Zoeken

Olympia

Mijn duim danst over de geribbelde randen van de kleine Olympia rijstpappotjes. Energie: 297 Kilojoule. Ze staan esthetisch maar functioneel opgestapeld in de koelkast van Irma’s zuivelwinkeltje en zijn het summum van de melkverwerkte producten. Pure perfectie en vakmanschap. Dat is zeker. Ik betrap me erop dat ik eigenlijk niet met mijn vingers aan al die potjes mag staan prutsen. Niet hygiënisch. Zeker nu in tijden van Corona. Ik kijk naar Irma. Ze bespiedt me vriendelijk glimlachend met een blik van een kleine middenstander die zegt dat als je iets wil weten, je het dan maar moet vragen.Ze zegt: ‘Het is O.K., hoor. Je bent toch mijn enigste klant tegenwoordig.’‘Is dat zo?’‘Alle andere blijven in hun kot.’‘Ik kom graag bij je. Ik ben trouwens verslaafd aan al die rijstpap.’ Ze glimlacht weer. Ze kijkt naar een dikke schrift die voor haar ligt en noteert bestellingen. Waarschijnlijk weer een nieuwe lading Olympia rijstpap.‘Heb je ook nog eieren?’ vraag ik terwijl ik rond me kijk of ik er zelf nergens zie liggen.‘Jazeker. Van mijn eigen kippen. Verser kan niet.’ Ze opent een doosje en toont me zes mooie perfecte grote bruine eieren.‘Die neem ik. En nog acht rijstpapjes.’ Ik betaal en stop de gekochte waar voorzichtig in mijn draagtas. Wanneer ik weer weg wil gaan, zegt Irma: ‘Ga maar langs hier naar buiten. Dat is veiliger. Je weet nooit of er net iemand binnenkomt en dan op je botst. We moeten afstand houden. Anderhalve meter.’ Ze wijst naar de deur achter de toonbank. Ik volg haar leidende hand en knik.‘Tot ziens.’‘Altijd rechtdoor. En langs de tuin kom je weer buiten. Dan kan je daar ook mijn kippen zien.’ Ik stap verder door haar huis. Eerst langs een halletje met links en rechts stapels dozen en geschaafde blauwgrijze bakken met flessen melk. Dan kom ik in de woonkamer. De televisie staat er luid te spelen. Ik herken de felle kleuren en hectische activiteit van SpongeBob Squarepants op Nickelodeon. Links van mij zit een meisje versteend naar het scherm te kijken. Op haar schoot ligt een karton cornflakes die ze met de regelmaat van de secondenklok met haar hand uitgraaft. Om mijn weg te kunnen vervolgen, moet ik tussen haar en het tv-scherm lopen. Ik kijk haar aan.‘Hoi,’ zeg ik.‘Hey,’ zegt ze terug maar ze blijft naar de tv kijken.‘Ik ben Jim.’‘Dat weet ik.’ Ze kijkt recht in mijn ogen nu en glimlacht dezelfde glimlach als Irma. ‘Ik ben Emma.’ Ze gaat wat rechter zitten en steekt haar hand uit als begroeting. Ik wil haar ook een hand geven maar bedenk me snel.‘Ja, dat mag nu niet. Handen geven.’‘Da’s waar. Maar je mag wel voetjes geven.’ Vanuit haar lage zetel doet ze een poging om met haar blote voet mijn schoen aan te raken. Maar door een onhandig manoeuvre van haar been kruipt haar rokje wat omhoog en zie ik plots dat het meisje geen onderbroekje draagt. In een flits kijk ik tussen haar benen. Vliegensvlug draai ik mijn hoofd naar SpongeBob.‘O sorry, ik heb geen broekje aan,’ zegt ze. ‘Dat komt omdat ik een blaasontsteking heb. Ik moet om de vijf botten naar de wc.’‘Da’s niet erg. Ik bedoel. Het is niet erg dat je. Wel erg van die blaasontsteking, natuurlijk. Enfin. Ik moet maar eens verder. Fijn je te ontmoeten, Emma.’‘Dag Jim.’Ik voel me een fameuze kluns. Met een rode kop loop ik tussen de kippen door de tuin uit. En zorg er nauwkeurig voor dat ik het houten tuindeurtje goed sluit zodat er geen kip kan ontsnappen. Aan de kant zie ik een hele mooie zwarte kip plat in het gras liggen. Ze doet niks. Ze lijkt wel dood maar ze beweegt toch wel een beetje. Dus is het in orde, denk ik. Ze rust vast wat uit in de zon. Wat is het al aardig warm in april.Zo, alle Olympia rijstpappotjes zijn weer vlot soldaat gemaakt. Ik kijk op de klok en zie dat ik nog net een kwartier heb voor Irma haar winkel zal sluiten. Vlug loop ik tot bij haar. Tijdens het voorbij komen, kijk ik nog even in de tuin en zie ik de zwarte kip nog altijd op dezelfde plaats liggen. Haar oogjes zijn dicht en haar kopje hangt een beetje slap maar ik zie ze nog duidelijk ademen.‘Dag Irma, zeg, er is een kip bij u die precies serieus ziek is.’‘Ha ja, die zwarte. Ik weet het. Die komt er wel door. Ze is aan ’t ruiven.’Ik pak weer mijn stapeltje Olympia rijstpap van 69 kilocalorieën uit de koelkast. Irma haalt bakboter uit een kartonnen doos. Ik wandel met acht potjes tot bij haar aan de toonbank en beweeg traag en bedachtzaam. Bijna in slow motion let ik aandachtig op elke voetstap die ik in haar winkel zet. Tegelijk equilibreer ik met de grootste zorg de gestapelde potjes tegen mijn borstkas.‘Gij lust er wel pap van hé,’ lacht ze.‘Ze zijn ook echt heel lekker.’‘Ik verkoop alleen de beste.’‘Doe ook nog maar een fles melk.’ Irma geeft een glazen fles melk zonder opdruk of etiket die naast haar op de toonbank staat. Ik betaal en draag de fles volle melk aan haar hals in mijn linkerhand. De potjes heeft zij voor mij in een klein kartonnen doosje gestopt. Ik loop weer de winkel uit langs haar voorraadhalletje en zo naar de woonkamer.Er staat een terrarium op de tafel.‘Wat zit hier in? Toch niet een slang of zo?’‘Nee, wandelende takken.’ Emma komt dichterbij. Op blote voeten. Korte blauwe rok met waarschijnlijk niets eronder aan. Uitdagend rode top met ook waarschijnlijk niets eronder aan. Ze kauwt op een snoepje. ‘Hier zitten ze. Hier, vlak boven de rand. Kijk.’‘Eik, ja. Vies.’ Ze lacht luid.‘Ze eten alleen maar klimop en kweken als konijnen. Hieronder zitten de kleintjes.’Ik kijk en zie een zestal piepkleine frisgroene wandelende takjes. ‘Die zijn pas geboren.’‘Ze zijn schattig.’‘Ja.’ Emma kijkt naar haar terrarium en drukt haar vingers tegen het glas. Ik kijk naar haar heerlijke benen en zeg tegen mezelf dat het niet kan en niet mag. Zet haar uit je kop, stommerik, zeg ik bijna luidop. Maar ’s avonds alleen in bed, krijg ik haar niet uit mijn kop. Het is alsof ze naakt naast me ligt en ik haar warmte voel. Pas wanneer ik mezelf bevredigd heb, word ik weer rustig. Ik veeg het zaad van mijn buik, slenter naar de koelkast en zet gulzig de zware glazen één literfles melk aan mijn lippen. ‘Mama, mama, red alert! Red alert! Er zitten allemaal vliegen op de zwarte kip!’ roept Emma terwijl ze het winkeltje binnenstormt. Irma zegt niets maar wandelt rustig achter haar dochter naar de tuin. Op en rond haar zwarte kip, gisteren nog de trots van de kippenren, foerageert een zwerm zoemende vliegen. Met een felle beweging van haar hand jaagt Irma alle vliegen in een keer weg. Ze streelt het zachte verenkleed van de lijdende kip die fel vermagerd is en mommelt en reutelt door de aanraking van een zachte en warme mensenhand. De kip buigt haar kop naar de grond. De ogen dicht. De pootjes slap en bleek verrompeld.‘Het is er bijna mee gedaan,’ zegt Irma. Dan loopt ze naar het tuinhok en komt terug met een spade.‘Wat gaat ge doen?’‘De kip begraven, tiens.’‘Maar ze is nog niet dood!’Irma zucht: ‘Dat gaat toch niet lang meer duren.’ Aan de andere kant van de tuin, zet ze de spade in de grond. Na drie minuten heeft ze een kuiltje gegraven waar de kip in gelegd kan worden. Ze loopt naar de ren en raapt de doodzieke kip van de grond. ‘Kom meiske.’ Ze krijgt een krop in de keel wanneer ze de kip naast haar graf neerlegt. De kip reutelt onheilspellend. Een geluid dat je niet meteen aan pluimvee zou toeschrijven maar eerder aan een trage goederentrein die bij nacht in een eenzaam depot tot stilstand komt. Irma grijpt de spade stevig vast en met een korte krachtige stoot hakt ze in één keer de kop van de kip eraf.  Emma slaakt een korte gil. Emotieloos legt Irma het kadaver in de kuil, eerst de pluimen en daarna het kopje. Dan gooit ze het putje dicht. Emma komt naast haar moeder staan en ziet hoe het vuile zand het mooie zwarte verenkleed bij elke schep meer en meer doet verdwijnen.Het is donker in de winkel. De TL-lamp van de koelkast voor yoghurt en mijn favoriete rijstpapjes knippert aan en uit in een onregelmatig ritme. Tot mijn ontsteltenis ontdek ik enkel rijstpap van een ander merk. Mijn o zo geliefd zuivelproduct is niet te bespeuren. Dan knippert het grote licht van de winkel aan en komt Irma binnen.‘Dag Jim,’ zegt ze zacht terwijl ze achter de toonbank schuift.‘Is er geen Olympia rijstpap meer?’‘Ze hebben door de crisis problemen met de productie en de levering. Maar er is rijstpap van Soma.’‘Soma? Ge weet toch dat dat chemische brol is. Ik begrijp niet dat gij dat durft verkopen.’ Ik pak een potje Soma en kijk naar de bestanddelen. ‘Hier, het staat zelfs op de verpakking, Index Chimique 323. En ze vervallen morgen al.’‘Dat kan niet.’‘Maar het is. Hebt ge echt geen Olympia niet meer?’‘Nee, alles is uitverkocht.’‘Ja, dan moet ik niks hebben. Salut.’ Ik maak aanstalten om haar winkel te verlaten maar dan wijst ze weer met haar duim naar de deur achter haar.‘Langs hier is de uitgang. Ook al koopt ge niks,’ zegt ze kordaat. In de woonkamer zie ik Emma op handen en knieën en met haar kont omhoog naar mij gericht. In de schaduw van de rand van haar minirokje ontwaar ik de onderkant van haar schaamlipjes.‘Hier heb ik u, ventje,’ zegt ze en ze staat recht en draait zich om. Dan ziet ze mij staan. ‘Hey dag Jim. Ja, er was een wandelende tak ontsnapt. Ik heb hem gevangen.’ Trots toont ze me het spartelende beestje dat ze tussen duim en middelvinger tot vlak voor mijn neus houdt.‘Hé, anderhalve meter afstand houden. Dat moet van Marc Van Ranst.’‘Wat is er? Zijt ge kwaad?’‘Er is geen Olympia meer.’Ze lacht en trekt haar hoofd een beetje schuin.‘Weet ge? Ik heb nog juist één potje. Als ge het wilt, moogt ge het hebben. Maar ge moet er wel iets voor doen. Ik stel mijn voorwaarden.’‘Hebt ge echt nog een potje voor mij? Welke voorwaarden?’‘Ge moet het in uw blote voor mijne neus opeten. Op uw knieën zoals een kat uit haar bakske eet.’‘Geef het!’ commandeer ik. ‘Ik wil het nu!’‘Kleedt u uit,’ fluistert ze. En terwijl ik me volledig uitkleedt, loopt ze naar de koelkast in de aangrenzende keuken en komt ze trots terug met het enige potje Olympia rijstpap dat er nog is. Ze doet het folietje van het potje. Naakt en bleek ga ik voor haar op de knieën. Zij zet het potje voor mij neer en gaat in de zetel zitten. Een sadistische glimlach siert haar sproetengezicht. Het gouden potje gevuld met romige zaligheid staat als een baken tussen ons twee. Ik begin voorzichtig aan de rijstpap te likken. Het smaakt duivels. Een apotheose voor mijn smaakpupillen. Een goddelijk genot voor al mijn zintuigen. Ik kijk naar Emma en terwijl ik lik, likt zij simultaan mee. Haar tong glijdt traag over haar lippen en maakt een cirkelvormige beweging over haar mond. Haar rechterhand verdwijnt onder haar rokje.Dan voel ik opeens een warme zachte hand traag over mijn rug strelen. Het is Irma.Ze zegt met een hese stem: ‘Jim, Jim, alstublieft, neuk me. Ik heb al jaren geen man meer gehad.’Maar Emma reageert snel: ‘Nee, mama, hij is van mij. Ik heb nog nooit een man gehad.’Irma trekt me bij mijn schouder stevig naar haar toe en zegt gedecideerd: ‘Nee, Jim is nu van mij.’ Ik kom recht in haar schoot te zitten. Het potje rijstpap blijft aan mijn kin en mond kleven. Irma houdt een hand op mijn borst gedrukt.‘Hij is van mij!’ krijst Emma en ze slaat naar het gezicht van haar moeder. Irma laat mij los en grijpt de arm van haar dochter. Ze beginnen herhaaldelijk op elkaar te slaan en aan haren te trekken en te gillen. Ik lik het laatste restje pap uit het potje, zet het lege potje beleefd op de tafel, grijp mijn kleren en ontsnap naar de tuin. Daar kleed ik me vliegensvlug aan. Maar in de tuin is het onrustig. Een dozijn kippen lopen als wilde indianen op oorlogspad luid kakelend heen en weer. En wanneer ze mij zien, komen ze dreigend en met bloeddorstige ogen en vuurrode kammen op mij af. Hun rechtopstaande kammen lijken wel strijdbijlen. Ik haast me door het piepende tuindeurtje en ik loop zo hard ik kan naar huis. Nog nooit in mijn leven liep ik harder. Een Olympische prestatie. Dat is zeker.

Peter Mmm Verreth
3 1

Absurdisme

(nvda:The Record Yale” was een publicatie uitgegeven door de studenten van de Yale University en bekend voor zijn absurdistische stijl)  Hij ging binnen maar zei niets.  Waarom zou hij? Het duivenhok was niet meer zoals vroeger toen er nog meesjes in de perelaar huisden.  De appels daarentegen die werden ieder jaar dikker.  Dat kwam omdat hij ze individueel verpakte in zakjes die je daarvoor online kon kopen. Dat is al maar meer in de mode dat online kopen en ook mode kan men online kopen. Wegversperringen vindt men tegenwoordig in de commercie, dat heet dan sperperiode.  Dat heeft alweer met mode te maken, maar dan eerder mode voor jan modaal. Modaliteiten worden meestal door instanties  bepaald. “Modaliteit drukt de verhouding uit tussen de beschrijving en de werkelijkheid, bijvoorbeeld het oordeel van de spreker ten opzichte van de waarschijnlijkheid.”  Dat is pas een surrealistische beschrijving door  Van Dale, omdat ….. En toen wist hij plots niet meer waarom? Hij herinnerde zich ook niet meer het onderwerp dat hij voor ogen had, noch het ogenblik waarop hij deze woorden neerschreef: ‘Ceci ne sont pas mes mots.’ ‘Une pipe?’  Simenon hield niet van kromme pijpen, hij wou ze recht. In zijn taalles vroeg hij de blonde Deense:   “Wat is het tegengestelde woord of negatie voor iedereen?”  Zij antwoordde: “Niedereen.”  Hij vond het beter dan niemand en bedacht dat hij ooit een woordenboek moest samenstellen met de verzinsels van zijn cursisten. Inmiddels zag hij rood van opwinding.  Dat kwam door die mooie zonsondergang.  Avondrood betekent dat het de volgende dag mooi weer wordt.  Alweer opwinding, door die aangekondigde hitte voor morgen. Zo heet als mosterd scherp kan zijn. Waar kan men deze dagen kleine potjes mosterd kopen?  Een tube? Neen, kan verward worden met tandpasta en zijn tanden zien al zo geel. Van het roken ? Neen, van teveel chocolade. Toen hij vroeger in de chocoladefabriek werkte kwamen soms stukken naast de lopende band terecht.  Al wat op de grond viel werd opgehaald door de lui van de zeepfabriek. Daar werd de chocolade door de zeep gedraaid wat resulteerde in mooie gemarmerde blokken.  Hij mocht er niet aan denken dat het omgekeerde zou gebeuren, gemarmerde zeepbellen na het eten van een reepje! Bij het morgenkrieken eet hij gehaktbrood.  Bij het gehaktbrood eet hij morgen krieken. Bij het krieken van de morgen hakte hij het brood. Hollanders kennen het woord kriek niet. Nederlanders  wel , maar zij mogen niet verward worden met Hollanders. Nederlanders wonen  dichter bij de Belgische grens, lekker warm en sympathiek. Zij trekken met volle bussen naar Belgenland en drinken sloten van het rode zurige zoete bier waarop de Kriek in al haar glorie prijkt. Neen,  surrealisten zijn het niet, de N(ol)L(and)-ers, daarvoor zijn ze iets te stijveharkelijk.  Nochtans hebben Hollandse kanaries, vooral de donkeroranje, ook twee pootjes….twee gelijke pootjes…. vooral het linkse.   Hij stopt met schrijven, zijn verhaal  wordt  te realistisch.  

Vic de Bourg
11 1