De vorm van de vloed
Het water vraagt geen weg,het stroomtomdat het stromen moet.Het zoekt de laagte, wijkt voor rotsen,een rimpeling die langs de oevers spoelt.Traag en breed door vlak land,dan weer wild, schuimenddoor een nauwe kloof.Het draagt de bladeren, de boot, de tijd.
De stroom kantelt,is nergens thuisen overal tegelijk.Het botst,het splitst,voegt zich weer samen,vloeibaar, ongetemd en eindeloos rijk.
Je kunt het water niet bezitten,je kunt er enkel middenin gaan staan.En voelen hoe de dynamiekje meeneemt,verder,in de stroom van het bestaan.