Zoeken

Ergens tussen grijs en blauw

De dokter schudt haar hoofd."Ik ga eerlijk zijn met u mevrouw, ik had dit resultaat niet verwacht." zegt ze vanachter haar plexiglas scherm.Vorige week vrijdag was mijn eerste onderzoek in het UZ Gent van het nieuwe jaar.Mijn oogspieren werden getest en onderzocht.Ik keek al naar de deur omdat de meeste onderzoeken nog niet veel hebben opgeleverd.Waarom zou dit anders zijn. De dokter draait zich om en haalt er een tekening van het oog bij.De linkerbovenspier van mijn linkeroog, daar zit blijkbaar de schuldige.Al sinds september heb ik vaak een duizelig gevoel, alsof ik dubbel zie. Soms gepaard met misselijkheid.Maar de reden was tot nu toe, na talloze onderzoeken, onbekend.Het blijkt dus die ene spier te zijn die heeft besloten om minder te gaan werken.Waardoor mijn linkeroog bij het opzij- of opkijken net dat ietsje trager beweegt dan rechts.Met als resultaat dat ik alles even dubbel zie.Zeer vervelend bij het afdalen van een trap, wandelen of het bepalen welke auto echt is, dat kan ik u verzekeren.En dus doe ik bovenstaande activiteiten al even niet meer (het rijden) of onder begeleiding (het wandelen in een onbekende omgeving) of extreem traag zoals een waardige, oudere dame (trappen afdalen). Nu zit daar die dokter die kan verklaren hoe het komt.En ik heb even zin om een vreugdekreet te laten horen of haar te omhelzen ("Oppassen, Corona!" zou mijn zoon zeggen).Ik hoor jammer genoeg Murphy al op de deur kloppen en hij komt al om het hoekje piepen."En wat kan ik daar aan doen" vraag ik de dokter nog steeds redelijk vrolijk."Niet zo heel veel, vrees ik." blijkt het antwoord te zijn.Spieren kan je toch trainen, dacht ik in al mijn naïviteit. Alleen blijkt dat hier niet het geval. Ik pols naar wat er kan en van waar dit in godsnaam toch weer allemaal komt.Een bevredigend antwoord blijft voorlopig uit.Een operatie kan maar ze moeten overleggen.De dokter verdwijnt even in de magische overlegkamer met andere assistenten en de professor. Na een kwartier komt ze terug. Een prisma zou misschien een oplossing kunnen zijn.De dokter tovert een doosje tevoorschijn en haalt er een glaasje uit.Dat glaasje zal dan door een opticien op mijn glas worden gekleefd om te testen of het werkt.Het zal weer even wennen zijn, geeft de dokter mee maar het zou kunnen helpen.We maken afspraken over de verdere nauwe opvolging en het overleg dat zal volgen indien dit niet werkt.Tijdens mijn wandeling vandaag langs de vertrouwde route laat ik alles bezinken.Het prismaglas is besteld en zou er volgende week zijn.Ik ben hoopvol en wens van harte dat dit glas alles verhelpt.Het was ook een opluchting om toch van één ziekteverschijnsel de oorzaak te weten.Al weten we niet wat het veroorzaakt heeft of wat er volgt.Ik kijk naar de lucht tijdens de wandeling die van grijs zachtjes naar blauw overgaat. Zo voel ik me een beetje vandaag.Ergens tussen hoop en angst.

Alice Bremt
0 0

Even die andere zijn. (Belgische is even Nederlandse)

Uit de online sessies: Schrijven over de grens - dit is wat we delen.   Hoi Mies, hoe gaat ie?’ ‘Je bent lekker vroeg, kom binnen joh. Dan doen we eerst lekker een bakkie.’ ‘Gezellig zeg.’ Romy stapte binnen bij Mies met haar zware tassen. Ze hadden wel wat te doen vandaag. Maar eerst dat bakkie. ‘Nou, we zitten. Hoe gaan we het doen?’ vraagt Mies. ‘Ik heb op de markt lekkere dingen op de kop kunnen tikken. Ik ben snel langs de kraampjes gelopen die om 13u nog open waren. Dan doen ze gewoon de helft van de prijs af. Lekker goedkoop.’ ‘Dan zullen we meteen beginnen. Ik zal al de groenten schoonmaken en snijden. Begin jij dan aan de satés? Jij kan dat veel beter.’ Mies en Romy kletsen de middag verder terwijl ze de maaltijd bereiden voor hun gasten die hen twee per jaar bezoeken. ‘Het is toch altijd even wennen hè. Onze vriendinnen. Best leuke meiden, maar zo stil.’ ‘Nou, dat valt wel mee hoor. Geef ze straks een ouzootje of iets sterkers en hun tongen komen los hoor.’ Het gesprek gaat verder. De tafel wordt intussen gedekt, het salontafeltje wordt gezellig gemaakt, met de nodige koekjes. Als de Vlamingen op bezoek komen, willen ze eerst even ‘thuis’ komen, met koffie. Bij koffie horen koekjes. ‘Toch rare gewoonte hè, de koekjes op tafel zetten.’ ‘Ja, vind ik ook. Als iedereen z’n koekje heeft, zet je de doos toch gewoon terug weg. Ze durven niet eens een tweede te nemen. Al die koekjes drogen uit.’ ‘Ach, laten we het vandaag maar gewoon gezellig maken. We zijn klaar, geloof ik.’ De bel gaat. ‘Oh, wat leuk! Zo opwindend, onze Vlaamse vriendinnen op bezoek!’ Mies zwaait de deur open. ‘Welkom, welkom …’ haar mond valt open. Even zwijgt ze verbaasd. Daar staan de lieve Vlaamse vriendinnen, hun gezichten bijna onzichtbaar, verstopt achter een grote mand met lekkernijen. Tja, ze komen gelukkig nooit met lege handen.

Anemos
1 0

De buitenkraan

Ik wandel graag, maar het mag niet tegenzitten. Zeker niet het meest vervelende onder de wandelfenomenen: een afzakkende sok. Het stapt voor geen meter, als die telkens terug in je schoen kruipt. Onderweg naar het woonzorgcentrum moet ik na 100 meter met mijn rechterbeen al een hoek van 90 graden maken en deze op mijn linkerknie leggen zodat ik mijn evenwicht bewaar om die vervelende sok omhoog te trekken. Maar de evenwichtige dagen zijn voorbij. Ik wankel als een dolgedraaide hamster die uit haar loopradje kruipt nadat ze er de hele dag in heeft gerend. Gelukkig staat er vlakbij een verkeersbord dat me recht houdt. Ik twijfel om terug te keren en nieuwe sokken te halen, maar ik denk dat het wel zal meevallen. Helaas. Opvallend is dat er altijd maar één sok afzakt. Alsof ze elkaar afwisselen. Onderweg moet ik regelmatig halt houden bij een verkeersbord of een brievenbus om als een plassend hondje mijn been omhoog te heffen en mijn sok te fatsoeneren. Maar daarmee is de kous nog niet af. Bijna aan het woonzorgcentrum gearriveerd, ben ik het zo beu dat ik mijn sok voel scheuren terwijl ik die voor de twintigste keer omhoog trek. Redelijk hard deze keer. Bij ma op de kamer trek ik mijn rechterschoen uit. Het is meer gat dan sok. Bijna te slecht om in de wintermaanden rond de buitenkraan te doen, zoals pa vroeger altijd deed met een stel versleten kousen, vastgebonden met een touwtje. "Ik zou zeggen, pakt er een van mij", lacht ma. We moeten er allebei mee lachen. Ik zie me de nylon kous al aantrekken terwijl er net iemand binnenkomt. Nee, ik moet het met de halve kous doen. “Maar ge kunt ze nu in de winter wel gebruiken om rond de buitenkraan te draaien”, zegt ze.  

Rudi Lavreysen
17 1

Treingesprekken ver van hier

“Kaartje en paspoort alstublieft.”“Alstublieft.”“Goedemorgen mevrouw De Hoek. U reist helemaal naar Paramaribo?”“Dat klopt.”“Tjonge, dat is me een hele reis! En u reist helemaal alleen, of zie ik dat verkeerd?”“Hm.”“Maar u heeft helemaal geen bagage bij, de meeste mensen die ik op de trein al heb ontmoet, reizen niet dat hele lange stuk om dan meteen weer terug te reizen…”“Toch is het zo.”“Okee… Wanneer u iets te eten of te drinken wenst, twee rijtuigen verder naar achteren bevindt zich onze restauratiewagen. We bieden daar verschillende versnaperingen aan, mocht u willen.”“Fijn dat u dat meedeelt, maar ik heb niks nodig.”“En de toiletten zijn die kant uit. Die zal u wellicht wel nodig hebben…”“Dat is mogelijk.”“Wat gaat u daar doen, als ik zo vrij mag zijn om dat te vragen, mevrouw?”“Neen, dat mag u niet.”“Oei! Heb ik iets verkeerd gezegd, mevrouw?”“Ik geloof niet dat ik als inheemse tegenwoordig nog verplicht ben alles wat ik doe, waar ik ga en sta, wat ik eet of laat, op eenvoudig verzoek van een blanke conducteur kenbaar te maken!”“Olalala… En ik probeerde maar gewoon vriendelijk en behulpzaam te zijn. De blanken van vandaag hebben niks te maken met de gruwelen van vroeger… Maar goed. Als u het anders wenst, dan zwijg ik.”“Bedankt.”“Mag ik u wel nog een fijne reis wensen? En u erop attent maken dat we over een halfuurtje aankomen in Batavia, waar de trein een kleine twintig minuten zal stil staan?”“Oh?”“Er is een klein winkeltje met een eethoekje in. Ze verkopen er heerlijke mie met pindasaus en bakbanaan. In afhaalverpakking. Mocht u zich bedenken wat dat eten betreft.”“Dank u wel, dat is uiterst attent van u.”“Geen dank, mevrouw, geen dank!”“En meneer? Ik moet u mijn verontschuldigingen aanbieden... Mijn jeugd zadelde me op met een hele rugzak vol vooroordelen. Het is niet beleefd die zomaar op u af te vuren. U bent inderdaad een vriendelijke en behulpzame en vooral erg beleefde jongeman. Ik hoop dat u zich niet geschoffeerd voelt door mijn gedrag?”“Welk gedrag, mevrouw? Ik herinner me alleen een voorname, intelligente dame die straks zal glimlachen bij de bakbanaan!”

Vlechtenmeisje
3 0