Zoeken

Corona Chronicles: dag 3

(Op rafelkath.wordpress.com hou ik een logboek bij over de toestand in Spanje en meerbepaald Valencia. Hieronder vind je de post van 15 maart.) Sinds vandaag patrouilleren de politie en de guardia civil door de straten om te controleren of de mensen die op straat zijn daar ook echt een reden voor hebben. En hoewel we nog maar drie dagen ver zijn, begint het tot ons door te dringen hoe hard dit nog gaat worden. Vooral voor kinderen en ouders is het allesbehalve eenvoudig de hele dag op elkaars lip te zitten. Hoe groter je huis, hoe eenvoudiger. Maar de meeste Valencianen wonen op een appartement. Gelukkig komen er via de telefoon, de computer, of gewoon via het open raam prachtige demonstraties van samenhorigheid, positivisme en creativiteit ons afgesloten wereldje binnen. Nee, het is niet eenvoudig opgesloten te zitten. Maar de meeste huizen en appartementen hebben een balkon of een terras, en die worden nu ten volle benut. Mensen spreken af om op bepaalde tijdstippen vanaf het balkon te applaudisseren voor de gezondheidswerkers, samen vanop een veilige afstand een biertje te drinken, of samen muziek te maken. Ondertussen horen we zeggen dat het geen kwestie gaat zijn van weken, maar van maanden. Ik neem mijn agenda erbij en staar naar de afgelopen week. Donderdag is alles beginnen kantelen. Ik blader naar april en zie alle plannen die geschrapt zullen moeten worden. Er staan zaken tussen waar ik al een half jaar naar uitkeek. Maar zo is het leven: je weet het nooit. Al wat nu telt, is dat we hier goed doorheen komen. Dat, als we ziek worden (en volgens sommigen zal dat vrijwel onvermijdelijk zijn), we er niet teveel van zullen afzien, en dat we thuis kunnen blijven. 7988 besmettingen, waarvan 409 in de Comunidad Valenciana. Deze laatste paragraaf had qua inhoud eigenlijk onder de tweede paragraaf moeten komen. Maar ik heb ze bijgehouden om ermee te kunnen afsluiten: Rond zes uur in de namiddag installeerde onze overbuur zijn keyboard op het terras, en gaf hij voor de buren een mini-concert, samen met zijn buitengewoon getalenteerde dochtertje van zes, dat viool speelde. Aangezien hij ook de muziekleraar van mijn dochter is, was het alleshalve vreemd dat hij haar toeriep: “Wil je meespelen?” Dus ging dochterlief haar blokfluit halen en zo werd het duo een trio. Toen ze Beethovens vredeslied speelden, brak de zon door.

Kathleen Verbiest
85 0

is euthanasie een wijze keuze.

Voorwoord Wat mij opviel in het debat over euthanasie is de polarisatie. Enerzijds zijn er die zeggen neen en anderzijds zijn er die zeggen ja. Met aan de ene kant de katholieke kerk en aan de andere kant het vrijzinnige kamp met als boegbeeld Etienne Vermeersch. De bedoeling van dit schrijven is het stellen van kritische vragen. Het is aan de lezer om zijn of haar keuze te maken. Deze vragen zijn : 1. is de dood het einde.? 2. maakt de dood een einde aan ondraaglijk lijden? 3. hoe zich voorbereiden op jouw reis na de dood? 4. Je wilt euthanasie? Kunnen we God, het LIcht, ons geweten, onze gids, ons hogere zelf, of wie dan ook advies vragen?   de dood is het einde, punt. ( Etienne Vermeersch : ter zake :4 januari 2012) Is deze stellingname bewezen? Ons lichaam gaat dood maar misschien blijft onze geest, ons bewustzijn bestaan? Is het verband tussen lichaam en geest dan zo duidelijk? Als neuro-wetenschapper kunnen we beter toegeven dat we helemaal niet begrijpen hoe we van iets materieels ( brein )tot immateriële gevoelens, emoties en percepties ( kortom bewustzijn ) komen- dat is en blijft één van de grootste mysteries waar we best met alle hypotheses rekening houden. Steven Laureys in het no-nonsense meditatie boek de bijna -doodervaring van Machteld Blikman  Machteld Blikman, u heeft dat meegemaakt een bijna-doodervaring. Wat gebeurde er eigenlijk met U M : Ik was ziek en 33 jaar oud. Ik was niet zo ziek dat ik dood kon gaan. Althans die gedachte is nooit in mij opgekomen. Op het moment dat ik dood ging, besefte ik dat ik dood ging. Het is heel anders dan flauw vallen of me heel beroerd voelen. Ik wist meteen nu ga ik dood en dat gaf een gevoel van een enorme angst. Panische angst. Ik vergelijk het wel eens dat ik als kind op de springplank stond in het zwembad en moest springen en nu was het gevoel dat ik niet wist of er wel water was . Dat was de angst voor de leegte het totale niets. En van het moment dat er iets van mij uit mijn lichaam ging, dat lichaam bleef achter, was ik bewuster dan dat ik hier ooit geweest was, levendiger, en ik bewoog met grote snelheid in een ruimte, zonder tijd, het was tijdloos af op een prachtig licht in de verte .Men zegt wel eens een tunnel maar het was voor mij meer een spiraalvormige beweging. En dat licht was warm, het gaf een gevoel van acceptatie . Terwijl ik daar naar toe bewoog voelde ik mij vredig, harmonieus, het voelde als Liefde, Liefde met een hoofdletter. Een staat van zijn zoals we hier niet kennen. En op dat moment zag ik mijn hele leven terug. Die 33 jaar die ik tot dan toe geleefd had, als in een multidimensionale film, waarbij ikzelf alle rollen vervulden. IK was u , ik was de andere mensen, die in mijn leven belangrijk zijn geweest en die ik iets had aangedaan of die mij iets hadden aangedaan in zowel positieve als in negatieve zin. En op dat moment dat ik dat overzag en dat licht mij in warme acceptatie omhulde, wist ik , hier zijn alle godsdiensten van afgeleid. Dat werd ik mij opeens bewust. Dit is niet te benoemen, dit is absoluut wat ons allemaal verenigd in die liefde, daarin zijn allemaal verbonden. En het gaf een gevoel van thuiskomen, alsof ik er eerder was geweest. J : Maar ja, goed, U zit hier en niet daar. Er is toch ergens een teleurstellend moment aangebroken ? M : absoluut. J: U bleef niet dood ? M : Het was een grote schok om terug in dat lichaam te komen. Dat lichaam was net zo ziek als daarvoor. Maar omdat ik eruit geweest was, dat bewustzijn zeg ik nu, om daar terug in te komen voelde als een gevangenis, absoluut als een gevangenis. J: U ziet er wel vrij vrolijk uit overigens ? M : Ik ben daarna heel vrolijk geworden J: U voelt zich nu niet meer alsof in een gevangenis.? M : ik heb hard aan mijzelf gewerkt om de ervaring een plaats te geven. Ik noem het zelf graag : bewustwording door ervaring, BDE en niet bijna-doodervaring, want ik denk het hele leven is ervaren. Alleen was het heel intense levenservaring. Waar gaat het eigenlijk om in het leven? Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft. Wat doet dat met je ? J : Als je nou het gevoel hebt, dat het zo verschrikkelijk leuk is, als je aan de andere kant bent, om het voor het gemak maar zo even te zeggen, wat houdt je dan nog hier ? M: De bewustwording dat we hier allemaal met een bedoeling zijn. Dat we allemaal onderdeel zijn van een groter geheel en dat we allemaal ons eigen talent hebben, onze eigen bedoeling, of wat dan ook om hier iets neer te zetten met elkaar. Want het paradijs was niet daar, maar het werd mij erg duidelijk dat we het hier met elkaar kunnen maken en dat voelde ik als een persoonlijke opdracht, dat ik daarom teruggekomen ben. J: u zegt : ‘het paradijs was niet daar ?’ M : Het was absoluut dat gevoel, maar de universele kennis die ik meekreeg van dit kunnen we hier ook met elkaar neerzetten, zo zijn we verbonden met elkaar. Wij vormen samen het geheel.   Op 8 mei 2014 vond in Amerika een debat plaats met de titel: death is not final. ( you tube ) de dood is niet het einde punt. Als ons bewustzijn slechts de werking is van neuronen en synapsen, hoe verklaren we dan het fenomeen : bijna dood-ervaring? Een 3% van de Amerikaanse bevolking zou een uit-het-lichaam ervaring hebben die gekenmerkt wordt door opmerkelijke visies en gevoelens van vrede en vreugde, dit terwijl het lichaam stervend is. Voor de sceptici zijn er aanvaardbare, natuurlijke verklaringen zoals zuurstof deprivatie. Is het idee van een leven na de dood werkelijk en bewijsbaar door de wetenschap of is het enkel een illusie? Dit debat maakt duidelijk dat noch het ene noch het andere standpunt bewezen is. Het is een debat met voor- en tegenstanders. Het is geen bewezen wetenschappelijk feit!!! Het is aan jou de keuze. Laat ons zeggen : 50% : de dood is het einde. punt 50% : de dood is niet het einde. Punt   Een bijna-dood ervaring heeft alle kenmerken van een mystieke ervaring. De vraag of het wetenschappelijk kan bewezen worden is eigenlijk irrelevant. Stel je breekt je been en je hebt veel pijn, helpt jou de stellingname : och het is enkel een creatie van je brein.?! Het doet verdraaid pijn en de intellectuele spelletjes interesseren je niet, doe aub iets aan die pijn! Zo ook mensen met een bijna-doodervaring. Laat mij verwerken wat er gebeurde. de werkelijkheidservaring van een mystieke ervaring en of een bijna-dood-ervaring.   Stond je al eens voor je huis of je auto met de vraag : dit is een illusie? Waarom neem je aan dat het boek dat je leest, werkelijk is? Voor het grootste gedeelte vind jouw brein het niet belangrijk of iets werkelijk is al dan niet. Het vraagt zich eerder af : is het nuttig? De auteur droomde dat hij als kind achtervolgd werd door een dinosaurus. Hij liep hard in zijn droom en zijn hersenen of hij, vroegen zich niet af of het werkelijk was. Slechts toen hij wakker was kon hij zeggen het was slechts een droom. De mystieke ervaring of de bijna-dood-ervaring is anders. Niemand van de deelnemers verklaarden , och het was enkel fantasie. De dagelijkse realiteit voelt meer werkelijk dan een droom. de mystieke of bijna-doodervaring voelt meer werkelijk dan de dagelijkse realiteit. Een zestigjarige psychiater, die een mystieke ervaring had verwoordde het als volgt : Mijn ervaring voelde werkelijk aan, meer werkelijk dan het gewoonlijke. Het voelde of ik indook in iets zeer oud en machtig en werd verbonden met iets wat ik zeer zelden ervaar in het dagelijks leven.Het is slechts in de korte momenten van transcendentie dat ik mij levend voel. Deze ervaringen voelen werkelijker aan dan het leven zelf. uit ' how enlightenment changes your brain. Andrew Newberg, Mark Waldman   maakt de dood een einde aan ondraaglijk lijden ? ok, je gaat dood en laat ons zeggen 50% kans dat je in een situatie komt die veel werkelijker is dan de dagelijkse realiteit. Waarin kan je terecht komen ?. Hier volgen enkele feiten en getuigenissen. Onderzoek duidt aan dat de grote meerderheid van bijna-doodervaringen aangenaam zijn. 1op 5, echter, ondervinden intense angst, paniek, schuldgevoelens, eenzaamheid en wanhoop. (dancing past the dark : Nancy Evans )   ...verandert het Licht in het mooiste wat ik ooit heb gezien: een mandala van de menselijke zielen op deze planeet (...) ik ging erin en het was overweldigend.Het was alle liefde die je maar kunt wensen, het soort liefde dat geneest, heelt en regenereert. (Mellen Thomas)   Wanneer we beseffen dat het LIcht, de schitterende, universele energie in ons is en dat we dit zijn, verandert dit ons(...) Ik zou het God kunnen noemen, Bron, Brhaman, of AL Dat Is,maar(....) ik ervaar het goddelijke niet als een entiteit die is afgescheiden van mezelf of van wie of wat dan ook.(....) Het overstijgt de dualiteit, waardoor ik er voortdurend van binnenuit mee verenigd ben en er niet van te scheiden ben. ( Anita Moorjani) ik had een hartstilstand en was klinisch dood( ....) Ik steeg op en bevond me ongeveer een meter boven mijn lichaam. Daar lag ik terwijl er mensen met me bezig waren. Ik was niet bang en had geen pijn. Alleen vrede (....) Er was een gevoel van volmaakte vrede en tevredenheid , van liefde. In 1985 heeft Howard Storm een bijna-dood-ervaring. Hij was professor kunst aan de universiteit van Northern Kentucky. De ervaring heeft hem diep aangegrepen en hij wordt priester. Hij schreef een boek : My descent into death. In 2001 ben ik Engeland bij de voorstelling van zijn boek. Wat mij raakt is dat de man 15 jaar na zijn ervaring , bij de herinnering nog begint te wenen. Voelt de bijna-dood-ervaring meer werkelijk dan de dagelijkse realiteit?   Hij heeft in 1985 , op bezoek in Parijs, een darmperforatie. De pijn is onbeschrijfelijk. Het is zondag en in het hospitaal is geen chirurg aanwezig. Howard Storm gaat in coma. Hij was niet voorbereid op wat hem overkwam. Hij staat naast zijn lichaam. Zijn vrouw kan hem niet zien of horen. Hij volgt een groep wezens die hem zogezegd naar de operatie zullen leiden. Deze wezens worden meer en meer vijandig en agressief. Wanneer hij weigert ze nog te volgen vallen ze hem aan. Hij gaat dan door een transformatie proces, heeft een terugblik op zijn leven en een ontmoeting met wezens van Liefde. Ik kon niet communiceren met mijn vrouw, wat moest ik doen? Deze wezens zeiden dat als ik hen volgde, alles in orde zou komen. De hal was duister. zij waren gekleed in het grijs. Vervuld van angst en wanhoop ging ik op weg. Zij jaagden mij voort. De mist verdikte en geleidelijk aan werd het donker. Er was het gevoel van tijdloosheid. Hoe meer ik achterdochtig werd hoe meer zij sarcastisch en autoritair werden. Een eeuwigheid daarvoor, in de meest ondraaglijke pijn had ik gehoopt, dat de dood een einde zou maken aan mijn bestaan. Nu werd ik voortgedreven door een bende, wreedaardige mensachtige wezens in volledige duisternis. Zij begonnen mij te beledigen en hoe slechter ik mij begon te voelen, hoe meer zij daar voldoening uit haalden. Ik was totaal wanhopig. Deze ervaring was zo werkelijk!! Het was geen droom of een hallucinatie. Ik wou dat het zo was. Ik weigerde hen nog verder te volgen. Dan begonnen ze mij te duwen. ik begon terug te vechten. Ik sloeg en stampte. Zij beten en trokken en hadden veel plezier aan mijn wanhoop en angst. Dan begonnen ze stukken vlees uit mij te rukken. Ze spoeden zich niet om mij totaal te vernietigen. Zij folterden mij langzaam zodat hun pret bleef duren .Het was een bende wezens gedreven door wreedheid. In die totale duisternis registreerde ik elk geluid en fysische sensatie met een onbeperkte intensiteit .Mijn kwelling was hun opwinding. Ik was zo uitgeput en gebroken, dat ik het opgaf mij te verdedigen. Zij stopten dan hun folteren want ik was niet langer amusant. Ik heb niet alles beschreven wat er gebeurde. Er zijn dingen gebeurd die ik zelf niet wil herinneren. Ze zijn gewoon te wreed en te verontrustend om te herinneren. Ik heb er jaren over gedaan te trachten die herinneringen te onderdrukken. Wanneer ik de details herinnerde was ik getraumatiseerd. Dan maant een innerlijke stem hem aan te bidden tot God. Als atheïst kent hij geen enkel gebed. Uit zijn kindertijd komt een fragment van psalm 23 naar boven. God is mijn herder, mij zal niets ontbreken .Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar. Het woord God, drijft de bende wrede wezens van hem weg.      

fili
108 0

Over "Help, mijn kind kijkt naar porno!"

Het Vier programma “Help, mijn kind kijkt porno” is weer zo’n programma over seks en liefde voor hetero’s (*), alsof homoporno niet zou bestaan of iets vies zou zijn. Seks tussen mensen van hetzelfde geslacht lijkt ook hier weer taboe. Dat taboe, die onzichtbaarheid, begint al op de speelplaats waar flirten, verleiden en een eerste kus gedeeld met iemand van het andere geslacht het normale parcours is, ongeacht je geaardheid, maar daarna stopt het vrijwel voor iedereen die homo is. Althans op diezelfde speelplaats. Zelfs alleen maar flirten met iemand van hetzelfde geslacht is er not done. Deze gevoelens van liefde maar ook van seks zijn totaal afwezig wanneer je jonge homo bent, terwijl de pornotheek voor hetero’s heel compleet en alom aanwezig is in vrijwel elke media. In porno zit lust. Lust om met iemand seks te hebben. Dat is niet anders voor jonge en oudere homo’s. Maar of het nu op televisie, in seksbijbels of in de geschreven media is, telkens weer wordt seks tussen mensen van hetzelfde geslacht vermeden, men gaat het medicaliseren, normaliseren of heteroseksualiseren, terwijl gayporn eigen is aan een hele homocultuur. In het programma zwijgt men in alle talen over homoporno en dat is bedroevend. Voor jonge holebi’s, die ook gevoelens en goesting hebben, zie ik geen enkel rolmodel of representatie van wie je bent of wat je voelt als het over seks gaat. In brave fictieseries die je op tv ziet zijn holebi’s omgevormd tot heteroseksuele homo’s. Promotiefilmpjes of interviews in magazines veranderen daar niets aan. Films als “La vie d’Adèle” en “120 battements par minute” zijn gelukkig een uitzondering maar hebben na hun promotie geen effect meer. Er moet dus meer homoseks komen. En homolust, échte lust. Geen overgeacteerde kus op stijf gesloten lippen. De geschiedenis van homoporno heeft een aparte weg afgelegd en heeft zo te zien nog een lange weg af te leggen. Voor jonge homo’s uit de jaren ’70 van vorige eeuw betekenden de laatste pagina’s van de 3 Suisses catalogus hun seksuele bevrijding. En ook de eerste mannen-Flair uit de jaren ’80, waar een niet onknappe blonde kerel in een schuimbad zat, kon tellen als erotiek voor mannen. Het summum waren “de boekskes” aan de krantenkiosken in iedere grootstad waar je een paar keer nonchalant voorbijliep om toch maar een glimp op te vangen van enkele mannen die seks met elkaar hadden, ook al was een zwarte balk getekend over hun lid. Ik was amper 12 jaar en het voelde als thuiskomen. Voor homo’s is het kijken naar homoporno een bevrijding en een eerste contact van goed gevoel, van dit ben ik. Een herkenning en een erkenning van jezelf als seksueel wezen. Homoporno heeft veel homo’s gerustgesteld in hun diepste zijn en een antwoord gegeven op hun verlangen naar seks. Homoporno bouwt mee aan de identiteit van iedere homoman, terwijl iedere heteroman zijn seksuele identiteit al vanaf de speelplaats ten volle kan vormen. Homoporno is subversiever dan heteroporno omdat de gepenetreerde persoon een man is. Homoporno draagt ook bij tot persoonlijke ontwikkeling van homo’s en stelt ook onze genderrollen in de maatschappij in vraag. Porno maakt deel uit van het leven van iedere homoman. Porno is ook politiek, toen nog niet zolang geleden, in volle aidscrisis, gezegd werd hoe homo’s wel en niet seks mochten hebben. Porno is politiek omdat extreemrechtse partijen het nog steeds hebben over de waarden van traditionele families. Lesbische porno sloopt dezelfde heteronormatieve muren in onze maatschappij. We smijten vandaag nog altijd kwistig met woorden als inclusief en diversiteit, toch maken we keer op keer dezelfde fout. We gieten het allemaal wel in mooie woorden maar we willen het liever niet zien. In die zin heeft “Help, mijn kind kijkt porno” gefaald en paait het allicht enkel de kijkcijfers. Jammer van de gemiste kans van de immer sympathieke Evi Hanssen. Een passage bij jonge én oudere homo’s over homoporno had allicht een andere kijk kunnen werpen op de belevenis van porno voor mensen van wie de maatschappij liever de seksualiteit niet ziet. Die seksualiteit bestaat, die lust, die geilheid. Het experimenteren, het ontdekken. Het zit er allemaal in. Ook die seksualiteit bepaalt de identiteit van een individu. Homo’s hebben dezelfde gevoelens en dezelfde goestingen maar het praten over, het vertonen van of het spreken over homoseks is voor veel mensen en media nog steeds een brug te ver. De regels van het beleven van eigen seksualiteit gelden niet voor iedereen. Zal ik er dan maar mee beginnen? (*) : bij het schrijven van dit artikel is nog maar één aflevering uitgezonden. Navraag bij Evi Hanssen of er ook over homoporno en homoseks wordt gesproken, heeft nog geen antwoord van haar kant geleverd.

Erwin Abbeloos
81 0

De kracht van een belediging

In de heisa rond de vertoning van plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs, kunnen we eens nadenken over wat een belediging is, wie het viseert en wat het doet. Een belediging is niet louter een onschuldig woord om iets of iemand te beschrijven. Een belediging geeft niet alleen een informatie over wie of wat ik – of een groep – ben. De persoon die de belediging zendt, laat me weten dat ik in zijn/haar macht ben. De macht om mij of mijn gemeenschap te kwetsen en in mijn ziel schaamte te kerven. In die zin werpt een belediging verontwaardiging op omdat wat zij zegt of teweeg brengt, wordt door de maatschappij afgekeurd; een persoon of een groep mensen ziet zo zijn/haar imago bevuild. Ook bij mensen die niet tot de beledigde groep behoren, steekt verontwaardiging en afkeer de kop op. Een belediging heeft een performatieve kracht. De Engelse filosoof J.L. Austin onderstreept in  How to do things with words het belang van de gevolgen wanneer iets gezegd wordt (een angst voor iets, voor iemand om voor een bepaalde groep mensen maar ook gevoelens of uitspraken zoals ‘Ik waarschuw voor‘ kunnen teweeg brengen). De belediging is een taalhandeling waarmee een plaats in de wereld wordt gegeven aan wie de belediging geadresseerd is. Deze aangeduide plaats (de plaats van de vrouw) determineert hoe iemand op de wereld kijkt. Hier zegt Jeff Hoeyberghs : “Ik herleid je tot…”, “Je bent…”, “Jij hoort daar”. Een belediging heeft als functie effect te creëren, dit effect te laten duren en een duidelijke scheidingslijn te tonen tussen wat ‘normaal’ is en wie gestigmatiseerd moet worden. De belediging refereert naar een (mannelijke) hiërarchie in de wereld die als evident beschouwd en gedragen wordt door de persoon – of groep van personen -, en is gebaseerd op een eenzijdige perceptie van de wereld : man/vrouw, mannelijk/vrouwelijk. Bij uitbreiding gaat het hier ook over het overheersen van (mannelijke) heteroseksualiteit (het mannelijke) en het denigreren van homoseksualiteit (het vrouwelijke). Een belediging is niet verstoken van een seksuele betekenis omdat juist in hun wereld het deze hiërarchie is die de sociale inferioriteit van de vrouw en het stigmatiseren van homoseksuelen (het gepercipieerde vrouwelijke) rechtvaardigt. Wat ook de bedoeling is van degene die de belediging onderschrijft, een belediging wijst op deze seksuele hiërarchie van de alfa man (DS https://www.standaard.be/cnt/dmf20191213_04766569). Een belediging herinnert ons ook aan ons lichaam, hoe dat lichaam zich moet verhouden tot de wereld van degene die beledigt, wat aanvaardbaar is en niet mag afwijken in de alfa heteroperceptie van het bierdrinkende dikkertje tot het afgeborstelde gespierde. De door de belediging geviseerde groepen worden altijd door de dominante groep voorgesteld als bedreigend, immoreel of behorend tot een onduidelijke maar te behandelen geestesziekte. Zo krijgt in de wereld van degene die beledigt de beledigde partij nooit voldoende krediet of autonomie omdat de beledigde partij altijd beoordeeld zal mogen worden. Daarom is de strijd van vrouwenbewegingen ook de strijd van de LGBTQ-gemeenschap en moeten LGBTQ-verenigingen ook hier openlijk afstand nemen. Jeff Hoeybergs is een karikatuur geworden van zichzelf en zijn beweging. De filmpjes die nog circuleren over zijn performance zijn om te lachen als je ernaar kijkt als een stand up comedy. Wat het niet is, daar ben ik duidelijk in. De man bewandelt het veilige territorium van de karikatuur en doet beroep op de vrije meningsuiting. Een karikatuur drukt de inferioriteit uit om, bijvoorbeeld een vrouw te zijn in de maatschappij. Toch is het not done om een vrouw of een groep vrouwen (of de LGBTQ-gemeenschap) te beledigen maar laat de karikatuur juist toe om hele groepen sociaal, cultureel, politiek en juridisch geweld aan te doen. De karikatuur die de chirurg ophangt laat hem en zijn kliekje toe om met veel humor ‘de waarheid’ te verkondigen. Dat is uiteraard een slimme zet dat politiek veel gebruikt wordt door populisten. Wanneer een hele bevolking niet meer kritisch kan denken of respons kan geven, krijg je echter een ontwrichte en gepolariseerde maatschappij. Het is een goede zaak dat er klachten worden ingediend, al zullen deze klachten symbolisch blijven. Dat is vaak ook sterker dan eindeloze processen waar niemand baat bij heeft. Hooguit zijn mensen geschokt of verontwaardigd. Toch moeten we blijven weerwoord geven. Als gemeenschap. Als burger van de wereld. De LGBTQ-gemeenschap heeft een lange geschiedenis met belediging aan het adres van haar individuen. Deze gemeenschap heeft doorheen de geschiedenis de vernietigende kracht van een belediging in haar voordeel weten te draaien. Daar zijn (woord)strategieën voor die we moeten blijven gebruiken. Of zoals iemand al in een opiniestuk schreef : ja, ik doe mijn benen graag open, maar niet voor jou. Sterk!  

Erwin Abbeloos
41 0

Seksuele gezondheid LGBTQ anno 2019

Volgens onderzoek van Sciensano (https://www.sciensano.be/nl/pershoek/minder-hiv-diagnoses-maar-hiv-treft-diverser-publiek), daalde in 2018 het aantal hiv-diagnoses met 2% in vergelijking met 2017. PrEP lijkt daarbij positief bij te dragen aan de preventie van hiv en de daling van het aantal gevallen. (PrEP is een preventieve behandeling van mensen die geen hiv hebben maar wel een groot risico lopen op besmetting). Bij mannen die seks hebben met andere mannen zien we dezelfde neerwaartse trend, hoewel deze daling vandaag nog te miniem is om al te spreken van een serieuze ommekeer. Hoe kunnen we nu als gemeenschap verder nadenken en concreet pistes uitwerken om die daling van het aantal nieuw geïnfecteerde mannen die seks hebben met andere mannen (msm) verder te zetten, de juiste uitdagingen aan te gaan in een lange termijnvisie en onze gezondheid niet louter te minimaliseren tot hoe veilig of minder veilig we seks hebben. Homomannen hebben in het verleden zwaar met hun levens betaald in de strijd tegen aids. Niet alleen door het aidsvirus zelf; ook discriminatie en stigma hebben veel negativiteit in handen gewerkt en doen dat vandaag nog verder. Nog steeds blijven mensen bezorgd om over hun positieve status te communiceren. En nog steeds worden mensen op een negatieve manier op hun homoseksualiteit en homoaffiniteit gewezen. Wanneer we kijken naar de geschiedenis van aidspreventie in België en in het buitenland, stel ik vast dat we vandaag in een post aidstijdperk leven waarbij combinatiepreventie werkt (https://www.sensoa.be/hiv-belgie-feiten-en-cijfers). We komen van ver. Van heel ver, ook al lijken we meer en meer grip te hebben op hiv en aids, achter de term post aidstijdperk schuilt helaas ook weinig investering in de strijd tegen aids door de huidige jongere generaties. Wat heeft de strijd tegen aids ons voor, tijdens en na het ‘aidstijdperk’ bijgebracht? Wat deden we toen en wat doen we vandaag? Voor welke uitdagingen staan jonge holebi’s vandaag? Seksboeken van Goedele Liekens of Belle Barbé gaan dat niet veranderen, zij zetten meer in op seks als glamoureus modeverschijnsel dat je in alle kleuren en geuren overkomt. Ook al bulken deze boeken van geluk en genot en is hun positieve benadering een verademing in het landschap van boeken over seks, in se brengt hun literatuur niets nieuw bij aan het debat van iedere homoman en zijn (seksuele) gezondheid. De bibliotheek van heteroseks is meer dan compleet en is altijd al toegankelijk geweest in de leeshoek van iedere supermarkt. Ook hun schrijfsels over het lichaam vinden we terug in iedere medische encyclopedie. Elke heteroseksueel vindt wel zijn of haar antwoorden. Voor een jonge seropositieve homo is het vandaag nog steeds zoeken naar antwoorden die niet in de heterobibliotheek staan. Waarom is seksuele gezondheid voor homomannen vandaag nog zo belangrijk in de strijd tegen aids? Seksuele gezondheid specifiek voor mannen die seks hebben met andere mannen rust op het principe dat wanneer je aan aidspreventie doet, de aanpak en de visie ervan op een holistische manier benaderd wordt en dat gezondheid voor deze populatie niet enkel en alleen berust op hiv of aids. In dit post aidstijdperk waarvan ik in mijn denkpistes in het verleden al gewag over heb gemaakt, zijn we als groep, als gemeenschap uit een crisis geraakt die ons vandaag toelaat op lange termijn na te denken over die toekomst. Deze aanpak heeft gewerkt. Aan die dynamiek die de homogemeenschap toen aan de dag heeft weten te brengen moet vandaag een nieuw elan gegeven worden. Een nieuwe benadering in een holistische benadering van seksuele – en bij uitstek ook fysieke, psychologische, sociale en emotionele gezondheid, kan niet meer enkel en alleen gefocaliseerd zijn op negatieve benadering die msm zouden hebben in hun gedrag of hun psychologie (zoals : homo’s zijn niet in staat om…, homo’s kunnen niet…); we moeten veeleer verder bouwen op de positieve successen en de expertise die een hele gemeenschap doorheen maatschappelijke en ook politieke stormen heeft weten op te bouwen. Het collectieve binnenin de holebigemeenschap en de sociale verbintenis vindt zijn oorsprong niet bij ouders of familie. Het deel van iemands identiteit dat homo is, komt van de sterkste, meest pure menselijke drift : verlangen. De holebigemeenschap is geen gesloten of op zichzelf geplooide gemeenschap. Het is een gemeenschap die haar gelijke vindt in seksuele, amoureuze, sociale en recreatieve praktijken en die een eigen positieve identiteit opbouwt. Fierheid is in onze gemeenschap van groot belang. En ook al is onze gemeenschap doorheen de jaren veranderd en geëvolueerd (homo’s uit de jaren 70 zijn niet dezelfde homo’s als homo’s uit de volgende decennia), je kan geen publiek gezondheidsbeleid voeren dat stigmatiserend werkt, waarbij je bepaalde (seksuele) praktijken en (seksuele) contexten of specifieke identiteiten gaat veroordelen en moreel gaat verwerpen. Ook de huidige normalisatie tot stand gekomen door het homohuwelijk en adoptie staat een eigen identiteit niet in de weg. Integendeel. De holebi-gemeenschap is vandaag een erg diverse gemeenschap met specifieke noden, eigen belevenissen en benaderingen, ten spijt van gevaarlijke politiek waarbij nog steeds het oubollige traditionele man-vrouw schema als hoeksteen van de maatschappij geldt. Ook al roepen deze vaandeldragers van de moraal heel luid niet tegen holebi’s te zijn, het blijft negatieve politiek die de meest kwetsbare binnenin de maatschappij en de gemeenschap grote schade berokkent. Onze gemeenschap kent ook individuen met migratieachtergrond, er zijn mannen die zonet naar België zijn gekomen, in trauma leven en voor wie hiv/aids nog steeds een groot taboe is. Ook deze groep verdient speciale aandacht binnen een seksueel gezondheidsprogramma. De homogemeenschap gaat doorheen alle culturen. Seksuele gezondheid voor LGBTQ+ behelst de veelvoud en de culturele diversiteit van de manier waarop gays hun seksualiteit beleven en het is ook in hun belang om binnenin een globale visie rekening te houden met verschillende vormen van sociabiliteit, van plezier, van kennis en van hun capaciteit voor zichzelf te zorgen. Seksuele gezondheid is er veelzijdig en kan niet gericht worden op een unitaire – meestal medische – aanpak of heteroseksueel georiënteerde benadering. Een denkpiste is hier niet op zichzelf terugvallen, als groep of als individu maar om de pijlen van de toekomst te richten op beleid en politiek die de mensen en de meest kwetsbare van ons in hokjes duwt en het welzijn van holebi’s ondermijnt. Het is ook denken aan een seksueel gezondheid centrum voor holebi’s, het versterken van het contact met de arts en onze gezondheid steeds in het licht van onze eigen belevenissen te houden. Het is aan onze gemeenschap om hier de dynamiek te brengen en het werk niet over te laten aan zogenaamde professionelen die het wel goed voor holebi’s hebben maar seksualiteit uniformiseren en reduceren tot een klassiek man-vrouw patroon. Het werk moet opnieuw van binnenuit komen, vanuit onze eigen gemeenschap. Seksualiteit bij msm is niet dezelfde seksualiteit als bij hetero’s. Punt aan de lijn. Tenslotte moeten we als homogemeenschap waakzaam blijven over onze eigen gezondheid en wanneer we spreken over seksualiteit bij homomannen, moeten we het niet altijd enkel en alleen hebben over het aantal infecties te vinden bij msm maar we moeten ook andere vragen die ons bezighouden durven stellen. We moeten blijven werken aan onze toekomst en de beste bewakers blijven van onze levenskwaliteit, met of zonder hiv. We moeten alert blijven dat een hele maatschappij, politiek en sociaal, onze praktijken niet veroordeelt en ons reduceert tot oneliners als “Ja maar, ze hebben het zelf gezocht”. Laat ons positief blijven, fier ook, op hoe we na bijna 40 jaar strijd tegen aids ons eigen leven verder zelf bepalen, in onze seksualiteit, in onze affiniteit, in onze homoseksualiteit. Seropositief of seronegatief. Ik schrijf voor Zizo Magazine, ik ben sexpert in lgbt issues en ik studeer seksuologie. Ik ben ruim 30 jaar werkervaren in (seksuele) gezondheid bij holebi’s en ik pleit voor positieve (seksuele) gezondheid bij holebi’s, voor en door holebi’s.

Erwin Abbeloos
37 0