Zoeken

Morgen

Beste persoon x,   Hier spreekt persoon y. Ik ben 20 jaar zit in mijn 2de jaar dierenarts.  Ik vraag me af of ik morgen er nog zal zijn? Ik zal misschien sterven door een hartaanval of door iets anders. Ik weet niet of ik wel zal hebben genoten van mijn laatste dag. Zal het een weekdag zijn of een andere gewoon weekend zijn?. Ik zal nooit weten wanneer ik sterf maar mijn levensverwachting is achtenveertig. Ik zal mijn kind misschien zijn op groeien maar niet mijn kleinkind maar dat is het probleem van vandaag niet.Ik heb pijn en pijn en nog eens pijn soms hoop ik om er niet te zijn. Om de pijn voor die paar seconden kwijt te zijn.Dan wordt je wakker en dan voel je zo een helse pijn dat je er niet meer wil zijn.  Daarom hoop ik dat ik zal kunnen afstuderen van de unief om mijn leven te kunnen leiden en mijn liefde en geluk te vinden in de zoektocht naar geen pijn zonder medicijnen of zelfmedicatie. Ik hoop op een leven na vandaag om deze mooie dag terug te kunnen delen met mijn hondje, gezin en toekomstige liefde. Want na vandaag wil ik leven, ik wil dit elke dag kunnen zeggen en ervoor zorgen dat ik mijn dromen kan waarmaken. Andere mensen kan helpen en hun dag beter maken. Ik zal nooit weten wanneer ik sterf maar mijn levensverwachting is achtenveertig. Ik zal mijn kind misschien zijn op groeien maar niet mijn kleinkind maar dat is het probleem van vandaag niet.Ik heb pijn en pijn en nog eens pijn soms hoop ik om er niet te zijn. Om de pijn voor die paar seconden kwijt te zijn.Dan wordt je wakker en dan voel je zo een helse pijn dat je er niet meer wil zijn.  Daarom hoop ik dat ik zal kunnen afstuderen van de unief om mijn leven te kunnen leiden en mijn liefde en geluk te vinden in de zoektocht naar geen pijn zonder medicijnen of zelfmedicatie. Ik hoop op een leven na vandaag om deze mooie dag terug te kunnen delen met mijn hondje, gezin en toekomstige liefde. Want na vandaag wil ik leven, ik wil dit elke dag kunnen zeggen en ervoor zorgen dat ik mijn dromen kan waarmaken. Andere mensen kan helpen en hun dag beter maken.

M323
0 0

Dalilla Hermans heeft een punt, maar...

In een video op haar Instagram deelt Dalilla Hermans haar ervaring met een Facebookgroep waarbij  ze tot voor kort was aangesloten. Die groep is een soort van alert-groep; wanneer iemand een issue had rond diversiteit in de media over beeld-, woord- en taalgebruik, kon je je bedenkingen kwijt en het probleem melden bij de media in kwestie. Althans zo heb ik het begrepen.   Dalilla struikelde over het woord “neger”; sommigen in de groep gaven blijkbaar geen aanstoot aan het woord, anderen vonden het woord ronduit beledigend. Dalilla geeft ons helaas geen dieper inzicht in de argumentatie van de voorstanders. Ze zegt zelf dat ze de groep verlaten heeft omdat het meer ging over wie nu gelijk had dan dat er serieus over het onderwerp gediscussieerd werd. Teveel wasted energy, zou ze zeggen. En terecht. Ik ken Dalilla Hermans niet persoonlijk maar op de manier waarop ze in de video reageert, begrijp ik dat ze deze discussie allicht al duizend keer is aangegaan en dat ze daar nu gewoon geen goesting meer voor heeft. Ik kan haar geen ongelijk geven. Integendeel!   In dergelijke discussiegroepen is het beter weg te blijven. Ik heb zelf mijn idee over social media, ik ben er weinig op te vinden en de enige account die ik heb is Instagram waar veelal foto’s van mijn kat Felix de Tweede te vinden zijn. Social media zoals Facebook en Instagram gebruik je beter voor professionele doeleinden, bijvoorbeeld om je bedrijf of je publicaties bekend te maken. Niet voor “des états d’âme”. Wil je de persoonlijke toer opgaan, ben je er beter bij gebaat als 14-jarige. Maar dit terzijde gelaten. Dalilla heeft een punt. Ik vind het woord “neger” evenzeer totaal ongepast woordgebruik. Maar waarom dan? Want ik vermoed dat de mensen in de groep die geen graten zien in het gebruik van het woord “neger” argumenteren dat “neger” altijd al gebruikt geweest is om mensen met een andere huidskleur te beschrijven en dat dat niets beledigend is.     “Neger” doet denken aan slavernij en kolonisatie. Een beetje research op internet of een betrouwbare encyclopedie leert ons dat de term “neger” gebruikt wordt om een zwarte slaaf aan te duiden. Kan je  anno 2019 het woord “neger” nog gebruiken wanneer we het hebben over onze medemens met een donkere huidskleur? In welke context wel? In welke context niet?   Wat leert ons uiteindelijk een belediging? Hoe gaan we ermee om? Wie spreekt een beledigend woord uit? In welke context? Wat is zijn of haar positie in de maatschappij? Wat is een beledigend woord? En is een belediging voor iedereen hetzelfde of zien we verschillende lagen wanneer een beledigend woord gebruikt wordt door verschillende mensen in verschillende contexten? Wat betekent vandaag het woord “neger” anno 2019?   Het woord “neger” is een belediging. Punt aan de lijn. Het wordt door sommigen vandaag nog gebruikt als een normale en gebruikelijke manier om iemand te beschrijven die een donkere – donkerdere? – huidskleur heeft. Wat mensen met een andere huidskleur veelal niet beseffen is dat door een beledigende taal te gebruiken, deze belediging een leven lang gegraveerd blijft in de persoon die men beledigt. Zo blijft de belediging als gangbaar in een maatschappij gehanteerd en blijft de beledigde in die rol die hem wordt opgelegd. De identiteit van de beledigde persoon is bijgevolg minderwaardig en bespot; op die manier wordt een identiteit door de beledigende partij als een levensconditie     opgelegd : jij bent een neger (of een vuile homo, of een allochtoon of een vrouw…) en door jou zo te benoemen, voldoe jij aan de normen die ik je opleg. Ergo : ik ben zwart van huid (of ik ben een vuile homo, allochtoon, vrouw…) en ik zal me zus of zo in de maatschappij moeten gedragen om aanvaard (of onzichtbaar) te worden.   Anders dan bijvoorbeeld seksuele geaardheid die je nog enigszins kan verbergen, kan je je eigen huidskleur niet verbergen. En dat is maar goed ook.   Een belediging door bepaald woordgebruik (neger, vuile homo, je bent maar een vrouw..) van iemand die niet zwart of niet homo… is, is gewelddadig. Ook onze hele sociale wereld die ons omringt - en nog meer in ons beeldtijdperk – houdt minderheden onderdrukt. Uiteraard krijg je een reactie van die minderheden zelf; je kan moeilijk iemand met een donkere huidskleur verwijten dat hij of zij teveel ophef maakt wanneer je woorden als “neger” blijft gebruiken.   Het gevaar van het banaliseren van scheldend of beledigend woordgebruik, de trumpificatie van de taal en wanneer politiek zoals het Vlaams Belang het heeft over de waarden van de traditionele familie wetende dat deze partij haar bestaan op migratie issues bouwt, bestaat erin een scheldwoord of een belediging als iets acceptabel te doen uitschijnen terwijl de belediging of het scheldwoord beladen is met het ergste van racisme, homofobie enz. en wordt zo, vaak ongemerkt, geprofileerd als normaal en iets gangbaar.   Dit gemaskeerd ostracisme raakt mensen in hun identiteit. Giftig taalgebruik sluipt snel onze maatschappelijke cohesie binnen en verdeelt onze maatschappij. De strakke blauwe pakjes waarin Tom Van Grieken en Dries Van Langehove zich hullen, het afgeborsteld kopje en het misprijzend en arrogant grijnzen, staan symbool voor white supremacy. Ook de uitspraak van Dominiek Sneppe legt een totalitaire agenda bloot waar alleen de blanke (Vlaamse) heteroman bestaansrecht heeft. Daarom kunnen er nooit genoeg Dalilla’s zijn. Maar... Dalilla Hermans moet ook kleur bekennen, nl. dat racisme naar blanke mensen toe ook bestaat en evenzeer kwetsend en stigmatiserend werkt. Dat jammer genoeg extremen misbruik maken van dit zwart racisme. Er kunnen maar niet genoeg Dalilla's zijn om extremen (Vlaams Belang, het geflirt van de N-VA met diezelfde partij, de Alt-Right beweging, de impact van sociale media...) te bestrijden maar dan graag Dalilla's die kritisch kunnen omgaan met racisme, niet aan zelfverheerlijking doen en die niet navelstaren. Dalilla's die van zichzelf afstand kunnen nemen en een wij-verhaal de wereld in kunnen sturen. Dalilla's die weten waarmee zwarte mensen écht mee bezig zijn en niet waarmee Dalilla Hermans dénkt waarmee zwarte mensen bezig zijn. Dalilla's die systemen aanvallen, niet mensen. Columns lezen van Dalilla Hermans is lezen over Dalilla Hermans. Dat is niet lezen over racisme.  

Erwin Abbeloos
164 0

Te hoge corti-wat??

Naar aanleiding van het moderne woord burn-out en de kans van te hoge cortisol daarin:    Na een nacht eindelijk goed slapen, waar ik eigenlijk al maanden op zat te wachten. Stond ik met een glimlach op. Voor het eerst in weken voelde het goed aan om gelukkig te zijn. Voelde het geluk van blij zijn als een wereldwonder.   De zon scheen en zo bleek de natuur ook mee te voelen met mij. Het was een koude dag, maar zonnig. Want we deelden de kracht van geluk door de zonnestralen. Maar nog niet zonnig genoeg om het zomergeluk te delen. Het is nog een lange weg, maar dit is een begin. Het begin om niet uit een diep dal te klimmen. Maar een fysiek dal waarbij het mentale ver weg verborgen zat. Mentaal zat ik goed in mijn vel. Veel zin in al mijn dromen waar te maken, veel levenslust. Ik zal en wou iets van mijn leven maken. Maar dat was niet van mij af te lezen. Slapen, weinig eten en stilte. Dat was het enige wat ik deed. Het was te zien aan mij dat mijn lichaam uitgeput was. Maar alles wat ik alleen maar wou was leven, gewoon bezig zijn en dromen waar maken. Want ik was effectief gelukkig, wat vele dachten dat ik weer een depressie nabij was voelde ik me gelukkiger dan ooit. Maar door al die periodes van ongeluk was mijn lichaam uitgebrand. Het vuur dat me kracht gaf om door te gaan, om geluk in de assen te zoeken, was uit. In de assen was inderdaad geluk gevonden, maar de energie van het vuur, de warmte dat ervan af kwam was weg. Geen warmte voor energie aan te maken voor mijn cellen. Geen voeding voor mijn hersenen om mijn concentratie de volle loop te laten gaan. Maar mijn ziel (de assen) was eindelijk wat ik altijd wou.   Maar is dit nu echt de oplossing? Geluk vinden door fysiek er onder door te gaan? Toen ik terug warmte van de zon kreeg, voelde ik me terug fysiek aanbranden. Ik vond terug die kracht om de warmte in mijn cellen te laten gloeden. De zon gaf me terug kracht. Kracht om persoonlijk het vuur met de hand aan te steken. Maar aangezien ik geen geleerde campeerder ben, vraagt dit tijd. Ik weet nu de handelingen om het vuur aan te krijgen, maar ik geef mezelf leertijd om dit effectief te laten branden. En het vuur terug te laten branden. Zodat ik mijn leven terug normaal, maar anders kan leven. Zodat het vuur nooit meer uit gaat en ik een geleerde campeerder van mijn leven wordt. Dat mentaal en fysiek hand in hand gaan bij wandelingen en natuur mijn leidraad wordt. Ik ben er klaar voor om de weg vol natuurlijke obstakels te doorstappen en na verloop van tijd de berg omhoog te klimmen en de vlag van mijn leven te plaatsen. Met besef dat ik het heb bereikt, ik heb de grens van mentaal en fysiek beklommen en heb het gehaald. De berg van mijn lichaam, een zware tocht maar het is het zo waard.

DePauwLynn
0 0

Jij, superheld!

Sterke vrouwen. Sterke papa's. Sterke ouders. Ik heb er vandaag één ontmoet. Fulltime mama van twee, zo goed als alleen. Dag en nacht. Respect en bewondering zijn hier op hun plaats. Het ouderschap wordt vaak als vanzelfsprekend bevonden. Dat is het niet! Ieder gezin heeft zijn eigen rugzak, waarop het soms moeilijk om dragen is. Ik kijk dan naar bewust ongehuwde moeders. Alleenstaande vaders. Ouders die geen keuze hebben, een dubbel leven opvoeden moet. En meer... elke andere situatie die zijn of haar bewegingsruimte mist. Laten we even stilstaan. Over het leven vóór kinderen en erna. Over het veel te vroeg ontwaken en de verhaaltjes voor het slapengaan. Over de onderbroken nachten. Het waken. Over de vrijheid die je mist, de drang om het "goed" te doen. De verantwoordelijkheid die we dragen. Over de liefde die we geven en omarmen. De glimlach die we lezen. Ons eigen geluk dat we op handen dragen. Over ons eigen bloed, ons eigen leven, die we nu in tweeën delen. Over de kleine zorgen en de grote. Het ziek zijn, het beschermen. Het gemis naar dat deel van ons leven als ze logeren gaan. De hunkering om even alleen te zijn wanneer dit nodig is. Het niet meer kiezen, er gewoon voor gaan. Onze intuïtie achterna. En hopen op het juiste resultaat. Over de keuzes die we moeten maken, voor hen, soms hartverscheurend. Wonden die we moeten helen, traantjes om te drogen... Te luisteren, te begrijpen en te leren. Te spelen. We doen het allemaal. Het is één pakket. Geen proefperiode, of bepaalde tijd. Constant en altijd. Allemaal op 24uren tijd. Vanzelfsprekend? Ik dacht het niet! Laten we erover praten. Het bespreekbaar en niet vanzelfsprekend maken. Alstublieft!?

Kelly Buysse
0 0

Een bocht naar rechts, een bocht naar links

Als je door mijn raam kijkt, zie je een baan die donker kleurt onder windwolken. Regenvlagen spoelen dagen weg, maar de straat geeft niet op. Die zal er altijd blijven. Naast de klaprozen die zich verspreiden over de velden rondom. Vanuit mijn raam, zie je de weg twee bochten nemen. De eerste is naar rechts, de tweede naar links. Alsof het weet dat het fout zit, maar er niets aan kan doen. Het moet die mogelijkheden nemen, die ervaringen van beweging opzoeken. De wandelaars moeten proeven van het leven, maar ook niet al te veel. Te links of te rechts en je komt uiteindelijk op hetzelfde punt terug terecht. En een straat weet dat het leven zo niet in elkaar zit.   Na de eerste bocht naar rechts, herinneren kleurrijke paaltjes dat er een gasleiding onder de grond zit. Je kan maar beter op de baan blijven, ook al spoort de straat je aan om af en toe de zachte grond op te zoeken. Aan beide zijden van de baan is er geen voet- of fietspad. Het asfalt helt wat naar beneden en groet daar het gras. Wandelaars kunnen gerust zijn, ook al komt er een wagen aan, ze hebben steeds een plek om veilig te staan.   Tijdens mijn jeugd werd de straat ooit opengebroken. Een geraamte slingerde maar wat voort. Het gezicht verdwijnt onder voortdurend gestamp van gemeentewerkers. Na verloop van tijd komt het terug. Het slingert niet meer, het waadt door het landschap. Terug de bocht naar rechts, daarna de bocht naar links en hup, verder naar het volgende dorp. Over het kruispunt, maar daar eindigt een kleine wereld.

Simon Sileghem
0 0

Verbondenheid in de ziekenhuiskamer

De vrouw naast mij op de kamer was 71 jaar oud. Ze was bang en had pijn. De dokters bevestigden twintig nietjes in haar onderrug. En wanneer ze pijn had, deed het deugd om te praten. Ze vroeg of ze met mij kon praten. Ik had daar absoluut geen probleem mee. Want ik kon ook best wel wat afleiding gebruiken.   We waren allebei geopereerd door dezelfde dokter. Alleen kon ik al na een nacht terug uit bed en zij niet. De eerste nacht was voor beiden de moeilijkste. Ik hoorde haar soms huilen in haar bed. Ze schaamde zich en ik vertelde haar dat het niet hoefde.   Het gordijn tussen onze beide kamerdelen was gesloten voor de nachtrust. Dat had de verpleegster gedaan. Toen het ochtend was, vroeg ze me of ik al wakker was. "Ik moet je iets vertellen" zei ze. "En je zal waarschijnlijk lachen maar dat geeft niet." Ik schoof het gordijn opzij en beloofde plechtig om niet te lachen.   "Ik kan niet slapen als ik niet heb gebeden. Ik heb gisterenavond voor iedereen die het nodig heeft gebeden. Ook voor u zodat je snel terug voor je kinderen kan zorgen." Haar gebaar ontroerde me. Ik vertelde haar dat ik nooit met zoiets zou lachen want dat ik die avond ook had gebeden. En ook voor haar, dat ze niet teveel pijn zou hebben die nacht. Het was mooi om in die kamer te liggen met haar. Geloof komt in de media en het dagelijks leven vaak voor als iets wat ons uiteen drijft. Maar daar, die negende februari in die ziekenhuiskamer, zorgde het voor verbondenheid tussen ons. Tussen jong en oud, twee tot voor kort onbekenden. Iets wat me, ondanks de pijn, heel dankbaar stemde.

Alice Bremt
0 0