duwt Luna verder. LUNA Waar werk je nu eigenlijk ’s nachts en ’s morgens? ELAINE Ah, ik wil je eigenlijk daarvoor nog bedanken. Dankzij jou goede connecties heb ik een goed betaalde schoonmaak job in het paleis kunnen veroveren. INT. APPARTEMENTSGEBOUW LIFT- DAG Ze komen aan in het appartementsgebouw en nemen de lift naar boven. LUNA Een schoonmaak job in het paleis? Is dat niet te lastig? Het paleis is gigantisch! INT. APPARTEMENT ELAINE/LUNA- DAG Ze gaan het appartement binnen. Ze begroeten Jules die het ontbijt heeft klaargezet. Elaine brengt haar mama naar de ontbijttafel en gaat ernaast zitten. ELAINE Mama, ik moet niet het hele kasteel schoonmaken. We krijgen elk onze vleugel. Bovendien is de job een verademing naast mijn ander werk. Er is niemand die me op mijn vingers kijkt of aan mijn oren zaagt. LUNA En heb je de koninklijke familie al ontmoet? ELAINE Ik betwijfel of iemand met een royaal leven voor 8u uit zijn bed komt. Bovendien kom ik als ‘groentje’ niet eens in de buurt van de vertrekken van de hoogheden. Ik mag er niet op hopen dat ik er de prins op het witte paard zal tegenkomen. FADE-OUT: EINDE SCENE 2 SCENE 3 FADE IN: ENT. AANKOMSTHAL LUCHTHAVEN - DAG TRISTAN komt aan in de inkomhal van de luchthaven. Hij doet zijn zonnebril af, kijkt opzij en glimlacht. ENT. VIPRUIMTE LUCHTHAVEN- DAG Rond een kamer staan fans met spanborden. De bodyguards houden hen op afstand. Tristan wordt er doorgelaten. De prins, DOMINIC zit in een zeteltje iets te drinken. Ze omhelzen elkaar. TRISTAN Dat is lang geleden! Kwam je niet een dag na mij terug thuis? DOMINIC Dat is zo naar de pers gecommuniceerd zodat ze me niet zouden opwachten. Blijkbaar heeft iemand ons plannetje gelekt. De prins kijkt alsof hij het verschrikkelijk vindt. TRISTAN Kom, kom, uwe hoogheid nu je terug bent zal je hier moeten aan wennen. DOMINIC Om eerlijk te zijn had ik helemaal nog geen zin om terug te komen. TRISTAN Ik ken dat gevoel. DOMINIC Waarom ben je dan teruggekomen? Niemand dwingt jou om een koninkrijk te leiden. TRISTAN Nana fluisterde me dat een zekere prins me wel eens nodig zou kunnen hebben bij zijn terugkeer. DOMINIC Dat is heel nobel van je. TRISTAN En mijn geld was op. DOMINIC Daarom dat je voor de positie van mijn kamerheer hebt gesolliciteerd. TRISTAN Prins- Assistent DOMINIC Ik dacht dat broers elkaar onvoorwaardelijk helpen. TRISTAN Broers in hart, maar niet met dezelfde status en financiën. DOMINIC Ik ben zeker dat Nana, je zo veel bonussen heeft, dat je na 1 maand al op pensioen kan. TRISTAN Ik weet het, maar geef toe, wie is er beter voor de job dan ik? Wie kent als geen ander jou en de Beau Monde het best? DOMINIC Als je er op staat. Begin dan maar door mijn afleiding te zijn. TRISTAN Afleiding? Tristan gaat verkleed als prins, met een zonnebril en hoed op door de mensenmassa. De prins komt later uit de kamer en volgt hen zonder de aandacht te trekken van anderen. FADE-OUT: EINDE SCENE 3 SCENE 4 FADE IN: INT. BEDIENDEVERTREKKEN PALEIS - NACHT Elaine doet haar werkkledij aan. MIRANDA de huishoudster geeft haar instructies. ELAINE Goede morgen! MIRANDA Anne is ziek, dus jij neemt haar vertrekken over. Ik ben in de buurt als je vragen hebt. FADE IN: INT. PORTRETTENHAL PALEIS- NACHT Elaine kuist de vertrekken. Ze heeft muziek in haar oren en neuriet mee. Ze staat af en toe stil bij de schilderijen die ze tegenkomt. ELAINE Jij kijkt nogal zuur zeg! De schilder deed anders een magnifieke job om je op doek te krijgen. FADE IN: INT. KUNSTWERKENHAL ‘DE LEEUW’ PALEIS – NACHT Elaine heeft veel bewondering voor de kunstwerken die in de hal staan/hangen. Ze blijft stilstaan bij een schilderij van een man met een brandende fakkel en vrouwengezicht. ELAINE “Elaine van (in Pools) De Leeuw” FADE IN: INT. SALON NAAST SLAAPKAMER NANA – NACHT Dominic stap de kamer binnen, NANA zit in de zetel met een kopje thee. NANA Goede morgen kleinzoon! Kan je niet slapen? DOMINIC Eindelijk heb ik rust en toch kan ik niet slapen. Het zal wel de jetlag zijn. Waarom ben jij zo vroeg op? NANA Op mijn leeftijd heb je niet veel slaap meer nodig. Zin in een kopje thee, of iets straffers? DOMINIC Nee dank je, ik denk dat ik maar weer naar mijn slaapkamer ga om nog een paar uurtjes rust te vinden voor ik weer uit de veren moet. NANA Veel succes! FADE IN: INT. GANG NAAST SALON – NACHT Dominic komt de hang op, waar hij Elaine ziet, die aan het kuisen en zingen is. Zij heeft hem niet gezien. De prins kijkt naar haar. DOMINIC (tegen zichzelf) Alsof ik met die herrie zou kunnen slapen! Elaine klimt op een ladder om het plafond te kuisen. Ze valt bijna naar beneden. De prins houdt haar tegen door een hand op haar kont te leggen. ELAINE Bedankt. Elaine kijkt achter zich en ziet dat het een man is. ELAINE Zou je nu mijn kont willen loslaten? Dominic neemt meteen zijn hand weg. DOMINIC Ik wou je alleen maar helpen. ELAINE Dank je, maar nu kan je verder gaan met je job, zodat ik kan verder gaan met de mijne. DOMINIC Dat gaat moeilijk als je zoveel herrie maakt. ELAINE Excuseer? Wie denk je wel dat je bent? (tegen zichzelf) Eerst zijn hand op mijn kont leggen en nu mijn zangkunst beledigen. De huishoudster, Miranda komt poolshoogte nemen. MIRANDA Lukt het een beetje Elaine? ELAINE Het ging prima, tot meneer hier me stoorde. DOMINIC je viel bijna van de ladder, ik heb je gered. ELAINE Dat heeft je nog niet het recht om je hand op mijn kont te leggen of mijn zangstem te beledigen. De huishoudster schrikt als ze ziet dat Dominic voor hen staat. MIRANDA Uwe hoogheid! (al ratelend)  Neemt u ons niet kwalijk. Elaine is nog niet zo lang in dienst. Ze kuist meestal niet zo dicht bij de koninklijke suites. Als u haar wilt ontslaan DOMINIC (CONT’D) Dat is niet nodig, zolang ze maar haar excuses aanbiedt. Nana komt uit de aangrenzende kamer. De huishoudster krijgt bijna een hartaanval en wuift zichzelf koelte toe. MIRANDA Uwe hoogheid!? Onze oprechte excuses om u te storen. NANA Niemand heeft me gestoord, mevrouw Miranda, ik kwam net de kamer uit. Wie moet zijn excuses aan wie aanbieden? MIRANDA Elaine was onbeleefd tegen de prins, uwe hoogheid. NANA Je naam is ook Elaine? Wat een toeval. Elaine kijkt naar de grond en bloost. ELAINE Ik ben naar u vernoemd uwe hoogheid. (tegen Dominic, bozer) Mijn excuses voor mijn gedrag uwe hoogheid. DOMINIC Het is al goed. NANA En nu bied jij je excuses aan ‘RuRu’ DOMINIC (zeer gegeneerd) Nana!? NANA Je hand op een vrouw haar derrière plaatsen en haar zangkunst beledigen, is niet netjes Dominic, zo heb ik je niet opgevoed. DOMINIC Mijn excuses, juffrouw Elaine. NANA Dat lijkt er meer op. Ik stel voor dat we deze hardwerkende mensen hun job laten doen. Goedendag Miranda, Elaine. FADE-OUT: EINDE SCENE 4 SCENE 5 FADE IN: INT. SLAAPKAMER DOMINIC – OCHTEND Tristan doet de gordijnen open in de kamer van de prins. Dominic bedekt zijn ogen met zijn handen. TRISTAN Goede morgen, schone slaper! DOMINIC Hoe laat is het? TRISTAN Het is zeven uur. DOMINIC Zeven uur!? Wie staat nu in vredesnaam op zo’n uur op? TRISTAN Een prins met een dagschema. DOMINIC ik had gehoopt dat moeder me wat voor de 1ste weken zou sparen! TRISTAN Dat doet ze ook, er staan enkel deze morgen een vergadering en deze namiddag een bedrijfsbezoek op. DOMINIC Wanneer begint die vergadering? TRISTAN Negen uur stipt. DOMINIC Dan kan ik nog wat blijven liggen. Ik kan de slaap gebruiken. TRISTAN Slechte nachtrust gehad? DOMINIC Je zou voor minder; als Nana je opnieuw ‘Ruru’ noemt. Tristan schiet in de lach. DOMINIC Zal ik je vanaf nu ook terug ‘Popo’ noemen? TRISTAN Liever niet, wat is er gebeurd? DOMINIC Een dienstertje viel bijna van de ladder en ik heb haar gered. TRISTAN Dat klink heldhaftig, niet echt een reden om je ‘Ruru’ te noemen. DOMINIC ik hield mijn hand per ongeluk op een nogal ongelukkige plaats en ze werd kwaad. Nana vond dat ik mijn excuses moest aanbieden. TRISTAN Dat meisje klinkt als een vurig ding. DOMINIC Toen ze wist dat ik de prins was, stond ze er toch nogal schaapachtig bij. Maar ik hoop ze niet nog eens tegen te komen. Het is heel langgeleden dat ik nog eens een uitbrander gehad heb. TRISTAN Van Nana of van een jonge vrouw? DOMINIC Beide. TRISTAN Dan zou ik nu opstaan, Nick, tenzij je nog een preek wil. DOMINIC Ga jij me nu de les spellen, ‘Popo’? Dominic gooit een kussen naar Tristan. Tristan vangt het kussen op en legt het weg. TRISTAN Ik zou niet durven. Je moeder daarentegen (pauze) ze wacht op je bij het ontbijt. De prins strompelt uit bed. DOMINIC Waarom heb je dat niet eerst gezegd!? TRISTAN Ik zei toch dat ze een schema had opgesteld? Zal ik je helpen? FADE IN: INT. EETZAAL – OCHTEND De eetzaal is leeg wanneer Dominic en Tristan binnenkomen. DOMINIC Ze is er niet. Heb je tegen me gelogen, Tristan? Tristan vraagt het aan een bediende. TRISTAN Ze is al op haar afspraak. DOMINIC Kon je me niet wat meer opjagen? TRISTAN Bang voor een 2de uitbrander? DOMINIC de koningin geeft geen uitbranders, ze pakt het veel subtieler aan. TRISTAN Dan zou ik maar braaf ontbijten en je klaarmaken voor de vergadering. FADE IN: INT. BEDIENDEVERTREKKEN PALEIS – OCHTEND Elaine zet al het kuisgrief weg en doet haar werkkledij af. Een bediende komt aangelopen. BEDIENDE Elaine? Je zou nog even naar de keuken moeten gaan. FADE IN: INT. KEUKEN PALEIS – OCHTEND Elaine vraagt aan de koks waarom ze daar moet zijn. Zij wijzen naar een ontbijt dat voor haar klaarstaat. Er ligt een kaartje bij. NANA (V.O.) “Beste Elaine, ik bied namens mijn kleinzoon nog eens mijn excuses aan. Ik hoop dat je dit ontbijtje aanvaart als zoenoffer. Voel je niet gegeneerd! Elaine’s moeten voor elkaar zorgen.” Elaine neemt het ontbijt mee naar buiten. FADE-OUT: EINDE SCENE 5 SCENE 6 FADE IN: MONTAGE- TUSSEN BEDRIJF WAAR ELAINE WERKT EN ACTIVITEITEN DOMINIC A)           WINKELSTRAAT -- Elaine koopt koffie en ontbijt voor collega’s.   B)           BUREEL BEDRIJF ELAINE — Elaine zet de koppen koffie en ontbijtzakjes op de juiste bureau.   C)           BUREAU ELAINE – Elaine gaat aan haar bureau zitten en krijgt mappen om te verwerken. Ze werkt en werkt,… er komen steeds meer mappen bij.   D)           VERGADERRUIMTE PALEIS – Dominic zit aan het hoofd van de tafel te luisteren naar de ministers.   E)           EETZAAL PALEIS – CECILIA zit al in de eetzaal. Tristan komt als eerste binnen en kust de wang van zijn moeder en fluistert iets in haar oor. Dominic komt binnen en begroet zijn moeder terughoudend. CECILIA Ik ben blij dat je me kan vergezellen voor de lunch. Dominic kijkt naar Tristan van ‘zie je wel dat ze subtiele uitbranders geeft’. CECILIA Hoe was de vergadering? F)            BUREAU ELAINE – Elaine neemt haar boterhamdoos om te eten maar zodra ze een wortel in haar mond steekt wordt ze gevraagd om een dossier af te werken. Ze legt haar boterhamdoos opzij en gaat weer aan het werk.   G)           PRODUCTIERUIMTE BEDRIJF ELAINE – Dominic, Tristan en de pers krijgen door de DIRECTEUR een rondleiding door het bedrijf. EINDE MONTAGE FADE IN: INT- BUREAU ELAINE- DAG Elaine krijgt telefoon van JULES, de oppas van Luna ELAINE (in telefoon) Geen paniek Jules, ik zal vragen of ik vroeger kan stoppen met werken. Elaine dient een afwezigheidsblaadje in bij de verantwoordelijken DANA en BAVO. Ze wil net eten. Ze komen bij haar bank staan. BAVO Elaine (pauze) ik zie dat je wat vroeger wil vertrekken. Ik vrees dat, dat niet zal gaan. Er is nog zóveel werk. ELAINE Ik zal morgen vroeger komen om het af te werken. DANA Misschien kan je tijd winnen door pas te eten als al je werk af is. ELAINE Ik hou het in mijn achterhoofd. Elaine stopt met eten. ELAINE En kan ik dan wat vroeger weg? BAVO Dat mag je (pauze)… Bavo komt zeer dicht bij Elaine en duwt zijn lichaam tegen het hare, de andere verantwoordelijke staat er om te lachen. BAVO …als je vanavond bij mij komt om alles af te werken. Elaine begint meteen terug te typen. ELAINE Dat zal niet nodig zijn. Ik ben bijna klaar met het ‘Buyssendossier’. Dana buigt zich voorover om te kijken en stoot expres een beker koffie om, op de werkmap. DANA Oeps, wat ben ik toch onhandig! ik vrees dat je toch terug zal moeten komen. ELAINE Is niet nodig, ik zal wel blijven tot het einde van de werkdag. Bavo legt zijn hand op haar dij en komt weer dichter bij. BAVO Elaine, Elaine, Elaine,… Dominic neemt Bavo’s arm in een houdgreep en duwt hem naar achteren. Tristan en de directeur staan achter hem. BAVO Auw! Wat doe je!? Iedereen schrikt als ze zien dat de man die zijn arm vasthoudt de prins is. Dana’s gezicht wordt bleek. DANA Uwe hoogheid. Dominic negeert haar en richt zich tot Elaine. DOMINIC Elaine, je hebt me nooit verteld dat je hier werkt. Dominic laat Bavo’s arm los en richt zich tot de directeur. DOMINIC Wist u dat Elaine ook in het paleis werkt? Het is bewonderingswaardig. (naar Elaine) Elaine, wil je ons vergezellen op de rondleiding? Dan kan je me vertellen wat je hier zoal doet. DANA Meneer de directeur, Elaine heeft nog veel werk en ze heeft al gevraagd om vroeger weg te mogen vandaag. Ik kan misschien meegaan. DOMINIC (CONT’D) Ik zal zorgen dat Elaine morgenochtend niet hoeft te werken in het paleis zodat ze hier haar werk kan inhalen, als dat voor u goed is meneer de directeur? DIRECTEUR Zeker, uwe hoogheid. FADE-OUT: EINDE SCENE 6 SCENE 7 FADE IN: INT- PALEIS, BUREAU CECILIA – DAG Cecilia zit in haar bureau, ze is aan het videobellen. NATHAN, een bediende, komt binnen met mappen. Cecilia onderbreekt haar gesprek. CECILIA Nathan, hoe verlopen de voorbereiding van het ‘welkomfeest’? NATHAN Goed, uwe hoogheid. CECILIA Wil je nog de zusjes Vandenabele uitnodigen? Ze zijn allebei al verloofd maar hebben goede connecties. Nathan noteert het. CECILIA Bedankt. FADE IN: MONTAGE- RONDLEIDING DOMINIC DOOR DIRECTEUR EN ELAINE A)           BUREAUS – Dominic vraagt iets aan Elaine en ze kijkt eerst angstig naar haar directeur maar weet dan veel te zeggen over de job.   B)           TEKENATELIER – Elaine en de directeur geven uitleg.   C)           VERGADERRUIMTE – Er wordt een presentatie gegeven.   EINDE MONTAGE FADE IN: INT- INKOMHAL BEDRIJF- DAG Tristan staat met Elaine te praten terwijl Dominic de directeur even apart neemt. Na hun gesprek vertrekken Tristan en Dominic. De directeur richt zich tot Elaine. DIRECTEUR Elaine, je kan nu gaan en morgen mag je, de bureau in het lokaal naast mij innemen. ELAINE Waarom meneer de directeur? Heb ik iets verkeerds gedaan? DIRECTEUR Integendeel Elaine; met zo’n rijke kennis over ons bedrijf heb ik je tot mijn persoonlijke assistent gepromoveerd. ELAINE Dank u wel! FADE IN: EXT- PLEIN VOOR HET BEDRIJF- DAG Elaine loopt naar buiten om op de bus te wachten. De auto van Dominic rijdt voorbij en stopt. Tristan vraagt of ze een lift naar huis nodig heeft. Elaine stapt in. Dominic zit naast haar. FADE IN: INT- AUTO- DAG ELAINE Bedankt om me een lift te geven. DOMINIC Het was zijn idee. TRISTAN Waar naartoe?, Juffrouw Elaine. ELAINE Holstraat 1, meneer. TRISTAN Komt in orde! En zeg maar Tristan. DOMINIC Jij bent toch een vreemde vrouw Elaine. ELAINE Hoezo? DOMINIC Deze morgen zette je me meteen op mijn plaats omdat ik ‘per ongelijk’ je (slik) derriére aanraakte maar daarstraks toen je collega je betastte zei je niets. ELAINE Nogmaals het spijt me, ik weet niet wat er mij deze morgen bezielde. Ik ben normaal niet zo vrijpostig tegen mijn meerdere. Ik kan het me niet permitteren om mijn job kwijt te raken. DOMINIC Heb je zo hard het geld nodig, dat je je laat pesten door die 2 slijmballen? Elaine draait zich gefrustreerd naar Dominic toe. ELAINE We leven niet allemaal in een paleis met gouden lepels, uwe hoogheid. DOMINIC (op luchtige toon) We eten niet met gouden lepels in het paleis en dat kan jij weten. De auto stopt voor haar appartement. ELAINE Bedankt om me een lift naar huis te geven, Tristan, (koel) uwe hoogheid. Elaine stapt uit de auto, maar laat haar tasje achter. DOMINIC (aan Tristan) Wat heb ik nu weer verkeerd gezegd? (al morrend tegen zichzelf) zeg maar Tristan… Tristan kijkt in de achteruitkijkspiegel en glimlacht. Hij ziet dat Elaine haar tasje vergeten is. TRISTAN Volgens mij is Elaine haar tasje vergeten.   FADE IN: INT- APPARTEMENT ELAINE/LUNA- DAG Elaine komt binnen in het appartement. Ze laat de deur open als ze ziet dat haar mama uit bed is en rent naar haar toe om haar te helpen. ELAINE Mama! Wat doe je uit bed? Je moet wachten tot ik er ben om je te helpen. LUNA Het is goed, liefje. Ik wou gewoon een glas water nemen. Elaine helpt haar mama tot in de zetel en gaat dan om een glas water. Haar mama krijgt een epileptische aanval. Elaine laat het glas vallen en wil haar mama opvangen.  Een mannenhand verschijnt die Elaine helpt.     EINDE AFLEVERING 1          

Liesbeth
0 1

De Poolse winkel (uit Coronacursiefjes)

                                                                       (zaterdag 2 mei 2020 – 7765 doden in België)   Wat heb ik nodig vandaag? Brood, spuitwater … Ik moet erom lachen. We zitten al negen weken opgesloten en wat heb ik nodig? Brood en water? Dan toch maar een flesje wijn voor mezelf en cola voor zoonlief. Oh ja, en kip! Dan maak ik chicken tandoori morgen. Ik vis een stoffen tas uit de kast, pluk mijn handtas van de tafel en rommel door de inhoud: sleutel, bankkaart, bonuskaart en gsm.  Het zonlicht schijnt door het broebelglas van de voordeur en valt op de verweerde tegels in de gang. Ik blijf even staan met het slot in de rechterhand. Ademen, hou ik mezelf voor. Blijven ademen! Ik trek de voordeur open en stap de wereld in. Ik trek de deur achter mij in het slot en het is alsof ik er vanaf nu helemaal alleen voor sta. Xena Warrior Princess tegen de buitenwereld. In de Driekoningenstraat is het zoals nooit anders over de koppen lopen. Vanaf volgende maandag worden de maatregelen versoepeld, maar het is duidelijk dat veel mensen daar niet op wachten. Ik stap naar de plaatselijke Albert Heijn. Wanneer ik de rij wachtenden zie, draai ik honderdtachtig graden en wandel terug de winkelstraat in.  De Poolse winkel is open. Buiten zit een brede man in bestofte werkbroek en knabbelt op een koek. Ik ga hem voorbij en loer naar binnen.     ‘Proszę wejść!’ De verkoopster wenkt me met een breed gebaar. ‘Kom binnen, kom binnen!’ Ze is heel groot, heeft lang zwart haar en rood gestifte lippen. ‘Zorry, mien niederlandsz,’ ze rolt met haar ogen en maakt een hulpeloos gebaar.    ‘That’s ok,’ probeer ik.  Ik kijk rond en zie niet wat ik zoek.    ‘Excuseer, hebt u spuitwater?’ De vrouw sorteert intussen pakjes sigaretten aan de kassa met haar rug naar de winkeltoog.    ‘Mevrouw?’ Ze draait zich om en tovert haar mooiste lach op haar gezicht.    ‘Huh?’    ‘Sorry, ik zie alleen plat water. Ik zou graag een fles spuitwater hebben.    ‘Cola? U?’    ‘Nee, water alsjeblieft.’ Ik glimlach en wijs op het mineraalwater dat wat verder op de grond staat.    ‘Aaaaah, wody!’ Ze knikt en neemt een fles. Ik schud van nee.    ‘Hebt u misschien ook spuitwater?’ Ze bevriest met de fles water in haar handen en kijkt me aan alsof ik van de maan kom.    ‘Gas?’ probeer ik.    ‘Aaaaah, gazu! woda gazowana! Thies is woda mineralna!’ Ze komt achter de kassa uit en plukt een fles uit een rek.    ‘Woda gazowana!’ roept ze triomfantelijk en ik geloof haar. Ze staat daar met de fles in de ene hand en wijst ernaar met de andere, terwijl de tip van haar rechtervoet sierlijk naar voor wijst. Een reuzin met rood gestifte lippen en een fles water. Het lijkt een reclamespot.  Ik bedank haar zo vriendelijk als ik kan, betaal en loop de winkel uit.    ‘Do zobaczenia,’ zegt de bestofte broek wanneer ik langskom en hij steekt zijn duim op. Ik doe stoer hetzelfde en loop verder.

Kristin Huyghe
7 0

Dag oma (uit Coronacursiefjes)

                                                                            (Pasen, 12 april 2020 – 3935 doden in België)   Het mini mensje zit op de vensterbank. Hij heeft een kort broekje aan en uit de linker pijp krult de rand van een pamper. In z’n armpjes knelt hij een pluchen konijn en hij blaast een kus van zijn handje.    ‘Dag oma!’ Hij roept het heel luid. Zijn ouders moedigen hem aan.    ‘Laat je konijn eens zien aan oma,’ zegt de moeder.  Het kind duwt het konijn tegen de ruit en laat het met wilde gebaren hardop zoentjes geven.    ‘Kus, kus, oma kusje!’ Hij kirt en lacht uitgelaten. Achter het raam zie ik een grijze dos haar en de reflectie van de avondzon in een brillenglas. Een magere arm zwaait heen en weer in een veel te ruime mouw. De dame legt haar hoofd tegen de ruit en drukt een kus op haar gesloten vingers die ze daarna wegslingert in de richting van het kind. Die gilt opgewekt terug, trekt rare snuiten en laat het konijn nog meer gekke sprongen maken. Hij wipt op en neer op de smalle vensterbank.    ‘Nog even, mama,’ hoor ik de moeder roepen door het glas. ‘Nog even volhouden.’ Ze houdt het kind stevig vast.  Ik blijf staan aan de overkant.  De oude vrouw heeft het moeilijk. Ze wappert met een witte zakdoek, zet haar bril af en droogt haar wangen.    ‘Niet wenen, mama.’ De moeder kijkt vertwijfeld van het kind naar haar man.    ‘Mama,’ zegt hij luid en gebaart een knuffel om zijn woorden kracht bij te zetten. ‘Morgen komen we terug. We komen elke dag. En binnenkort komen we als het weer mag gewoon op bezoek zoals vroeger.’ Ik zie de zilveren haardos over en weer schudden van ja en ik voel het verdriet branden in mijn ziel. Het verdriet van de oma die in haar gevangenis zit en niet meer buiten mag, en dat van haar kinderen die buiten zitten en niet meer binnen mogen. We zijn allemaal gijzelaars, gevangenen van de tijd.    ‘Kusje oma,’ roept het heldere stemmetje van het kind, terwijl hij met zijn lippen een afdruk maakt op de ruit.    ‘Jakkes, bah, schat,’ hoor ik de mama nog zeggen. Het kindje schaterlacht zijn kleine tandjes bloot.  Dan verdwijn ik om de hoek.

Kristin Huyghe
11 0

De jongen van de Aldi (uit Coronacursiefjes)

                                                                            (maandag 6 april 2020 – 2044 doden in België) Het is kwart voor drie. Ik fiets voorbij de Aldi. Oef, niet te veel volk. Ik zet de fiets op slot en ga naar binnen. Een blonde jongen staat klaar met een busje ontsmettingsmiddel. Ik schat hem niet ouder dan drieëntwintig en hij heeft een angstige blik in de ogen.    ‘Ontsmettingsgel, mevrouw?’     ‘Graag en dankjewel!’ Intussen veegt hij met een doekje de handgreep van het winkelkarretje schoon.    ‘Gaat het, jongen?’ Mijn vraag is oprecht. Beelden van mijn eerste jobs spoelen door mijn gedachten. Stel je voor, denk ik.    ‘Het moet wel, hè mevrouw!’ Hij klinkt moedig, maar de ondertoon ontgaat me niet.    ‘Ben je bang?’    ‘Ja, mevrouw.’     ‘Wat een job, he jongen! De ganse dag karren ontsmetten, je moet het maar doen. Respect!’  De jongen kijkt op en zijn ogen twinkelen.    ‘Dank u, mevrouw.’    ‘Ik moet jou bedanken. Ik ken jou niet, maar je doet het toch maar.’ Misschien is het mijn verbeelding, maar de jongen ziet er een beetje vrolijker uit.    Ik rol het karretje voor me uit de winkel binnen. Een man met mondmasker verspert me de weg. Hij heeft zijn kar dwars gezet in het gangpad voor de toonbank met brood en kan blijkbaar niet beslissen wat hij zal meenemen.    ‘Excuseer, mijnheer?’  De man kijkt op. Hij heeft een monowenkbrauw.    ‘Wa?’    ‘Excuseer, ik zou graag voorbijgaan.’ probeer ik.    ‘Godvergodvergodver. Madame is gehaast. Awel, ik ben ook gehaast.’ Het masker maakt vreemde sprongetjes terwijl hij de woorden uitspuwt. Zijn wenkbrauw danst van links naar rechts en blijft ergens halverwege hangen. Hij grijpt de kar met zijn gehandschoende handen beet en draait die bruut een kwartslag.    ‘Denkte dat ge nu door kunt met uw dik gat?’ Ik wiel voorbij en heb tientallen antwoorden in mijn hoofd, maar ik doe het niet. Soms zijn ze het niet waard, meisje, zei mijn moeder vroeger als ik weer in vuur en vlam stond wanneer iemand mij het bloed vanonder de nagels haalde. Totaal negeren heeft meer effect dan op zoiets te antwoorden. Ik kijk even naar boven en bedank mijn moeder voor al haar wijsheid, terwijl ik inwendig kook van woede. Ik laad een paar zaken in de kar die ik de volgende twee dagen echt nodig heb. Ik probeer het te beperken tot het minimum.  Achter mij is er plots een tumult van jewelste.    ‘Godverdomse kutwijf!’ Het echoot tussen de rekken. Ik draai me om. Een vrouw met hoofddoek staat bijna neus aan neus met de man met het mondmasker. Gek hoe ze heel eventjes op elkaar lijken. Daar gaat de social distancing, denk ik en draai me terug om. Het gekibbel, gekijf en geroep stijgt crescendo achter mijn rug. Oef, ik ben er nog goed vanaf gekomen als ik het zo hoor.  Heb ik toiletpapier nodig? Neuh, ik kom wel terug of beter nog, ik vind wel een andere winkel.  Ik betaal aan de kassa. Achter mijn rug hoor ik een glazen pot sneuvelen. En nog één. Weg van hier.  Ik lever mijn kar in bij de lieve jongen en steek mijn duim op. Dat doet hij prompt ook. De buitenlucht is nog nooit zo zuiver geweest. Toch adem ik niet te diep in. Je weet maar nooit.

Kristin Huyghe
7 0

Oma (uit Coronacursiefjes)

                                                    (donderdag 12 maart 2020 – 3 doden in België)      ‘Dag mijnheer.’ Met uitgestrekte hand staat ze krakend op uit haar oude zetel.    ‘Dag oma.’ Hij drukt de hand van de vrouw. De lip van de jongen trilt.     ‘Ik ben het, oma! Matthias.’ De vrouw kijkt hem aan. Een grijze lok valt over haar voorhoofd.     ‘Wie bent u alweer?’ De jongen legt zijn andere hand op haar schouder.    ‘Matthias, oma. De zoon van Werner, uw zoon.’    ‘Ach!’ De ogen van de vrouw lichten op, zoeken die van hem.    ‘Bent u de zoon van Werner?’ Ze heeft zijn hand nog niet losgelaten en grijpt ze nu met beide handen beet. Ze bekijkt hem van kop tot teen. Dan krullen haar mondhoeken omhoog en een zweem van herkenning flitst over haar gezicht.    ‘Natuurlijk! Matthias zeker?’    ‘Ja, oma.’ Hij kust haar zacht op de wang.    ‘Werner is er niet, he?’    ‘Nee, oma. Papa is drie jaar geleden overleden.’ De vrouw slaat een hand voor de mond.    ‘Ach,’ zegt ze ‘Da’s waar. Onze Werner is er niet meer.’ Ze neemt de bril van haar neus, tast in de zak van haar gebreide vest en haalt een katoenen zakdoek boven. Ze dept haar ogen terwijl ze zucht.    ‘Onze Werner toch. Ach, ach!’ De jongen slaat zijn armen rond haar schouders en trekt haar teder tegen zich aan. Ze snikt een beetje tegen zijn borstkas.    ‘Lieve oma toch,’ fluistert hij. Hij streelt haar zijden haar. ‘Ik zie u graag, he!’   Ze maakt zich los uit de omhelzing.    ‘Ik u ook he, jongen. Ik u ook.’ Ze snuit haar neus, steekt de zakdoek weg en zet haar bril recht.    ‘Gaan we naar de foto’s kijken?’ Ze vraagt het met een kinderlijk stemmetje en ze glimlacht.    ‘Graag oma.’ Het fotoritueel is belangrijk voor haar. Ze neemt een fotoalbum uit de lade van de kast en gaat op de rand van het bed zitten.     ‘Kom,’ zegt ze en klopt op de bedsprei naast haar ‘Zet u.’  Even rusten haar handen op het boek dat op haar knieën ligt. Het heeft iets plechtigs. Dan slaat ze het open. Met een benige wijsvinger wijst ze naar een foto.    ‘Kijk,’ zegt ze ‘Dat is Werner, mijn zoon.’ Matthias trekt zijn oma dichter tegen zich aan. Hij voelt haar knokige schouderblad.    ‘Ja, oma, dat is papa.’    ‘En u bent?’    ‘Matthias, oma.’    ‘Juist, jongen.’ Ze duwt haar bril met haar rechterwijsvinger hoog op haar neus, kijkt hem even aan en glimlacht. ‘Matthias, ik ben blij dat je er bent’. Ze bladert langzaam doorheen het fotoalbum en vertelt bedachtzaam honderduit. Hij zit naast haar en luistert geduldig, zijn arm nog steeds rond haar smalle schouders geklemd. Af en toe legt ze haar hoofd tegen zijn borst.    ‘Ach,’ zegt ze dan.     ‘Oma, vanaf morgen mag ik je niet meer komen bezoeken.’ Zijn stem breekt. Hoe kan hij dit uitleggen? Hoe kan hij haar duidelijk maken dat ze hem een tijd niet meer zal zien? Verdomd virus.    ‘Kijk hier, jongen! Kerstmis met Werner. Is dat geen mooie foto? Kijk eens hoe hij lacht! Zie eens hoe gelukkig hij toen was!’ Matthias knikt en drukt een kus in oma’s zilveren haardos.  

Kristin Huyghe
12 1

De date

‘De date’ V:          Hey, hallo… M:         Euh, ...hallo zeker? V:          Ja, ik ben dit ook niet gewend hoor. Voor mij ook de eerste keer. M:         De eerste keer? V:          Ja, maar ik dacht bij mezelf, kom Sofie, doe eens zot en stap uit je comfortzone. M:         Aha… V:          Ik ben al te lang braaf geweest, altijd maar veiligheid opzoeken, nooit eens iets nieuws proberen,… Tijd voor verandering! M:         Mmm, interessant. Altijd braaf en voorzichtig, dat ken ik niet. V:          Ah nee? Ik wel, ik zet normaal gezien alleen maar een stapje de wereld in, wanneer ik tegen alle risico’s beschermd ben, … alsof ik in zo’n sumoworstelpak zit.  Je kent dat wel; als je dan omvalt kom je sowieso zacht terecht. Maar dan bij wijze van spreken, hé. M:         Ja, ha ha, maar…, nu zie je er toch niet uit als een sumoworstelaar. Mooi figuurtje, sexy hielen. V:          Merci, ik heb mijn best gedaan. Ik ben wel tien keer van outfit gewisseld. Ik dacht eerst om een rood kleedje aan te doen, maar ja, rood én een diepe decolleté, dat geeft toch snel de verkeerde indruk. Uiteindelijk heb ik dan een paar foto’s gewhatsappt naar een vriendin en die heeft het zwarte kleedje gekozen. Daar doe je nooit iets fout mee, zei ze. Wat denk jij? M:         Och, ik heb daar geen verstand van, maar als het aan mij lag, had je best dat rode kleedje mogen aantrekken. Daar zou ik geen nee tegen zeggen. V:          Zie je wel, toch weer de verkeerde keuze…. Ik zou ook nooit meer deze schoenen aantrekken. Achteraf bekeken zijn stiletto’s niet zo handig om mee naar een park te komen. Onderweg naar hier heb ik al het halve park opgeruimd. Om de paar meter moest ik er papiertjes afhalen. Ik heb er zelfs een colablikje mee opgeprikt. Verre van glamoureus. M:         Da’s lachen; maar je komt er wel mee weg hoor. V:          Vind je? M:         Ja, hoor. Mooie blauwe ogen heb je trouwens. V:          Oh, bedankt. Maar, om eerlijk te zijn… ze zijn eigenlijk bruin. Ik heb van die gekleurde lenzen in. M:         Aha, een geheim ontrafeld. Nog meer geheimen? V:          Euh, ja, …deze borsten zijn ook niet helemaal echt…Push up BH. M:         Wat een teleurstelling; maar iedereen heeft zijn geheimpjes zeker… Kom, vertel, waarom is zo’n aantrekkelijke dame zo onzeker? V:          Goh, het grote cliché? Een neurotisch betuttelende moeder en een over beschermende vader? M:         Tja, met een dochter kan je nooit voorzichtig genoeg zijn zeker? Achter elke boom schuilt de grote boze wolf. V:          Misschien, maar in ieder geval, nu ben ik vrij. Mijn moeder is een tijd geleden gestorven. Uitgegleden op een ijsplek toen ze in haar kamerjas en op pantoffels de post uit de brievenbus ging halen. Altijd zo voorzichtig geweest en dan zo aan je einde komen. M:         Da’s hard. V:          En mijn vader is voor een nieuwe vrouw gegaan. Die had uiteindelijk toch ook genoeg van de betutteling en woont nu in Saint-Tropez. Elke dag zon, Picon, bermuda’s en Docksides. M:         Oké, ik begrijp het. En dan nu jij nog. V:          Ja, nu is het me-time. Tijd voor Sofie 2.0. Gedaan met die eenzame glazen wijn in de zetel, met nog maar eens een herhaling van Friends als gezelschap. Tijd voor een happy end! M:         Heb ik even geluk, ik hou wel van happy endings… V:          Ah, euh ja….. euh … M:         Grapje….Gezellig zo in het zonnetje. V:          Ja, dat is waar, een wit wijntje zou er wel bij passen, of een frisse pint. M:         Vertel mij wat. V:          Of een Cavaatje. Dat lust ik altijd, jammer dat ik er niet aan gedacht heb om een fles mee te brengen. Het is tenslotte een date hé. M:         Een date? V:          Ja…, ik moet zeggen. Ik was eerst wel heel zenuwachtig, zo’n eerste keer een blind date, maar voorlopig valt het reuze mee. In mijn hoofd speelde zich een heel ander scenario af. M:         Euh, heb ik dat goed begrepen, zei je nu een date? Ik weet niet of ik het zo zou noemen hoor; eerder… een toevallige ontmoeting met mogelijkheden? V:          Toevallig? In ons bericht stond toch om twee uur op het bankje tegenover het beeld van de naakte dame? M:         Nee schatje, ik denk dat je je vergist. V:          Een vergissing? M:         Wij hebben geen date. Oei, time is up,  daar komt mijn vrouw aangewandeld met de kinderwagen. V:          Wat zeg je, je vrouw? M:         Ja, …kans verkeken, toch geen happy end vandaag. Ik denk trouwens dat je het verkeerde bankje hebt gekozen. Volgens mij heb je een date met die man daar tegenover. Diegene die daar alsmaar meer ineengedoken op zijn bankje zit. Ik zag hem al een paar keer ongerust op zijn horloge kijken.   Jessy Hamvas

jessy hamvas
3 0

Het Bankje van Comfort

A: (Diepe zucht) Man het is verschrikkelijk druk daarbinnen… (zucht) “ Thomas doe dit, Thomas doe dat niet, Thomas luister als ik tegen je praat “. Laat me toch gewoon met rust… Brrrr... deze bank is ijskoud...   B: Wat lijkt het probleem te zijn jonge heer, is de bank écht zo koud?   A: Oh u heeft me gehoord? Het spijt me meneer, dat was niet mijn bedoeling, i-ik wilde u niet storen   B: Storen? Een oude man als ik? Onzin, maak je geen zorgen joeng...  er is niks waar je me mee kunt storen   A: Bent u zeker? Met alle respect, u lijkt een beetje oud…   B: Oud? Jazeker. Fragiel?  Wel, vroeger was ik.. de meest gevoelige persoon   A: Vroeger?   B: Wel, laten we zeggen dat de jaren 20 een.. vreemde tijd was   A: De jaren 20? U bedoelt toch niet...   B: Oh jawel, de tijd van de pandemie   A: Sorry meneer, ik wist niet dat u-             B: Zo oud was?   A: Ja..   B: Dat is toch niet erg...  hoelang is het geleden, zo’n vijftig jaar nu?   A: Bent u het meeste vergeten dan?   B: Ik zou wel willen, maar ik ben bang dat het niet zo gemakkelijk is.. er zijn nu eenmaal veel dingen die niet vergeten mogen worden   A: Ja, ik denk.. dat ik dat wel kan begrijpen   B: Maar genoeg over mij, vertel eens, waar was je zo gefrustreerd over?   A: Oh het is gewoon… ik en mijn mama die waren aan het shoppen voor kerstavond... En.. ik werd het beu dat ze me bleef rondbevelen en vooral dat ene irritante liedje dat ze de hele tijd blijven spelen.. hoe heet het weer?              B: “ All I want for Christmas is you” ?   A: Ja, voila.. hoe wist u dat?   B: Joeng, ze hebben dat nummer al voor mijn tijd gespeeld.   A: Dat geloof ik niet   B: Oh maar het is zo, ik ben bloedserieus. In die tijd moesten we ons haasten om het toiletpapier te halen, voordat ze allemaal op waren... allemaal terwijl we dat ene, grijsgedraaide liedje moest aanhoren   A: Wacht, waarom toiletpapier? Hahaha   B: Joeng, ik stel mij die vraag al vijftig jaar... zelfs filosofen hebben geen flauw idee   A: Ik durf te wedden dat je veel aircomaskers moest dragen   B: Oh nee, veel erger, die bestonden pas 10 jaar nadat het afgelopen was.. voor de zieke mensen of als je erge astma had, maar daarvoor hé… moesten we ordinaire, ongefilterde mondmaskers dragen...   A: Wow, amai dat moest zo erg zijn... hoe heeft u al dat lijden overleefd?   B: Maar je hoeft niet zo beleefd te zijn jongen, zeg maar ‘je’   B: Ah oké sorry   B: Weet je nog wat ik eerder zei, over kwetsbaar zijn?   A: Ja?   B: Toen ik jong was, was ik zo gevoelig, vooral als kind.. als de leraar om welke reden dan ook boos op mij werd, barstte ik bijna uit in tranen   A: En nu? Wat als iemand je bijvoorbeeld.. een irritante bejaarde zou noemen?   B: Als iemand dat nu tegen mij zei hé, dan zou ik hem zo hard slaan met mijn wandelstok als ik kan, dat zou die wel een les leren.   A: Hahahah, dat zou ik graag willen zien.   B: Ja dat geloof ik wel, maar mijn punt is ... Ik had mijn problemen en zwakheden, raad eens wat ik deed? Ik overwon ze.   A: Hoe?   B: Ik was rond jouw leeftijd.. 15 tot 16 jaar oud,- toen er iets vreselijks gebeurde.. iets dat mij en mijn broer zwak, schuldig, gebroken... liet voelen... Maar.. ik wist dat het niet zomaar zou verdwijnen, dus wil je weten wat ik deed?   A: Ja   B: Ik ging er frontaal mee om, ik erkende het, accepteerde het, ik ging uit mijn comfortzone en vond een.. nieuwe ik.  Ik was bang, zo bang dat ik niet kon slapen.. maar ik bleef vasthouden.. aan de twee dingen, die ik nog had   A: Je huisrobot en je PlayStation 8?   B: Ah die waren er toen nog niet   A: Oh aww   B: Hoop... en moed, zo is het me gelukt.  Daarna  voelde ik me.. niet langer schuldig of gebroken, ik voelde me zelfs... alsof ik mijn plicht had vervuld   A: Dus wat je zegt is, om een probleem op te lossen, moet je moedig zijn en je angsten loslaten?   B: Nee mijn jongen, om iets op te lossen accepteer je je angst, je zwakheden en werk je aan wat je niet zo goed kunt, de zone van discomfort, van ongemak... Als je daar eenmaal binnen bent weet je niet waar je terecht gaat komen... maar je zult er hoe dan ook sterker uit komen   A: Wauw... dat klinkt zo..  wijs   B: Wijsheid komt met leeftijd, zou ik zeggen, maar nu ik erover nadenk.. is het eerder leeftijd.. dat komt met wijsheid   A: Dus wat was je reactie toen, je weet wel..  het gebeurde?   B: In het begin was ik.. op zijn zachtst gezegd geschokt... niemand zag het aankomen, allée tenminste had niemand verwacht dat het zo erg zou zijn als het ging zijn.. en we kwamen allemaal.. in een nieuwe ongemakkelijke zone terecht   A: Zoals bij het dragen van ongefilterde aircomondmaskers?   B: Niet per se dat, de plotselinge verandering in de manier van leven, liet ons verward en vol vragen achter... en twijfel   A: Ja dat kan ik helemaal zien, je moest je dood verveeld hebben..   B: Oh ja zeker, we spendeerden het grootste deel van onze tijd binnen met tv kijken of spelletjes spelen, we werkten zelfs vanuit thuis   A: Maar mijn mama werkt altijd vanuit thuis, het is niet echt zo erg toch?   B: Wel, onze wifi was.. beperkt, dus we moesten allemaal in dezelfde kamer zitten.. ik, mijn broer, mijn mama en papa... allemaal terwijl we tegelijkertijd moesten bellen   A: Oh nee.. dat klinkt verschrikkelijk   B: Oh dat was het inderdaad... maar nu ik terugkijk... mis ik die tijden echt.. ik zie mijn broer tegenwoordig zelden en, mijn mama en papa... Je weet wel, ik bezoek ze nog steeds.. maar dan in de vorm van een steen.. die niet terugpraat... als je begrijpt wat ik bedoel   A: Ja... jawel.. ik, het spijt me voor je verlies.. ik zou niet weten wat ik moest doen als dat met mijn ouders zou overkomen   B: Maar ik denk van wel, nu toch   A: Hmm? O ja! J-je hebt gelijk, wow.. ik... ik weet niet wat ik moet zeggen..   B: In mijn tijd zou ik zeggen: Deel iets gratis met iemand die het meer nodig heeft dan jij en dan krijg je er iets voor terug   A: Wat heb jij dan nu teruggekregen?   B: Entertainment   A: Weet je, dit gesprek gaf me zo'n warm gevoel.. dit bankje voelt nu veel comfortabeler haha   B: Dat kan ik geloven, jong.. hetzelfde geldt voor mij

IngmarVDKH
1 0

Boelaerpark, 13u

Twee personages op een bank, één iemand komt erbij zitten, zegt niets in het begin. Oude man: Amai, dit zonnetje nemen ze ons in ieder geval al niet meer af. Meisje neemt één oortje uit haar oor. Jonge vrouw: Sorry, zei u iets? Oude man: Ja, dat het hier wel goed zitten is in ons park, als de zon van de partij is. Jonge vrouw: Het is inderdaad een mooie dag, na die regendagen van voorbije week. Oude man: Zeg, is dat niet lastig altijd die muziek in je oren? Jonge vrouw: Nee, waarom? Oude man: Ik vind het zo onnozel voor u dat je in plaats van de rustige natuur alleen maar doef doef doef lawaai hoort. Jonge vrouw: Dat is geen lawaai, dat is relaxerende zenmuziek. Ik kom speciaal hier mijn broodje opeten voor de rust. In de eetruimte van de hogeschool is er te veel volk. Die “doef doef doef” helpt mij dus. En daarbij, het geluid van auto’s daar op de weg, dat is ook niet bepaald rust hé. Oude man: Je hebt gelijk dat er nu wel wat meer auto’s rondrijden en dat ze niet echt stiller zijn geworden in vergelijking met vroeger. Jonge vrouw: Dat geluid, ça va dan nog het is vooral de CO2 die eruit komt. Oude man: CO2, CO2, ik heb schrik dat ze me aanrijden als ik oversteek.  Uitlaatgassen! Vroeger waren we daar allemaal niet zo mee bezig. Lucht is lucht. Jonge vrouw: Door die mentaliteit zitten we nu juist met het probleem. Lucht is niet zomaar lucht. Oude man: Jawel, lucht is lucht, en weer is weer. Koude zomers en warme winters, dat was er vroeger ook allemaal. Ik vind dat ze nogal overdrijven op dat Nieuws de laatste tijd. De mensen hebben geen historisch besef meer. Jonge vrouw: Maar enfin, het is niet omdat je oud bent, dat je de grote problemen van nu moet negeren. Oude man: Wie zit hier alles te negeren met die oortjes, juffrouw? Jonge vrouw: Juffrouw, juffrouw, ik ben geen 16 hé. Dat hokje van die ‘juffrouw’ moet dan betekenen dat ik naïef ben ofzo? Oude man: Dat heb ik niet gezegd! Jonge vrouw: …maar wel gedacht! Jullie oude mannen zeggen zogezegd nooit niets maar willen wel alles beslissen. Oude man: Ik denk dat ik niet veel beslis hier, in dit parkje of ergens anders. Jonge vrouw: Vroeger wel. Oude man: Hoe bedoel je? Jonge vrouw: Als jullie vroeger wat meer zonnepanelen ofzo hadden gelegd hadden we nu niet zo moeten stressen. Oude man: Denk jij dat de Oliecrisis of de jaren 80 simpel waren? Och, stress en problemen zijn er altijd al geweest. Denken jullie echt dat jullie de eerste generatie zijn met problemen? Jonge vrouw: De eerste misschien niet, maar misschien wel de laatste! Oude man: En nu beginnen we ineens met hyperbolen! Jonge vrouw: Hyperbolen? Oude man: Overdrijven om zo je gelijk maar te kunnen bewijzen. Jonge vrouw: Ik moet niet overdrijven want ik heb gewoon gelijk. Wij hebben er vakken over op de hogeschool, dat het niet goed gaat. En nu zou ik graag mijn broodje verder willen opeten. Ik moet direct weg. Oude man: Broodje met kip zie ik, dat is ook niet goed voor het klimaat hé. Jonge vrouw: Ja, nee, ok, dat weet ik. Ik moet van de dokter minstens een paar keer per week mager vlees eten. Oude man: Zo jong en al naar de artsen. Die zijn nergens goed voor. Het enige wat ze doen is pillen voorschrijven. Pillen om op te staan, pillen om te slapen en pillen om naar de wc te gaan. Oud worden is nergens goed voor. Ik ben al blij dat er nog eens iemand luistert. Stilte Jonge vrouw: Mag ik dan eens iets vragen? Oude man: Vragen staat vrij, juffrouw. Jonge vrouw: Heeft u dan geen kinderen waar u bang voor bent? En hun toekomst? Oude man: Och, kinderen, daar ben ik nooit aan begonnen. Ik wou wel, maar de juiste tegen komen was niet simpel, nog zo’n een probleem dat de wereld niet uit is denk ik. Jonge vrouw: Ok, maar er zijn toch wel jongere mensen die je graag ziet? Oude man: Met die corona zie ik niemand meer. Onze Jonas en Koen, de kinderen van mijn overleden zus, die hoorde ik soms nog wel. Maar nu, met al dat gezoom, dat is niets meer voor mij. Jonge vrouw: Maar die familie van u, die gaan toch al die problemen nog krijgen met de opwarming van het klimaat. Dat moet u toch iets kunnen schelen? Oude man: Waar ik mee bezig ben dat is hoe ze van Vlaanderen terug iets fatsoenlijks gaan maken. Iets waar je trots op kan zijn. Jonge vrouw: Je kan toch trots zijn op nieuwe windmolens of zo? Oude man: Je begrijpt me verkeerd, vroeger werden er echte projecten aangelegd. De autostrades waar wij met onze wagens over konden rijden, heel het land door tot in Echternach toe. Dat is toch iets heel anders dan van die mottige blauwe panelen op een dak laten leggen door Polen. En het is niet alleen de infrastructuur, het is ook wie in dat land leeft. En wie dat daar echt in thuishoort. Jonge vrouw: Dus eerst het klimaatprobleem ontkennen en nu ook al een racist. Ik ben blij dat ik mijn broodje op heb. Oude man: Ah, dat mag ook al niet meer gezegd worden dat alle grenzen openstaan. Jonge vrouw: Iets zeggen, wil niet zeggen dat het klopt. En nu moet ik echt vertrekken, meneer. Oude man: Allez, blijf nog even. Jij bent de eerste waar ik mee heb gepraat in een week. Jonge vrouw: Ik heb afgesproken met een vriendin, ik heb juist al een berichtje gestuurd dat ik ben vertrokken. Oude man: Typisch de jeugd: veel grote woorden maar als ze eens echt iemand kunnen helpen, dan kunnen ze niet rap genoeg weg zijn. Jonge vrouw: Meneer, ik ken u niets eens, ik heb hier alleen maar vijf minuten naast u gezeten omdat ik mijn broodje wou opeten. Ik vind dat ik al lang genoeg naar uw negativiteit heb geluisterd. Oude man: Wacht maar tot je mijn leeftijd hebt, voor elk probleem moet je bellen en hopen dat er iemand komt. Dat uw horizon zo klein is geworden dat je al gewoon blij bent dat je een zonnetje ziet. En dat ruziemaken met een juffrouw in het park het hoogtepunt is van uw dag. Jonge vrouw: Ik had niet zo moeten roepen meneer, ik vind het echt wel erg en zo voor u. Dag hé. Oude man: Ja, allez, prettige dag dan nog hé.

bartdg
43 4

Kerstdialoog

# SCENE 1VERTELLER: HET WAS EEN DONKERE DECEMBERAVOND. JEZUS WAS NET GEBOREN EN DE DRIE KONINGEN KWAMEN AANKLOPPEN, ZEIDEN "WE HEBBEN EEN PAKKETJE VOOR EEN ZEKERE JEZUS" EN TRAPTEN HET TOEN WEER AF. JOZEF WAS DE KONINGEN UIT AAN HET WUIVEN EN MARIA VOEDDE HET HEILIG KIND. THANS, DAT PROBEERDE ZE. JEZUS: MENS, JE ZIET TOCH DAT IK GENOEG HEB!MARIA: JOZEF ZEI DAT JE GOED MOEST ETEN.JEZUS: DAT BESLIS IK WEL. HAAL DIE TIET NU MAAR WEG.MARIA:  MAG IK JE VASTHOUDEN?JEZUS: NEE.MARIA: WIL JE EEN DEKENTJE?JEZUS: IS HET SATIJN? ANDERS NIET.MARIA: IK KAN JE DICHTER BIJ HET VUUR ZETTEN.JEZUS: NEE DANKJEWEL. DE HEILIGE GEEST ZAL ME WEL WARM HOUDEN. WAAR IS DIE OUWE NU? TOCH NIET MET- HEY! DA ZIJN WEL MIJN CADEAUS!MARIA: KIND TOCH, JE MAG WEL RESPECT TONEN!JEZUS: PARDON? IK BEN DE ZOON VAN GOD, TOON MIJ MAAR WAT RESPECT, ALS JE NAAR DE HEMEL WIL.MARIA: *HUILT* #SCENE 2VERTELLER: EEN VERWAANDE JEZUS LIET MARIA WENEN, EN ALGAUW KWAM JOZEF BINNENGEWANDELD MET ZO ZIJN EIGEN PROBLEMEN. JOZEF: O MARIA, WAAROM WEENT GIJ? EN BELANGRIJKER, WAT IN  DAVID'S NAAM IS MIRRE EIGENLIJK?MARIA: GEEN IDEE, ZET HET MAAR  MET DE ANDERE GIFTEN LANGS HET ZOUT.JOZEF: EN WAAR STAAT DIE?MIARIA: LANGS DE LAMSBOUTEN.JOZEF: EN WAAR STAAN DIE?JEZUS: KOMT HIJ TOCH NOG OPDAGEN, DE FARIZEEËR. DOE DE DEUR DICHT, JE BENT TOCH NIET IN EEN KERK GEBOREN?JOZEF: EXCUSEER MIJ, O HEILIG ROTKIND.JEZUS: AH, GAAN WE ZO BEGINNEN?VERTELLER: OP DAT MOMENT KWAM ER EEN ENGEL TEVOORSCHIJN. ZO UIT HET NIETS. ENGEL: MANNEKES!JOZEF: WIE IS DAT NU WEER? NOG ÉÉN ONUITGENODIGDE BEZOEKER, EN IK STAMP IEDEREEN MET ZIJN KLIKKEN EN KLAKKEN BUITEN. EN WAAR STAAN DIE VERDOMDE LAMSBOUTEN NU?ENGEL: DAAR! NAAST HET BLOEM. ZAL IK HET WEL MET EEN VINGERKNIP OP ZIJN PLAATS TOVEREN. MAAR NU BELANGRIJKER DINGEN. GOD IS AL DIEP TELEURGESTELD IN JOU, JEZUS. JE MOET HET GOEDE VOORBEELD GEVEN, NIET EEN TRUT UIT MY SWEET SIXTEEN UITHANGEN.JEZUS: WAAROM LAAT GOD ME GEBOREN WORDEN IN EEN STAL BIJ DIE TWEE FIGUREN? EN WAAROM KAN IK NIET MEE MET DE DRIE KONINGEN? DAT ZOU EEN RELIGIE STARTEN VEEL GEMAKKELIJKER MAKEN.ENGEL: WELKE DRIE KONINGEN? DIE MOET IK NET GEMIST HEBBEN.JOZEF: DIE MET HUN.. GAARNE ZOU IK HUN BESCHRIJVEN, MAAR IK BEN BANG DAT IK RACISTISCH OVERKOM.JEZUS: ZWIJG DAN MAAR.ENGEL: IK ZAG ALLEEN MAAR DRIE VERKLEDE KINDEREN.JEZUS: WAAROM HEBBEN ZE DAN GOUD, WIEROOK EN MIRRE MEEGEBRACHT?ENGEL: OH NEE.. VERTELLER: ER WERD OP DE DEUR GEKLOPT EN  EEN ROMEINSE SOLDAAT KWAM BINNENGEMARCHEERD. JOZEF: NOG IEMAND? NU IS HET GENOEG GEWEEST! VERTELLER: JOZEF GING MET EEN GEHEVEN BORSTEL RICHTING DE ROMEIN MAAR DE DIE TROK ZIJN ZWAARD. JOZEF BEGON SPONTAAN DE VLOER TE BOENEN EN FLOOT EEN DEUNTJE. ROMEIN: HEEFT IEMAND HIER MIJN GOUD, WIEROOK EN MIRRE GEZIEN? DRIE KINDEREN HADDEN HET GESTOLEN EN IK ZAG ZE NAAR HIER LOPEN.MARIA: DAT LIGT NAAST HET BLOEM. JOZEF, HAAL HET EENS.JOZEF: VERDOMME!ENGEL: OEI, DIE KOMT DRIEËNDERTIG JAAR TE VROEG.JEZUS: HELA! IK HEB DIE CADEAUS WEL GEKREGEN, ZE ZIJN VAN MIJ.ROMEIN: NU TERUGGEVEN, OF IK MAAK HIER IEDEREEN KAPOT!JEZUS: DOE DIE ANDERE MAAR KAPOT, EN BRENG ME NAAR JE LEIDER. IK BEN NAMELIJK DE ZOON VAN GOD.MARIA: NEE, NEEM HET KIND MAAR MEE, SAMEN MET JE SPULLEN. IK HEB VAN BEIDE GENOEG. HAD IK MAAR EEN DOCHTER GEKREGEN.JOZEF: WAAR LIGT HET BLOEM OOK ALWEER?ENGEL: EN NU IS HET GENOEG! IK KIJK ROND EN IK ZIE GEEN FAMILIE. IK ZIE GEEN GROEP MENSEN DAT ELKAAR STEUNT EN IN ELKAAR GELOOFT. IK ZIE EEN GROEP LUILAKKEN EN VERWENDE KINDEREN DAT VECHTEN. EN VOOR WAT?  IK BEN DIEP TELEURGESTELD IN JULLIE. GOD IS DIEP TELEURGESTELD IN JULLIE. CIAOKES BYEKES! #SCENE 3VERTELLER: ALLES WERD DONKER. EN TOEN JOZEF, MARIA EN JEZUS WEER WAKKER WERDEN, WAREN DE ENGEL EN DE ROMEIN VERDWENEN. NET ALS DE CADEAUS. NET ALS DE SOEP LANGS HET ZOUT.JEZUS: DAAR ZIJN WE DAN; GEEN HEMEL, GEEN CADEAUS, NIET GEZEGEND MAAR OPGESCHEEPT MET ELKAAR.MARIA: ZELFS DE SOEP IS WEG. HET IS ALLEMAAL MIJN SCHULD.JOZEF: ALS IK NU WIST WAAR HET ZOUT LAG WAS DIT NOOIT GEBEURD.JEZUS: NEE, HET IS EIGENLIJK MIJN SCHULD. ALS IK NIET ZO VERWAAND WAS GEWEEST..   VERTELLER: EN TOEN JEZUS DIE WOORDEN ZEI, KLIKTE ER IETS IN ZIJN HOOFD. HIJ WIST WAT HIJ OP AARDE DEED. EEN AARDIGE PRESTATIE, ZO EEN MOEILIJKE VRAAG AL OP JE GEBOORTE KUNNEN ANTWOORDEN. DE SPIRITUELE DOORBRAAK WAS HET EQUIVALENT VAN TIEN ZELFHULPBOEKEN EN EEN FOLDER OVER IKIGAI TOEPASSEN. JEZUS: HOE KAN IK HET TERUG GOED MAKEN? VERTELLER: TOEN BEDACHT MARIA DAT ZE DE ZOON VAN GOD HAD GEBAARD. EN DAT HIJ NAAR DE WERELD GESTUURD WAS, NIET OM TE LEIDEN, MAAR OM TE DIENEN. MARIA: JOZEF HEEFT ARTROSE, KUN JE HEM NIET GENEZEN?JEZUS: IK ZAL BIDDEN VOOR HEM.MARIA: EN IK HEB LAST VAN HAARUITVAL.JEZUS: GEEN ZORGEN DUTSKE, KOMT GOED.MARIA: EN DE EZEL, HIJ MANKT TEGENWOORDIG ZO ERG.JEZUS: ZEG, NU NIET GAAN OVERDRIJVEN! STRAKS MOET IK JE WATER NOG IN WIJN VERANDEREN! VERTELLER: JOZEF HAD DIE AVOND GEEN REVELATIE. ACH JA, DAAR HAD HIJ ZIJN THERAPEUT VOOR. VERTELLER: EN ZO GESCHIEDDE HET.  ALLE DRIE BELOOFDEN ZE SAMEN TE WERKEN. JEZUS WERD NEDERIG, MARIA NAM ALLES WAT MINDER PERSOONLIJK EN JOZEF LEERDE VERDER KIJKEN DAN ZIJN NEUS LANG WAS. TOEN ZE DE VOLGENDE OCHTEND WAKKER WERDEN EN JOZEF ZIJN SCHOENEN AAN WOU DOEN, VOELDE HIJ DAT ER IETS IN ZAT. JOZEF: WAT IS DAT NU WEER? VERTELLER: DE HEILIGE GEEST HAD EEN CADEAU GEZET IN ELK VAN HUN SCHOENEN. BIJ MARIA ZAT GOUD, BIJ JOZEF WIEROOK EN IN HET KLEINE SCHOENTJE VAN JEZUS ZAT DE MIRRE. MARIA: WE HEBBEN ONZE CADEAUS TERUG!JEZUS: NOG BETER, WE HEBBEN ELKAAR TERUG. JOZEF, ZET DIE CADEAUS MAAR LANGS HET BROOD! VERTELLER: EINDE  

Stelselmatig
0 0