Zoeken

Dankbrief

Beste Sara Deze brief is om je te bedanken. Het was voor mij zeer bevreemdend om iemand onbekend toe te laten en zulke persoonlijke zaken te vertellen, maar toch was ik vanaf het eerste moment op mijn gemak. Ondanks de intieme aard van de gesprekken en de sterke zelfreflectie die je van me vereiste, verliepen de sessies zeer ongedwongen. Dat je dat voor iemand als mij in zo een omgeving kon creëren is sterk, zeer sterk. Misschien had je de situatie mee, misschien was het een toevallige klik, misschien is dat wel net jouw kwaliteit, of misschien ben je gewoon zeer goed in je vak.. wat het ook was, het was zeer bevrijdend, en daarvoor wil ik je oprecht bedanken. Ik heb me al afgevraagd of ik het zo aangenaam vond omdat het allemaal over mij ging, omdat ik alle aandacht kreeg, maar dan maak ik me de bedenking dat ik het helemaal niet leuk vind om in het middelpunt van de aandacht te staan, dus dat biedt ook geen verklaring. Het enige noemenswaardige dat ik in de gesprekken bij jou gedaan heb, is eerlijk en open communiceren -iets dat beter iedereen zou doen, ook al doet dat soms pijn.  Een beetje meer eerlijkheid zou zonder al te veel moeite al snel een veel mooiere wereld maken! Eerlijkheid vergt voor mij wel minder inspanning dan mezelf erkennen voor wat ik kan, of zoals jij het zei, mijn ‘wauw’ momenten opsommen. Na lang nadenken kwam ik samen met jou tot drie momenten, waaruit bleek dat ik uitdagingen opzoek. Bijzonder frappant daarbij was de vaststelling dat ik enerzijds wel een uitdaging lijk te zoeken, maar het anderzijds ook niet te veel moeite mag kosten precies - misschien is het wel net dat laatste dat me heeft genekt en is die gemakzucht mijn eigen bron van ongeluk geworden? Het is me dankzij jou duidelijk dat ik me meer moet focussen op mijn creatieve kant, dat dit ook waardevol, of zelfs belangrijk is voor mij, om gelukkig te zijn. Ik maak mezelf wijs dat ik geen verdere stappen in die richting zet omdat ik vind dat creativiteit ‘slechts’ een hobby kan zijn, maar de echte reden is angst. Zowel om te falen, als de angst dat dit nooit een job kan uitmaken waar je welvarend mee kan zijn; een waarde die ik hoog in het vaandel draag. Wat verder ook duidelijk naar voor is gekomen uit jouw vragenvuur is dat ik gemakkelijk analyseer. Echter, als je alles overdenkt, dan durf je niet meer te ondernemen, want er is altijd wel een reden om het niet te doen. Er is altijd een risico en dan is er altijd weer die zelf gecreëerde faalangst en gemakzucht. Stick to what you know, dat is veilig en zeker, maar geeft natuurlijk weinig ruimte voor initiatief en creativiteit. De natte droom is en blijft nog steeds één écht origineel idee hebben, Sara. Het ‘gat in de markt’ idee: iets innoverend, iets nieuws, iets wereld verbeterend, iets lucratiefs… Alles ineens dus!  Maar misschien ben ik daar te streng voor mezelf en is ideeën aanpassen of verbeteren ook creatief werk. Immers, alles is al eens gedaan, en is deel van het collectief geheugen. Misschien heb ik wel een ondersteunende in plaats van een innoverende functie in het leven. En misschien is dat ook gewoon wel oké. Wat het ook zij, het resultaat van wat ik doe moet indruk maken, dat lijkt belangrijk te zijn voor mij. Ik vraag me dan af of niet iedereen die erkenning opzoekt, zeker als ze iets creëren, maar ik heb dat voorheen nooit echt durven toegeven voor mezelf. Het is een realisatie die uit onze sessies voortkwam, en dus alweer een reden om jou deze brief op te maken. Maar laat ik eindigen met het mooiste compliment van al: je hebt me overtuigd van iets. Mijn ervaring tot hiertoe met professionele begeleiding is dat ik steevast de therapeut doorzag en het meer een psychologisch spel werd, dan dat het een hulp was. Bij jou stelde ik me daarentegen verbazingwekkend genoeg meteen open en je gaf me de middelen om mezelf de juiste vragen te stellen. Je hebt me niet alleen geholpen, je hebt me ook doen geloven in wat jij doet. Ik vermoed dat dit is omdat jij dat goed doet. Bedankt.

Iljavdb
12 0

Papa

ze zeggen dat er vijf stappen zijnom om te gaan met dees soort verdrietontkenning, onderhandeling, woede, depressie en het onuitstelbare aanvaarden in't laatmaar in al deze -ik noem t pijn- kan ik u zeggen papaik geloof t niet ... ik ben alleen maar kwaad ik ontken niet dat dees u overkomt..ik onderhandelde wel, op brommertaxis in pataya bad ik tot welke god dan ook dat nadat uwen teen bewoog ge mijn stem zou herkennen en mijn geur ook rook, en in mijn gedachten ging uwe wil, om er voor mij te zijn, er voor mij te blijven, blijven alsof dage tot dan zou wachten om teken te geven al wast maar met één oog, zodat ik meer zou hebben om te hopen dan alleen die ene teen die dat bewoog der rest mij niks dan kwaad zijnkwaad op alles en iedereen want ik wil niet aanvaarden dat net nu alles terug ok is, ge mij hier zou achterlaten, moederziel alleenik ben kwaad op alle mensen die u beter kennen dan ik,ik ben kwaad op alle plaatsen waar ge vaker kwammaar ik ben vooral kwaad op u , om dage daar zo ligtlevenloos..  verslagen..  tam!!!! gij die zo onsterfelijk leek gij die ons beloofde dat onkruid niet vergaatgij die nooit op u horloge keek alsof oud worden niet voor u opgaat gij met al u grappen, u gelach en u lawijt gij die "nooit" fouten maakte en leefde zonder spijtgij die beweerde ge leeft maar ene keeroch papa van al uw fouten doet die nog t meeste zeer  leven doe ge al u dagen zelfs als ge niks doet leeft ge nog en al zit t er is tegender is altijd morgen nogleven kunt ge zonder moeitege ga slapen , ge staat op maar papa, sterven is eenmalig dan zijn al u morgens ophier ligt ge schoon met uwen uitlegwaar is nu u masterplanhebt ge nu nen uitweg of was dit het dan? ik heb u tijdens uwe coma ne kus gegevenen gezegd dak u graag zien dak u nog ni af wil geven en heel veel spijt heb van alle ruzie voordienwant ze zeiden dage alles opnamwat wij daar zeiden tegen u dage alles opsloeg woord voor woord maar papa had toch wakker geworden dan had ik t u muug gezegd zodat ge t ook int echt had gehoordge leerde mij de beatles, die ik niets vondte apprecieren en toen ik elf was en we samen woodstock keken hebt ge mij hun nummer door joe cocker van buiten doen lerenen toen we samen naar Richie havens improvisatie van freedom staarden ontwikkelde ik mijn zwak voor bakkebaarden..ik ga u zo hard missen , daar zijn geen woorden voor, en om van u afscheid te nemen, bestaat geen groot genoeg kooruwe smaak is veel te eigen , te goed, te authentiekdaarom fuck protocol en gewoontewie wij vandaag afgeven was niet gewoon iemand ziekge zij nen held voor zoveel mensen ne speciale, ne rasechte artiest daarom spelen we vandaag wat gij graag hoorde voor u geen dodemansgedoe, geen doodgezongen triestik wil vieren da ge geweest zijt papa, niet treuren dager aan mist ik dacht aan Herman Brooddie zij treur niet maak ervan nog een feest.ge zijt voor mij mijn ouder, mijn papa,mijn karakterfoutje, mijn Belgie Antwerpen, Patayain mijn hart leeft ge nog t meest.door u heb ik leren discuteren, tot grote ergernis van iedereen die mij kent door u leer ik ook mezelf analysereniets wat gij ondanks wat ander denken, blijven doen bent ik heb spijt van veel dak gedaan heb dat niemand weet , of iedereen kan zien en kijk , maar waar ik wel heel trots op ben is dat ik in heel veel dingen op u lijkik zie u graag papa dat verandert nooit niet meer en dat ik u nu stap vijf moet nemen doe mij heel, heel heel veel zeerik blijf kwaad ondanks alles, al is maar om u plezier te doen want de kus die ik u laatst gaf is niet mijn laatste zoenik ga alles wat ge mij geleerd hebt meenemen en u laten zien dat ambetant klein joenk van u is niks vergeten en ik pak alles wak verdienergens blijf ik denken dat dees een grap is als voordien gelijk voor t u zo grappig isdage ergens achter nen hoek verstopt naar mij stond te zienom te kijken of ik u wel mis,  om dan van zodra t echt is , en ge mij kunt wenen zien ge naast mij springt en roept slip slip boeleke, bleter , ge moet toch beter weten...papa zou u toch niet echt vergeten ook al lees ik dit nu, zogezegd dager niet zijt in gedachten ziek u hier vanachter staanmet een been tegen de muur, gelijk in alle zalen waar der werd geveildaandachtig maar met zwans, zie ik u alles gade slaan. ik moet niet vragen waar ge zit papge zit in alles wat ik mij herinner , in de na veel gebedel verkregen sjaal, ge zit in mij papa, in heel mijn leven , mijn heel geleefd en nog  te leven verhaal ik neem geen afscheidik hou je altijd bij me voor altijd u kleinste

Esje Volter
289 1

Gevoelens in de schaduw

Een regenachtige dag met hier en daar plasjes op het voetpad. Hoezeer ze ook oplet stapt ze soms in een plasje en kan het opspatten niet vermijden. Dan loopt ze plots naar een plasje toe en springt met kracht erin zodat al het water rond haar opspat in duizenden druppels. Na enkele danspasjes in het plasje staat ze plots stil en kijkt heel beduusd. Ook haar spontane lach was weggestorven toen ze stilhield. "Dit past niet echt bij me hé" zei ze. En keek naar de grond. Nochtans paste een lach het mooiste bij haar... Haar leven zag er heel anders uit dan leeftijdgenoten. De verantwoordelijkheid die ze droeg woog zwaar op haar frêle schouders. Als haar vrienden vroegen welk haar lievelingskleur was, streden de antwoorden met elkaar. Wat ze ook antwoordde, het leek nooit het goede antwoord. Ze las de boeken over astronauten niet omdat ze er van hield maar wel omdat iemand van wie ze hield op deze manier dichter bij haar was. Als iemand haar naam op een welbepaalde manier uitsprak kreeg ze tranen in haar ogen. Steeds probeerde ze aandacht te geven aan dingen waarvan haar papa hield, waarvan haar oudere broer hield en waarvan haar jongere broer hield. Op een dag zei ze dat ze niet aan hun alle drie tegelijk kon denken. Dat wanneer ze dat alsnog probeerde haar hooft uiteen leek te spatten. Vandaar dat ze voor elk van hen een dag had uitgekozen waar ze zichzelf toestand om aan elk van hen één voor één te denken. Het was ook geen gemakkelijke opgave om als achtjarige al deze verliezen een plaats te geven. Papa was er niet meer. Grote broer was ook weg. Haar kleine broertje die een jaar jonger was dan haar, was er ook niet meer. De leegte die ze achterlieten bij haar was niet met woorden te beschrijven. Vandaar dat ze haar verdriet in deeltjes wilde beleven. Elke dag nam ze een stukje afscheid van één van hen. Probeerde zo haar verdriet een plaatsje te geven. Soms was dat het lezen van hun lieveling verhaaltjes. Andere keren koos ze voor hun lievelingskleur. Of zelfs het kiezen van hun lievelingseten. Zo begon ze de leegte die ze achtergelaten hadden op te vullen. Met de tijd leek ze sterker te worden. Ze begon zich als een normaal kind te gedragen en af en toe lachte ze zelfs. Maar er was niet veel nodig om haar rust te verstoren... Vertaald uit "Gevoelens in de schaduw" (Gölgedeki duygular) Nerkiz

Nerkiz Sahin
38 0
Tip

beste dokter

Beste dokter, U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor. Anderhalf jaar geleden was ik bij u voor een ingreep. Ik vermoed dat u zich mij niet herinnert, en dat begrijp ik. Uw werk zal niet altijd gemakkelijk zijn, u ziet veel mensen en af en toe een beetje lichtvoetigheid werkt prettiger. Maar zo voelt het natuurlijk nooit voor uw patiënten. Ik weet de precieze dag nog, en het uur. Er waren drilboren aan het werk op de Rooseveltplaats die de stenen en de aarde omwoelden, en de lucht was grijs van het stof. Ik vond dat wel toepasselijk. In het onpersoonlijke kantoorgebouw durfde ik amper op de knop van de derde verdieping drukken toen er twee maatpakken in de kleine lift stapten. De wachtzaal baadde in de zon en was bevolkt door een oudere vrouw die haar blik strak op haar magazine hield, een stil jong koppeltje en dit hoopje ellende. Ik kan mij haarscherp herinneren hoe ik u vertelde wat er gebeurd was, en hoe u keek tijdens dat eerste consult, want daar kon ik zeven lange zondige dagen op kauwen. Ik weet dat die zeven dagen niet uw schuld zijn. U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor.  Maar nog meer dan dat eerste consult, werden de woorden die u tijdens de ingreep zei gegrift in mijn ziel. Ik droeg ze mee, terug de auto in, naar huis, in mijn bed, en op lange wandelingen in een poging ze te laten vervliegen in de zeelucht. Toen ik daar lag met mijn voeten in de beugels en ‘ad ultimum’ mijn akkoord nogmaals moest ondertekenen, vroeg uw assistente langs haar neus weg of ik die vrouw was die niet had gevoeld dat haar man geen condoom had gebruikt. U schoot in de lach. U knikte en hikte van het lachen. U vroeg aan mij hoe dat in godsnaam mogelijk was, en ik merkte dat u niet van mijn verhaal geloofde. Had ik meteen kunnen zeggen dat ik dat ongepast vond? Waarschijnlijk wel. Maar de schaamte-inductie van de zeven dagen wachttijd had zijn werk gedaan. Ik begreep plots ook niet meer hoe die zinnenprikkelende warme zomeravond met iéts teveel wijn ooit werkelijkheid had kunnen zijn. Hoe het leven in mij plots wakker was geworden en ik alles had toegelaten in een wervelende omhelzing waar geen plaats meer was voor praktische beslommeringen.Ik had te veel vertrouwen en te veel wijn. En blijkbaar een dove foef.  De tweede assistent kwam in de kamer, en er werd mij gevraagd om het verhaal ook aan haar te vertellen. Had ik dan op de rem moeten drukken? Zeker. Maar luttele minuten later zou u met een zuigdarm in mijn baarmoeder binnendringen, en dat “zou wel eens pijn kunnen doen”. Dan wil je de handen die die darm bedienen liever te vriend houden, dus lach je mee.  Mijn psycholoog sprak van post traumatische stress. Natuurlijk valt er iets voor te zeggen dat dat lag aan de hele ervaring en niet louter aan uw aandeel. Misschien, maar ik wandelde van De Panne naar Nieuwpoort en ik kon mezelf vergeven. De hulpeloosheid die ik voelde op die tafel, onder uw handen, kreeg ik niet uitgewist.  Ik weet het, u bent de vijand niet. U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor.  Maar als u de komende jaren één keer uw tong omkeert voor u lichtvoetig grapt ten koste van een vrouw die net zeven dagen nadacht heeft of ze haar kind op aarde zal zetten dan wel aan de aarde zal toevertrouwen, zal die dankbaarheid ook juist voelen.   Met vriendelijke groet,   uw patiënte.

Tine Tytgat (2)
265 12

Na corona

In een wereld waar corona slechts een pijnlijke herinnering is, vind je mij terug aan het begin van een opnieuw bruisende Overpoortstraat. Eventjes blijf ik pal in het midden van de straat staan. Ik adem de nachtelijke bries diep in door mijn neus, nu die nog vrij is van bier en overgeefsel, en laat dit moment helemaal door me doorsijpelen. De feestlichtjes achter de namen van befaamde cafés, pruttelen na lange duisternis weer aan.   Ik draag zwart, om in de menigte op te gaan. Maar glinsters in mijn tenue en boven mijn ogen lichten me een beetje op als een eenzame ster in de donkere ruimte. De studenten hebben hun eenzame lockdownleventjes achtergelaten en komen hier allemaal dorstig en bloedgeil samen. Elk heeft zijn favoriete plekje waar de alcohol rijkelijk vloeit en lichamen al dansend één passioneel wezen vormen. En ook ik laat mijn lichaam zijn vrije wil gaan en beaam mijn glas nooit leeg te zijn.   Strevend naar het perfecte dronken zijn, dat voelt als een hartslag die gelijkloopt aan de muziek. De tijd rondom me vertraagt. Duistere silhouetten, die af en toe fel verlicht worden, dansen in slow motion. Enkel de aanraking van een vreemdelings hand op het naakte stukje huid tussen mijn topje en broek, brengt me terug naar de werkelijkheid. Ik kijk op tussen lange wimpers naar ogen achter dikke wenkbrauwen. Het alcoholgehalte in mijn bloed doet enkel zijn lippen scherpstellen.   Dit is een dans. Een dans die niemand me hoefde aan te leren. Een dans die ik kende sinds de eerste keer ik mijn reflectie zag in mijn vaders ogen. Mijn partners waren prinsen en onbekende artiesten, Griekse goden en clowns. En elk van hen ervan overtuigd mij te leiden. Maar het is altijd mijn dans. Ik maak de eerste zet, wat niet eens een zet is. Het is mijn dans en ik heb het uitgevoerd met finesse en verlaten met ontelbare partners. Enkel hun gezichten veranderen.   In de rij naar het toilet word ik beste vriendinnen met het meisje naast mij. Een vriendschap die helaas maar een selfie lang blijft bestaan en wordt afgesloten met een kus op de mond. In de echo van iemands laatste smeekbede naar meer shots, bevind ik me naar de uitgang, om er de eerste zonnestralen aan te treffen. Geparfumeerd met gespilde dranken in mijn kleren, baan ik mij een weg naar huis. Ik plof er neer in mijn stoffen nest, om al lachend in een nog andere wereld op te gaan.

Ari
9 0

De late tirade

cajetana@kloosterorde.com Dag non Cajetana, Het zal u choqueren dat ik u niet met eerwaarde zuster aanspreek. Die schijnheiligheid zal u bij mij niet vinden. Ik herinner me onze eerste ontmoeting nog goed: samen met mijn moeder om mij in de nieuwe school in te schrijven. “Hier valt niemand uit de toon.” Dat zei u, onmiddellijk gevolgd met: “Je wordt geholpen om in het gareel te blijven.” Ik was pas naar hier verhuisd, amper negen! Spionnen had u genoeg, in dat dorpsschooltje van u. Het zal u verheugen te vernemen dat ik zware nachtmerries had, dromend over neonlicht in mijn gezicht geschenen.  Beschuldigde sta op! Waarom? Ik probeerde zo grijs mogelijk te zijn zoals de rest van uw kudde. Niets baatte. De rotte appel, die moest verwijderd worden. Dat herinner ik me het beste. In een schaal met mooie gave blinkende appels moet de harmonie behouden blijven. Stelde dat een metafoor voor? Wat had ik in hemelsnaam fout gedaan? Dat hoorde ik nooit. Ik was alleen een gemakkelijk slachtoffer, om uw frustratie op te botvieren. Waarom u zo graag uitblonk in uw specialiteit, mij of een andere enkeling eruit te halen als voorbeeld, wil ik niet meer weten. Nu ben ik aan het woord. Het gezegde gaat, al wat je zegt, ben je zelf. Heel toepasselijk voor u. Moge dus uw rottigheid u verteren tot in de diepste lagen van de aarde en nooit meer zichtbaar worden.   Het ga u slecht of goed. Wat dan nog? Waarschijnlijk bent u toch al lang weggerot en ergens in die hemel van u om de gunsten vechtend van uw aller Geliefde. Ik benijd Hem niet. Hoewel ik denk dat een goede beurt in de hel u meer goed zou doen. Tot nooit meer.

Anemos
10 1

Brief aan mijn psychiater

Ik at vandaag een overrijpe peer en vergat mijn medicatie te nemen. Dat waren allebei aangelegenheden met een bijzonder gevolg. Het vruchtvlees van een overrijpe peer is vaak korrelig en dat vind ik vreselijk. Om de smaak zo snel mogelijk weg te krijgen stak ik alles wat ik in mijn vrijwel lege ijskast kon vinden in sneltempo binnen. Een stuk gesmolten en terug uitgedroogde kaas, een potje mango-yoghurt waarvan het dekseltje al bol stond en een stuk rauwe paksoi. In mijn blinde paniek vergat ik dat ik nog een grotere hekel heb aan paksoi dan aan overrijpe peer, maar toen ik het me realiseerde was het te laat. Plots proefde ik alleen nog de tongkus van mijn vorige geliefde die wel graag paksoi at en er elke week een uit de winkel meebracht, ook al vroeg ik keer op keer om dat niet te doen. De smaak van die vorige geliefde deed me kokhalzen. Ik gaf drie keer over en ging toen op de koude badkamervloer liggen tot de stenen warm en ik koud waren geworden. Geen idee hoeveel tijd er voorbij was gegaan. Toen ik opstond, voelde ik die zware mist in mijn hoofd optrekken. Die mist die niet in woorden te vatten is maar die oorverdovend een chemisch onevenwicht in je hersenen aankondigt. Nu ik erover nadenk weet ik niet goed of het wel mist is, en geen vijf meter sneeuw. Het resultaat is namelijk hetzelfde: je zit vast, opgescheept met jezelf, en je kan niets doen. Probeer je dat toch, dan wordt je letterlijk en figuurlijk verpletterd. Als ik u dit zou vertellen zou u meteen mijn dosis verhogen, dokter. U zou zwijgen, knikken, schrijven. En ondertussen zou ik die nieuwe tennisbaan in uw tuin betalen, bij elke seconde die wegtikte. Tachtig euro per kwartier. Nog eens twintig voor de nieuwe pillen. En mijn koelkast is al zo leeg. Daarom ben ik gestopt met onze afspraken, dokter. Nog meer sneeuw kan ik niet aan. Geen zorgen dokter, ik zal u schrijven. Dan hoeft u me niet te missen en hoeft u zich geen zorgen te maken. Het gaat goed met me. Op goede dagen drink ik koffie en kijk uit het raam naar de naakte overbuurman. De straat is te breed dus zijn piemel kan ik niet echt goed zien, maar zijn donkere rugharen vormen een pijl, van aan zijn schouders tot aan zijn bilnaad. Hij verschijnt altijd maar enkele seconden voor het raam, dus ik moet de hele dag op de uitkijk staan om hem niet te missen. Dat is een fijne bezigheid. En op slechte dagen lig ik op mijn badkamervloer, samen met dat chemische onevenwicht en die sneeuw. We hebben er al zo vaak gelegen dat we aan elkaar gewend zijn geraakt. Ik hoop dat u mij niet te erg mist, dokter. Het zal vast moeilijk zijn om me los te laten, maar voor u het weet is er iemand anders die elke vrijdag om 11 uur in uw wachtkamer zit wanneer u de deur opent. En ooit, dat weet ik zeker, kom ik weer bij u terug.

Annelies Leysen
78 7

Lifehack

Geachte heer, Mijn naam is Dory en ik ben gisteren bij jullie in de dierenwinkel geweest om een bokaal te kopen voor mijn goudvissen. Wellicht herinnert u zich mij nog wel want u hebt mij alle mogelijke aquariums getoond en uiteindelijk koos ik toch voor het eerste modelletje dat u me liet zien. Het is echt een prachtig ding. Mooi afgerond en van ongelooflijk helder en doorzichtig glas. Ik was uitermate tevreden met mijn aankoop en ben in mijn nopjes vertrokken. Ik kon haast niet wachten om mijn lieve schatten in hun nieuwe huisje te zien rondzwemmen. Pardon als het u grieft, maar ik had graag nog een tweede exemplaar besteld, exact hetzelfde. Ik zal u even uitleggen waarom ik dat nodig heb en hoe u er ook nog een aardig centje aan zou kunnen verdienen. Ik woon niet in de stad dus was ik met de bus gekomen en zoals iedereen weet, is het tegenwoordig verplicht om een mondmasker te dragen om te voorkomen dat we elkaar besmetten met Covid19. Ook bij jullie in de winkel droeg iedereen zijn mondmasker waarvoor ik u van harte wens te feliciteren! Mijn lange lokken draag ik meestal in een paardenstaartje, maar gisteren had ik besloten om alles los te laten hangen. Dat bleek een serieuze vergissing te zijn want er was zoveel wind dat mijn haren de hele tijd in mijn ogen waaiden en bovendien begon het toen ook nog eens te regenen. Ik kan u verzekeren: lange, natte haren die de hele tijd in je gezicht zwepen, niet leuk! Het was toen dat mijn fantastische idee ontstaan is. Uw prachtige visbokaal past perfect over mijn hoofd! Mijn haren geselden mijn gezicht niet meer en ze werden niet langer nat van de regen. Na een kwartiertje was mijn haardos helemaal terug droog. Bovendien kon ik de bus nemen zonder dat vervelende mondmasker want zowel ikzelf als iedereen rondom mij was perfect beschermd dankzij de kom die tot over mijn neus en mond reikt. Er was even een klein dampprobleem, maar dat is op te lossen door simpelweg krachtig te blazen. Het tweede exemplaar dat ik graag zou willen bestellen, is vanzelfsprekend voor mijn arme vissen. Die hebben nu nog steeds geen nieuwe bokaal en de oude vissenbak is echt versleten. Ik dacht u tevens een plezier te doen door deze lifehack met u te delen zodat u nog veel meer vissenkommen kunt verkopen aan mensen die hier ook wel graten in zien. Rest mij enkel nog een laatste vraagje: hoe krijg ik dat ding terug van mijn hoofd? Met vriendelijke groeten, Dory

Inge78
0 0

SLAAPZACHT

Liefste M.,   Het begint al meteen zoals het altijd begon: vanaf dit allereerste woord doe je me twijfelen… Hoe spreek ik je het beste aan: kan ik je liefste noemen? Of schrijf ik je beter aan met ‘beste’? Of misschien ‘heer’? Mijn-heer is geen optie. Je bent al lang niet meer van mij. Ik vraag me zelfs af of je ooit de mijne bent geweest. Liefste… Kan je ‘liefste’ gebruiken voor iemand die je ooit liefhad, ook al is dat heel lang geleden?En wat als die iemand op zijn beurt jou nooit echt lief had?   We kennen elkaar ondertussen niet meer. Hoewel ik jou nooit volledig heb gekend. We zouden elkaar nog wel her-kennen. Dat weet ik zeker. Beiden enkele kilo’s zwaarder, wat grijze haren rijker. Met hier en daar een rimpel die zich begint te nestelen in de plooien van ons gezicht. Wanneer we in elkaars ogen kunnen kijken, zullen we elkaar eeuwig herkennen. Zelfs al zijn we zo oud en versleten, dat we niet meer kunnen rechtstaan. Denk je ook niet? Mocht je me nu op straat tegen komen, zou je vriendelijk naar me knikken? Zou je zelfs een ‘Hallo’ voorzichtig over je lippen laten strompelen? Of zou je die lippen stijf op elkaar houden, blik op de grond, alsof je me niet zag? Me proberen te negeren, volledig te schrappen uit je verleden en doen alsof wij nooit zijn gebeurd? Ik geef eerlijk toe dat ik niet zou weten wat ik zou moeten zeggen. Er is in het verleden al zoveel gezegd…  Maar je praatte meestal langs me heen. Zonder echt te luisteren. Wanneer wist jij dat het definitieve einde was aangebroken? We hadden al veel breekmomenten gehad maar leken nooit volledig uit elkaars leven te verdwijnen. Er leek altijd iets voor te zorgen dat we elkaar opnieuw tegenkwamen of terug contact zochten. Of was het vooral ik, die telkens weer contact zocht met jou? Ik wist het die ene avond, in dat drukke café met die ene vriend van je.  “Wie is dat?” vroeg hij op mij neer kijkend. En ik zag dat je met je mond vol tanden stond. Toen was het duidelijk, dat je nooit hebt geweten wie ik voor je was en dat je ook nooit ging weten wie ik voor je kon zijn. Ik heb me omgedraaid, ben weggelopen en heb nooit meer omgekeken. Je vraagt je misschien af, waarom ik je dan nu plots na al die jaren schrijf? Ik sta er zelf van te kijken… Maar ik zat 3 weken geleden op de bus. Weet je nog, hoe leuk ik dat vond? Rustig rijdend. Altijd exact dezelfde route. Dag na dag, jaar na jaar. Een van de weinige zekerheden in het leven. Zachtjes rollen tussen de landschappen door. Gewoon op weg. Mijn hoofd de ruimte geven om volledig af te dwalen naar waar het ook wil, de buschauffeur die me brengt naar waar ik hoor te zijn. Ik keek naar buiten en zag hoe een blauwe reiger beheerst over het water met ons mee vloog. En uit het niks, stond je daar. Te likken van een ijsje met een meisje aan je zij. Compleet onverwacht. Ik was van het ene moment op het andere het noorden kwijt, letterlijk en figuurlijk. Ik wist niet meer naar waar ik onderweg was. Waar ik naartoe ging. Waar ik hoorde te zijn. En sindsdien ben ik de weg nog steeds kwijt. Ik had je jarenlang op het achterste bankje in mijn hoofd gezet. Je was nog altijd aanwezig maar meestal vergat ik dat je daar zat. Alsof je was ingedommeld en besloten had gewoon eeuwig te blijven slapen. Ik heb je nooit met opzet willen wekken. Ik vond het prima, jij verzonken in een diepe slaap. Maar door je daar te zien, schoot je ineens terug wakker. En nu loop je elke dag, elk uur, elke minuut rondjes in mijn hoofd. Ik heb al slaapliedjes voor je gezongen, je uren voor de tv gezet, je kilometers doen lopen tot je moest kotsen, je in tientallen warme baden ondergedompeld, ik heb je zelfs meermaals zat gevoerd. Maar je weigert consequent en persistent terug in slaap te vallen. En nu zit je daar, op de eerste rij met die belachelijke grijns op je gezicht. Die grijns waar ik ooit zo van hield die me nu doet walgen. Vakkundig als een chirurg ben je met een scalpel al mijn oude wonden weer aan het open snijden. Door al het littekenweefsel doet het zoveel meer pijn dan de eerste keer. Ik had ons hoofdstuk al lang afgesloten en weet ook dat er geen nieuw te schrijven valt. En toch… Toch zit je terug in mijn levensverhaal. Je hield van een paar van mijn kleine dingen. Hoe ik mijn haar in een dot draaide met een potlood. Hoe ik elke vogel die we zagen bij naam kon noemen. Hoe ik altijd felle kleuren droeg. Ik hield van al jouw kleine dingen maar het meeste van al, hield ik van je optelsom. Ik heb er tot nu toe nog nooit bij stil gestaan, maar sinds jij uit mijn leven bent draag ik geen felle kleuren meer. Misschien omdat ik permanent een beetje aan het rouwen ben. Wat heb je eigenlijk geantwoord aan die ene vriend? Wie was ik voor je? Wat waren ‘wij’ voor je? Het was zo vaak tasten in het donker. Al jouw muren onderzoeken in het duister, hopend om een lichtknop te vinden zodat ik je eindelijk helder kon zien en kon begrijpen hoe je echt in elkaar zat. Maar het meeste wat ik ooit heb gekregen, is schemerdonker. En in schemerdonker kan niets groeien. Zelfs geen onkruid.   Je weet net zo goed als ik dat deze brief voor altijd onverzonden zal blijven. Maar ik moest hem schrijven. Als laatste poging om je terug in slaap te krijgen.   Sluit nu alsjeblieft je ogen en dommel terug in. Want ik kan niet goed zonder, maar nog veel minder mét je leven.   Slaapzacht, liefste.   E.

LiBre (Wabliefjes)
22 0