Zoeken

De mist valt in zijn hoofd

  Met bevende hand houdt Patrick de deurknop vast. Hij gluurt naar buiten door het raampje van de metalen voordeur. Het is 6 uur 30 en hier en daar brandt er licht in een woonkamer. Voorzichtig opent hij de deur tot een kier en ademt de buitenlucht in, met kleine teugen want teveel lucht maakt ziek. Teveel lucht is vergif. ’s Morgens kan de lucht nog een beetje goed zijn. Er is de hele nacht weinig verkeer geweest en de mensen hebben geslapen. De lucht heeft zichzelf een beetje ontgift. Hij haalt een beetje lucht door zijn neus en analyseert de samenstelling. Het valt mee. Zijn hersenen versturen geen waarschuwingssignaal en zijn neus detecteert geen abnormale waarden. Patrick zet zijn longen iets meer open en ademt opnieuw, iets dieper dit keer. Met een klap smijt hij de deur dicht. Hij kucht, en kucht, en kucht tot hij er zeker van is dat elk stofje zijn lichaam opnieuw verlaten heeft. Hij roggelt de laatste resten in de lavabo want fijn stof kruipt overal. Smeerlappen. Waarom is de wereld zo geworden? Ziek tot in de kern. En iedereen doet zijn ding alsof er niets aan de hand is. Burgers vertrekken dadelijk naar hun werk: ze starten de auto, of nemen de fiets- dat is pas zelfmoord, of de bus, maar geloof me, ondanks de roetfliter komt er nog heel wat binnen. De wereld zal vergaan, maar niemand heeft het door! Iedereen zal ziek worden, binnen dit en tien, twintig jaar, maar ik laat me niet klissen. Ik blijf waar het veilig is.   Patricks hoofd begint te draaien. Hij wordt er gek van, compleet horendol. Al sinds zijn peutertijd is hij gevoelig voor allerlei stoffen, geuren, vreemde texturen, glibberig voedsel… Vandaag is hij een verbitterde veertiger, mensenschuw en heel alleen. Zijn moeder woont boven, maar die is drieëntachtig en dement. Als hij in haar ogen kijkt, kijkt hij in niemandsland. Haar blik is altijd mistig, en niet van hier. Zij woont allang niet meer op deze wereld. Drie keer per dag komt ze naar beneden, om te eten. Om 8u, om 12u en om 18u. De rest van de tijd kijkt ze televisie, en daarna slaapt ze de klok rond.   Zuiveren, ik moet mijn longen zuiveren. Patrick draait zijn hoofd schuin en opent de kraan. Spoelen, heel belangrijk. Alle schadelijke stoffen worden afgevoerd als je veel drinkt. Water maakt schoon, water is mijn beste vriend, de enige die me kan redden. Mijn bondgenoot in de strijd tegen ziektes. Patrick voelt zijn hoofd tollen. Oh nee, niet weer. Ik wil er niet aan denken, maar IK KAN NIET ANDERS.   fijn stof, vluchtige organische stoffen, dioxines, zware metalen methaan, ozon, EN DAN dIe oxides - stikstofoxides, zwaveloxides, koolstofmonoxide, Om nog maar te zwijgen van al de stoffen in het voedsel : OOK VOEDSEL KAN ZICH NIET VERSTOPPEN, WANT LUCHTVERVUILING KRUIPT OVERAL. OVERAL. Stop, ga weg! Boven wordt alles ijl, en Patrick trilt op zijn benen. Rustig, wind je niet op. Ga liggen. Patrick wil de leuning van de zetel grijpen, maar zakt ineen. De mist valt in zijn hoofd en het licht gaat uit.

Lili la bohémienne en rose
0 0

Ze zeggen dat ik gek ben.

Ik loop door de sneeuw en voel hoe de vlokken als donsveertjes mijn gelaat beroeren. Ik sluit mijn ogen en keer mijn gezicht naar de hemel. Ik doe een stap en zink een eindje weg. De sneeuw knispert onder mijn voeten. Ik doe nog een stap. Heerlijk. Ik open mijn ogen en neem de betoverende omgeving in me op. Het lijkt wel een kerstkaartje. De bomen zijn bedekt door witte sluiers en het gras is veranderd in een donstapijt. Ik buk me en maak een sneeuwbal, maar ik gooi hem niet weg. Er is hier niemand om hem naartoe te gooien. In deze witheid sta ik alleen. Ik kijk hoe de bal langzaam verandert in water. Mijn handen zijn koud en nat, maar dat deert me niet. Ik hou van dat gevoel. De winter. Het zit voor een stuk in mij. Ik lach en laat me achterover vallen. Zoals mijn moeder me ooit leerde, beweeg ik mijn armen en benen. Snel sta ik op en bewonder giechelend mijn sneeuwengel. Ik geef haar een handkusje en draai me om. Hikkend van plezier maak ik enkele danspasjes. Ik draai rond en rond en rond... en val, maar het doet geen pijn. Ik schaterlach en gooi de sneeuw omhoog. Als een jonge hond dartel ik tussen de witbestoven struiken. Zo mooi, zo mooi! De sneeuw blijft aan mijn huid plakken en ik lik de vlokjes van mijn handen. Het smaakt zout. Ik steek mijn tong uit en pluk de vallende sterren uit de lucht. Mijn lievelingseten. Zalig. Naast mijn voeten ligt een grote hoop sneeuw en ik besluit ter plekke om er een sneeuwman van te maken. Ik boetseer er de liefde van mijn leven van en kus hem langdurig. “Ik hou van jou.” fluister ik in zijn ijzige oor. De wind neemt me vast in een liefdevolle omhelzing en fluit me zijn antwoord toe. De wolken draperen een kanten bruidskleed om me heen. Ik ben gelukkig.   Ergens achter me hoor ik voetstappen en een kwade stem. Ik ken die stem. Ze verprutst alles. Ik negeer haar en sluit me af van de wereld. Het gevoel van vallende sneeuw op mijn huid is het enige dat telt. Het enige belangrijke.   “Lieverd, je moet toch echt wat aan doen als je naar buiten gaat hoor. Je kan toch niet zomaar in je blootje op het veld gaan rondspringen? Kom maar mee naar binnen. Kom.”   Ze trekt me naar binnen. Naar die andere witheid. Ivoren muren. Grijswitte kleding. Lijkbleke gezichten. En de gele geur van ammoniak.   Ze zeggen dat ik gek ben.

Fiona
32 0

Fictief verleden van een celebrity

Hij was altijd al klein van gestalte geweest, vooral in de leeftijd tussen 0 en 13 jaar. Maar ook daarna wilde het niet lukken. Hij kreeg nochtans schoppen tegen zijn achterste - meer als dat hem lief was, eerst van zijn vader en na diens mysterieus overlijden ook van het lief van zijn moeder, hoewel die zo lief was ook al eens zijn hoofd als mikpunt te gebruiken. Meermaals probeerde hij zich uit te rekken door zich vast te klampen aan de raamdorpels van het justitiepaleis, die niet eens hoog boven de begane grond uitstaken - maar ja zo klein was hij. Soms bleef hij minutenlang aan een laaghangende tak van een eikenboom hangen, in de hoop dat de aarde minder aantrekkingskracht op hem zou uitoefenen en hij uiteindelijk wat groter zou zijn, of lijken. Maar dat gebeurde niet. Hij kreeg er wel lange armen van. Dat zou hem later nog van pas komen. Hij werd dertien op 15 augustus 1782. De dag dat de katholieke kerk de hemelvaart vierde van Maria. Opstijgen in de lucht, weg met die verdomde gravitatie, dat had hij ook wel eens willen doen. Dom was hij niet, dus begon hij zijn plan te smeden.Tweehonderddrieënnegentig dagen later was hij klaar met zijn uitvinding. Hij maakte een heteluchtballon van doek en voerde hem met wit papier, dat bestreken was met aluin als brandwerende laag. Alles werd bijeengehouden met achttienhonderd knopen. Over de ballon bevestigde hij dertien aan elkaar geknoopte visnetten. Op 4 juni 1783 was de maidentrip gepland. Op het marktplein vergaapten de toevallige toeschouwers zich aan het schouwspel. Tien minuten later en twee kilometer verder kwam de ballon veilig terecht tussen de velden. Het was een onverhoopt succes. Alles was dus klaar om de volgende keer passagiers te laten meevliegen. Bij de plaatselijke schapenhoeder haalde hij Montauciel op. Op de stadsvijver had hij een eend zomaar voor het grijpen en de haan, die hem elke ochtend uit zijn slaap wekte, was de derde reiziger. Op 19 september 1783 was het zover. In het illustere gezelschap, dat vanaf de trappen van Versailles de tweede tenhemelopneming gadesloeg, werden Lodewijk de Zestiende en Marie Antoinette opgemerkt.‘Misschien kan ik deze twee varkens een volgende keer ook meesturen’ dacht hij nog.Tien jaar later werden ze op het plein van de Revolutie terechtgesteld. De uitvinder van de ‘Ballonaparte’ kroonde zichzelf tot keizer der Fransen op 2 december 1804.

Marc M. Aerts
0 0

Karma

Je zit alleen tussen de olieverfjes. De deur waait open en de tocht duwt een doos pastelkrijt in een emmer lijm. Je laat de kleuren stollen, snijdt de emmer los en legt je vermoeide voeten op het nieuwe krukje.   Je was op zoek naar het naaischaartje dat nog van je moeder is geweest. Verguld, perfect op maat van je vingers en vlijmscherp. Nergens was het te vinden. Je ziet bewegingloos toe op de chaos in de kamer. Je denkt terug aan de workshop van vorige week. Zou het kunnen? Was iemand met je schaar aan de haal gegaan terwijl jij genoot van een stuk kriekentaart?  Alle materialen heb je in overvloed, alleen dat schaartje is uniek.   Je weet niet wie te verdenken. Alice heeft genoeg gespaard om honderd van die schaartjes cash te betalen. Agnes is linkshandig. Roberts vingers zouden nooit door de openingen passen.  De lerares knutselde nooit in haar vrije tijd en zou in demonstratielessen nooit met gestolen goed kunnen pronken. Het moest dus iemand van de andere tafels geweest zijn.   Dit was precies de reden waarom je niet naar het rusthuis wou. Je spullen zouden nooit allemaal in die kleine kastjes passen, dus wat je meebracht was een collectie van uiterst dierbaar en uiterst nuttig bezit. Alles achter deurtjes die niet op slot konden. Jij hoort in je eigen huis, tot de nok volgestouwd met boeken en schilderijen die je ooit scherper zag.       Op woensdag zou je teruggaan naar de Vlijtige Liesjes. Je patchwork zou je afwerken met het rode borduurgaren dat je vond toen je naar je schaartje zocht. Een routinewerkje dat je toeliet om de andere tafels rond te speuren.       Met grote rode lussen versier je je lappendeken. Je gaat een tafel verder een schaartje lenen en vertelt vol zelfspot dat je niet eens meer weet waar het jouwe zou kunnen zijn. Ondertussen kijk je iedereen rond de tafel beschuldigend aan. Je gaat terug naar je tafel en knipt twee rondjes uit karton. Je wikkelt er het rode borduurgaren rond om pomponnetjes te maken. Aan weer een andere tafel ga je een schaartje vragen om tussen de kartonnetjes door het garen los te knippen. Een derde schaartje krijg je aan de laatste tafel, om de overtollige draadjes aan de achterkant van je pachwork te verwijderen.   Terwijl je tafelgenoten een carré confituur gaan kopen, laat jij de drie schaartjes in je krokoleren handtas glijden. Je gaat ongemerkt naar buiten via de toiletten en belt je dochter om je een kwartiertje vroeger te komen halen.       De brandweer kon maar niet begrijpen hoe de chauffeur ongedeerd uit het ongeluk kwam, terwijl de oude dame in de passagiersstoel ter hoogte van haar hals doorboord was met drie schaartjes. De dochter bleek haar al jarenlang in een rusthuis te willen plaatsen, wat haar zowel het motief als de gelegenheid gaf. De volksjury zou het alleen nog moeilijk krijgen met het verklaren van de aanwezigheid van een vierde, verguld schaartje verscholen in het vilt van de kofferbak.

Evelien
33 1